Het gaat beter dan ooit met arbeidsnormen. Maar bijlange niet goed genoeg

Blog

Het gaat beter dan ooit met arbeidsnormen. Maar bijlange niet goed genoeg

Het gaat beter dan ooit met arbeidsnormen. Maar bijlange niet goed genoeg
Het gaat beter dan ooit met arbeidsnormen. Maar bijlange niet goed genoeg

Hoe is het wereldwijd gesteld met de aanvaarding en toepassing van de fundamentele arbeidsnormen? Die vraagt ligt voor in een bijzondere commissie van de Internationale Arbeidsconferentie (IAO). Antwoord: misschien beter dan ooit. Maar bijlange niet goed genoeg. Samengevat: slechts een beetje beter.

Het concept van de fundamentele arbeidsnormen is relatief nieuw in de geschiedenis van de IAO. Met de val van de Berlijnse muur en de opkomst van de nieuwe groeilanden kwam de globalisering in een stroomversnelling. Althans de financieel-economische dimensie ervan. De sociale dimensie haperde.

Dat was ook te zien in de trage ratificatie van de IAO-conventies. In de jaren 1990 groeide daarom het idee om uit het geheel van internationale arbeidsnormen een harde kern van basisrechten te distilleren. Een minimum minimorum waaronder geen beschaafd land mocht zakken. Naleving van die kern zou niet meer afhangen van ratificatie van de betreffende conventies, maar moest een verplichte sokkel worden voor elk van de IAO-lidstaten.

Geen kinderarbeid, geen dwangarbeid, geen discriminatie op de arbeidsmarkt, vrijheid van vereniging en recht op collectieve onderhandelingen, zo werd het op de Conferentie van 1998 geproclameerd. Waardig werk begint, staat of valt daarmee.

Cherry picking

Wel, hoe staat het er mee? Het expertenrapport dat voorligt, geeft een genuanceerd beeld.

Kinderarbeid is globaal op de terugweg, maar nog verre van uitgeroeid. Dat was nochtans wat de IAO wilde tegen 2016. De IAO raamt het aantal kindarbeiders op 168 miljoen (2012), waarvan 72 procent beneden de 15 jaar.

Er is meer beweging dan ooit tegen dwangarbeid, mee aangepord door het aanvullend IAO-protocol van 2014, maar voorlopig zonder dat uit cijfers overtuigende blijkt dat dwangarbeid vermindert. De IAO schat het aantal slachtoffers op 20,1 miljoen wereldwijd.

Discriminatie op de arbeidsmarkt blijft voortwoekeren. Met wereldwijd een gemiddelde loonkloof van 23% tussen vrouwen en mannen. Met migranten en in het bijzonder moslims die minder kansen krijgen, ook door opflakkerend racisme en xenofobie.

Het rapport bevat een opvallende paragraaf over wat personen met een andere seksuele geaardheid moeten ondergaan. In 76 landen worden ze gecriminaliseerd. In zeven landen riskeren ze voor bepaalde handelingen de doodstraf. Maar ook in de andere landen stoten ze op hardnekkige problemen van discriminatie. Bijkomend probleem: het discriminatieverbod van de IAO heeft geen betrekking op handicap of leeftijd.

De ratificatie van de conventie 87 op de verenigingsvrijheid en de conventie 98 over het recht op collectieve onderhandelingen blijft zeer belabberd. 49 procent van de wereldbevolking leeft in landen die conventie 98 niet geratificeerd hebben. En maar eventjes 52 procent zit zonder ratificatie van de syndicale vrijheid. Enkele grote staten zoals de Verenigde Staten, Brazilië, China, India geven niet thuis. Die fundamentele arbeidsnormen waren in 2008 nochtans begrepen als een package deal. Maar voor een deel van de lidstaten lijkt cherry picking te volstaan.

Toch is er nu een belangrijk lichtpunt: de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (sdg’s) van de Verenigde Naties voor 2030. De sdg’s willen dwangarbeid en kinderarbeid uitroeien binnen de 15 jaar, kinderarbeid “zelfs” al tegen 2025. Een andere doelstelling, zij het wat vager geformuleerd, is de bescherming van de arbeidsrechten, ook van migranten en werknemers met onzekere contracten. Die wereldwijde dynamiek vormt een magnifieke basis om het IAO-karretje van de fundamentele normen aan vast te haken.

Toekomst van de arbeid(snormen)

Tegelijk zijn fundamentele arbeidsnormen niet enkel een verhaal van kansen. Er doemen ook nieuwe risico’s op. De oude en al vaak besproken probleemsectoren zoals de landbouw, de informele economie en het huispersoneel blijven moeilijke terreinen om de fundamentele normen te doen naleven. Maar er is meer aan de hand.

Wat met de internationale toeleveringsketens? De meeste multinationals gebruiken die om de verantwoordelijkheid voor naleving van de fundamentele normen in de gehele keten ver van zich af te houden.

Wat met de migratiestromen waarbinnen nieuwe vormen van mensenhandel ontstaan, met een opflakkering van schendingen van kinderarbeid en gedwongen arbeid? 29 procent van de dwangarbeid grijpt plaats na internationale migratie.

Hoe de naleving van de fundamentele normen en in het bijzonder het verbod op kinderarbeid en dwangarbeid afdwingen in de vele conflicthaarden in de wereld?

Hoe overheden bij de les houden nu de neuzen op heel wat plaatsen, zeker in Europa, in de richting staan van “structurele hervormingen van de arbeidsmarkt”? Het gevolg daarvan zijn talrijke inbreuken op het recht op collectieve onderhandelingen en de syndicale vrijheden.

En niet in het minst: wat is de toekomst van de fundamentele arbeidsnormen als de toekomst van de arbeid er steeds meer één is met nieuwe precaire arbeidsvormen? Als het al – zoals kennelijk bij de meeste digitale platformen – niet gewoonweg gaat om internationaal georganiseerd zwartwerk.

Een bijzonder vraagstuk daarbij is: wat kan het recht op collectieve onderhandelingen, als fundamentele arbeidsnorm, überhaupt betekenen voor zelfstandigen, als cao’s over bijvoorbeeld minimumvergoedingen vernietigd worden door “prijskartels”?

Daarmee wordt meteen ook de brug geslagen naar de belangrijke werkzaamheden van de IAO rond ‘the future of work’, in voorbereiding van zijn 100ste verjaardag in 2020. Zou het niet mooi zijn als we die kunnen vieren met veralgemeende ratificatie van de fundamentele arbeidsnormen? Dat legt de werknemersgroep in Genève op tafel, voor verder overleg. Benieuwd of regeringen en werkgevers gaan volgen.