‘Fucking Taliban en corona!’

Blog

Een babbel met mijn Afghaanse collega Nesar

‘Fucking Taliban en corona!’

‘Fucking Taliban en corona!’
‘Fucking Taliban en corona!’

In de kringloopwinkel waar Rino Feys werkt, heeft zijn Afghaanse medewerker Nesar een bloedneus. Het is sluitingsuur en Rino besluit hem naar huis te brengen. Onderweg vertelt Nesar over de problemen in zijn vaderland.

Nesar is vandaag coronachef, degene die alles moet ontsmetten. Maar na de laatste pauze blijft hij wel heel lang in de keuken hangen. Het sluitingsuur komt snel dichterbij en hij moet de fietsen nog binnen zetten. Wanneer ik eventjes langsloop om na te gaan wat er aan de hand is, zit hij op een stoel met een vel keukenpapier tegen zijn neus terwijl hij met zijn hoofd achterover hangt. Voor hem liggen enkele doorbloede proppen papier. Vanuit die positie kijkt hij me zijdelings aan.

‘Een bloedneus?’ Hij knippert met zijn ogen. ‘Heb je dat vaker, Nesar?’ ‘Soms maar niet veel.’

Na het sluiten van de winkel vul ik het kasboek in en stuur nog een meubelbestelling door. Plots hoor ik gestommel op de trap naar m’n bureau, hij komt tevoorschijn met in elk neusgat een stuk keukenpapier. Het is vijf voor zes.

‘Kun je je bus nog halen, Nesar?’
‘De bus is net weg. Nu moet ik uurtje wachten. Maar geen probleem.’

Hij woont een tiental kilometer verderop.
‘Ik ben bijna klaar, daarna ga ik je naar huis brengen.’ Hij knikt, schikt zich in zijn lot.

Als we naar mijn wagen lopen, lacht hij, zijn hoofd nog steeds achterover houdend.
‘Rino, ik ga trouwen in 2021!’
‘Aja?’
‘Ja, bijna misschien!’
‘Je bent nog niet helemaal zeker?’
‘Nee, maar een beetje.’
‘Heb je hier een meisje leren kennen?’
‘Nee, maar mijn mama kijkt voor meisje.’
‘Hoezo, je mama zit toch nog in Afghanistan?’
‘Ja, maar zij heeft contact met andere mama’s en papa’s van meisjes hier. Mijn mama wil goede meisje voor mij.’
‘En wat zegt je papa?’

‘Mijn papa is dood door Taliban. Hij was bij politie. Taliban vechten tegen iedereen.’

Ik doe mijn mondmasker om, en wijs ernaar. Nesar trekt zijn sjaal over zijn mond en neus en we stappen in de wagen.
‘Mijn papa is dood door Taliban. Hij was bij politie. Taliban vechten tegen iedereen.’ Hij smakt luid, verontwaardigd. ‘Fuck de Taliban!’
‘Heb je nog broers of zussen?’
‘Ik heb één zus, zij is een beetje groter. Mijn twee broers zijn kleiner.’ Ik verlaat de parking.
‘Hoe moet ik rijden, Nesar? Is dat de goeie richting?’
‘Ja, ik denk het. Dit is zoals de bus rijdt.’

‘Je zus is groter dan jij?’
‘Ja, één jaar.’
‘Je bedoelt dat ze ouder is. Kijk,’ ik wijs naar een stadswagentje dat voor ons rijdt, ‘deze auto is klein. En die daar,’ ik wijs naar een SUV, ‘dat is een grote wagen. Maar Jelica, die bij ons werkt en ook nog naar school gaat, is jonger dan jij, zoals je broers. En ik ben ouder dan jij, zoals je zus.’ Hij knikt.
‘Maar Jelica ook kleiner dan ik.’ Hij gooit zijn hoofd achteruit terwijl hij het uitproest. Ik heb me al vaker verbaasd over die combinatie van vrolijke gewichtloosheid en zwaarmoedigheid waartussen Nesar zo gemakkelijk schakelt. Hij kan pardoes van de ene stemming in de andere vallen.
Wegens wegenwerken moet ik een omweg maken, we rijden door een uitgestrekt landschap, heuvelachtig gebied. Hij staart naar het panorama.
‘Is mooi hier… Beetje zoals in Afghanistan.’

‘Corona slecht! Veel mensen ziek in Afghanistan. Veel mensen dood. Ook dokters dood. Ziekenhuizen zijn gesloten. Maar Taliban ook veel mensen doodmaken. Fucking Taliban en corona!’

‘Komen je broers niet naar België?’
‘Nee, mijn mama is al heel oud. Zij wil niet komen. Dus kunnen mijn broers en mijn zus ook niet komen. Zij moeten blijven voor mama. Wie anders gaat kijken? Ik heb gevraagd aan mama om te komen, maar zij wil niet weg uit Afghanistan.’
Plots knikt hij heftig: ‘Ik weet waar wij zijn. Dit is juiste weg. Ik woon een beetje verder, daar’, hij wijst, ‘daar bij de kerk.’ Ik zie een dorpskern in de verte.

‘Waarom moeten wij ook mondmaskers dragen in auto, Rino?’
‘Omdat dit een kleine ruimte is, en er nog altijd mensen sterven aan corona. Er is hier niet veel plaats, wij ademen dezelfde zuurstof,’ ik adem demonstratief in en weer uit, ’ en misschien heb ik corona, of heb jij corona. We moeten altijd opletten en voorzichtig zijn. Net zoals op de bus.’ Hij is al twee keer te laat op het werk gekomen omdat hij niet mee mocht van de buschauffeur. Hij had zijn mondmasker niet bij.

‘Corona slecht! Veel mensen ziek in Afghanistan. Veel mensen dood. Ook dokters dood. Ziekenhuizen zijn gesloten. Maar Taliban ook veel mensen doodmaken. Fucking Taliban en corona!’
Hij kijkt op. ‘Je kunt daar stoppen’.
Ik parkeer, hij neemt zijn tas en stapt uit.
‘Het is heel gevaarlijk in mijn land Rino.’
Hij zegt het traag knikkend, terwijl hij zijn sjaal naar beneden schuift.
Maar dan glimlacht hij zijn breedste glimlach, zwaait enthousiast terwijl hij ‘Dank u menier!’ roept, en de passagiersdeur vol enthousiasme dichtgooit.