Jobcreatie in Zuid-Afrika: Het lot van de sekondêr sorteerder

Blog

Jobcreatie in Zuid-Afrika: Het lot van de sekondêr sorteerder

Jobcreatie in Zuid-Afrika: Het lot van de sekondêr sorteerder
Jobcreatie in Zuid-Afrika: Het lot van de sekondêr sorteerder

Een stagnerende economie en het dalen van de munt zijn de problemen waar Zuid-Afrika momenteel een antwoord op probeert te bieden. Het ziet er echter niet naar uit dat het werkloosheidscijfer, als één van de pijnpunten in de huidige Zuid-Afrikaanse economie, snel terug op een aanvaardbaar peil zal komen te staan. En dat heeft zijn gevolgen voor de arbeidsmarkt.

Een torenhoog werkloosheidscijfer, gepaard met een systeem van lage lonen heeft in Zuid-Afrika geresulteerd in een zeer  diverse maar ook zeer bizarre jobmarkt. Wat ook maar de kleinste klus kan zijn in het dagelijkse leven van een Zuid-Afrikaner, er is minstens één iemand wiens vast beroep het is.

Werkloosheid

Hoewel Zuid-Afrika één van de grootste economieën is op het Afrikaanse continent, kampt het land de laatste jaren met een economische terugval. Sinds 2008 dreigt de economie verder en verder in een neerwaartse spiraal terecht te komen, een angst die eind 2014 bijna werkelijkheid werd toen de economische groei flirtte met de recessiegrens.

Zuid-Afrika kampt met een torenhoog werkloosheidscijfer: een kwart van de bevolking (25.2%) heeft er geen job. En zonder een diploma onder de arm zijn de lonen bovendien zeer laag. Deze combinatie heeft er voor gezorgd dat 45.5% van de bevolking in armoede leeft, en 20.2% zelfs in extreme armoede. Het gaat hier om bijna 11 miljoen mensen die per dag met minder dan 1 euro en 10 cent moeten zien te overleven. Om het even wat meer aanschouwelijk te maken: dat cijfer representeert de gehele Belgische bevolking, maar dan onder de extreme armoedegrens.

Door het invoeren van een sociaal vangnet dat lonen en pensioenen moet garanderen, is de overheid er in geslaagd het armoedecijfer, dat in 2006 een piek van 57.2% bereikte, te doen dalen. Hoewel een goede weg lijkt te zijn ingeslagen, is het gezien de economische toestand van het land niet zeker hoe ver deze trend zich zal doortrekken. En het is nog maar de vraag of het armoedecijfer snel terug op het niveau van 1995 zal belanden, toen ‘slechts’ 31.0% van de Zuid-Afrikaanse bevolking in armoede leefde.

Black Economic Empowerment

Om de economische ongelijkheid aan te pakken, keurde de Zuid-Afrikaanse regering in 2001 het Black Economic Empowerment programma goed. Dit programma moest onder andere de voorheen achtergestelde laag van de bevolking aan het werk krijgen. Zowel bedrijven als de overheid moeten sindsdien volgens de regels van de wet rekening houden met huidskleur en sociale achtergrond alvorens iemand aan te nemen. Critici wijzen echter op de ongelijkheid die dit programma met zich meebrengt. Zo worden werknemers eerder gekozen voor hun uiterlijk en afkomst dan voor hun kwaliteiten, werkervaring of kwalificaties, om toch maar aan de quota te voldoen.

Hoewel het systeem al enkele positieve cijfers heeft kunnen voorleggen over de werkloosheidsgraad in de verarmde klasses, is één van de gevolgen van het programma dat bedrijven allerhande bizarre, onderbetaalde jobs gaan creëren om aan de quota te voldoen. Na het aannemen van de vijfendertigste poetshulp, kiezen sommige sectoren er namelijk voor om nieuwe jobs te creëren waar u en ik nog nooit eerder van gehoord hadden.

‘Hulle sal dit doen’

Deze nieuwgecreëerde jobs doen een mens soms de wenkbrauwen fronsen. Wanneer men een Zuid-Afrikaanse supermarkt binnenkomt, zal men al snel botsen op de schoonmaker van de winkelwagentjes. Niet dat deze vuil worden, maar de kruimels die uw kleine koters achterlaten moeten natuurlijk worden opgeruimd. Het is het idee dat telt. Zo staan er ook vier mensen aan de twee weegschalen te wachten tot je hen je bussel wortels geeft. Van inpakkers tot werknemers die de volle winkelwagen naar je auto brengen, als ware het lobbyisten voor uw winkelwaar, er zijn minstens twintig personen die deze banen uitvoeren in één supermarkt.

De ideeën voor deze jobs moeten echter ergens ontstaan, en lijken te zijn ontsproten uit een streven naar comfort. Geen enkele Afrikaner zal er aan denken om zijn winkelwagentje terug naar de ingang van de winkel te brengen, er zijn immers mensen aangenomen die de ondergrondse parkings afgaan om deze op te halen van de lege parkeerplaatsen. Dit zijn bovendien nog eens andere werknemers dan diegenen die je winkelwagen in de eerste plaats naar je auto hebben gereden.

Jobs moeten nu eenmaal gecreëerd worden, voor welke klus dan ook.

Het idee dat een ander de zaken wel op orde zal zetten lijkt over de jaren gemeengoed geworden onder de gegoede burgers van Zuid-Afrika. ‘Hulle sal dit doen’, een slagzin die je op menig openbare plaats te horen krijgt: ‘Zij doen dat wel’. Deze houding kan al heel snel worden aanzien als een uitwassing van de kloof tussen arm en rijk in Zuid-Afrika, maar er moet worden bijgezegd dat racisme of discriminatie geen drijfveren zijn voor deze uitspraak.

Deze houding lijkt niet meer geworden dan een gewoonte, een gewoonte dat jobs nu eenmaal gecreëerd moeten worden, voor welke klus dan ook. Het meest frappante voorbeeld van dit fenomeen is de manier waarop Zuid-Afrika omgaat met recycleren. Wanneer het ons in België aangeleerd wordt thuis afval te scheiden, wordt dit in Zuid-Afrika voor jou gedaan. In elk huishouden gaan glas, papier, plastic en restafval in één container. De secundaire sorteerders die aan de afvalband staan, sorteren alles voor jou. Het wordt Afrikaners via radiospots zelfs aangeraden niet thuis te sorteren, want dit door een ander laten opknappen is nu eenmaal jobcreatie. En u wil toch niet diegene zijn die de economie tegenwerkt?

Working poor

Het creëren van onderbetaalde jobs die als hoogste doel hebben het leven van de gegoede Afrikaner comfortabeler te maken, heeft geresulteerd in een stijgende toename van de working poor. Mensen met een baan, die onder de armoedegrens leven. Hoewel de overheid initiatieven neemt om armoede tegen te gaan, is er slechts met mondjesmaat vooruitgang te merken.

Tot het systeem van te lage lonen wordt aangepakt en de Zuid-Afrikaanse economie terug aan momentum wint, ziet het er niet naar uit dat de functies winkelwaarbestuurder, sekondêr sorteerder, of reserve-fruitweger snel zullen verdwijnen. Om een gunstig toekomstperspectief te bieden, zijn duurzame banen nodig, waar scholing en vorming deel uitmaken van het economisch systeem. Dit vraagt echter geld en tijd. Maar in hoeverre een bestendige oplossing mogelijk is, is nog maar de vraag, aangzien er in Zuid-Afrika van het ene soms te veel is, en van het andere soms te weinig.