Laat ons het zicht op de zee

Blog

Laat ons het zicht op de zee

Laat ons het zicht op de zee
Laat ons het zicht op de zee

Ik sta op de grote, glibberige rotsen van een van de golfbrekers naast het strand van El Silencio, ten zuiden van Lima. Ik vis naar Trambojo, een spuuglelijke maar heerlijke roofvis. Deze tijd van het jaar zou het zonnig en warm moeten zijn. Vandaag geen zon, en desondanks voel ik ze branden. 'Ik zeg het al dertig jaar, we zijn de natuur aan het kapotmaken en zo onze eigen ondergang aan het delven!'

Manuel werpt zijn lijn het water in een twintigtal meter rechts van mij. Ondanks de afstand kan ik zijn gevloek duidelijk horen doorheen het geraas van de golven.

Hij is drieënzeventig en vist al van zijn zevende. Kort nadat ik hem leerde kennen in zijn winkeltje met visgerief, vijf jaar geleden, leerde hij mij de basistechnieken.

Na enkele lessen met meters nylon, ergerlijk scherpe haken, verscheidene flessen rum en uren luisteren naar Hector Lavoe en los Compadres, nam hij mij mee op een van zijn trips naar het zuiden. Hij zou een van mijn beste vrienden worden en een van de interessantste mensen die ik tot nu toe heb ontmoet.

‘Als je lang wilt leven, breng jezelf dichter bij de natuur, verdomme!’

Ik ben blij dat hij niet op mij aan het roepen is, zoals hij soms doet wanneer ik mijn lijn klungelig uitsmijt en die in de war geraakt met de zijne.

© Pieter Van de Sype

Manuel zijn winkeltje in Lima.

© Pieter Van de Sype​

De winters in Lima duren negen maand en zijn berucht voor hun allesoverdekkend grijs deken van laaghangende, regenloze wolken. Vandaar dat in de zomer, van december tot maart, de limeños die het zich kunnen veroorloven en masse naar de stranden onder de stad trekken. Hoe zuidelijker, hoe sjieker. Reiskost is een van de eenvoudigere manieren om sociale segregatie in stand te houden. El Silencio is een strand voor de middenklasse. Je geraakt er met openbaar vervoer in een paar uur, maar natuurlijk veel sneller als je zelf een auto hebt. De ceviche in de standjes op het strand is belachelijk duur, maar wie zegt neen tegen een ceviche en een pintje op het strand? Manuel grijnst telkens hij het menu overloopt, omdat hij weet welke vis ze serveren in plaats van die die ze vermelden – zeker als je een duurder exemplaar bestelt.

De meeste van mijn leeftijdsgenoten, wanneer ze naar het zuiden gaan, surfen in de namiddag en gaan erna uit. Toen we om acht uur ’s morgens toekwamen kruisten we verschillende zombie-achtige figuren, dolend naast de snelweg, op zoek naar vervoer naar huis.

De volgehouden sterke economische groei van de laatste twintig jaar heeft aanleiding gegeven tot een bouwwoede langs de kust. Omdat die ongepland gebeurt en omdat er in Peru wat bouwen betreft sowieso heel weinig wordt gereguleerd, is het resultaat geen fraai zicht: een chaotische mengeling van witte luxe-appartementen met zwembaden twintig meter van de oceaan, lichtbruine adobe-krotten met palmblaren als dak en simpelweg lelijke, bakstenen tweeverdiepsgebouwen geschilderd in een goedkope kleur naar keuze. Combineer dat met het grijs van de lucht, de donkere weerspiegeling ervan in het water en  het geelbruine zand (dunbezaaid met afval), en je krijgt een behoorlijk deprimerend kleurenpalet. Omdat het er nooit regent, worden de straten in de kustwoestijnstadjes zelden schoongewassen en door de constante vochtigheid in de lucht, hangt er altijd een subtiele stank, als een ongewenste herinnering.

© Pieter Van de Sype.

Urbanizatie langs de kustlijn

© Pieter Van de Sype.​

De urbanisatie maakt niet enkel het zicht kapot, ze vernielt ook het laatste wat overblijft van de zowieso fragiele strand-ecosystemen. In zekere zin is het zicht op de kustlijn een metafoor voor het Peruaanse economische succesverhaal.

Vanwaar ik sta te vissen zie ik groepjes vrienden op het strand die hun kater bestrijden met nog wat meer bier, families die rustig samen hun zondagochten doorbrengen en arme locals die zonnebrillen, ijs of boeken verkopen. Het breken van de golven, het gekrijs van de meeuwen en Manuel’s geroep nu en dan is alles wat ik hoor.  Eenzaamheid overvalt je hier op de meest onverwachte momenten.

Na verschillende uren hebben we nog steeds niks gevangen. Kleine visjes eten consequent al het aas op. Ik heb geen enkele keer de snok van een grote Trambojo die probeert los te raken gevoeld – een verbazingwekkend geweldige emotie, overgins, kwestie van instinct neem ik aan. Manuel is al even teleurgesteld. Op de terugweg door het zand begint hij te mijmeren over hoe het er veertig jaar geleden aan toeging, voor de grote visserijen schaamteloos de ansjovis vrijwel uitroeiden.

‘Ansjovis is het graasland van de zee, die idioten hebben de toekomst verpest’

Zijn nostalgie is aanstekelijk. Ik herinner mij familiefoto’s van mijn grootouders uit de jaren zestig, een zeilboot op een zonnige dag. Het korrelige, intens blauwe water moest toen nog letterlijk vol gezeten hebben met vis.

Overbevissing, klimaatsverandering en de vernieling van de stranden doen de druk op de visserij in Peru steeds meer toenemen. Tegelijkertijd gaan steeds meer mensen naar de stranden in het zuiden, bloeit de culinaire sector en brengen de grote supermarkten consumptiediversiteit naar steeds meer afgelegen delen van het land. Hoe lang kan dit nog blijven duren?

Tijdens de terugrit naar Lima blijft het grijs en warm. Het zand en het zout schuren langs mijn verbrande rug bij elke beweging. Ik zet Manuel af aan zijn winkeltje, waarschijnlijk voor de laatste keer. Hij gaat het verkopen en van zijn zelf opgebouwd pensioen genieten in El Silencio, voorlopig nog ver weg van het verkeergeraas en verstikkende karakter van de hoofdstad. Dichter bij zee.

‘Dichter bij de Natuur’