Mabuhay ng Pilipinas

Blog

Mabuhay ng Pilipinas

Mabuhay ng Pilipinas
Mabuhay ng Pilipinas

Het is alweer enkele jaren geleden, en dan is het altijd heerlijk terug te zijn. Maar gisteravond landde ik in een ander land dan de Filipijnen die ik sinds de jaren tachtig ken.

Vanuit de luchthaven werden we recht naar het voormalige Fort Bonifacio gevoerd, een uitgestrekt militair domein dat de voorbije jaren omgevormd werd tot een upper-middle-class droom-Manila. Weinig verkeer op plaatsen waar mensen lopen, veel ouders en kinderen die ongestoord en gerust kunnen wandelen. Cafés en restaurants die eerder aan San Francisco dan aan Quezon of Caloocan doen denken. Ik kan mij voorstellen dat ook lower-class Filipinos ervan dromen om in zo’n land te wonen. Helaas, de prijzen zijn nogal efficiënte drempels.

De Filipijnen hebben nog eens een economische groeispurt ingezet. Dat is niet de eerste keer. In de jaren zestig waren de Filipijnen al eens de eerste Zuidoost-Aziatische tijger, toen president Marcos ambitieuze industrialiseringsplannen opzette via vrijhandelszones en de werkloosheid begon te bestrijden door de export van Filipinos. Marcos’ Filipijnse utopia ging echter ten onder aan corruptie en sociale –incusief gewapende- strijd. Sindsdien geraakte het land nooit meer echt in de race naar de Aziatische top. Thailand, Indonesië, Maleisië en Vietnam lieten het land achter, ook al hadden de Filipinos altijd het relatieve voordeel van het Engels als officiële taal.

Corruptie

In 2012 noteerde de regering een economische groei van 6,6 procent. President Aquino stak die onverwacht goede pluim eind vorige week op de hoed van zijn regering, en met name van de inspanningen om corruptie te bestrijden. Dat is het belangrijkste politieke platform van de huidige president, en het is ook de grond waarop zijn grote populariteit gevestigd is

Brengt die sterke groei Fort Bonifacio-Filipijnen binnen het bereik van meer Filipinos? Niet echt, want de groei is hier –zoals op veel plaatsen in de wereld- nogal losgekoppeld van tewerkstelling. Amando Doronila –een van de oude krantencommentatoren in de Filipijnen- citeert in een artikiel in de Philippine Daily Inquirer vandaag de verantwoordelijke voor sociaal-economische planning, Arsenio Balisacan, die zegt dat mensen ‘zeker geen mirakels mogen verwachten’ van de economische groei. ‘De ervaring in andere landen toont aan dat je vele jaren van volgehouden of snelle groei nodig hebt, eer je armoede kan verminderen.’ Een andere expert, Banjamin Diokno van de Economische faculteit aan de Universiteit van de Filipijnen (UP) noemt de groei zelfs ‘laborshedding’, of arbeidsafstotende groei, waarbij een miljoen banen veloren gingen.

Elders in de krant maakt een andere gereputeerde commentator, Conrado de Quiros, zich dik over de andere Filipijnse hoogwaardigheidsbekleders die samen met de prsident aanwezig waren op het congres van de wereldfederatie van parlementsleden tegen corruptie. Een voor een mannen die zelf beschuldigd worden van het erg creatief omspringen met overheidsmiddelen, stelt hij vast.

Een van hen, Juan Ponce Enrile, was er al bij tijdens de Marcosjaren en heeft sindsdien de woeste wateren van de Filipijnse politiek vakkundig genavigeerd zodat hij ook vandaag nog een van de centrale spelers is. Enrile is in de loop der jaren van vanalles beschuldigd, maar niet echt van overdreven ijver op het vlak van corruptiebestrijding.

Naga

Van die kritische bedenkingen was deze voormiddag weinig te merken, tijdens een bezoek aan de distributiesector in Naga, een stad op een kleine 500 kilometer van Manilla. Zowel in de SM shopping mall als in de Naga City’s People’s Mall (een traditionele overdekte markt in drie verdiepingen) was de sfeer opgetogen.

SM is voor de regio hier een soort toeristische attractie en volgens de general manager komen er op weekenddagen zo’n 50.000 mensen per dag over de vloer, terwijl werkdagen zo rond de 20.000 bezoekers opleveren.

Dat kan de People’s Mall niet zeggen, te oordelen aan het aantal mensen dat er rondliep op het moment van ons bezoek. Nochtans is die overdekte markt in het centrum bedoeld voor wie het wat minder breed heeft, en dus verwacht je toch ruim cliënteel in een land met een grote groep mensen die onder de armoedegrens leeft. Over de handel en wandel van de distributiesector later meer.