Nieuwe IAO-aanbeveling voor conflicten en rampen gaat tergend traag. Maar waarom?

Blog

Nieuwe IAO-aanbeveling voor conflicten en rampen gaat tergend traag. Maar waarom?

Nieuwe IAO-aanbeveling voor conflicten en rampen gaat tergend traag. Maar waarom?
Nieuwe IAO-aanbeveling voor conflicten en rampen gaat tergend traag. Maar waarom?

Op de Internationale Arbeidsconferentie hebben we al 72 uur intense besprekingen achter de rug voor de herziening van IAO-aanbeveling 71 over de overgang van oorlog naar vrede. Dit gebeurt aan een tempo van amper vijf amendementen per uur. Met nog 300 amendementen te gaan, duurt dit nog acht dagen. Een klein probleem: we hebben er nog maar drie. Waarom gaat het zo traag? Stijn Sintubin legt het uit.

Ik schreef bij de start van de conferentie al en eerste blogbericht over de inzet van die besprekingen. Via een herziening van de Aanbeveling nr. 71 zouden we wereldwijd na conflicten en natuurrampen tot een betere opvang en heropbouw kunnen komen. Nu we halfweg zijn, hadden we gehoopt verder te staan, maar het blijkt moeilijker dan verwacht. Bij het start van de conferentie werd de besprekingscommissie voorgesteld als de commissie van de consensus. Iedereen was het zogenaamd eens over de door de IAO voorgestelde tekst, los van wat punten en komma’s. Niets bleek minder waar te zijn.

We moeten kijken naar de politieke redenen die deze diplomaten aansporen om het hele proces te verzwakken en te vertragen.

Een aantal landen zagen dat begin van consensus absoluut niet zitten. Die tegenstand komt vooral van een groep overheden onder leiding van Rusland en Cuba, met enkele vaste volgelingen zoals Pakistan en India. Andere Afrikaanse en – af en toe –Latijns-Amerikaanse overheden sprongen op hun wagen. Ze probeerden met lange interventies en andere vertragingsmanoeuvres het proces te vertragen. Ondertussen bleven de werkgevers al bij al vrij rustig.

Waarom bestaat deze weerstand? Iedereen wil toch de positie van de werknemers en bevolking versterken op momenten van crisis? Iedereen ziet toch dat dit ook voor de opstandige landen in hun belang is? We moeten kijken naar de politieke redenen die deze diplomaten aansporen om het hele proces te verzwakken en te vertragen.

Reden één: blijf van mijn erf!

Aanbeveling 71 zag in 1944 het licht in Philadelphia. Op dat moment kroop de wereld uit de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog. Nu teisteren andere oorlogen, interne conflicten en terrorisme de wereld. De afvallige landen willen niet zo ver gaan, voor hen is de voorgestelde definitie veel te ruim. Zo komt hun soevereiniteit te veel in het gedrang. Rusland & co wil vooral vermijden dat sociale partners die behoren tot groepen die slachtoffer zijn van interne conflicten (zoals in Tsjetsjenië of Oekraïne) op dit instrument zouden kunnen steunen om hulp of steun van de IAO in te roepen. En dit terwijl ze het conflict in deze streken altijd ontkennen.

Reden twee: de IAO moet zijn plaats kennen

Onder de noemer van coherentie en duidelijke taakverdeling proberen verschillende overheden het mandaat van de IAO ook te beperken tot het terrein van de arbeid. Die mag zich zeker niet teveel op het vlak van noodhulp begeven, dat is voor andere “silo’s” van de Verenigde Naties. Hoewel ook in die situaties wel degelijk werknemers aanwezig zijn en werk wordt uitgevoerd. Dat hadden ze in 1944 wel door, maar vandaag blijkbaar niet meer.

Reden drie: goede en slechte vluchtelingen?

Een groep van Afrikaanse overheden vindt ook dat er geen echte of degelijke definitie van vluchtelingen bestaat. En dat het daarom beter is deze terminologie uit de tekst te houden. Hiermee blijft een hele groep mensen, dikwijls slachtoffers in conflicten en met zwakke posities bij rampen, in de kou staan. “Migranten” is voor hen een meer aanvaardbare term. Dat heeft als gevolg dat Europese overheden weer luid roepen dat het enkel om erkende vluchtelingen met een volledig statuut mag gaan. Deze hebben recht op een volledig pakket van rechten. De anderen moeten het stellen met een basispakket. Blijkbaar bestaan er verschillende categorieën mensen. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens lijkt soms ver weg.

Reden vier: minder minderheden

Grote landen met een weinig homogene bevolking, zoals Rusland en India, vergeten blijkbaar snel dat hun bevolking uit tal van minderheden en etnische groepen bestaat. Hoe kleiner deze groepen gedefinieerd worden in de nieuwe aanbeveling, hoe liever die overheden het hebben. Dan moeten ze voor de minderheden en etnische groepen minder extra maatregelen en bescherming voorzien.

Don’t waste a good crisis

En de werkgevers? Hun credo: laat alles van verwijzingen naar minderheden, of naar andere belangrijke conventies en instrumenten gewoon weg uit de tekst . Anders wordt deze te lang en onleesbaar (lees: onwerkbaar). Doorspek vervolgens ieder artikel met “stimulans voor investeringen”, “werkgelegenheid” en “steun aan duurzame ondernemingen”. En je zal zien: de wereld wordt mooi en de miserie gaat de wereld uit.

IAO onvervangbaar

Even terug naar de rol van de IAO. Zonder dit nieuwe instrument heeft de IAO de laatste jaren niet stilgezeten. Ze heeft duidelijk ook een plaats ingenomen op het vlak van noodhulp en heropbouw in na conflicten en rampen. Enkele concrete voorbeelden:

  • De Filippijnen worden jaarlijks door een twintigtal cyclonen geteisterd. Naar schatting werkt 20 procent van de bevolking, vooral op de kleinere eilanden, in precaire arbeid. Na de cycloon Haiyan, waren het net weer deze werknemers en families die het meest geraakt werden.
    Het IAO-programma voor tewerkstelling in noodsituaties verschafte deze werknemers in precaire situaties, tijdens de maanden na de cycloon, de garantie op een basisinkomen en sociale zekerheid, in ruil voor hun hulp bij het puinruimen. In de periodes van heropbouw zorgt dit programma voor beroepsopleiding en integratie van deze werknemers in het reguliere arbeidscircuit. Hetzelfde deed de IAO na de aardbeving in Haïti.

  • Gewapende conflicten laten grote groepen ex-militairen achter, komende uit het reguliere leger, uit groepen van rebellen of uit andere paramilitaire groepen. De ontwapening en de integratie van deze groepen in de maatschappij is een dringende en kapitale opdracht om de transitie van oorlog naar vrede te garanderen.
    Het snel verschaffen van ondersteuning bij het integreren van deze groepen in de samenleving is een van de basistaken van de IAO in conflictsituaties. De laatste vijftien jaar was de IAO actief bij de herintegratie van kindsoldaten, ingezet in gewapende conflicten in de Democratische Republiek Congo. De IAO organiseert deze herintegratie door het ondersteunen van de opstart van microbedrijven, het verlenen van microkredieten en het aanbieden van beroepsopleiding voor deze ex-strijders.

  • Toen Nepal in 2003 aan de rand van een burgeroorlog stond, vroegen de vakbonden en de werkgevers steun aan de IAO. De IAO ontplooide verschillende programma’s om het economische leven te herstellen, het opstarten van ondernemingen te versnellen en de sociale dialoog opnieuw op gang te brengen. Deze sociale dialoog leidde eind 2014 tot een nieuwe grondwet voor Nepal, waarin waardig werk en sociale zekerheid verankerd zijn.

En dit zijn maar enkele voorbeelden waarin de IAO, samen met de drie partijen – overheid, werkgevers en vakbonden – proberen de situatie van de bevolking te verbeteren na rampen en conflicten. De nieuwe aanbeveling moet dit proces vergemakkelijken en hopelijk het mandaat van de IAO uitbreiden. Maar dan moeten we de komende dagen wel wat opschieten.

Stijn Sintubin