Nostalgie versus voortuitgang

Blog

Nostalgie versus voortuitgang

Nostalgie versus voortuitgang
Nostalgie versus voortuitgang

Na zeventien jaar bezocht ik opnieuw Womey, het dorp waar ik als achttienjarige op uitwisseling ging. Dit is het verhaal over hoe vreugde en verdriet over nostalgie versus vooruitgang vechten om voorrang.

In 1998 woonde ik drie maanden in Womey, een dorpje dat destijds middenin de brousse lag en niet beschikte over stromend water of elektriciteit.

Het huis van mijn grand soeur Florence en haar familie, die mij liefdevol opnamen, lag aan een smal zandpad en was daardoor niet op vier wielen bereikbaar.

Vorige week ging ik samen met mijn Beninese zus, mijn Nederlandse zusje en mijn nichtje op pad. Een nostalgische trip down memory lane. In een auto, want daarmee kun je tegenwoordig overal in Womey komen. Mijn gevoel voor richting is nooit goed geweest en in het Womey van nu zou ik zonder Florence echt onmiddellijk zijn verdwaald. Het ietwat slaperige, groene dorpje van weleer is in zeventien jaar tijd veranderd in een levendige buitenwijk van de aangrenzende stad Calavi.

Slaperig dorpje is nu levendige buitenwijk

De enige plek die mijn nostalgische ik direct herkende was het pleintje voor de kerk, met zijn grote schaduwrijke boom waaronder net als zeventien jaar geleden nog steeds meubelmakers werkten. Maar de kleine, houten keet die in 1998 als kerk dienst deed en waar ik elke zondagochtend -niet geheel vrijwillig- in mijn mooiste kleding naartoe ging, was vervangen door een enorme betonnen kolos. Het gebouw, waar nog volop aan werd gewerkt, was volgens één van de kerkgangers die ik aansprak nu alweer te klein.

Zeventien jaar geleden hadden veel dorpsbewoners nog genoeg aan de voodoogoden, tegenwoordig neemt in Womey iedereen het zekere voor het onzekere en bidt daarnaast ook tot de christelijke god.

Het einde van de olielampjes

Van de verdrietige blik die ik op de tuin van ‘mijn’ oude woning wierp, begrepen de dorpsbewoners niets. De waterput was weg, want het huis had inmiddels een kraan. De papayabomen waren omgehakt, want de nieuwe bewoners hielden niet van papaya’s en hadden ze ook niet nodig voor hun inkomsten. Op de kale vlakte die hierdoor was ontstaan, was lekker veel plek om de was op te hangen. Wapperende was ziet er leuk uit, maar ik vond het spijtig.

TL-buizen vervangen de olielampjes

We zaten ‘s avonds vaak onder die papayabomen, bijgelicht door flakkerende olielampjes gemaakt van lege blikjes tomatenpuree. Aan het huis hing nu een grote TL­-buis ter verlichting. Het is natuurlijk typisch westers om dat veel minder gezellig te vinden. Maar ik mag niet zeuren, het leven van de inwoners van Womey is gemakkelijker geworden en daar gaat het natuurlijk om.

Zandweg hobbeleweg gat in de weg

Wat niet was veranderd, was het warme welkom dat ik overal kreeg. Veel mensen herkenden mij nog en ik werd overal naar binnen gevraagd. Jammer dat het meisje dat altijd begon te huilen als ze mij zag, omdat ze dacht dat ik een tot leven gekomen pop was, niet meer in Womey bleek te wonen. Ze had er vast om kunnen lachen.

Wat ik heel bijzonder en zelfs ontroerend vond, was dat sommige jongvolwassenen die zeventien jaar geleden op mijn schoot zaten en waar ik het in Benin zeer toepasselijke ‘zandweg hobbelleweg­ gat in de weg’ mee speelde, dit liedje nog helemaal konden meezingen. Ze verzekerden mij dat ze het ook aan hun kinderen zouden leren.

Nostalgie en vooruitgang gaan soms gewoon hand in hand.