Peruanen stapje dichter bij Europa

Blog

Peruanen stapje dichter bij Europa

Peruanen stapje dichter bij Europa
Peruanen stapje dichter bij Europa

'¡Nos vamos a Europa!', reageerden enkele van mijn Peruaanse vrienden uitgelaten toen de Spaanse premier Rajoy in augustus aankondigde dat hij de Europese Commissie zou verzoeken om Peruanen en Colombianen vrij te stellen van het Schengenvisum. Dat voorstel werd onlangs goedgekeurd door de werkgroep Burgerlijke Vrijheden van het Europees Parlement. Kunnen binnenkort wat meer Peruanen Fort Europa bezoeken?

Voor de duidelijkheid: Peru en Colombia kunnen op de ‘visa-free list’ terechtkomen, maar zover zijn we nog lang niet. Eerst moeten de 26 landen van de Schengenzone en de Raad het oordeel van de werkgroep bekrachtigen. Daarna wordt de bal ook nog richting plenaire vergadering van het Europees Parlement gespeeld.

De opheffing van de visumvereiste, die ten vroegste vanaf mei volgend jaar in voege kan treden, zou enkel voor korte reizen - ook zakentrips - van maximaal 90 dagen gelden. Wie in Europa wil werken, zou nog steeds aan een visumplicht onderworpen zijn.

Spaanse voortrekkersrol

De weg richting vrijer verkeer van personen tussen Peru en de EU mag nog lang zijn, hoopgevend is het besluit van de Commissie Burgerlijke Vrijheden wel. Dat is des te meer zo omdat het oorspronkelijke voorstel door Spanje gelanceerd werd, binnen Europa toch het land dat de meeste Latijns-Amerikaanse gelukszoekers ontvangt. ‘Gezien de belangrijke relatie tussen Spanje, Colombia en Peru, zal het voorstel zorgvuldig bestudeerd worden door de Europese Commissie’, weerklonk reeds in EU-kringen.

Wat bewoog Spanje dan tot dit initiatief? Het voorstel van premier Rajoy kwam er amper een week na de inwerkingtreding van het vrijhandelsakkoord dat de EU in 2012 met Colombia en Peru afsloot. Ook het vrijhandelsverdrag dat de EU in 2010 met Peru onderhandelde, trad dit jaar in werking. Daar mag kennelijk iets tegenover staan. ‘Dergelijke akkoorden maken ons preferentiële partners in wederzijdse zin. Naast onze relatie op politiek niveau, moet dat ook zichtbaar zijn voor de Peruaanse en Colombiaanse burgers’, klinkt het.

Een redenering die gevolgd werd door de werkgroep Burgerlijke Vrijheden, die oordeelde dat beide landen vooral omwille van de recente handelsverdragen voldoen aan de voorwaarden van het visa waiver programma. Rajoy onderstreepte ook de verbeterde veiligheidssituatie in beide staten, de toegenomen buitenlandse investeringen en het goede bestuur. Speelt zeker ook mee in de Spaanse ijver: hun ambitie om een actieve deelnemer te worden van de Pacific Alliance, het Latijns-Amerikaanse handelsblok bestaande uit Chili, Colombia, Costa Rica, Mexico en Peru.

De Peruaanse president Ollanta Humala ziet in het voorstel alvast een bewijs voor de verhoogde status van zijn land op het wereldtoneel. Ooit was het anders. Zo konden Peruanen van 1959 tot 1991 zonder visum naar Spanje reizen. Colombianen mochten tot 2001 vrij Europa binnen, tot de Europese Commissie een lijst opstelde met 132 landen wier burgers een visum vereisen. Dat zorgde voor veel verontwaardiging bij intellectuelen en regionale leiders. De Colombiaanse Nobelprijswinnende auteur Gabriel García Márquez dreigde er zelfs mee nooit nog voet op Spaanse bodem te zetten. ‘Ik heb geen toestemming nodig om het huis van mijn moeder te bezoeken’, meende hij.

Wat ook voor wrevel zorgt, is dat de visumplicht lang niet voor alle Zuid-Amerikaanse landen geldt. Zo moeten inwoners van pakweg Argentinië, Brazilië of Chili zich niet door een papierwinkel en een reeks interviews worstelen om Europa te bezoeken.

Hakbijl

De Spaanse regering maakt zich ondertussen sterk dat haar voorstel steun geniet van Europese zwaargewichten als Frankrijk en Duitsland. Of het echt zo’n vaart loopt, valt nog af te wachten.

Zelf volg ik de vooruitgang van het Spaanse voorstel met de nodige aandacht. De voorbije maanden sprak ik in Peru regelmatig eens met leeftijdsgenoten. Bijna altijd meanderden die gesprekken naar de vraag welke plaatsen ik reeds bezocht en wat ik van hun land vind. Soms kaatste ik de vraag terug en polste of zij al ooit Europa bezochten. Met de nodige omzichtigheid, omdat ik weet hoe moeilijk het voor de doorsnee Peruaan is om de poorten van Fort Europa open te breken. Dat blijkt: terwijl ik honderduit kan vertellen over mijn verre reizen, liep mijn gesprekspartner te vaak vast in verre dromen. Dromen die overigens sterk gelijklopen met mijn eigen verlangen: een stapje in de wereld zetten. Die grote plas eens oversteken om nieuwe plaatsen en vreemde culturen te ontdekken.

De eigen beurs voldoende spekken om dat dure vliegtuigticket te betalen lukt - na lang sparen - misschien nog, maar de visumvereiste valt voor de meesten als een hakbijl. De voorwaarden zijn uitermate streng. Wie een toeristische trip naar Europa plant, moet een vast inkomen en voldoende tegoeden op de spaarrekening - lees: enkele duizenden euro’s - kunnen voorleggen. Dat laatste maakt het voor jongvolwassenen quasi onmogelijk om de reis zonder financiële rugdekking van hun ouders te maken. Daarnaast wordt men ook nog eens gedwongen om een dure verzekering af te sluiten voor het geval van ziekte of een ongeluk.

Werklozen kunnen het trouwens bij voorbaat schudden, want zonder bewijs van je werkgever of onderwijsinstelling dat je binnen afzienbare tijd terug in Peru verwacht wordt, lukt het allerminst. En als je geen uitnodigingsbrief van een Europeaan kan voorleggen – nochtans niet zo vreemd; wie van ons kent iemand in Peru? – zijn de visumvereisten warempel nóg scherper. Dan moeten niet enkel je vliegtuigtickets, maar ook alle hotels (ofte je volledige reisplan) op voorhand vastliggen. Dag spontaneïteit van het reisgebeuren!

Reizen: leven met grote L

In mijn Peruaanse vriendenkring wordt druk gespeculeerd bij welke ambassade je het best naar een Schengenvisum dingt. In principe voeren de 26 Schengenstaten een gemeenschappelijk visumbeleid, maar het gerucht gaat dat je bij een klein land als België meer slaagkans hebt dan bij Spanje – ironisch genoeg net het land dat de visumplicht nu wil afschaffen.

Als ik dan terugdenk hoe ik Peru binnenkwam, schaam ik me haast. Een visum ‘on arrival’: nog geen tien minuten aanschuiven en ik had een stempel waarmee ik zes maanden in het land mocht verblijven. As easy as pie. Toen die termijn dreigde te verstrijken, moest bovendien geen man overboord: even de grens met Bolivië over hoppen volstond om zonder gedoe een nieuwe stempel te bemachtigen. Daarmee zag ik mijn verblijf verlengd met drie maanden, en indien nodig kon ik die methode tot in den treure herhalen.

Een Europees paspoort schat je pas echt naar waarde wanneer je er buiten de EU op uit trekt. Werp anders maar een blik op het lijstje dat studiebureau Henley & Partners compileerde over de beste en slechtste paspoorten om te reizen. De ranking is ontluisterend. Ben je Afghaan, dan heb je directe toegang tot 28 landen. Woon je in het Verenigd Koninkrijk of Zweden, zijn er dat 173. Of wat het betekent om op een bepaalde plek ter wereld te komen.

Een beetje globetrotter als ikzelf heeft het daar moeilijk mee. Ik kan het allicht niet genoeg benadrukken, maar de toegevoegde waarde van reizen is enorm. ‘Reizen is ontdekken dat iedereen zich vergist over andere landen’, wist de Engels-Amerikaanse schrijver Aldous Huxley al. Het is ervaren dat de wereld niet die onveilige plaats is die sommigen er in hun hoofd graag van maken. Dat de meeste mensen op je pad vriendelijk en behulpzaam zijn en dat wat ons met hen bindt veel groter is dan wat ons verdeelt. Reizen is ook living the dream: avonturen beleven waar je jarenlang op kan teren - en in het slechtste geval moét.

‘There’s no substitute for just going there’, zei Yvon Chouinard, alpinist en mede-oprichter van het kledingmerk Patagonia, ooit. En gelijk heeft ie. De wereld bereizen is een universeel mensenrecht dat niet beknot zou mogen worden op basis van het meest arbitraire gegeven: je geboorteplaats. Dat zal dan wel naïef klinken, ik hou het liever zo.