Turkse inlichtingendienst wilde in Irak PKK-leider Cemil Bayik ombrengen

Blog

Turkse inlichtingendienst wilde in Irak PKK-leider Cemil Bayik ombrengen

Turkse inlichtingendienst wilde in Irak PKK-leider Cemil Bayik ombrengen
Turkse inlichtingendienst wilde in Irak PKK-leider Cemil Bayik ombrengen

Diyar Xerib vertegenwoordigt de Unie van Koerdische Gemeenschappen, waar ook de PKK onder valt. Vorige maand verklaarde hij dat de PKK in Irak medewerkers van de Turkse inlichtingendienst MIT aanhield. Xerib dreigde dat de PKK zou kunnen besluiten foto’s van de Turkse agenten te verspreiden en hun namen bekendmaken. Verder trad hij niet in detail. Waar de MIT-functionarissen exact werden aangehouden zei hij niet, wel dat het in de regio Sulaimani was.

Sulaimani wordt gecontroleerd de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), een coalitiepartner binnen de Koerdische Regionale Regering (KRG) van Massoud Barzani’s Democratische Koerdische Partij (KDP). In tegenstelling tot de KDP staat de PUK (tegenwoordig) op redelijk goede voet met de PKK. Daardoor kan de PKK zich vrij in Sulaimani bewegen.

Cemil Bayik

Op 29 augustus verklaarde PKK-leider Cemil Bayik dat de MIT-agenten naar Sulaimani kwamen voor een operatie waarvan hij zelf het doelwit was. Het complot van de Turkse inlichtingendienst, dat tot zijn dood moest leiden, lekte naar verluidt echter uit, waardoor de PKK de MIT-agenten kon aanhouden.

Voor de in Turkije regerende Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) ontstonden zo gênante omstandigheden. In andere landen zou een dergelijke blunder van een inlichtingendienst waarschijnlijk leiden tot het ontslag van de leider daarvan, of van de verantwoordelijke minister. De AKP kiest er echter voor om volledige stilte in acht te nemen over het voorval, wat tevens verklaard waarom de regeringsgezinde kranten tot nu toe geen woord hebben geschreven over de lotgevallen van de MIT-agenten in Sulaimani.

Kurdistan Post

De Koerdische media staan er echter uitgebreid bij stil. Zo verscheen op 4 september een artikel op de website Kurdistan Post, een Koerdische nieuwsbron in Europa, waaruit naar voren kwam dat de aangehouden Turken hoog geplaatste MIT-medewerkers zijn. Een van hen zou verantwoordelijk zijn voor operaties in het buitenland, terwijl de ander belast is met kwesties aangaande de PKK. Verder hield de PKK volgens dit artikel niet alleen de genoemde twee aan, maar ook zestien andere MIT-medewerkers.

De anonieme schrijver van het artikel op de Kurdistan Post wist verder dat Ankara KRG-premier Nechirvan Barzani verzocht om mee te werken aan de vrijlating van de MIT-agenten. Nadat gebleken was dat dit verzoek niet tot het gewenste resultaat leidde, richtte de Turkse regering zich tegen de PUK. Ankara zou deze Koerdische partij verwijten de aanhouding van de MIT-agenten niet te hebben verhinderd en informatie over hen aan de PKK te hebben gegeven.

De PUK ontkent dat laatste en verwijt Turkije niet vooraf geïnformeerd te hebben over de operatie van MIT, om daaraan toe te voegen dat de Turkse inlichtingendienst geen recht heeft om in Koerdistan operaties uit te voeren tegen een Koerdische partij.

Op 24 augustus kreeg Behruz Galali van het kantoor dat de PUK sinds 1991 in Ankara heeft, bevel van de Turkse autoriteiten om het land te verlaten. Zijn deporatie volgde volgens PUK-woordvoerder Saadi Ahmad Pira op een ‘mislukte operatie’ in Sulaimani.

Abdullah Öcalan

Halil Uysal (CC-BY-SA-3.0)

Abdullah Öcalan

Halil Uysal (CC-BY-SA-3.0)​

In een op 11 september verschenen artikel op de website al-Monitor schreef de Turkse columniste Amberin Zaman over de voornemens van MIT-chef Hakan Fidan om naar Irak te reizen, in een poging de vrijlating van zijn collega’s te bewerkstelligen. Verder suggereerde Zaman dat Fidan een beroep zou kunnen doen op de in gevangenschap verkerende PKK-oprichter Abdullah Öcalan. Als iemand in staat is om in deze te bemiddelen is hij het, meende Zaman.

Sinds president Erdogan het vredesproces afblies bevindt Öcalan zich in nagenoeg volledige isolatie en ziet ook MIT-chef Hakan Fidan hem niet meer.

Fidan is geen onbekende van Öcalan. In de jaren waarin de Turkse regering met de PKK onderhandelde over een einde van de oorlog, sprak hij hem regelmatig. Sinds president Erdogan het vredesproces afblies bevindt Öcalan zich echter in nagenoeg volledige isolatie en ziet ook Fidan hem niet meer.

Een insider binnen de Koerdische politiek zei geen aanwijzingen te zien over contacten tussen Fidan en Öcalan over de door de PKK aangehouden MIT-agenten. Het is ook de vraag of Fidan wel echt een beroep op Öcalan hoeft te doen. De PKK ontvoert vaker Turken, al gaat het dan doorgaans om soldaten. Die worden na verloop van tijd echter altijd weer vrijgelaten, waarbij de PKK er dan nogal een show van maakt. In ieder geval verklaarde de PUK er op ter vertrouwen dat de MIT-agenten binnenkort vrijgelaten zullen worden.

Referendum

Uiteraard dringt de vraag zich op waarom MIT een einde aan het leven van PKK-leider Cemil Bayik wilde maken, en vooral ook waarom uitgerekend op dit moment. Het is verleidelijk om een verband te leggen met het door KRG-president Barzani uitgeschreven referendum over onafhankelijkheid. Vooral omdat Bayik zich daar drie maanden geleden, ondanks de tegenstellingen tussen de PKK en Barzani, positief over uitliet.

In Koerdische kringen wordt dit verband echter tegengesproken, met als argument dat de PKK in het algemeen voor het referendum van de KRG is en dat Bayik wat dat betreft dus zeker niet alleen staat.

Vervroegde verkiezingen

Er overheerst in Koerdische kringen een andere verklaring van de poging door MIT om Bayik van het leven te beroven. Daar wijst men op de overwegingen onder waarnemers van de Turkse politiek dat Erdogan de parlements- en presidentsverkiezingen, die officieel voor 2019 op het programma staan, gaat vervroegen.

Erdogan is beducht voor de opkomst van de politica Meral Aksener. Bij verkiezingen zou zij veel rechtse en nationalistische stemmen kunnen trekken.

Erdogan heeft daar zeker redenen voor. Hij is beducht voor de opkomst van de uit de Partij van de Nationale Beweging (MHP) gestapte politica Meral Aksener. Over haar wordt aangenomen dat ze bij verkiezingen veel rechtse en nationalistische stemmen zou kunnen trekken met haar nieuwe partij.

Niet dat de meerderheid van de AKP daar direct gevaar door zou lopen, maar ieder verlies levert psychologische druk op voor Erdogan. Dat bleek bij het referendum eerder dit jaar waarbij beslist werd over de invoering van het door hem begeerde een presidentieel systeem. Erdogan kreeg weliswaar zijn zin, maar het referendum wees uit dat hij verliest in de grote steden en onder jongeren.

Erdogans AKP maakte er geen geheim van dat dit een forse streep door de rekening was, en Aksener wordt nu herkend als de dreiging die er voor kan  zorgen dat de negatieve tendens zich doorzet. Door het verkiezingsjaar naar voren te schuiven wordt haar de gelegenheid ontnomen om zich voldoende op een stembusgang voor te bereiden.

Bülent Ecevit

Om de dreiging van Aksener te beteugelen is het verder zaak voor Erdogan om nationalistische stemmers vast te houden. Koerden met wie voor dit artikel werd gesproken nemen aan dat hij indruk op hen wilde maken met het uitschakelen van Cemil Bayik, die de reputatie heeft de man van de gewapende strijd door de PKK te zijn. Bayik reist zo nu dan voor medische behandeling naar Sulaimani, waardoor het voor de hand lag om daar een aanslag op hem te plegen.

Het plan van MIT doet daarmee enigszins denken aan de situatie in 1999, toen Abdullah Öcalan werd ontvoerd door MIT, waarmee de weg open kwam te liggen voor zijn berechting. De populariteit onder nationalisten van toenmalig premier Bülent Ecevit was daar zeker bij gediend. In tegenstelling tot de succesvolle ontvoering van Öcalan draaide de recente, tegen Bayik gerichte MIT-operatie in Sulaimani echter op een mislukking uit.