De Turkse oppositie mag hopen na de geslaagde mars op Istanboel

Blog

De Turkse oppositie mag hopen na de geslaagde mars op Istanboel

De Turkse oppositie mag hopen na de geslaagde mars op Istanboel
De Turkse oppositie mag hopen na de geslaagde mars op Istanboel

Tegenstanders van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan verbinden hoop aan de succesvolle protestmars van oppositieleider Kemal Kilicdaroglu. Is er dan eindelijk een oppositie opgestaan die het het niet moet afleggen tegen de onaantastbaar gewaande Erdogan?

De retoriek van de Turkse president Erdogan rammelt en ademt zo nu en dan zelfs een zekere wanhoop. Nadat vorige week een groep medewerkers van Amnesty International was gearresteerd beweerde hij dat de arrestaties een ‘voortzetting’ van de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016 moesten voorkomen. Wie het gelooft moet wel erg bedwelmd zijn door Erdogans manipulatieve gaven.

© Umit Bektas/Reuters

“Adalet”

© Umit Bektas/Reuters​

Amnesty sloeg efficiënt terug door eraan te herinneren wat in 1998 gebeurde. Het Turkse secularisme was toen nog erg dwingend, waardoor Erdogan tot tien maanden gevangenisstraf werd veroordeeld nadat hij een islamistisch gedicht had geciteerd. Amnesty sprong toen voor hem op de bres en verdedigde zijn mensenrechten.

Het was uiteindelijk stand voor dank, want anno 2017 ligt het er duimendik bovenop dat Amnesty in Turkije onder druk staat omdat het werk maakt van de mensenrechtenschendingen die onder Erdogans verantwoordelijkheid plaatsvinden.

Door Amnesty met de couppoging te associëren beschuldigde Erdogan deze mensenrechtenorganisatie impliciet van ‘terrorisme’. De Turkse president noemt de coupplegers immers ‘terroristen’.

Wie zich afvraagt waarom lokaal bestuur in Turkije niet wordt uitgebreid, terwijl dat in Europa heel normaal is, maakt volgens het Erdogan-regime propaganda voor de Koerdische PKK.

Erdogan gebruikt dit woord te pas, maar vooral ook te onpas. Wie vraagtekens plaatst bij door de regerende Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) weergegeven toedracht van de couppoging moet uitkijken om niet met de ‘terroristen’ van de vermeende booswicht, imam Fethullah Gülen, op een hoop gegooid te worden. Wie zich afvraagt waarom lokaal bestuur in Turkije niet wordt uitgebreid, terwijl dat in Europa heel normaal is, maakt volgens het Erdogan-regime propaganda voor de Koerdische PKK. In beide gevallen is ontslag een realistische mogelijkheid, als het niet op vervolging uitdraait.

Erdogan, premier Yildirim en diens ministers spreken zo regelmatig van terrorisme, en brengen daar zo veel Turken mee in verband die overduidelijk nog nooit een vlieg kwaad hebben gedaan, dat de kracht van het woord begint te verwateren. Als ze niet uitkijken kan het zelfs iets als een geuzennaam worden.

De mars van Kilicdaroglu

Op 15 juni begon de oppositieleider Kemal Kilicdaroglu aan een protestmars van Ankara naar Istanboel. Aanvankelijk werd hij daarbij gedreven door de 25 jaar gevangenisstraf die Enis Berberoglu, een volksvertegenwoordiger namens Kilicdaroglus Republikeinse Volkspartij (CHP), tegen zich hoorde uitspreken. Berberoglu werd vervolgd omdat hij informatie doorgaf aan journalisten over illegale praktijken van de nauw aan Erdogan verbonden nationale inlichtingendienst MIT.

Nadat hij op pad was gegaan transformeerde Kilicdaroglu het thema van zijn initiatief in een algemeen protest tegen onrechtvaardigheid in Turkije. Het duurde niet lang voordat Erdogan daar zijn terrorisme-argument tegen in stelling bracht. ‘Wat de coupplegers met F-16 gevechtsvliegtuigen en tanks probeerden, wil Kilicdaroglu met zijn mars bereiken’, zo stelde de president.

AKP-minister Tüfenkci maakte het nog bonter. Hij zei: ‘we hebben wegen in Turkije gebouwd voor de bevolking, niet voor terroristen om over te lopen.’ Dat Kilicdaroglu direct na 15 juli 2016 de rijen sloot met de regering om tegen de couppoging te protesteren, werd in AKP-kringen uiteraard buiten beschouwing gelaten.

‘Adalet’

Kilicdaroglu liet zich niet van de wijs brengen door Erdogans verbale aanvallen en zette zijn mars dapper voort. Wat niet altijd mee zal zijn gevallen voor de 69-jarige oppositieleider, maar ook een hittegolf van bijna een week kon hem niet tot opgave dwingen.

Het was zonder meer een slimme beslissing van Kilicdaroglu om zijn medestanders geen vlaggen en andere symbolen van de CHP mee te laten dragen. T-shirt en bordjes met ‘Adalet’ (gerechtigheid), daar bleef het bij. Blijft opmerkelijk overigens die slogan, aangezien Adalet ook in de naam van de AKP voor komt.

Mede omdat het tot ‘Adalet’ beperkt werd ontstond het beeld van een nationaal protest. Dat werd verder kracht bijgezet door deelname van voormalige AKP-politici, alsmede van aan de pro-Koerdische Democratische Volkspartij (HDP) verbonden politici.

© Osman Orsal/Reuters

Oppositieleider Kemal Kilicdaroglu tijdens de mars naar Istanboel

© Osman Orsal/Reuters​

Vreedzaam

Het brede en vreedzame karakter van de actie moet Erdogan angst hebben ingeboezemd. Omdat hij beter weet hoe te reageren op een gewelddadig dan op een vreedzaam protest, bestond gedurende de mars een voortdurende angst voor provocaties. Het geweld waarmee de politie in 2013 een einde maakte aan het vreedzame protest tegen de afbraak van het Gezipark in Istanboel, bleef daarbij vers in het geheugen liggen. Tot meer dan een paar niet al te grote incidenten kwam het de afgelopen weken (gelukkig) echter niet.

Door de sterke nadruk die Kilicdaroglu op vreedzaamheid legde en het steeds massaler wordende karakter van zijn protest, kwamen de regering en daarmee sympathiserende groepen waarschijnlijk tot het besef dat iedere interventie een contraproductief effect zou hebben. Daarom werd maar besloten om lijdzaam af te wachten tot het voorbij was, om er na afloop nog een aanval op te openen. Die opstelling van afwachten aan de kant van de regering droeg zeker bij aan de sfeer van overwinning rond het protest.

Aan de vooravond van Kilicdaroglus aankomst in Istanboel zei Erdogan dat een massale bijeenkomst toe te zullen staan. Klonk erg neerbuigend, maar de mogelijkheid dat de gouverneur van Istanboel de bijeenkomst met veiligheid als argument zou verbieden, zoals dat op 25 juni gebeurde met de Gay Pride in het centrum van de megastad, leek daarmee in ieder geval vervallen te zijn.

Toespraak

En zo werd het zondag 9 juli, de dag waarop Kilicdaroglu, na 24 dagen achtereen twintig kilometer per dag te hebben gelopen, in Istanboel aankwam. De stroom medestanders die zich bij hem aansloot groeide van enkele honderden in het begin, tot duizenden en uiteindelijk honderdduizenden.

In het stadsdeel Maltepe, nabij de gevangenis waar parlementariër en klokkenluider Enis Berberoglu wordt vastgehouden, werd Kilicdaroglu begroet door een massa van twee miljoen sympathisanten. Althans dat zei de organisatie, de AKP-gouverneur van Istanboel hield het op 175.000. Gezien de neiging aan beide kanten tot overdrijven bevindt de werkelijke opkomst bevindt zich waarschijnlijk ergens in het midden, maar op het oog was die in ieder geval erg groot.

Tijdens zijn toespraak zei hij onder andere het volgende:

‘Wij zijn de mars begonnen omdat er geen gerechtigheid is! We hebben gemarcheerd voor de rechten van de onderdrukten; voor de volksvertegenwoordigers in gevangenschap, en voor de aangehouden journalisten… We hebben gemarcheerd voor de academici die van universiteiten zijn weggeschopt. We hebben gemarcheerd voor zij die werkten voor overheidsinstellingen, maar ontslagen zijn.

En we hebben gemarcheerd voor kinderen die moeten werken; boeren en dorpelingen; gevangen soldaten, en gelynchte soldaten. We hebben gemarcheerd omdat we tegen het regime van een man zijn, en omdat we tegen FETÖ [de Gülen-beweging] zijn. We hebben gemarcheerd omdat we tegen terroristische organisaties zijn en omdat rechters onder bevel staan van hen die de macht hebben… We hebben gemarcheerd voor onze vrouwen, die het slachtoffer zijn van geweld, en we hebben gemarcheerd voor de martelaren van de Mavi Marama [het door Israëlische commando’s aangevallen Turkse passagiersschip dat in 2010 deel uitmaakte van een konvooi met hulpgoederen voor Gaza].

We hebben gemarcheerd voor onze zuster Nuriye en onze broeder Semih [een universitair medewerkster en een onderwijzer die met een hongerstaking tegen hun ontslag protesteren]. We hebben gemarcheerd voor arbeiders die onder angst werken wegens het gebrek aan veiligheid op werkplaatsen. We hebben ook gemarcheerd voor de martelaren van de couppoging, en we hebben gemarcheerd om de politieke macht die daarachter schuilgaat te onthullen… Waar het op neerkomt is dat we gemarcheerd hebben voor gerechtigheid in dit land!

Manifest

Verder kreeg Turkije een uit tien eisen bestaand manifest voorgelegd door Kilicdaroglu:

  1. De politieke macht achter FETÖ dient onthuld te worden en de feitelijke coupplegers moeten vervolgd worden.

  2. De noodtoestand moet zo snel mogelijk opgeheven worden.

  3. Het overdragen van de rechtspraak aan de politiek betekent verraad een de democratie.

  4. Alle regels die toegang tot juridische hulp en sociale rechten van de slachtoffers van de noodtoestand beperken, moeten opgeheven worden.

  5. Academici die geen banden hebben met FETÖ en ontslagen zijn vanwege hun kritiek op de regering, moeten hun positie terugkrijgen. Gevangen gehouden volksvertegenwoordigers moeten vrijkomen.

  6. De gevangenschap van journalisten, die alleen vervolgd worden omdat ze hun werk deden, moet beëindigd worden.

  7. De aanpassing van de grondwet die tot stand kwam onder de noodtoestand en waarbij [door de regering] gebruik werd gemaakt van overheidsfondsen, zijn illegaal. Het referendum was een ‘ongestempeld referendum! [een verwijzing naar ongestempelde stembiljetten die als geldig werden meegeteld].

  8. De supervisie over het democratische parlementaire systeem moet opgeheven worden. De erosie van het principe van secularisme binnen het onderwijs moet gestopt worden.

  9. Ongerechtigheid vindt niet alleen plaats binnen de rechtspraak, maar binnen alle aspecten van het bestaan. Een gemeenschappelijk opstelling tegen sociale problemen als armoede, wijdverspreid geweld en terreur zal tot ontwikkeling komen. Wat betreft geweld tegen vrouwen - wat nu de ernstigste ongerechtigheid is binnen het sociale bestaan - moet een einde komen aan discriminatie.

  10. Het agressieve buitenlandbeleid van de regeringspartij heeft onze interne problemen groter gemaakt. Er dient overgegaan te worden op een buitenlandbeleid dat uitgaat van broederschap tussen een ieder die in Turkije woont.

_‘_Fascisme’

Met zijn mars, en met deze woorden, maakte Kilicdaroglu indruk in binnenland en buitenland. Niet ten onrechte, want wat de oppositieleider hier tentoonspreidde kent nauwelijks een precedent in Turkije. Eerder werd hem vaak verweten geen vuist te kunnen maken tegen Erdogan en de AKP, maar met zijn mars lijkt Kilicdaroglu een nieuw hoofdstuk voor Turkije te zijn begonnen. Dat is nu in ieder geval een veelgehoorde mening in Turkije. Kennelijk waren de AKP-gezinde media ook onder de indruk. Die deden er in ieder geval het zwijgen toe…

De AKP reageerde via woordvoerder Mahir Ünal. Hij vond dat Kilicdaroglu een ‘gevaarlijk spel’ speelt en verweet hem ‘anarchie in de samenleving’ te willen creëren. Ünal deed een opmerkelijke uitspraak:

‘Als je de mensen oproept om de straat op te gaan, is dat fascisme.’

Kennelijk moet de heer Ünal nog eens natrekken wat fascisme exact inhoudt. Wat te denken van de situatie die ontstond toen Erdogan de bevolking op de avond van de couppoging opriep om de straat op te gaan en zich tegen de aanstichters daarvan te keren? Kwam dat volgens Ünal dan ook op fascisme neer?

Visie

Met zijn succesvolle protestactie heeft Kilicdaroglu een grote verantwoordelijkheid op zich geladen. Hij zei het zelf zondag al met zijn uitspraak ‘dat dit geen einde is, maar een begin.’ Het is nu aan hem om een visie op de toekomst van Turkije te formuleren waarmee hij een alternatief kan bieden aan de AKP.

Aan die visie ontbrak het vooralsnog. Niet zonder reden stemden veel Turken vaak toch maar weer AKP. Simpelweg omdat ze geen alternatief herkenden. Erdogans kracht heeft dan ook altijd voor een belangrijk deel uit de zwakte van de oppositie bestaan.

Een overtuigend economiebeleid mag geen groot probleem zijn voor Kilicdaroglu. Daar heeft hij de mensen voor in huis, zoals de econoom Kemal Dervis die Turkije in 2003 al eens uit een diepe crisis trok.

Koerdisch probleem

Het Koerdische probleem is een veel grotere uitdaging. Met name omdat de CHP de partij is van het kemalisme, de nationalistische ideologie van Mustafa Kemal Atatürk, de stichter van de Turkse Republiek. En kemalisme is geen natuurlijk uitgangspunt voor een structurele oplossing van het Koerdische probleem. Dat verklaart waarom Kilicdaroglu zich vaak zwijgzaam opstelt over het conflict dat Turkije al vier decennia in de ban houdt.

Om op dit punt een verandering op gang te brengen moet Kilicdaroglu breken met het verleden en de kemalistische hardliners binnen de CHP tegemoet treden. Er zijn indicaties dat hij daartoe genegen is, waarbij het een gegeven is dat hij zelf van (ZaZa) Koerdische komaf is.

Hij bevindt zich echter tussen verschillende vuren, want het aantal en de invloed van de kemalistische hardliners in de CHP mag niet onderschat worden. Kilicdaroglu weet dat hij een groot deel van zijn achterban van zich vervreemdt wanneer hij de Koerden te sterk tegemoet komt. Wil hij dit dilemma in een succes transformeren, dan dient hij een deel van zijn partijgenoten en andere Turken uit te leggen dat de oplossing van het Koerdische probleem zich nooit in staatsgeweld kan bevinden. Met andere woorden, hij dient hen ervan te overtuigen dat er alleen een definitief einde aan het gewapende activisme van de PKK kan komen wanneer er structurele oplossingen worden gevonden voor de oorzaken daarvan.

Enige hoop valt te putten uit een passage van zijn toespraak afgelopen zondag:

‘Zoals je weet werkt hoop aanstekelijk. Als ik hoopvol ben wordt mijn vriend die naast me staat dat ook. Is er hoop in Istanboel, dan zal die er ook in het [Koerdische] Hakkari zijn.’

Hier staat tegenover dat Kilicdaroglu de Koerden niet direct noemde. En toen hij over volksvertegenwoordigers in gevangenschap sprak ging hij daarbij de naam van de vervolgde HDP-leider Selahattin Demirtas uit de weg. Dat viel niet goed in Koerdische kringen en benadrukt dat de uitdaging zich ook aan hun kant bevindt. Onder veel Koerden zijn de verwachtingen nu eenmaal niet hooggespannen.

Het feit dat HDP-politici met Kilicdaroglu meeliepen verandert niets aan het feit dat vooral jonge Koerden het vertrouwen in Turkije volledig hebben verloren.

Het feit dat HDP-politici met Kilicdaroglu meeliepen verandert niets aan het feit dat vooral jonge Koerden het vertrouwen in Turkije volledig hebben verloren. Nadat Erdogan het vredesproces had opgeblazen, omdat hij vond dat er voor hem niets mee te winnen viel, is een nieuwe klimaat ontstaan. Een waarin veel Koerden niet meer wachten op een volgend vredesproces, maar hoop vestigen op het ontstaan van onafhankelijke Koerdische gebieden in Irak en Syrië. Veranderingen in Turkije die in hun voordeel uitwerken zien ze niet meer gebeuren, waardoor Kilicdaroglus mars hen ook koud laat.

Plat gezegd komt het er op neer dat Klicdaroglu en Erdogan voor veel Koerden een pot nat zijn. Dat is voor Kilicdaroglu niet zomaar een uitdaging; het is er een die met hoofdletters geschreven wordt. Met het brede karakter dat hij aan zijn protest gaf heeft hij ook op dit punt echter een verplichting op zich genomen.

Wat betreft Erdogan geldt dat hij afgelopen week niet alleen toe moest zien hoe Kilicdaroglu een nationaal en internationaal succes boekte. Daarnaast zag hij de kans groeien dat Meral Aksener, een dissident van de Partij van de Nationale Beweging (MHP) een eigen partij gaat beginnen. Er zijn er die menen dat dit een hindernis voor hem kan worden in 2019, wanneer Turkije naar de stembus gaat voor zowel presidentsverkiezingen als algemene verkiezingen.

Dat duurt echter nog twee jaar, wat het te vroeg maakt om hierover te speculeren. Ook omdat in de tussenliggende periode veel kan gebeuren. Zo speelt de vraag hoe het zit met Erdogans gezondheid. De geruchten dat het daar pover mee gesteld is werden onderstreept toen hij aan het einde van de Ramadan het bewustzijn verloor tijdens het gebed in een moskee.

Herdenking

Voorlopig weet Erdogan zich voor de taak gesteld om Kilicdaroglus massale ‘Adalet’ bijeenkomst in de schaduw te plaatsen. Daartoe krijgt hij de komende weken volop de gelegenheid, wanneer Turkije de couppoging herdenkt.

Een klein verzoek aan Erdogan: spreek eens een zin uit te spreken zonder het woord ‘terrorisme’ te gebruiken.

Een klein verzoek aan Erdogan ten aanzien van de toespraken die hij ter gelegenheid daarvan zal houden: spreek eens een zin uit te spreken zonder het woord ‘terrorisme’ te gebruiken. Door het telkens weer te herhalen verliest het woord zijn kracht. Heb het in plaats daarvan eens over de oorzaken van terrorisme. Over de omstandigheden die ertoe leidden dat volgelingen van Gülen in opstand kwamen, en over de redenen waarom de PKK vorig jaar besloot de wapens weer ter hand te nemen. En trek daar voor de verandering dan ook eens het boetekleed bij aan.

Welgemeende verzoeken, maar het zal wel te veel gevraagd zijn…