Varkens in het Veld der Voorschriften, Deel I

Blog

Varkens in het Veld der Voorschriften, Deel I

Varkens in het Veld der Voorschriften, Deel I
Varkens in het Veld der Voorschriften, Deel I

In België was het vrij simpel : we reden naar een bioboerken, kochten biggen van hem en togen huiswaarts met onze voltallige veestapel. Daarna bestelden we jaarlijks 1 potje Piëtrain-sperma en sproten daaruit, als vanzelf, 10 biggen voort. En bij deze hobbyteelt kan je op 't gemak tussen alle wetmatigheden laveren om het plezant te houden. (Wat niet altijd even goed lukte, maar kom). Maar toen namen we de beslissing het eens "voor echt" te doen. Dus, te gaan boeren. En dan kijk je dus tegen een vloedgolf aan regels ende richtlijnen aan. Daarbij kozen we ook nog eens voor een ander land, waardoor de zoektocht der bureaucratie en het begrijpen van de cultuurverschillen bijkans onoverkomenlijk wordt.

Vrije varkens of Cochangliers ?

Gezien wij vrije varkens verkiezen moeten we onszelf indekken tegen de everzwijnen. Zij laten zich immers tegenhouden door god noch gebod en al zekers niet door een simpel, ingegraven draadje. De kruisingen tussen everzwijnen en varkens (hitsige mannekes die zich door alle draden heen werken om tochtige zeugen te bespringen) zijn een ongekende overlast. Ze hebben hier al een naam voor die nakomelingen: les cochangliers.

Die dieren hebben alles mee om bijzonder succesvol te worden: ze zijn groot en wild (<everzwijn) en niet mensenschuw (<varkens) waardoor ze minder schrik hebben om velden, tuinen en boederijen te bezoeken. Ze zijn bijzonder “bloeddorstig” en hongerig, en aanvallen op kippenkoten waarbij ze zonder verpinken een gebetonneerde draad omverwerpen, en zich vervolgens op de kippen storten, zijn legio. In tegenstelling tot gewone everzwijnen die jaarlijks maximum 2 worpen hebben en dan ook maar een zestal biggen werpen, heeft de cochanglier verschillende nesten van 10 biggen. De jagers kunnen het niet meer aan, feitelijk. (Of anders gezegd: hun natuurlijk biotoop is niet groot genoeg meer.)

Mocht het hier dan toch gebeuren, die ongewilde dekking, en we hebben cochanglier-biggen, waarom houden we ze dan niet en slachten we ze niet als delicatesse? We vroegen het aan velen en kregen steeds dezelfde antwoorden. Het is enerzijds verboden, ze mochten maar eens ontsnappen (mochten ze dat nu eens met kweekvis doen ook), en anderzijds haast onmogelijk. De dieren zijn agressief en wild en het vlees de moeite niet waard. Slachthuizen weigeren ze te slachten, dus moet je het thuis doen. We hebben al horrorverhalen gehoord van collegaboeren die, net als ons, iets hadden van, allez, kom, dan doede dat efkes zelf….

Den droad

Dus, bij wet moeten we een draad zetten waarvan zelfs bomspotters zouden verbleken. Ingegraven, dubbelen elentriek op 2 hoogtes en 1.80 hoog. En zo hebben we 9 ha te doen….

Bij wet ben je ook verplicht een everzwijn af te (laten) schieten als die binnendringt op je terrein. De kweek van cochangliers moet vermeden worden. Jagers zijn eveneens verplicht om gewassen en moestuinen te vrijwaren van schade. De jacht heeft hier een vrij sociaal aanvaarde status, maar de jagers hebben dan ook heel wat plichten. Iedere boer en tuinier kan schadevergoeding aan de jagersbonden vragen bij vraatschade, dus bieden die bonden tegen een spotprijsje draad en elektriciteit aan.

We zijn nu met hen in onderhandeling voor onze 15 ha gewassen en proberen ons een beetje over ons “antijacht” idee te zetten. Hier zijn de jagers onze vrienden. Nu hen nog leren mikken en duidelijk maken dat die legerpakjes er een beetje over zijn, en dat komt nog goed. We overwegen ook om zélf jager te worden, makkelijker en opent deuren in ons integratieproces.

Overigens, mocht u hier een beetje cruisen met de auto en een everzwijn, of ander groot wild, aanrijden met schade aan de auto tot gevolg, wendt u dan tot de jagersbond! Zij betalen de schade.

Daar zijn we nu dus mee bezig, en dat zal zo gans maart wel zijn: oude draad uittrekken, palen recupereren, sleuven trekken, nieuwe draad plaatsen, elentriek bevestigen… Ge zout ze bekans binnen steken die varkens

Maar het is het waard, loshuppelende varkens zijn niet alleen lekkerder maar ook gewoonweg de max.

Verse varkens

Nog 1 maand, en dan komen ze! We missen het, die knorrige beestjes met hun gespeel en jolijt en krulstaartjes en leuke snoetjes….

Het is een heuse zoektocht om biovarkens te vinden naar ons goesting. Onze moederzeug lieten we in België, dus beginnen we hier van nul af aan. En dan gaan we ook resoluut voor oude, rustieke rassen.

Anders dan België heeft Frankrijk een geschiedienis met lokale, stevige oude rassen. Met klinkende namen als “Cul noir de Limousin”, “Pie noir de basque”, “Noir de Bigorre”… Ze zijn bruin, zwart wit, wollig, groot klein, vet en mager. Maar bovenal geweldig. Meer over die oude rassen in latere blogjes!