Het verhaal van Musa: ‘Net zoals die shit die je in films ziet’

Blog

Hoe een vluchtelingenkind uit Afghanistan zijn weg vond in België

Het verhaal van Musa: ‘Net zoals die shit die je in films ziet’

Het verhaal van Musa: ‘Net zoals die shit die je in films ziet’
Het verhaal van Musa: ‘Net zoals die shit die je in films ziet’

Dertien jaar geleden was Musa Huzzeinzadah (22) niet welkom in België. Nu werkt hij als apotheekassistent, doet hij vrijwilligerswerk en is hij verzot op zijn bijna eenjarige dochter. Als hij vertelt over die eerste maanden in ons Belgenlandje lijkt het wel een scène uit een film.

© FMDO

Musa (links) als gids tijdens het FMDO-project 2(t)huizen, 1 gids, in Oostende

© FMDO

Musa Husseinzadah heeft op zijn 22 jaar al heel wat watertjes doorzwommen. Dertien jaar geleden was hij niet welkom in België. Nu werkt Musa als apotheekassistent, doet hij vrijwilligerswerk bij onder andere FMDO vzw en is hij verzot op zijn bijna eenjarige dochter. Als hij vertelt over die eerste maanden in ons Belgenlandje lijkt het wel een scène uit een film.

27 september 2007 was de dag dat ik samen met mijn ouders en broer in België aankwam. Het beloofde land was eindelijk in zicht.

Helaas begon ons leven hier niet zonder slag of stoot. Na een negatieve beslissing van het commissariaat waren we genoodzaakt om ons ergens in Brussel te verstoppen. Veertien dagen lang konden we ons niet douchen, was er geen proper toilet en geen bed om te slapen.

Onze situatie was op dat moment uitzichtloos. Mijn ouders besloten om ons over te geven aan het commissariaat.

Toen gebeurde er iets onverwachts. Ze stuurden ons terug naar een opvangcentrum in Wallonië. Na vier maanden kregen we opnieuw een negatief advies. We werden teruggestuurd naar Afghanistan. Het was over voor ons. Koffers werden gepakt en een paar dagen later stonden er drie grote combi’s voor de deur van het centrum. Ik kwam net terug van school.

Mijn vriend, die later naar Finland vluchtte, zei ‘Maak je geen zorgen. Ze zijn hier voor iets anders!’ Ik probeerde niet te veel te stressen en ging spelen met mijn vrienden op het pleintje. Toen hoorde ik het: ‘Famille Husseinzadah à la réception s.v.p.!’, zo klonk het door de luidsprekers doorheen het hele kamp.

De tijd stond stil. Net zoals die shit die je in de films ziet. Er ontbrak enkel nog een camera die in een cirkel rond mij draaide. Huilend kwam mijn mama samen met papa aan. We liepen met ons drietjes naar het onthaal. Mijn oudere broer was nog niet terug van school. De agenten stonden al klaar.

Of je het geluk kan noemen, weet ik niet. Door de slechte gezondheid van mijn mama mochten we blijven. Eerst geloofden we hen niet. Wij dachten dat het een papier was om ons over te geven aan de Afghaanse regering. Het kostte twee uur om mijn ouders te overtuigen. Achteraf bleek dat onze advocaat haar best gedaan had en dat haar moeite werd beloond.

Na vier maanden in een asielcentrum in Wallonië verhuisden we naar Brugge en van daar naar Oostende. Ik stroomde door naar het reguliere basisonderwijs.

© Egmond Dobbelaere

Nieuwjaarsreceptie FMDO 2020

© Egmond Dobbelaere

Als kind was ik redelijk introvert. In de klas was ik ook de enige met een migratieachtergrond dus ik voelde mij een buitenbeentje. Ik trok mijn plan met een beperkte kennis van het Nederlands en Frans. Eens in het middelbaar ging het beter en kon ik meer mezelf zijn.

Ik droomde er ook van om de familietraditie verder te zetten. Namelijk een beroep in de gezondheidszorg zoals dokter of apotheker. Ik werkte de opleiding apotheekassistent met succes af.

Hebben bovenstaande gebeurtenissen mij als persoon veranderd? Je kan zeggen dat ik er sterker door geworden ben. Ze leerden mij om door te zetten.

In 2015 begon ik als vrijwilliger bij FMDO vzw binnen het project twee (t)huizen, één gids. Het deed deugd om te kunnen vertellen over mijn jeugd en de huidige situatie in Afghanistan. De mensen hadden ook interesse in mijn verhaal en stelden vragen.

Ik wil een impact hebben op de mensen in onze samenleving door bijvoorbeeld vooroordelen weg te werken. Maar er is nog heel wat werk aan de winkel.