Wat de plaats van abortus in het strafwetboek zegt over onze samenleving

Blog

De schrapping van artikel 350 is bovenal symbolisch

Wat de plaats van abortus in het strafwetboek zegt over onze samenleving

Wat de plaats van abortus in het strafwetboek zegt over onze samenleving
Wat de plaats van abortus in het strafwetboek zegt over onze samenleving

Volgens een recente peiling weten de meeste Belgen niet dat abortus nog in ons strafwetboek staat. Toch blijft de nakende schrapping van artikel 350 de gemoederen beroeren. Wat staat er op het spel?

Fotopersbureau 't Sticht / Anefo, [onbekend] [CC0], via Wikimedia Commons

Al in de jaren zeventig protesteerden vrouwenverenigingen tegen de penalisering van abortus. Door: Fotopersbureau ‘t Sticht / Anefo, [onbekend] [CC0], via Wikimedia Commons.

Fotopersbureau ‘t Sticht / Anefo, [onbekend] [CC0], via Wikimedia Commons​

In april peilden de vrijzinnige organisaties deMens.nu en Centre d’Action Laïque naar de mening van de Belgen over abortus. 71 procent van de 1000 respondenten wist niet dat abortus nog steeds in ons strafwetboek staat. 75 procent vond dat abortus niet in de strafwet thuishoort.

Gisteren bereikten de vier federale meerderheidspartijen - N-VA, CD&V, Open VLD en MR - een akkoord over de kwestie. Ze zullen een wetsvoorstel indienen om abortus te schrappen uit het strafwetboek. Deze beslissing is niet onbesproken: CD&V blaast warm en koud en benadrukt dat abortus strafbaar zal blijven, de Belgische bisschoppen vinden het plan van de regering te verregaand.

Voorrecht of recht

“Misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid”. Onder deze hoofding staat abortus anno 2018 in het Belgische strafwetboek. Verkrachting en bigamie vallen onder dezelfde categorie.

De plaats van abortus in het strafwetboek is de uitkomst van een moeilijke geschiedenis. De regeling kwam in 1990 moeizaam tot stand door goedkeuring van een wisselmeerderheid (zonder de christendemocraten) en zonder handtekening van de door gewetensbezwaar getergde koning Boudewijn. Het was een compromis. Abortus werd niet gelegaliseerd in de strikte zin van het woord. Wel werden er een aantal voorwaarden bepaald waaronder abortus niet als een misdrijf gold.

Vandaag zijn deze voorwaarden nog steeds van kracht. Volgens de wet moet de vrouw zich in een “noodtoestand” bevinden wanneer ze een abortus laat uitvoeren. Ze mag niet langer dan 12 weken zwanger zijn. Ze moet zich informeren over de alternatieven, zoals het kind toch houden of opgeven voor adoptie. Daarnaast is ze verplicht om 6 dagen na te denken over haar beslissing, een termijn die pas ingaat na de aanmelding bij een arts (alsof de vrouw zonder reflectie het doktersbezoek plande).

Tussen de regels wordt duidelijk dat abortus onder deze bepalingen geen recht is, maar een voorrecht.

Als één of meerdere van deze voorwaarden door de vrouw of het medisch personeel overtreden worden, is het veelbesproken artikel 350 uit het strafrecht van toepassing. Abortus is in die gevallen strafbaar met een gevangenisstraf of een boete.

Tussen de regels wordt duidelijk dat abortus onder deze bepalingen geen recht is. Zwangerschapsonderbreking is slechts een voorwaardelijk voorrecht. Abortus blijft een misdrijf; de voorwaarden heffen de strafbare aard ervan slechts tijdelijk op.

Moord

Hoewel er volgens Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) geen “formele band” bestaat tussen de schrapping van artikel 350 en de wettelijke erkenning van doodgeboren kinderen, lijkt dezelfde vraag aan de basis te liggen van deze twee kwesties. Fundamenteel gaat het over de vraag naar het begin van het leven en het respect voor het embryo of de foetus.

Volgens het dogma van de Katholieke Kerk begint het leven vanaf de conceptie. In de Paasmis van 2015 herdacht aartsbisschop Léonard alle “kinderen” die sinds 1990 “slachtoffer” werden van de abortuswet. Hij maande de aanwezige gelovigen aan om “nooit te vergeten dat wij allemaal ooit dat kleine embryo, die foetus waren in de moederschoot”.

Volgens deze manier van denken is er geen verschil tussen een embryo, foetus of kind, en staat abortus dus gelijk aan moord. Enkele maanden geleden nog oogstte UCL-professor Stéphane Mercier kritiek nadat hij abortus moord noemde in een tekst gericht aan zijn studenten. Abortus was volgens hem niet alleen “intrinsiek slecht”, maar ook erger dan verkrachting, omdat het ging over een aanslag op een weerloos wezen.

Ondertussen blaast CD&V warm en koud. Ze lijken de warme adem van de Kerk plots weer in de nek te voelen, zoals wel vaker het geval is bij ethische kwesties.

Natuurlijk delen niet alle katholieken deze mening. Integendeel, volgens de eerder genoemde peiling vinden 7 op 10 Belgische katholieken dat abortus uit het strafrecht mag verdwijnen. Toch roepen verschillende stemmen vandaag op tot voorzichtigheid. Zo vreest Geert De Kerpel, de woordvoerder van de Belgische bisschoppen, dat de schrapping van artikel 350 “het signaal geeft dat het meest kwetsbare menselijk leven, namelijk een mens in wording, een foetus, het niet meer waard is om beschermd te worden”.

Ondertussen blaast CD&V warm en koud. Ze lijken de warme adem van de Kerk plots weer in de nek te voelen, zoals wel vaker het geval is bij ethische kwesties. De woordvoerder van de partij meldde dat abortus in een aparte strafwet zal opgenomen worden. Abortus staat binnenkort misschien niet meer in het strafwetboek, maar blijft zo niettemin strafbaar.

Medische ingreep

Daarnaast benadrukte Geens dat het akkoord niet betekent dat abortus nu als een normale medische handeling zal gelden. Dat is nochtans waar voorvechters van het recht (en niet het voorrecht) op abortus voor pleiten. Volgens hen is abortus geen misdrijf maar een medische handeling, waar vrouwen aanspraak op mogen maken.

Door abortus te schrappen uit het strafwetboek en in te schrijven in het medisch recht, hopen ze het morele juk af te werpen. De stigmatisering die met de strafrechtelijke voorwaarden gepaard gaat - denk bijvoorbeeld aan de zes dagen ‘bedenktijd’ - vormt volgens hen een reële drempel voor vrouwen, die sowieso niet onbezonnen hun beslissing maken. Bovendien zou de verdere medicalisering van abortus inhouden dat een arts met gewetensbezwaar verplicht is om de vrouw door te verwijzen naar iemand die de abortus wel wil uitvoeren, wat onder de huidige regelgeving niet het geval is.

Toch plaatsen ook voorstanders van depenalisering hier vraagtekens bij. Zo liet ULB-hoogleraar Ariane Bazan weten dat veel vrouwen abortus niet als een medische handeling ervaren. Volgens haar weerspiegelt de huidige regeling de complexiteit van abortus nog het best: een ingreep die weliswaar plaatsvindt in de medische sfeer, maar die door de samenleving niet als banaal wordt aanzien, en door vrouwen vaak met enige wroeging wordt ondergaan.

Symboliek

Laat het duidelijk zijn: de schrapping van artikel 350 is bovenal symbolisch. De regeling van 1990, waarin abortus een voorrecht was, hield een duidelijk waardeoordeel tegenover de vrouw in, wier beslissing werd geculpabiliseerd. Vandaag lijkt de meerderheid van de Belgen het hier niet langer mee eens te zijn. Wars van de eigenlijke praktijk, die wellicht hetzelfde zal blijven, tonen de nakende leegtes in het strafwetboek dat onze samenleving diepgaand is veranderd.