Zeven punten om de toekomst van werk zelf te bepalen

Blog

Zeven punten om de toekomst van werk zelf te bepalen

Zeven punten om de toekomst van werk zelf te bepalen
Zeven punten om de toekomst van werk zelf te bepalen

Analyses maken over de toekomst van het werk is één, opkomen met innovatieve oplossingen is twee. De toekomst van het werk bepalen we best zelf, daarom hier zeven werkpunten om mee aan de slag te gaan.

We weten wel al langer dat we de impact van technologische revolutie als factor van verandering niet mogen isoleren van andere elementen. Denk aan de toenemende ongelijkheid, de  klimaatproblemen, de vraag of we voldoende jobs kunnen creëren, waarmee mensen genoeg verdienen om goed te kunnen leven, de kwaliteit van het werk, veiligheid en gezondheid, de rol van de internationale bedrijfsnetwerken, de toekomst van sociale dialoog en de rol van vakbonden en werknemersorganisaties en deze van de IAO-conventies. (IAO, Internationale Arbeidsorganisatie of ILO, International Labour Organization).

Al deze punten zijn even belangrijk en zijn met elkaar verbonden. Maar hoe kunnen of zullen we ermee omgaan? We zijn geen futuristen en we zullen zeker nog geconfronteerd worden met voorlopig ongekende evoluties, maar de meeste elementen die bepalend zullen zijn in de toekomst, kennen we nu ook al. We moeten niet wachten op de toekomst, want de toekomst is nu. En de meest belangrijke uitdaging is het in handen nemen van de leiding van wat zal gebeuren in plaats van deze uit handen te geven aan allerlei evoluties en krachten. Hoe? Ik denk aan zeven punten.

CC

De toekomst van het werk bepalen we best zelf

CC​

Minder werkuren, meer jobs

Ten eerste. Vroegere golven van technologische verandering leidden tot hogere productiviteit, minder werkuren en meer jobs. Zal dit ook nu het geval zijn? Eerlijk gezegd, ik weet het niet. Maar in elk geval moeten we de evoluties goed opvolgen en analyseren, om een idee te hebben van de impact van technologie op arbeid en werk en te handelen indien nodig. Dit is zonder twijfel een opdracht voor de Internationale Arbeidsorganisatie en meer bepaald het IAO-onderzoeksdepartement.

De nieuwe vraag

Ten tweede. Laat ons om de broodnodige jobs voor de toekomst te vinden,  de nieuwe vraag niet vergeten.  Een enorm vraagpotentieel is nog niet ingevuld. Denk maar aan de strijd tegen de klimaatverandering, de vraag naar gezonde voeding, de infrastructuur voor scholen, voor hospitalen, voor communicatie, voor collectief vervoer, voor schone energie, voor culturele behoeften, voor educatie, voor zorg… .

We moeten nagaan wat onze samenlevingen echt nodig hebben in plaats van het dictaat van de markten te volgen. Een voorbeeld, een ILO-berekening geeft aan dat de wereld 10,5 miljoen extra gezondheidswerkers nodig heeft. Ook zijn publieke investeringen opnieuw nodig, ons publiek bezit van straten, wegen, gebouwen, tunnels daalt zienderogen in waarde. Investeringen kunnen niet omdat elk plan volgens de Europese Unie in de begroting van hetzelfde jaar moet worden opgenomen, een efficiënte methode voor het verstikken van de economie, dodelijk voor de werkgelegenheid. Reeds in 2013 vertelde de Wereldbank ons dat groei steeds minder jobs creëert, maar de creatie van meer jobs de economie doet groeien. Wereldinstellingen weten het wel maar noch zij noch hun lidstaten handelen ernaar. Hun ideeën in praktijk brengen zou perspectief brengen.

Lonen volgen stijging productiviteit

De publieke opinie is vergiftigd geraakt door de ingepompte ideeën dat iedereen teveel betaalt, dat van het systeem geprofiteerd wordt

Ten derde. Ongelijkheid moet aangepakt worden door lonen die opnieuw de stijging van de productiviteit volgen, door minimumlonen waar mensen kunnen van leven, door sociale beschermingssokkels en sociale zekerheid. De VN 2030 Agenda Doel 8 gaat over Waardig Werk. In 5 sociale ontwikkelingsdoelstellingen worden sociale bescherming en sociale zekerheid opgenomen. De link wordt duidelijk gelegd met de IAO-aanbeveling 202 over de Sociale Beschermingssokkels. De IAO heeft een rol te spelen bij de realisatie van de VN 2030 Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Door het zogenaamde ‘Global Flagship Program’ over sociale bescherming in ontwikkelingslanden, door de promotie van sociale zekerheidssystemen, in belangrijke mate gefinancierd door werkgevers en werknemers. Historisch hebben sociale zekerheidssystemen hun belang aangetoond voor de herverdeling van de welvaart. Maar het huidige beleid gaat in belangrijke mate de tegengestelde richting uit. De publieke opinie is vergiftigd geraakt door de ingepompte ideeën dat iedereen teveel betaalt, dat van het systeem geprofiteerd wordt door mensen die het niet nodig hebben, dat het individu zelf verantwoordelijkheid moet nemen, enzovoort. De samenleving in het algemeen en zeker de jonge mensen moeten opnieuw overtuigd worden van de waarde van deze solidariteitssystemen.

Geen race naar de bodem

Ten vierde. De arbeidswetgeving moet worden gerevalueerd in plaats van de huidige devaluatie in een race naar de bodem. Arbeidswetgeving heeft een grote stap teruggezet in de Europese Unie en in economisch ontwikkelde wereld. Tegelijk hebben niet-EU landen en groeilanden een belangrijke stap voorwaarts gezet. Structurele hervormingen van de arbeidsmarkt is het mantra van het Internationaal Muntfonds, in de aanbevelingen aan de lidstaten, hetzelfde geldt voor de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). De Europese Unie verkoopt structurele hervormingen van regelgeving en  arbeidsmarkt als de enige weg om het Europees Sociaal Model te redden en om werkgelegenheid te creëren.  In de realiteit verzwakken zij de sociale structuren en systemen en creëren ze geen jobs. Empirisch wordt in de ‘ILO World Employment and Social Outlook 2015’ aangetoond dat zeker op langere termijn sociale beschermingswetgeving het aantal jobs niet aantast.

CC

Arbeidswetgeving heeft een grote stap teruggezet in de Europese Unie en in economisch ontwikkelde wereld

CC​

Mik niet op aandeelhouderswaarde alleen

Ten vijfde. Wij hebben behoefte aan bedrijven, internationale bevoorradingsketens die niet focussen op korte termijn ‘aandeelhouderswaarde’ maar op duurzame investeringen en groei. Ze moeten integendeel valse concurrentie van bedrijven die niet voldoen aan de mensen- en werknemersrechten bestrijden en de (georganiseerde) informele economie formaliseren. We hebben nood aan ondernemingen die voldoen aan de IAO-normen. Dat is waarom de eerste discussie over de globale bevoorradingsketens in de Internationale Arbeidsconferentie van juni laatstleden en de herziening van de MNE-verklaring (de verklaring over Multinationale Ondernemingen) zo belangrijk zijn. In de toekomst zal de IAO immers niet alleen moeten focussen op lidstaten maar ook op internationaal ondernemingen. Indien Global Supply Chains de IAO-normen, leefbare minimumlonen (aangepast aan de situatie van elk land), de regels over veiligheid en gezondheid, zouden respecteren, dan zouden we heel ver staan. Grensoverschrijdende akkoorden, Internationale Kaderakkoorden, waarvan de toepassing wordt opgevolgd door de sociale partners moeten gepromoot worden. Indien akkoorden zoals het Rana Plaza Akkoord (na de ramp in Bangladesh) met merken en internationale vakbonden als voorbeeld kunnen dienen, zou dit bijzonder veel veranderen. Ook een klachten- en bemiddelingsmechanisme in de ILO voor problemen in dit type ondernemingen zou heel nuttig zijn.

Zonder sociale dialoog essentieel

Zesde punt.  Zonder goede sociale dialoog, zonder rol voor de sociale partners in het beheer van sociale zekerheid, leidt elke fluctuatie in de politiek, en die zijn er veel, tot onsamenhangende en instabiele beschermingssystemen, wat ze compleet ongeloofwaardig maakt. Duurzame ontwikkelingsdoelen en programma’s voor sociale beschermingssokkels, geleid door de ILO met de hulp van sponsors, zullen enkel duurzaam zijn, als ze door werknemers, werkgevers en regeringen samen worden gedragen. Ngo’s hebben een belangrijke rol om tekortkomingen en problemen in landen aan te klagen. Zij hebben een rol in de maakbaarheid van de samenleving op verschillende terreinen. Maar ervaring leert dat wat betreft sociale zekerheid, arbeids- en sociale wetgeving, er geen beter system is dan sociale dialoog en collectieve onderhandelingen, zelfs al zijn die soms heel complex en ook al werken ze niet altijd even goed.

Er is geen beter systeem dan sociale dialoog en collectieve onderhandelingen, zelfs al zijn die soms heel complex en ook al werken ze niet altijd even goed.

Representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties zijn noodzakelijk, ook al hebben zij het moeilijk in tijden waarin de individualisering hoogtij viert. In geen geval zijn corporatistische organisaties, die weer als paddenstoelen uit de grond schieten, een alternatief. Zij komen enkel op voor de belangen van hun beroepsgroep zonder dat zij daarbij rekening hoeven te houden met andere werknemersgroepen en het algemeen belang. Wat men er ook mag van denken of zeggen, maar dat doen de vakbonden wel.  Het is ook te makkelijk voor regeringen om te klagen over verzwakte vakbonden en werkgeversorganisaties om sociale dialoog en onderhandeling met sociale partners te vermijden. Meestal hebben ze het zo gewild, meestal zijn politieke partijen niet eens zoveel representatiever. Het is de plicht van politici de internationale conventies 87 en 98 over vrijheid van organisatie, syndicale vrijheid en onderhandelingsrecht toe te passen. En meer, regeringen moeten de voorwaarden creëren om representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties te erkennen en te bevorderen. Dat is het tegengestelde van wat de meeste regeringen nu doen.

Arbeid is geen koopwaar

CC

‘Arbeid is geen koopwaar’

CC

Het zevende en laatste punt. Zonder twijfel zal arbeid meer gefragmenteerd worden dan het al was. Dit kan niet ‘het nieuwe normaal’ worden. Dit is waarom de toekomst van het werk niet zonder een beschermingskader kan. De huidige, eventueel aangepaste en nieuwe ILO-conventies zullen ook in de tweede eeuw van de ILO een belangrijke rol moeten spelen.

De waarden en objectieven van de oprichting van de ILO in 1919 en de Verklaring van Philadelphia (1946) vertrekkend van ‘geen duurzame vrede zonder sociale rechtvaardigheid’ en ‘arbeid is geen koopwaar’ zijn bijzonder actueel. Zij mogen bij wijze van spreken geprojecteerd worden op de huidige en de nieuwe wereld van het werk. Dat is wat moet gebeuren met het ‘Future of Work’ initiatief van de Internationale Arbeidsorganisatie bij gelegenheid van het honderdjarig bestaan. Dit zal helpen te bepalen hoe de toekomst van het werk en de toekomst van de Internationale Arbeidsorganisatie er moeten uitzien.