Belastingontwijking bestrijd je thuis, niet in Europa

Column

Huidige EU-regels maken fiscale rechtvaardigheid onmogelijk

Belastingontwijking bestrijd je thuis, niet in Europa

Belastingontwijking bestrijd je thuis, niet in Europa
Belastingontwijking bestrijd je thuis, niet in Europa

Onderzoeksrapporten tonen aan dat zeven Europese landen, waaronder België en Nederland, duidelijk trekken van een belastingparadijs vertonen. De “verbijsterde” reactie van de Nederlandse minister van Financiën was verbijsterend: ‘Nederland loopt juist voorop in de strijd tegen internationale belastingontwijking’. Het is de standaardrespons van willekeurige welke bewindspersoon op die post ook.

© Iratxe Alvarez

Ewald R. Engelen

© Iratxe Alvarez

We schrijven 14 januari 2013. Tijdens een debat in het Nederlandse parlement over belastingontwijking dient het kamerlid Van Vliet van Wilders’ PVV een motie in waarin hij het kabinet, destijds bestaande uit een coalitie van neoconservatieven en sociaaldemocraten, oproept actief de betiteling van Nederland als belastingparadijs te bestrijden. De tekst luidde:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een actuele discussie plaatsvindt over belastingontwijking door grote bedrijven via belastingparadijzen;

overwegende dat sprake kan zijn van Nederland als fiscaal gunstige vestigingsplaats door ons verdragennetwerk, onze rulingpraktijk en onze deelnemingsvrijstelling;

overwegende dat dit geenszins de voor Nederland kwalijke kwalificatie van belastingparadijs rechtvaardigt;

verzoekt de regering, deze kwalificatie te verwerpen en waar mogelijk in de discussie erop aan te dringen deze kwalificatie achterwege te laten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Vliet

Het is een van de meest krankzinnige moties uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis, ingediend door een fiscalist die voor zijn Kamerlidmaatschap partner bij Deloitte was, een van de grootste bedenkers van belastingontwijkingsconstructies ter wereld. Maar nog krankzinniger is dat de motie nog een Kamermeerderheid kreeg ook. Met dank aan de sociaaldemocraten van de PvdA, die trouw aan het regeerakkoord zwaarder lieten wegen dan trouw aan de eigen principes.

Zo hecht zijn de relaties tussen het Ministerie van Financiën die de belastingregels bepalen en de omvangrijke belastingontwijkingsindustrie in Nederland.

Zes jaar later, op 17 maart 2019, presenteerde het Europese Parlement een rapport over belastingontwijking en -ontduiking waar meer dan een jaar aan is gewerkt, waarin wordt geconcludeerd dat tenminste zeven lidstaten duidelijke trekken van een belastingparadijs vertonen. Dat zijn Hongarije, Cyprus, Malta, Ierland, Luxemburg, België en… Nederland. Het komt ruim twee jaar nadat de vorige poging van het Europese Parlement om Nederland op een lijst van belastingparadijzen te krijgen het op een stem na niet haalde.

De reactie van de Nederlandse minister van Financiën was veelzeggend en geheel in lijn met de motie van Van Vliet van zes jaar terug. De minister was namelijk verbijsterd: ‘Nederland loopt juist voorop in de strijd tegen internationale belastingontwijking’, zo liet hij een journalist van Het Financieele Dagblad optekenen. Het is de standaardrespons van willekeurige welke bewindspersoon op die post ook, zo hecht zijn de relaties tussen het Ministerie van Financiën die de belastingregels bepalen en de omvangrijke belastingontwijkingsindustrie in Nederland.

Terwijl de data toch echt eensluidend zijn: Nederland is een gigantisch belastingparadijs dat de schatkisten van landen als Duitsland, Frankrijk, de Verenigde Staten, Italië en, tijdens de eurocrisis extra wrang, Spanje, Portugal en Griekenland zwaar benadeelt.

Vier voorbeelden. Zo is er het werk van de Franse econoom Gabriel Zucman die in meerdere publicaties heeft gewezen op de immense kapitaalstromen die Amerikaanse multinationals door Nederlandse brievenbusmaatschappijen laten lopen om belastingparadijzen in het Caraïbisch gebied te bereiken, waar geen winstbelasting wordt geheven. Pakweg een vijfde van alle buitengaatse winsten van Amerikaanse multinationals wordt door Nederlandse trustkantoren, Nederlandse advocaten en Nederlandse fiscalisten buiten het zicht van de Amerikaanse belastinginspecteur gehouden, met grote schade voor de Amerikaans schatkist tot gevolg.

De vijf grootste doorsluisparadijzen zijn verantwoordelijk voor maar liefst de helft van alle private investeringen vanuit erkende belastingparadijzen. En van die vijf is Nederland veruit de grootste.

Zo is er ook het werk van collega’s van mij aan de Universiteit van Amsterdam die op basis van een netwerkanalyse van data over 71 miljoen wederzijdse eigendomsclaims onderscheid hebben gemaakt tussen belastingparadijzen die vooral als eindbestemming fungeren (de Maagdeneilanden, Jersey, de Kaaimaneilanden en Luxemburg) en belastingparadijzen die vooral gebruikt worden om kapitaal doorheen te sluizen. De vijf grootste doorsluisparadijzen zijn verantwoordelijk voor maar liefst de helft van alle private investeringen vanuit erkende belastingparadijzen. En van die vijf is Nederland veruit de grootste, als cruciaal schakelpunt tussen Amerikaanse en Europese multinationals en Luxemburg. Het was een uitkomst die in de pers breed werd uitgemeten en zelfs tot Kamervragen leidde. De antwoorden waren voorspelbaar: Nederland speelt een vooraanstaande rol bij de internationale bestrijding van belastingontwijking en treft dus geen enkele blaam. En dus ging de Kamer over tot de orde van de dag.

Zo is er het onderzoek van Stichting Economisch Onderzoek in opdracht van het ministerie van Financiën dat heeft laten zien dat er in Nederland zo’n 14.000 brievenbusmaatschappijen zijn die door hun moederondernemingen worden gebruikt om per jaar tegen de 4500 miljard euro aan kapitaal doorheen te laten stromen. Dat is ruim zes maal het totale Nederlandse bruto binnenlands product.

En zo is er het onderzoeksrapport van de Groenen in het Europese Parlement naar het verschil in de Europese lidstaten tussen het wettelijke winstbelastingtarief en het feitelijk betaalde tarief. Vanuit de gedachte dat hoe meer belastingontwijkingsconstructies een land kent, hoe groter het verschil tussen het wettelijke tarief en het feitelijk betaalde tarief zal zijn. En zo bleek. Na Luxemburg, Hongarije, Bulgarije en Cyprus is het feitelijk betaalde winstbelastingtarief met 10,4 procent nergens zo laag als in Nederland. Terwijl het officiële tarief 25 procent bedraagt.

Uit gelekte notulen van het overleg tussen de Europese ministers van Financiën is meermaals gebleken dat Nederland (en Belgie, Luxemburg en Ierland) steevast zijn vetorecht gebruikt om iedere poging om een Europese ondergrens onder winstbelastingtarieven te leggen, blokkeert.

Het betekent dat de reactie van de minister te kwader trouw is. Niet alleen is Nederland als je deze rapporten mag geloven wel degelijk een belangrijk en dus zeer schadelijk belastingparadijs, ook de claim dat Nederland een constructieve rol speelt bij de internationale bestrijding van belastingontwijking is onwaar. Belastingheffing is onder het Verdrag van Lissabon een nationale bevoegdheid. Het betekent dat iedere lidstaat in Europese overleg over de harmonisatie van belastingheffing, in wat voor vorm ook, over een veto beschikt.

Uit gelekte notulen van het overleg tussen de Europese ministers van Financiën is meermaals gebleken dat Nederland (en Belgie, Luxemburg en Ierland) steevast zijn vetorecht gebruikt om iedere poging om een Europese bodem onder dit soort tarieven te leggen, blokkeert. En ook al dateren de laatst gelekte documenten uit 2015, er is geen enkele reden om aan te nemen dat er iets aan de standpunten van Nederland (en België, Luxemburg en Ierland) is veranderd.

De politieke consequenties hiervan zijn groot. Terwijl progressieve pro-Europese partijen over het algemeen van mening zijn dat het grensoverschrijdende probleem van belastingontwijking ook een grensoverschrijdende oplossing vereist, is zo’n voorstel in werkelijkheid een vrijbrief voor Europese belastingparadijzen om alles bij het oude te laten.

Pas als voor belastingzaken de Europese unanimiteitsregel niet langer zou gelden en er bij meerderheid belastingafspraken kunnen worden gemaakt, heeft het zin om de politieke energie ook inderdaad in het bereiken van zo’n grensoverschrijdende oplossing te steken. Dat vereist echter wijziging van het geldende Verdrag van Lissabon en dat is een stap die noch het Brusselse establishment, noch de regeringen van de lidstaten om bekende redenen aandurven. En die wat mij betreft ook om andere redenen – behoud van nationale soevereiniteit op belastingvlak omdat ook effectieve democratische controle alleen op nationaal vlak georganiseerd kan worden – onwenselijk is.

En dat betekent op zijn beurt dat belastingontwijking ook binnen de Europese Unie het beste nationaal kan worden aangepakt. Wat let de Nederlandse (en Belgische, Luxemburgse en Ierse) kiezer om bij de volgende parlementsverkiezingen te stemmen op partijen die de meest gebruikte belastingontwijkingsmogelijkheden – innovatiebox, rentevrijstelling, gunstige fiscale behandeling van intellectuele eigendomsrechten, geen bronbelasting, deelnemingsvrijstelling – per decreet uit het wetboek te halen?

Belastingontwijking bestrijden doe je in Den Haag, Brussel, Dublin of Luxemburg. Al het andere is een excuus voor niets doen.