De illusie van onbegrensde groei

Column

‘Hoe kan je de hemel kopen of verkopen? Of de warmte van het land?’

De illusie van onbegrensde groei

De illusie van onbegrensde groei
De illusie van onbegrensde groei

De klimaatverandering en de biodiversiteit die daardoor verloren gaat, zijn een harde noot om te kraken. Tijd om onze opvattingen over de menselijke superioriteit te herzien, vindt MO*columnist Begijn Le Bleu.

© Charis Bastin

Begijn Le Bleu

© Charis Bastin

De klimaatverandering en de biodiversiteit die daardoor verloren gaat, zijn een harde noot om te kraken. Tijd om onze opvattingen over de menselijke superioriteit te herzien, vindt MO*columnist Begijn Le Bleu. Die uitdaging gaat gepaard met met de juiste zingeving en ethiek, dat klinkt logisch, maar hoe doe je dat? Kunnen de animistische concepten van de zogenaamde inheemse volken ons hierbij helpen?

‘Wij leven met de bomen, de rivieren, de natuur. Mensen met een ontwikkelingsvisie zien water en bouwen een dam, waar bomen zijn, denken ze aan goud of petroleum. Zelfs zuurstof wordt verkocht. Onze ouderen kunnen het gedachtegoed om de natuur niet als handelswaar te zien, aanleren aan de wereld’.

Julio Cesar Lopez Jamioy is voorzitter van de Nationale Organisatie van Inheemse Volken van de Colombiaanse Amazone. In een interview op deze website legt hij de vinger op de wonde: onze problematische erfenis van de illusie van onbegrensde groei. Je zou er een Bond zonder Naam-spreuk uit kunnen distilleren. Jamioy’s woorden klinken voor velen misschien naïef, maar ze zijn nochtans logisch. De vraag blijft alleen hoe we dat moeten doen.

Ook ik scandeer heel graag ‘all you need is less’ (al wat je nodig hebt, is minder, red.), maar in de praktijk komt daar vaak weinig van in huis. Toch zijn het woorden die blijven hangen omdat ze in hun eenvoud een universele waarheid aanraken. Het refereert aan de eerste woorden van de wereldberoemde speech van chief Seattle, opperhoofd van de Suquamish en Duwanish in Noord-Amerika. In 1854 gaf hij een half uur durende speech als reactie op een toespraak van territoriale gouverneur Isaac M. Stevens: ‘How can you buy or sell the sky, the warmth of the land?’. ‘Hoe kan je de hemel kopen of verkopen? Of de warmte van het land?’

De natuur is in het Westen verbannen uit onze psyche en gedegradeerd tot gebruiksvoorwerp.

Het zijn overtuigingen die vaak worden bewaard in de vorm van verhalen, mythen of legenden omdat ze zin geven aan een visie. Nagenoeg alle inheemse volken hebben hun eigen verhalen waarmee ze hun cultuur voeden of het universum verklaren met als terugkerende inspiratiebron de natuur, vooralsnog “onze” planeet.

Maar Seattle en zijn nazaten dolven het onderspit en buiten het feit dat de stad Seattle herinnert aan de machtige leider, nomineerde verkozen president Joe Biden pas 245 jaar later een minister die opkomt voor de 574 erkende indiaanse naties.

‘De voetstappen van de voorouders’

Inheemse volken worden vaak animistisch genoemd. De oorsprong van dit animisme ligt waarschijnlijk in het stenen tijdperk toen mensen verklaringen zochten voor de wereld die buiten hun controle lag. Planten, dieren, maar ook plaatsen, natuurfenomenen en materialen kregen een ziel toebedeeld in hun verhalen. Zelfs vandaag nog spreken ze het leven aan als ‘jij’. De bizon, de bomen, de stenen, alles. Als je op die manier leeft, heeft dat een impact op je psyche.

Maar de natuur is in het Westen verbannen uit onze psyche en gedegradeerd tot gebruiksvoorwerp. De geest van de natuur, de seizoenswissel bijvoorbeeld, is voor velen van ondergeschikt belang geworden. De grijze verstedelijking, de automatisering, digitalisering en individualisering van ons dagelijks leven zorgen voor een breuk met de natuur, onze bestaansbron.

Dat het niet altijd verhalen moeten zijn die zin geven aan een visie, kunnen we leren van de aboriginals, de eerste menselijke bewoners van het Australische continent en hun afstammelingen. Het klassiek geworden boek De gezongen aarde van Bruce Chatwin gaat over hun mystieke wereld van droomwegen, onzichtbare paden die één groot labyrint vormen.

Voor de aboriginals zijn ze ‘de voetstappen van de voorouders’. Hun mythische tekeningen gaan meestal over de droomtijd, een periode voor de wereld vorm kreeg. Zij gebruikten deze afbeeldingen niet alleen als overlevering, maar ook als landkaart waarop heilige plaatsen afgebeeld staan. Hun rituelen, dansen en gezangen bevatten geheimen die wij als niet-ingewijden niet mogen kennen.

Ik verwacht niet dat we met zijn allen bomen gaan knuffelen of de deurklink als ‘jij’ gaan aanspreken.

Hun kunst, bestaande uit verschillende stijlen afhankelijk van de woonplaats, is adembenemend. Sommigen gebruiken slechts vier kleuren, anderen kenmerken zich door stippen te gebruiken. Maar het is niet aan ons om tussen die stippen een lijn te trekken. Onze neiging om de wonderen van de wereld te ontdoen van hun zeggingskracht door ze te rationaliseren, moet ook zijn grenzen kennen.

Ik verwacht niet dat we met zijn allen bomen gaan knuffelen of de deurklink als ‘jij’ gaan aanspreken, maar we kunnen wel de dominante houding van de mens ten opzichte van de natuur veranderen omdat we er schatplichtig aan zijn, sterker nog, inherent deel uitmaken van de natuur. Een van de grondslagen bij inheemse volken is deze niet-hiërarchische verbinding tussen mens en natuur. Deze zienswijze zal voor meer nederigheid zorgen waardoor we de natuur door een holistische bril kunnen bekijken. Wat we gebruiken van de natuur moeten we ook teruggeven opdat ons ecosysteem gezond blijft. Alles is verbonden met elkaar en is dus niet de som van de delen.

Wat we nog kunnen leren is het vieren van belangrijke natuurverschijnselen. Seú is zo’n feest dat oorspronkelijk uit West-Afrika komt. De basis van de viering is dat iedereen met elkaar in verbinding staat via moeder natuur. Het feest groeide vanaf de 17de eeuw uit tot een oogstfeest tijdens de periode van slavernij in Curaçao. Maar ook zon- en maanfeesten zijn wijdverbreid in de wereld, van Zuid-Amerika tot Oost-Azië. Deze vieringen vinden hun oorsprong bij de plaatselijke bevolking. Nu zijn ze gecultiveerde festiviteiten die de eenheid van een land versterken.

Ook in onze contreien winnen zulke vieringen aan belang. Het portaal is vaak de pre-christelijke tijd toen onze voorouders heidenen waren. Gesteund door een muziekgroep zoals het Noorse Wardruna leren veel Europeanen hun wortels kennen en de rijke symboliek om te buigen tot een hulpmiddel om zin te geven aan het bestaan van nu. Bekend is de winterzonnewendeviering bij het Stonehengemonument waar menig (overjaarse) hippie zijn idealen kan botvieren, maar waar ook veel jongeren zich toe aangetrokken voelen.

Meer en meer mensen zoeken hun heil in het heidens verleden waar bomen, bronnen, stenen en heuvels binnen een religieuze context grote betekenis hadden. Westerse mensen zoeken naar nieuwe vormen van beleving om belangrijke natuurverschijnselen die impact hebben op ons leven zin te geven. Deze oude rituelen en symbolen werden tijdens de kerstening ofwel van de kaart geveegd ofwel geassimileerd tot christelijke feestdagen, zoals Kerstmis.

Elk jaar verbranden wij in onze familie een ‘joelstronk’ tijdens de kortste dag van het jaar. De as verzamelen we en strooien we uit in de zaaibedden tijdens de lente. ‘Joel’ is afkomstig van het Zweedse woord voor kerstmis. Wij houden deze traditie hoog omdat het vieren van een natuurverschijnsel extra betekenis geeft aan een overgang. Het sluit een periode af en geeft hoop en ruimte om je klaar te maken voor de toekomst. Trouwens: als u denkt de joelstronk niet te kennen, raad ik u aan een kijkje te nemen in de etalage van de bakker tijdens de feestdagen waar tientallen stronkjes liggen te pronken. Naar Belgische gewoonte maakten wij van de joelstronk een biscuit ingesmeerd met crème au beurre.

Het stimuleren van solidariteit en het vormen van een gemeenschap is geen evidente keuze meer in onze wereld waar gevochten is voor een vrijheid die uitmondde in individualisering.

Brits bioloog en schrijver George Monbiot schreef Uit de Puinhopen, een betoog over hoe we de vernietiging van onze leefwereld kunnen keren. Hij schrijft dat onder andere de solidariteit onder druk staat en we daarom in de lokale politiek moeten beginnen, met het opbouwen van netwerken van solidariteit en gemeenschap. Deze solidariteit is een kenmerk van inheemse volken zoals bij de Colombiaanse Amazonegemeenschappen.

Julio Cesar Lopez Jamioy vertelde aan MO* ook het volgende: ‘Hoe ouder iemand is, hoe belangrijker de persoon, vooral wanneer ze plantenkennis bezitten, onze traditionele geneeskunde beoefenen en leiderschapsfuncties innemen. Het is voor ons belangrijk om hen in leven te houden. Zij zijn onze onderwijzers. Wij hebben alleen toegang tot die wijsheid door met hen tijd door te brengen. Dat geldt voor inheemse volken wereldwijd’. Nu Jamioy afgezonderd leeft in de stad van zijn familie omwille van corona is dat moeilijk voor hem.

Nemonte Nenquimo, de Ecuadoriaanse leidster van de Waorani die door TIME tot een van de honderd invloedrijkste personen ter wereld werd gekozen, liet tijdens een interview met MO* het volgende optekenen: ‘Ik heb veel liefde voor het bos, liefde voor mijn ouders en voorouders. Zij hebben me geholpen en hebben me gegidst.’

Het stimuleren van solidariteit en het vormen van een gemeenschap is geen evidente keuze meer in onze wereld waar gevochten is voor een vrijheid die uitmondde in individualisering. Maar het animisme, dat de grondslag is van nagenoeg alle religies, is een benadering om sleutels te geven tot wat werkelijk zinvol is omdat het over godsdiensten heen kan verenigen.

Er bestaat een pygmeeënlegende die ik las in een boek van Joseph Campbell, een Amerikaans literatuurwetenschapper. Het verhaal maakte iets los in mij wat ik eigenlijk al lang wist. Het gaat over een jongetje dat in een bos een vogel vindt die zo mooi zingt dat hij hem meeneemt naar huis. Hij vraagt zijn vader om voedsel mee te brengen voor de vogel, maar de vader heeft daar geen zin in en maakt de vogel dood. ‘En’, zegt de legende, ‘met de vogel doodde hij de zang en met de zang zichzelf.’