De laatste

Column

Negen jaar lang een beschouwing per maand, daar kan een mens al eens op terugblikken

De laatste

De laatste
De laatste

Negen jaar geleden publiceerden we de eerste column van Bie Vancraeynest. Vandaag verschijnt haar laatste column voor MO*. Negen jaar lang een beschouwing per maand, daar kan een mens al eens op terugblikken.

© Brecht Goris

Bie Vancraeynest

© Brecht Goris

Negen jaar lang was Bie Vancraeynest een vertrouwd gezicht op onze website en schreef ze voor MO* bijna maandelijks een column. Vandaag verschijnt haar laatste. Negen jaar lang een beschouwing per maand, daar kan een mens al eens op terugblikken.

Wanneer ik begin te turven en wat natte vinger statistiek toepas, blijk ik een beperkt aantal stokpaardjes te hebben die regelmatig hinnikend voorbij komen: precariteit op de arbeidsmarkt, het onvermogen binnen onze samenleving om écht naar jongeren te luisteren, de verandering van de toon in het maatschappelijke debat en de online bagger die steeds meer wordt aangevoerd.

Het Midden-Oosten dat er slechter dan ooit aan toe is, de verschillende strategieën in de maatschappelijke strijd, de depolitisering van het middenveld, het troostende effect van de kunsten, feminisme, de stad en haar bewoners, alledaags racisme en, actueler dan ooit, het rampzalige Europese migratiebeleid. Het levert kopij op die wordt gedeeld en becommentarieerd. Dat laatste nogal eens door oudere witte mannen die graag ‘Bieke’ in de aanhef gebruiken. Zet iets scherp aan, en er komt je wel een Alain uitleggen wat je volgens hem eigenlijk écht wil zeggen.

‘De mens, ge kunt gij daar niet aan uit’. Duizend columns kan je samenvatten met dat ene zinnetje van Gerard Walschap.

Nog een vaststelling. Schrijf iets over de vakbond en je gaat een week viraal. Schrijf over een stuk van de wereld dat wat verder af ligt, en geen hond is geïnteresseerd. Zelfs lezers van mondiale magazines hebben nood aan de herkenbaarheid en het nabije.

Bij het fragmentarisch teruglezen, krullen mijn tenen vaak. Er zijn dingen die ik nooit meer zou schrijven, woorden die ik niet meer zou gebruiken. Onderwerpen die me niet toebehoren, en waar ik toch zonder scrupules over heb geschreven. Ik zie aanvankelijk veel statements die door de jaren heen vervellen tot steeds meer twijfels.

De ontmoeting

‘De mens, ge kunt gij daar niet aan uit’. Duizend columns kan je samenvatten met dat ene zinnetje van Gerard Walschap.

Bij het aanzetten van een nieuw stukje, hanteer ik altijd dezelfde methodiek. Ik blik terug op de zeven voorgaande dagen en tracht me te herinneren wat mij die week heeft geraakt, waaraan ik ben blijven haperen. Waarom ik word getroffen, vraag ik me af, en heb ik daar iets relevants over te zeggen waar een ander ook iets aan zou kunnen hebben? Heeft dat kleine verhaal een link met een groter, universeler iets? De aanleiding kan een voorstelling zijn die ik zag of een artikel dat is blijven hangen. Maar bijna altijd is het een ontmoeting, een gesprek, een voorval met iemand anders.

Deze week zijn dat twee leeftijdsgenoten die ik al enkele jaren ken en regelmatig toevallig ontmoet. Ik heb hun telefoonnummer niet, zij niet het mijne. Maar als we elkaar zien, is het weerzien hartelijk, met knuffels zelfs, toen dat nog mocht.

In het begin van de week kwam Y. op het werk binnen gewaaid. Uit Marokko naar hier gekomen in 2004. Zestien jaar in België. In 2009 kwam het heugelijke nieuws dat ze in aanmerking kwam voor regularisatie na vijf jaar leven in clandestiniteit. Uit een map vist ze de beduimelde brief op met die verlossende woorden. Maar de vreugde is van korte duur.

Elf jaar later is ze al lang weer terug naar af. Regulariseren is een lang en lastig proces dat voor haar fout is gelopen door een werkgever die weigerde haar effectief gepresteerde uren te registreren. Ze huurt een kamer bij een gezin waarvan de leden regelmatig aan haar spullen zitten.

Ze vertelt me dat haar advocate een nieuwe procedure is gestart en nu zoekt ze mensen die willen getuigen dat ze een positieve bijdrage levert in onze samenleving. ‘Ik heb getuigen nodig die echte Belgen zijn. Geen Marokkanen. Nederlandstalige Belgen, Vlamingen, dat is het beste.’ Er volgt een stilte. Dus schrijf ik een brief aan een onbekende over haar gevoel voor humor en dat ze beste Marokkaanse msemen-pannenkoekjes van het noordelijk halfrond maakt.

Op mijn Google Drive staat het vol met brieven in dezelfde trant die ik eerder al heb geschreven. Brieven waarin ik, Bie Vancraeynest, getuig dat mensen bestaan en hun stinkende best doen om er iets van te maken. Ik kan me niet inbeelden wat het doet met iemand, aan een ander moeten vragen om zijn of haar bestaan te staven. Zij neemt mijn brief dankbaar in ontvangst. Ik voel me een beetje misselijk.

En dan is er N. Tijdens het prachtig nazomerweekend blaast hij uit in de zon met een paar pintjes en een joint die hij net zorgvuldig gerold heeft. N. staat tijdens de week elke morgen om 4u op vanuit zijn gedeelde kamer in Antwerpen. Hij neemt de waterbus naar de haven om daar, op basis van dagcontracten te order picken. ‘We kunnen gewoon alle communicatie in het Arabisch doen want er werken alleen maar asielzoekers’.

Ik koester na dertig jaar nog steeds de ijdele hoop dat de sociaaldemocraten ooit zelf zullen inzien dat er met rechtse praat geen linkse partij valt te bouwen.

Zelf is hij onderweg van Soedan naar het Verenigd Koninkrijk in België terechtgekomen en wanneer hij gastvrije burgers leert kennen die voedsel verdelen en helpen met het tijdelijk herbergen van mensen bedenkt hij dat ook in dit land een toekomst zou kunnen zijn weggelegd voor hem en misschien ooit, zijn gezin. Hij heeft in China gewoond en in de Emiraten. Hij belandt vlak voor de oorlog zelfs enkele maanden in Damascus. Hij is een meertalige man van de wereld, een fixer, een geboren activist en organisator. Maar vandaag wil hij gewoon uitgeblust pintjes drinken in de zon.

Als ik dan nog een onderwerp wil aansnijden, dan wel dit. Hoe we omgaan met mensen die hier niet geboren zijn maar hier wel zijn. Met of zonder het juiste papier in de map met administratie die elke migrant mee sleurt. Van de gruwel rond de Middellandse Zee tot het gesol en gemors met mensen hier. Het maakt mij elke dag opnieuw razend. Ik reken onze politici en middenveld af op hoe ze zich hier tegenover positioneren. Maar ik wil vooral mezelf afrekenen op mijn eigen stellinginname. En mijn handelen.

(Ik ga hier geen woorden vuilmaken aan de flinkse uitspraken van een millennial in een televisieprogramma dat zich op een overgesubsidieerde boot afspeelt. Ik koester na dertig jaar nog steeds de ijdele hoop dat de sociaaldemocraten in dit land ooit zelf zullen inzien dat die derde weg een sukkelstraatje is en dat er met rechtse praat geen linkse partij valt te bouwen. Maar ik ga geen energie meer stoppen in hen dat uit te leggen.)

Naar aanleiding van het schielijk overlijden van David Graeber dook ik nog eens in wat hij schreef in “The Occupy Handbook”.

‘Dit is het verschil tussen protest en directe actie: Protest, hoe militant ook, is een oproep aan de autoriteiten om zich anders te gedragen; directe actie, of het nu gaat om het bouwen van een waterput door een gemeenschap of om het maken van zout in strijd met de wet (Gandhi), het proberen te verstoren van een conferentie of het bezetten van een fabriek, het is een kwestie van handelen alsof de bestaande machtsstructuur niet eens bestaat. Directe actie is in het ultieme, het uitdagende volhouden om te handelen alsof je al vrij bent.’

Ik denk dat het ook voor mij tijd is om het protest zoals hij het hier verwoordt links te laten liggen en me eerder op de actie te gooien. Zonder oordeel over de strategieën van een ander, maar eerder omdat ik graag ben waar ik me op mijn plaats voel.

Ik ben veranderd en de wereld is veranderd. Uitverteld ben ik niet, maar ik maak graag plaats voor de blik van een ander. Ik heb mezelf op de eerste rij van de stad gezet, en daar ga ik blijven kijken en registreren en nadenken. Maar ik ga het even zonder meningen doen. De strijd, die geef ik niet op, ik verander gewoon van platform. Meer luisteren ga ik, en observeren. Laverend tussen en met hen die beweging maken. Zonder logo en gedeponeerde merknamen. En met de lekkerste msemen van het noordelijk halfrond.

Tags