Ensors, snuivers en slikkers

Column

De fictiewereld is een slagveld

Ensors, snuivers en slikkers

Ensors, snuivers en slikkers
Ensors, snuivers en slikkers

De wereld van film- en tv-fictie is een slagveld, stelt MO*columnist Michael De Cock. Wie mag spreken op de podia? En wie wordt hoe vertegenwoordigd? Geen onschuldige vragen, zo illustreren recente debatten. ‘Laat deze editie van de Ensors het einde van het testosterontijdperk inleiden.’

© Konstantinos Tsanakas

Michael De Cock: ‘Laat deze editie van de Ensors het einde van het testosterontijdperk inleiden.’

© Konstantinos Tsanakas

De wereld van film- en tv-fictie is een slagveld, stelt MO*columnist Michael De Cock. Wie mag spreken op de podia? En wie wordt hoe vertegenwoordigd? Geen onschuldige vragen, zo illustreren recente debatten over druggebruik op het scherm en over genderneutrale prijzen. ‘Laat deze editie van de Ensors het einde van het testosterontijdperk inleiden.’

Het gebeurt niet zo vaak dat Bart De Wever zich over cultuur uitlaat. Doet hij dat wel is dat meestal omdat hij zich ergert, geviseerd voelt of het debat van speelveld wil verleggen.

Zo merkte hij een paar weken geleden fijntjes op dat series als 2DEZIT en Knokke Off druggebruik verheerlijken. Onze jeugd wordt slikkend en snuivend afgebeeld en dat wordt allemaal geassocieerd met succes, jeugd en schoonheid, vertelde De Wever tijdens een televisiedebat bij Terzake over 'the war on drugs'.

Een bijzondere opmerking voor een vijftiger en, hoe dan ook, een vorm van projectie, maar De Wever heeft gelijk. Representatie is nooit vrijblijvend, noch vrij van verantwoordelijkheid.

Wat dan weer niet wil zeggen dat er niet over geschreven mag worden. Want ook Luk Wyns, scenarist van Knokke Off, heeft een punt: de drugs zijn er niet omdat hij erover schrijft, hij schrijft erover omdat ze er zijn.

Eén illusie mogen we ons alvast besparen. Het is allerminst omdat aan het eind van het verhaal de snuiver of slikker roemvol en berouwvol ten onder gaat, dat daarmee alles wat voorafging onschuldig wordt. Zo werkt beeldvorming niet. Daarvoor is de straf of catharsis aan het einde van de rit verre van afdoend.

Het mediadebat dat na de uitspraken van De Wever volgde was eerder aan de magere kant. Televisiemakers opperden in een interview dat er geen onderzoek bestond om het (on)gelijk van De Wever aan te tonen. Maar stiekem weten we natuurlijk al enige tijd beter.

Kijken is kiezen

Ook op metaniveau is de fictiewereld een slagveld. Wie krijgt de tijd, de ruimte, en de middelen om op welke manier wat over wie te vertellen? Zoiets. En wie wint de prijzen, aan het einde van de rit? Ook dat is belangrijk.

Met het reproduceren van geweld, racisme, misogynie, verkrachting… moeten fictiemakers goed uitkijken of, zo niet, zich op zijn minst niet van de domme houden bij de impact ervan. Het is nog niet zozeer omdat jongeren het gedrag met z’n allen gaan kopiëren of imiteren, maar omdat het wel ons beeld bepaalt van hoe we naar de wereld kijken.

Het is om precies dezelfde redenen dat sommige afleveringen van FC De Kampioenen problematisch zijn en gewoon veel beter niet meer uitgezonden worden. Er ligt genoeg ander materiaal op de plank. Als er dan al eens zo’n aflevering gewraakt wordt, schreeuwen omgekeerde moraalridders vaak moord en brand.

Hebben we met censuur of betutteling te maken? Verre van, het is niet meer of minder dan de job van iemand die culturele producten of voorstellingen programmeert. Programmeren is, net als kijken, altijd kiezen.

Wie mag spreken op onze podia? Wie wordt hoe gerepresenteerd? En hoe wordt er over bepaalde mensen of bevolkingsgroepen gesproken? Van programmatie tot eindejaarslijstjes of winnaars van voorname prijzen. Het doet ertoe, net als de manier waarop we onze personages schetsen.

Is Vlaanderen – land van dagschotels en Bomaworst — niet klaar voor genderneutrale prijzen?

In dat kader was er enige opschudding vorige weekend. Niet in Knokke, maar een eind verderop aan de Belgische kust, na de uitreiking van de Ensors, de belangrijkste Vlaamse film- en televisieprijzen. Best een gezellige boel daar in Oostende, tot bleek dat maar drie van de dertig beeldjes naar een vrouw waren gegaan. Toen werd het plots een beetje minder gezellig, zelfs ronduit problematisch.

Voor wie goed kan tellen: 90% van de beeldjes werden door mannen in de wacht gesleept. Bart Schols vroeg zich in De Afspraak af waarom die genderneutrale prijzen in ’s hemelsnaam bedacht waren. Het was een beetje adding insult to injury. Jongens en meisjes voetballen toch ook niet samen?

Ook de tafelgenoten bleven het antwoord schuldig. Ja, wie had dat dwaas idee eigenlijk in zijn hoofd gehaald? Het antwoord is nochtans simpel, goede Bart, acteren is geen voetbal, en niet iedereen voelt zich even gelukkig bij een binaire opdeling der geslachten.

Ciska Hoet, codirecteur van RoSa vzw, merkte in een interview in De Morgen op dat Vlaanderen – land van dagschotels en Bomaworst — niet klaar was voor genderneutrale prijzen en pleitte voor een tijdelijke terugkeer naar het oude systeem. Eerlijk? Ik zou het een vreselijke afgang vinden voor een sector die mij na aan het hart ligt.

Deeltjesversneller

Nu, hoe verdiend de winnaars ook zijn en hoe hard men het hun ook gunt, er schort wel meer aan het keuzesysteem van de Ensors.

De sector “beslist”, zo luidt het. Maar om te beginnen was jezelf registreren om te mogen stemmen al geen sinecure. Ik gaf er zelf na drie pogingen de brui aan. Voor het overige maken grote producties natuurlijk veel reclame bij de achterban en heeft het gros van wie kan stemmen lang niet alle films of reeksen gezien.

Om een voorbeeld te geven: Bas Devos mag dan wel tig keer genomineerd zijn, als haast niemand de film zag maakt hij nauwelijks of geen kans in de strijd met blockbusters als WIL.

Wil men dat de Ensors een deeltjesversneller zijn, die bestaande succesreeksen en films nog meer de hoogte in tilt? Of wil men dat de prijs rekening houdt met andere parameters en nu en dan ook een emancipatorische hefboom kan zijn?

Is of lijkt een script waardevoller en het acteren vetter dan in films met een vrouwelijkere en speelsere verbeeldingswereld?

In het eerste geval is men goed bezig. In het tweede geval moet er veel meer dan de genderneutrale prijzen op de schop. En als men het écht meent met verandering, dan is enige kritische zelfreflectie voortdurend noodzakelijk.

Tot slot verdient de vraag welke soorten films en reeksen in de prijzen vallen een onderzoek. Waarom gaat Oppenheimer met alle nominaties lopen en krijgt Barbie er nauwelijks. Waarom lijkt geweld en geschiedenis het goed te doen in prijzenland? Is of lijkt een script waardevoller en het acteren vetter dan in films met een vrouwelijkere en speelsere verbeeldingswereld?

Mijn suggestie: schud een beetje met de kaarten, maak de stemprocedure eenvoudiger, maak een paar categorieën bij (waarom niet “beste doorbraak”), neem RoSa vzw onder de arm, zet een fijne campagne op die ons anders, diverser en beter doet kijken en we komen misschien terecht in de wereld die actrice Ruth Becquart, ook aan tafel in De Afspraak, voor ogen heeft. Een wereld waarin meer verhalen aan bod komen en waarin iedereen van iedereen kan leren.

Gescheiden prijzen kan je net zo goed verdedigen als genderneutrale prijzen. Dat is het punt niet. Maar de grâce, gooi nu het kind met het badwater niet weg. Op de stappen terugkeren is in deze redelijk gênant. Laat deze editie een laatste wake up call zijn en het einde van het testosterontijdperk inleiden.

En laat ons volgend jaar met z’n allen beter doen. Want als we er vandaag niet toe in staat zijn, waarom zouden we er over vijf jaar wel klaar voor zijn?