Het gevecht met mijn ergste vijand: mezelf

Column

Het gevecht met mijn ergste vijand: mezelf

Het gevecht met mijn ergste vijand: mezelf
Het gevecht met mijn ergste vijand: mezelf

Sachli Gholamalizad zit in Beiroet, waar ze weer een grens verlegt in de strijd met haar eigen angsten en opgelegde normen. ‘Ik wil de façade van de norm doorboren, de holheid daarvan blootleggen. Durven mens te zijn in al zijn facetten, durven al die kanten van mezelf op te zoeken en aan te kijken.’

Ik moet een column schrijven, na een lange zomerstop, maar er gebeurt te veel in mijn hoofd en in mijn leven om alles te kunnen verwerken in een hapklare brok tekst. Ik ben niet klaar voor een verhelderende reflectie op dit moment, niet met deze chaos in mijn hoofd.
Toch is het dat wat we geacht worden te doen als we het geluk hebben omringd te zijn door zoveel privilege en veiligheid. Als we de ruimte en het platform krijgen om gehoord en gezien te worden. Gelezen te worden.

Met elk jaar dat erbij komt, besef ik meer dat mijn tijd kostbaar is en mijn keuzes kostbaarder. The time is now. Niet later en zeker ook niet vroeger. Al ben ik er de persoon niet naar om te kiezen. Ik ben eerder het geef-mij-maar-alles meisje:
Geef me leven, geef me strijd, geef me liefde, geef me pijn, geef me diepte, geef me wijsheid.
En als dat betekent dat het soms zal schuren, dan moet dat maar.

Je kan geen emmers geluk scheppen als je niet soms eens zwaar door de modder durft te gaan.

Je kan geen emmers geluk scheppen als je niet soms eens zwaar door de modder durft te gaan.
Ik zal nooit aanvaarden dat er niets meer te vinden of te zoeken is achter wat ooit door een ander bepaald is geweest als eindpunt, als norm, als grens. Ik wil en zal die grenzen aftasten en indien nodig herdefiniëren.
Lang heb ik dat als mijn zwakte gezien. Maar nu zie ik dat als mijn kracht, mijn levensmotto. Dat wat het leven uitdagend en daarom net interessant voor me maakt.

De keuzes die je maakt, zijn voor het leven, besef ik ook. En dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. Niet alleen voor jezelf maar ook voor je omgeving. Alles en iedereen beïnvloedt elkaar. Of we dat nu willen inzien of niet. We raken elkaar. Doen elkaar pijn. Nemen afstand. Haten elkaar. Troosten elkaar.

Het zijn kleine onzichtbare maar daarom niet minder voelbare littekens die je in je ziel meedraagt, 24/7. Sommige zijn mooi om naar te kijken en aan herinnerd te worden. Andere zijn lelijk en verdragen het daglicht niet. Maar ik geloof tegelijkertijd ook niet dat je écht verkeerde keuzes kunt maken in je leven. Want leert tenslotte niet elke keuze ons iets over wie we zijn en wie we zullen worden? En te aanvaarden wie we zijn, wie we ooit waren en wie we zullen worden?

***

Terwijl ik dit schrijf zit in in Beiroet, te bekomen van mijn eerste optreden hier, gisteravond. Een mijlpaal voor mezelf. Hoe klein en onbetekenend dit voor een ander misschien ook kan zijn. Ik weet dat ik weer een angst overwonnen heb, door te durven zingen in het openbaar, me kwetsbaar op te stellen op een podium, om de poort naar mijn eigen sensualiteit open te zetten, zonder schaamte of zelfcensuur. En ik geef mezelf daarvoor graag een schouderklopje. Want ik moet mezelf dagelijks meedragen. En soms moet ik mezelf aanmoedigen. Om door te kunnen gaan met alles. Om te geloven dat mijn keuzes geen verkeerde keuzes kúnnen zijn.

Er broeit hier iets dat ik nog niet ben tegengekomen in Europa. Niet op deze manier. Hetzelfde voel ik als ik in Teheran ben.

Enkele maanden geleden maakte ik de keuze om te durven zingen en een nieuw muziekproject op te starten. Niet alleen voor mezelf maar ook voor de buitenwereld. Want je geluk moet je delen. En daardoor zijn er nieuwe deuren voor me opengegaan. Zo werkt dat in het leven.
Een van de nieuwe deuren in mijn wereld is die van het Midden-Oosten.
De keuze om de laatste jaren veel naar deze regio te reizen, is iets dat aanvankelijk op me afgekomen is, maar nu zeer bewust is gemaakt.

Omdat vooroordelen berusten op de meest gekleurde en eenzijdige kennis die mensen hebben opgedaan uit mainstream media, voel ik een enorme drang om contact te maken met gelijkgestemden uit deze regio. Er broeit hier iets dat ik nog niet ben tegengekomen in Europa. Niet op deze manier. Hetzelfde voel ik als ik in Teheran ben. Deze landen doen me worstelen met mijn eigen demonen, verwachtingen en vooroordelen maar voeden tegelijkertijd mijn ziel, moedigen me aan, juist omdat ze symbool staan voor waar ik al mijn hele leven in het Westen mee worstel: die vooringenomenheid en beoordeling van onze ‘andere’ lichamen en geesten.

***

Het is een spijtige vaststelling dat ik mijn eigen grootste vijand ben. Hoeveel jaren ik verspild heb aan zelfhaat is niet te bevatten. Ik investeer dan ook mijn energie vooral in het bestrijden van mijn eigen demonen. Juist door ouder te worden, besef ik dat ik mijn leven niet wil vergooien. Mijn allergrootste angst in het leven is later spijt hebben van wat ik nooit heb gedaan, maar altijd had willen doen. Tot de vaststelling komen dat ik niet écht heb geleefd, maar enkel aan de oppervlakte ben gebleven.

Een grote reden van deze zelfhaat komt overigens uit de waarneming dat ik niet was zoals de andere kinderen in mijn omgeving. Ik zag er anders uit, sprak een andere taal thuis, at ander voedsel, had lichtelijk andere gewoontes.
Als kind had ik geen voorbeeld om naar op te kijken, die me een ander maar niet minder waardevol referentiekader kon bieden.
Nu, als volwassene heb ik dat wel. Ik vind voorbeelden in meerdere figuren, zowel in vrouwen als in mannen. En dat wisselt naar gelang mijn eigen zoektocht en gewoel in het leven.

De muziek waar ik nu mee bezig ben bijvoorbeeld, probeert deze pijn een plek te geven. Ze om te zetten in zachtheid. In liefde.
Vertrekkende van onder andere de prachtige poëtische teksten van Forough Farrokhzad, een Iraanse dichteres die in de jaren 1950 furore maakte omdat ze als een van de eerste vrouwen uit de regio uiting en woorden gaf aan haar eigen seksualiteit en schaamteloos onconventioneel zichzelf durfde te zijn. Farrokhzad is een icoon in Iran en betovert iedereen die met haar werk in aanraking is gekomen. Zij is mijn huidige gids die me begeleidt naar die nieuwe wereld waarin ik de moed vind om van mezelf en mijn lichaam te leren houden. Los van maatschappelijke verwachtingen en normen, los van grenzen, maar luisterend naar mijn eigen natuur.

Ik aanvaard en omarm mijn demonen en zelfhaat, want die hebben ervoor gezorgd dat ik nu veel bewuster in het leven sta en mezelf heb leren omarmen.

Want het blijft als vrouw vechten om te durven op te komen voor je eigen lichaam, je eigen gedachten, je eigen seksuele ontplooiing zonder als “gemakkelijk” en “goedkoop” te worden afgeschilderd. Die balans vinden vind ik een grote uitdaging.
Makkelijk boeit me niet. Als iets te gratuit wordt, haak ik af. Ik wil kronkels toelaten. Ik wil de facade van de norm doorboren, de holheid daarvan blootleggen. Durven mens te zijn in al zijn facetten, durven al die kanten van mezelf op te zoeken en aan te kijken. Daar put ik eindeloze inspiratie uit en ik ben dankbaar dat ik die ruimte kan opeisen voor mezelf.
Ik aanvaard en omarm mijn demonen en zelfhaat, want die hebben ervoor gezorgd dat ik nu veel bewuster in het leven sta en mezelf heb leren omarmen.

***

Juist in deze hoek van de wereld merk ik dat vrouwen hun lichamen beter kennen en schaamteloos durven exploreren, tegen hun eigen censuur en die van de buitenwereld in. Ze laten de verscheidenheid toe. Op welke manier dan ook. Met of zonder hoofddoek. Met of zonder woorden. Met of zonder hun lichaam. Iedereen heeft tenslotte haar eigen strijd te leveren. Geen enkele mens, geen enkele cultuur hoort dat voor een ander te bepalen.

Terwijl de wereld zichzelf meer en meer in onwetendheid en angst hult, ga ik mijn eigen angsten aan met een hakbijl en maak ik onderweg komaf met mijn vijanden

Wat ik herken in de Arabische wereld, met de artiesten en denkers die ik hier ontmoet, is de strijd om iedere dag te vechten tegen al die nodeloos vermoeiende vooroordelen (ja, iedere fucking dag), maar tegelijkertijd te bouwen aan een nieuwe toekomst die allesbehalve beperkend en begrenzend is. Een toekomst die zogezegde contrasten omarmt en niet afwijst. Een toekomst die uitdagend is en de grenzen aftast en nieuwe betekenissen opzoekt.

Terwijl de wereld zichzelf meer en meer in onwetendheid en angst hult, ga ik mijn eigen angsten aan met een hakbijl en maak ik onderweg komaf met mijn vijanden en ontmoet ik mijn medestrijders, die samen met mij vechten voor een mooiere wereld. Voor een inclusievere, helende wereld. Die zich niet met de periferie bezighoudt maar het gevecht met zichzelf aangaat. Die het gesprek met zichzelf aangaat.

Een wereld die over opgelegde landsgrenzen heen bondgenoten maakt en waarin mensen zichzelf en elkaar verrijken door hun deuren open te zetten voor de andere en hen gewoon te ontvangen. Niets meer. Niets minder.