Ik word in het hokje van ‘zwart’ geduwd, maar ik ben Zwart

Column

De maand van Latifah Abdou

Ik word in het hokje van ‘zwart’ geduwd, maar ik ben Zwart

Ik word in het hokje van ‘zwart’ geduwd, maar ik ben Zwart
Ik word in het hokje van ‘zwart’ geduwd, maar ik ben Zwart

Latifah Abdou is doodeerlijk in haar nieuwe column over haar zwart-zijn: ze twijfelde om over dit thema te schrijven. ‘Schrijven over raciale identiteit vergt een bepaalde kwetsbaarheid.’ Ze doet het toch, omdat ze merkt dat veel andere mensen uit de diaspora worstelen met dezelfde vragen.

Konstantinos Tsanakas

Latifah Abdou: ‘Zwart zijn is méér dan de kleur van mijn huid. Het is ook mijn cultuur, mijn origine en mijn omgeving.’

Konstantinos Tsanakas

Latifah Abdou is doodeerlijk in deze nieuwe MO*column over haar zwart-zijn: ze twijfelde om over dit thema te schrijven. ‘Schrijven over raciale identiteit vergt een bepaalde kwetsbaarheid.’ Ze doet het toch, omdat ze merkt dat veel andere mensen uit de diaspora met dezelfde vragen en dubbele identiteit worstelen.

Ik groeide op in een voornamelijk witte omgeving en was me op jonge leeftijd al hyperbewust van mijn raciale identiteit. Ik was heel dikwijls het enig zwarte meisje in de klas, in mijn balletklas, in mijn vriendengroep, enzovoort. Het was een identiteit waaraan ik niet kon ontsnappen.

Thuis werd mijn raciale identiteit, mijn Blackness, op een andere manier omgezet naar mijn Rwandese identiteit. Ik kwam thuis in een Rwandees huishouden en daar werd mijn Blackness ingevuld door mijn ouders en broers: ik was niet het zwarte meisje, ik was het Rwandese meisje. Zwart werd Black, meer dan gewoon het hoge gehalte melanine – het pigment dat de kleur van je huid bepaalt. Het was ook mijn cultuur, mijn origine en omgeving.

Ook in het Amerikaans Engels verwijst Black, geschreven met een hoofdletter, naar de cultuur van zwarte personen en hun Afrikaanse origine, niet enkel naar hun huidskleur.

Disclaimer

Wie bepaalt mijn Blackness? En hoe verandert die, afhankelijk van de plaats waar ik me bevind? Dit zijn vragen die denk ik veel mensen uit de Zwarte diaspora zich wel eens stellen.

Dit is mijn persoonlijk verhaal, niet dat van alle zwarte personen.

Ik moet eerlijk zijn: ik had mijn twijfels om een column te schrijven over dit thema. Schrijven over identiteit, en zeker raciale identiteit, vergt een bepaalde kwetsbaarheid. Zo openlijk uitkomen voor mijn vragen en ideeën met een column, op een medium dat grotendeels door een wit publiek wordt gelezen, en dat in het huidig politiek klimaat waar anti-racisme als polariserend wordt geframed.

Daarom een paar disclaimers voor wie dat nodig heeft: dit is mijn persoonlijk verhaal, niet dat van alle zwarte personen. De bedoeling van dit verhaal is niet om jou inzicht te geven in wat het is om zwart te zijn, en het is dan ook perfect normaal als je niet alles helemaal begrijpt. Dit gaat over wat het voor mij betekent om zwart te zijn.

Mijn thuis, of toch niet?

Ik werd geboren in de Rwandese hoofdstad Kigali en ben op jonge leeftijd naar België gevlucht. Al op heel jonge leeftijd werd ik me er hier van bewust dat mijn raciale identiteit als zwarte persoon hier anders was dan die van de rest.

Ik week af van witte meerderheid. Met als resultaat dat ik daar heel wat vragen over kreeg: over mijn haar, mijn ouders, het hele Afrikaans continent. Mijn Blackness werd door mijn witte omgeving gereduceerd tot mijn huidskleur.

Thuis werd mijn Blackness ingevuld door mijn Rwandese cultuur. Door Nederlands, Frans en Kinyarwanda door elkaar te praten, door mijn lievelingsgerecht igitoki met rengarenga op tafel, door naar muziek van Ali Kiba te luisteren en zo veel meer. Thuis kreeg ik agency over mijn Blackness, en dat zorgde op zijn beurt voor invulling over wat Zwart zijn voor mij betekent.

Ik werd geboren in Rwanda. Maar daar ben ik een come from, iemand die van elders komt, iemand uit de diaspora.

Ik reisde voor de eerste keer terug naar Rwanda in 2008, toen ik tien jaar was. Ik was me toen nog niet heel bewust van de identitaire kwestie. Maar toen ik tien jaar later nog eens terugging, had mijn ervaring veel meer betekenis voor mij.

Ik kwam aan op de luchthaven en zag overal mensen die op mij leken, in allerlei functies. Leidinggevende functies, leerkrachten, mensen op tv, CEO’s. Ik woonde een gusaba bij, een traditionele bruidsschatplechtigheid.

Dat kwam binnen. Ik besefte toen echt wat het betekent om deel uit te maken van de meerderheid, en tegelijk ook wat het betekent om er géén deel van uit te maken.

Ik was thuis, at last, eindelijk. Dacht ik. Want snel genoeg werd ik ook geconfronteerd met mijn identiteit als deel van de diaspora. Ik kom uit Rwanda, ja, maar heb er niet echt mijn jeugd doorgebracht. Bepaalde gebruiken kende ik niet. Ik was een come from, een term waarmee in veel Engelstalige Sub-Saharaanse landen verwezen wordt naar iemand die van elders komt, specifiek naar de diaspora van dat land. Ik was Rwandees, maar ook wel een beetje Europees.

Dat voelt waarschijnlijk vertrouwd voor veel mensen uit de diaspora, of voor geracialiseerde* personen die hun roots elders hebben. Ik besefte dat ik Rwanda, en zelfs bij uitbreiding het hele Afrikaanse continent, geromantiseerd had.

Pas achteraf kon ik vrede nemen met die dubbele identiteit, met behoren tot beide en tegelijk tot niets. Dat is dan, denk ik, de identiteit van de diaspora.

Mijn Blackness in opspraak

Recent reisde ik naar Johannesburg, Zuid-Afrika, en daar dook mijn raciale identiteit terug op in mijn innerlijke dialogen. In een land gebouwd op migratie, een land waar tot 1990 de apartheid heerste, en waar vandaag nog steeds de witte minderheid de kapitalistische meerderheid uitmaakt.

In één minuut veranderde mijn identiteit. De migratiegeschiedenis van Zuid-Afrika, en specifiek van Johannesburg, geeft Blackness verschillende invullingen. Op één locatie en in een beperkte tijdspanne kreeg ook mijn Blackness verschillende betekenissen.

Eerst werd ik gezien als een local, een Zuid-Afrikaanse. Daarna als migrant uit Zimbabwe of Zambia, die de meerderheid van de arbeidsmigranten uitmaken en als tweederangsburgers beschouwd worden. Wanneer ik liet weten dat ik Rwandees, maar ook van België, was, volgde een heel andere invulling. Omdat ik van Rwanda afkomstig ben, ben ik per definitie geen migrant. Daarenboven woon ik in België, in Europa. Ik ben dus Black van Europa, geen local of arbeidsmigrant.

Het zalige gevoel van thuiskomen had ik aanvankelijk ook toen ik landde in Johannesburg. Ook hier arriveerde ik op de luchthaven en zag ik allemaal mensen die op mij leken en die mij groetten in hun taal. Bovendien: ik was in het land en in de stad van vrijheidsstrijder Nelson Mandela, Madiba.

Ik voelde de aanwezigheid van het koloniale verleden en de apartheid. Ik keek naar een gefaalde Rainbow Nation.

Maar de eerste paar dagen zag ik amper of geen witte personen, ook al wist ik dat ze er wel waren. Pas op dag vier zag ik een wit gezicht. En ook al bekleden in Zuid-Afrika heel wat zwarte en gekleurde mensen machtsposities, en ook al is het ANC er aan de macht: ik wist dat het kapitaal grotendeels in witte handen is. Zij zijn de eigenaars, de kaderleden, zij bezitten de hogere functies. Ik zag ze niet, maar hun afwezigheid voelde voor mij erg aanwezig.

Het deed me denken aan de bekende afbeelding van het zeemonster Leviathan, op de cover van het gelijknamige boek van Thomas Hobbes: de gekroonde reus die als alleenheerser bovenaan staat, het volk dat getekend staat op zijn armen en borst, alsof hij het bezit. De getekende mensen zijn met z’n velen, maar het is de gekroonde reus die in het oog springt.

(public domain)

Afbeelding van Leviathan, op het gelijknamige boek van Thomas Hobbes (uit 1651): de gekroonde reus die als alleenheerser bovenaan staat.

(public domain)

Anders dan in Rwanda werden in Zuid-Afrika niet allerlei functies ingevuld door personen die op mij leken. Ik voelde de aanwezigheid van het koloniale verleden en de apartheid veel sterker hier. Ik keek naar een gefaalde Rainbow Nation, een land dat na de apartheid wilde streven naar harmonie en multiculturalisme maar dat daar niet in geslaagd is.

Dit samen met de migratiegeschiedenis van Johannesburg specifiek. Dat alles zorgde voor een heel andere invulling van mijn Blackness.

“Agency” en omgeving

De betekenis die anderen aan mijn Blackness geven, verandert steeds, afhankelijk van de plaats waar ik ben. Het gaat over meer dan louter de kleur van de huid. Veel factoren spelen mee, maar ik wil er tot slot twee onderlijnen: agency en omgeving.

Ook toen ik naar Brussel verhuisde, werd ik op een andere manier Black. Doordat ik meer agency had over mijn racialisering, kreeg die een andere invulling.

Niet enkel agency hebben over je racialisering is belangrijk, maar ook de omgeving. In Geel, waar de witte meerderheid homogener is samengesteld was mijn Blackness anders dan in een stad als Brussel, waar je meer voorbeelden vindt van wat Blackness is en kan zijn. Wie ik ben en hoe ik word bekeken, wordt mee bepaald door hoe de dominante groep is samengesteld op de plek waar ik me bevind.

Wie definieert je Blackness en welke impact heeft dat op je identiteitsvorming? Het zijn geen simpele vragen. Eén ding is zeker: ik word geracialiseerd als zwart, maar ik ben Zwart.

* We spreken over racialisatie wanneer een groep mensen bepaalde (minderwaardige) kenmerken wordt toegedicht. Biologisch gezien bestaan er binnen de soort Homo sapiens geen rassen.