Kleuterschool-diplomatie

Gorik Ooms

Gorik Ooms

11 juni 2018
Column

Kleuterschool-diplomatie

Kleuterschool-diplomatie
Kleuterschool-diplomatie

In mei kwam de Wereldgezondheidsvergadering samen in Genève, voor haar 71ste jaarlijkse vergadering. Gorik Ooms las de kladversie van het 13de Algemeen Werkprogramma dat de grote lijnen uitzet voor de periode 2019-2023.

US Mission (CC BY-ND 2.0)

US Mission (CC BY-ND 2.0)​

Van 21 tot 26 mei kwam de Wereldgezondheidsvergadering samen in Genève, voor haar 71ste jaarlijkse vergadering. De Wereldgezondheidsvergadering is zowat de algemene vergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie: 194 lidstaten sturen een delegatie, meestal aangevoerd door de minister die bevoegd is voor gezondheid. De Wereldgezondheidsvergadering benoemt de Directeur-Generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie en hakt de moeilijkste bestuurlijke knopen door. Daarmee is de Wereldgezondheidsorganisatie een interessant voorbeeld van directe internationale democratie.

De meeste zogenaamde agentschappen van de Verenigde Naties zijn eigenlijk geen agentschappen maar programma’s of fondsen (zoals UNICEF), die worden bestuurd door een uitvoerende raad waarvan de leden worden aangeduid door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties, en de leden van de Economische en Sociale Raad worden aangeduid door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (waar elk land een stem heeft).

De spanningen liggen soms open op de tafel, ook al is een leger diplomaten telkens druk in de weer tussen januari en juni om uiteenlopende standpunten te verzoenen.

Dat biedt dus twee extra “processen” om meningsverschillen diplomatiek weg te masseren. In de Wereldgezondheidsvergaderingen liggen de spanningen soms open op de tafel, ook al is een leger diplomaten telkens druk in de weer tussen januari en juni om uiteenlopende standpunten te verzoenen.

Een jaar geleden schreef ik over de verkiezing van de Directeur-Generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie, en hoe die een spanningsveld tussen rijkere en armere landen blootlegde: hoe de rijkere landen een Directeur-Generaal wilden die voorrang gaf aan “mondiale gezondheidsveiligheid” (global health security), hoe de armere landen een Directeur-Generaal wilden die voorrang gaf aan universele gezondheidszorg (universal health coverage), en hoe de armere landen hun slag thuishaalden.

Dit jaar keurde de Wereldgezondheidsvergadering het dertiende “algemeen werkprogramma” goed, dat de grote lijnen uitzet voor de periode 2019-2023. De belangrijkste doelstellingen zijn:

  • 1 miljard mensen meer (dan nu) toegang geven tot universele gezondheidszorg;

  • 1 miljard mensen meer (dan nu) beter beschermen tegen gezondheidsurgenties, en;

  • 1 miljard mensen meer (dan nu) laten genieten van een goede gezondheid en welzijn.

Het is opvallend, bijna aandoenlijk, deze poging om de spanningen op te heffen door elke partij een even groot deel van de koek te geven. Bescherming tegen gezondheidsurgenties is code voor mondiale gezondheidsveiligheid. En met ‘genieten van een goede gezondheid en welzijn’ komt men tegemoet aan een derde groep protagonisten, die zowel universele gezondheidszorg als mondiale gezondheidszekerheid van ondergeschikt belang vinden en een voorkeur hebben voor een ruimere aanpak waarin preventie een belangrijke rol speelt.

Niemand weet hoe we dat straks gaan meten, of inderdaad telkens een miljard mensen het ene of het andere objectief heeft bereikt. Maar daar gaat het ook helemaal niet om. Waar het om gaat is dat elke benadering precies evenveel aandacht moet krijgen.

Het lijkt toch wel sterk op de manier waarop ouders een geschil tussen lastige kinderen aanpakken.

Bijna had ik geschreven dat deze methode om de spanningen op te heffen nogal kinderachtig is (in plaats van aandoenlijk). Zo kwam het bij mij over toen ik de eerste kladversie in handen kreeg. Het lijkt toch wel sterk op de manier waarop ouders een geschil tussen lastige kinderen aanpakken. Jij wil gaan fietsen? Jij wil gaan zwemmen? Zullen we dan met de fiets naar het zwembad gaan? Nee? Dan gaan we eerst precies 60 minuten fietsen en dan precies 60 minuten zwemmen.

Voor wie niet kan volgen: hoe meer mensen toegang toegang hebben tot goede en betaalbare gezondheidszorg, hoe sneller een nieuwe epidemie kan worden ontdekt en aangepakt. En als je preventie tegen besmettelijke ziekten koppelt aan preventie tegen niet-besmettelijke ziekten, kan je nog twee extra vliegen in één klap slaan: mensen zullen gezondheidszorg minder nodig hebben en dus het systeem minder belasten, en ze zullen sneller “op controle” gaan wanneer ze zich ziek voelen (mogelijk besmet met een virus). Dit alles opsplitsen in drie afzonderlijke doelstellingen is nogal absurd.

Toen ik de persoon die me de kladversie had doorgespeeld erop aansprak, gaf die ruiterlijk toe: ‘We zijn afgegleden naar het niveau van de kindergarten diplomacy.’ Maar kinderachtig wou hij het niet noemen, want dat zou de indruk kunnen geven dat de Wereldgezondheidsorganisatie zelf niet erg snugger is. En: ‘het is niet de schuld van de juf dat kleuters zich als kleuters gedragen; een slimme juf past zich aan.’

Kleuterschool-diplomatie dus: een kwestie van iedereen tevreden te houden. Met als bijkomend probleem dat de kleuters die deze juf niet wilden het grootste deel van het budget van de school bijdragen.

In hetzelfde stuk over de verkiezing van de Directeur-Generaal suggereerde ik al dat een Wereldgezondheidsorganisatie onder leiding van de Ethiopische Dr Tedros, met universele gezondheidszorg als prioriteit, dezelfde weg kon opgaan als de Wereldgezondheidsorganisatie die 40 jaar geleden het programma “gezondheid voor iedereen tegen het jaar 2000” aanvoerde. Ook toen bevond een handvol rijkere landen zich in een minderheidspositie. Toen ze hun slag niet thuishaalden, verschoven ze hun financiering voor gezondheid in armere landen naar de Wereldbank, waar ze de controle konden behouden omdat daar niet wordt gestemd volgens het principe van ‘één land, één stem’, maar wel volgens het aantal aandelen dat landen in de Wereldbank hebben. Met die verschuiving kwam ook het programma “gezondheid voor iedereen tegen het jaar 2000” op een zijspoor.

Het valt mij toch op dat universele gezondheidszorg een stapje terug heeft gezet.

Is nu hetzelfde aan het gebeuren? Eerlijk, ik weet het niet zeker. Maar als ik de eerste speech van Dr Tedros toen hij aan het hoofd van de organisatie kwam, vergelijk met zijn eerste speech voor de Wereldgezondheidsvergadering valt het mij toch op dat universele gezondheidszorg een stapje terug heeft gezet, en dat mondiale gezondheidszekerheid een bank naar voor geschoven is. Ook opvallend, niet alleen naar mijn mening, is de dringende vraag Dr Tedros om een betere financiering van de Wereldgezondheidsorganisatie zelf. Ben ik dan een cynicus als ik een verband zie? Het zal wel.

Uiteindelijk zullen de mensen die het programma gaan uitvoeren wel een manier vinden om synergiën tussen de verschillende doelstellingen te bevorderen. Maar heel ver buiten de lijnen gezet door een handvol rijkere landen zullen ze toch niet mogen kleuren.