Niet alles gaat voorbij, maar het leven gaat wel verder

Column

De maand van Layla El-Dekmak

Niet alles gaat voorbij, maar het leven gaat wel verder

Niet alles gaat voorbij, maar het leven gaat wel verder
Niet alles gaat voorbij, maar het leven gaat wel verder

‘Heeft jouw leven ooit stilgestaan? Dat van mij wel. Op 4 augustus 2020 om 18.08 uur.’ Radiomaakster, journaliste en MO*columniste Layla El-Dekmak en haar familie in Libanon zullen nooit meer dezelfde zijn na de ontploffing in Beiroet. Ook niet nu de camera’s op ander nieuws gericht zijn.

© Konstantinakos Tsanakas

Layla El-Dekmak: ‘Als we alles samenleggen, wat hebben we dan? Blijkt dat het individualisme afschudden een van de schoonste dingen was te midden van die rauwe overlevingsmodus.’

© Konstantinakos Tsanakas

Wat voor de media ‘oud nieuws’ is, dragen talloze mensen vaak nog een leven lang mee. Zo ging en gaat het ook met de ontploffing in Beiroet in augustus 2020, vertelt MO*columniste van de maand Layla El-Dekmak. ‘Weet je wat onze overlevingsstrategie is in tijden van schaarste en diepe wanhoop? Liever samen onderweg dan alleen de eindmeet halen.’

Ken je het gezegde ‘Alles gaat voorbij’? Het is een honingzoete, maar niettemin flagrante leugen. Sommige dingen zijn te groot. Niet alles gaat voorbij, maar vreemd genoeg gaat het leven wel gewoon verder.

Weet je op welk moment dat besef voor mij insloeg als een sloophamer van vijfhonderd ton op een fruitvlieg? Op 4 augustus 2020 om 18.08 uur.

Dat was het moment dat Libanon de dieperik in werd gestort en niet meer is gestopt met vallen. Een vrije val die niets ontziet. Geen volk, geen toekomstperspectieven of familie… Alles en iedereen is neergestort in een ravijn van miserie.

Mijn baba en zus overleefden het op het nippertje, mijn stiefmoeder en andere zus zijn getraumatiseerd door de vernieling en de paniek.

Op 4 augustus 2020 vond een van de grootste niet-nucleaire explosies ooit plaats in de haven van de Libanese hoofdstad Beiroet. Het begon met een brand, maar een paar minuten later, om precies 18.08 uur, sloeg het noodlot pas echt toe. 2700 ton ammoniumnitraat ontplofte.

De verwoesting was enorm. Puin, bloed, overal lichamen verspreid over asfalt. Stof, vlammen en verwoesting alom. Mijn baba en zus overleefden het op het nippertje, mijn andere zus en stiefmoeder zijn getraumatiseerd door de vernieling, de paniek, het gruis. Terwijl ik hier zat, in België, zaten zij daar midden in een inferno. Alles wat ik kende was opeens weg- en opgeblazen.

Heeft jouw leven ooit stilgestaan? Dat van mij wel. Toen.

Op zoek naar uitwegen

Dat leven van ons is sindsdien anders beginnen te bewegen. Los door pijn heen, in vreemde richtingen en hartverscheurende beslissingen.

Al onze perspectieven, als volk, als familie, waren plotsklaps verdwenen. Iedereen moest op zoek naar een uitweg, naar nooduitgangen, reddingsboeien en brandladders. Een collectieve poging om te overleven.

Een van mijn zussen werkte in Libanon als advocate, maar opeens was er geen geld meer om lonen te betalen. De crisis was totaal. Alles wat ze had opgebouwd: weg. Ze pakte haar leven in één koffer en emigreerde. Haar diploma opeens niets meer waard, opnieuw starten, elders. Haar verloofde moest ze achterlaten. Ze zouden uiteindelijk meer dan twee jaar gescheiden zijn van elkaar.

De prijs van opnieuw beginnen is hoog, gigantisch hoog.

Mijn andere zus studeerde er psychologie. Ze had haar studie bijna afgerond en moest alleen haar thesis nog inleveren. In één ruk werd ook haar toekomst vernield. De scholen gingen niet meer open.

Er was op dat moment slechts geld om één zus te laten vertrekken en ondersteunen, en dus bleef zij achter. Wachtend, op een minikamer, terwijl alles onbetaalbaar werd, met één bol wol. En dus: diezelfde sjaal tienduizend keer haken en weer uittrekken en opnieuw beginnen. Bij elke steek proberen niet zot te worden. Te blijven hopen, dromen, niet opgeven.

Uiteindelijk, na twee jaar, kon ook zij vertrekken en opnieuw beginnen. In een vreemd land, omringd door studenten die zes jaar jonger zijn, met een belevingswereld die mijlenver van de hare staat. Ver weg van iedereen die haar lief is, ver weg van ons, in een stad die haar maar niet lijkt te omarmen. De prijs van opnieuw beginnen is hoog, gigantisch hoog.

Mijn baba was een paar maanden van zijn pensioen verwijderd toen de silo’s ontploften. In Libanon is er geen echt pensioenstelsel, dus hij had zijn hele leven gespaard. Hij werkte en werkte. Na de explosie gingen de banken plots dicht, en daarmee verdween ook al zijn spaargeld. Van het ene moment op het andere was hij alles kwijt.

Nu is hij verplicht door te werken voor een loon dat niets waard is. Zijn enige echte bezit momenteel is een lichaam dat kapot is van al dat zware, fysieke werk. Mijn ouders blijven achter. Alleen, in een muisstil appartement gevuld met de scherven van ooit grandioze dromen.

Individualisme afschudden

Ook voor mij keerde alles, mijn verhaal stond op zijn kop. Daarvoor was ik ‘die van het hippe Parijs van het Midden-Oosten’. Nee dus. Vanaf 18.08 uur was ik ‘die met familie in een verwoest gebied’.

Ik werd de enige financiële pilaar en het toekomstperspectief van mijn familie. Hun nooduitgang, reddingsboei en brandladder. Het geld op mijn spaarrekening waar ik mee zou gaan reizen: weg. Het loon waar ik voordien fancy flat whites mee kocht: niet meer van mij. Terug naar nul. Alles sparen, alles opsturen, alles dragen. Ik moest hen weer sterk krijgen. Optillen zonder zelf ten onder te gaan.

Elke strategie en piste gebeurde in samenspraak, in constant overleg. Wat is realistisch? Hoe pakken we dit het best aan? Als we alles samenleggen, wat hebben we dan? Blijkt dat het individualisme afschudden een van de schoonste dingen was te midden van die rauwe overlevingsmodus.

Maar ook al gaat het leven door, het is niet zoals je het kende. Na de ontploffing vervreemdde ik totaal van mijn omgeving. Want ik was de enige hier, ik beleefde alles van op een afstand.

Alles hier voelde raar. Mensen die doodleuk naar Werchter gingen? Raar. Lachende koppels op terrasjes? Raar. Collega’s aan de koffiemachine die het hadden over hun weekendplannen? Raar. Ik voelde me nooit zo veraf van alles wat vroeger normaal leek: Belgen die klaagden over het weer, over file op de Antwerpse Ring, over linkse politiekers die weer eens een rechtse uitspraak deden: het voelde nu totaal absurd.

Het leek alsof ik in een bubbel zat, in een parallel universum. Ik hield elke Libanese nieuwsflash in de gaten, elk bericht. Ik leefde van update naar update. Ik wilde alles weten, elk gevaar meteen inschatten. Overal waar ik kwam probeerde ik mensen te informeren over de situatie.

Het stratenplan van een nieuwe toekomst

Vreemd genoeg gaat het leven verder. Het is zoals het stratenplan van Beiroet. Je vindt er bijna nooit je weg als je een nieuwe plek zoekt, het is een doolhof. Zelfs de taxichauffeur kent de straatnamen niet. Aanwijzingen zijn een creatieve uitleg van een halfuur: ‘Bij de goede knefeh ga je naar links, dan bij de grote boom naar rechts, daar zie je de winkel van de nonkel van Hassan, die straat daarachter ga je in…’

Die chaos is een herinnering, een herinnering aan onze volksaard. Tijdens de burgeroorlog werd heel Libanon verwoest. Eerst was er de complete schok, stilstand. Maar toen bleef de oorlog maar duren, en het leven bleek niet te wachten.

Dus begonnen de Libanezen maar zelf straten aan te leggen, rond het puin heen, zonder plan. Want mensen willen naar hun familie, mensen willen ergens heen. Wij, Libanezen, bouwen zelfs te midden van vernieling, omdat we moeten. En net zoals het stratenplan ziet ons leven, onze toekomst, er sinds dan helemaal anders uit. Het is hertekend, vol omwegen en doodlopende straten. Een chaos die niemand lijkt te begrijpen, een die we zelf amper kunnen bevatten.

Donkerte die niet wegtrekt

Voor heel even leek de wereld mee te leven, waren we niet alleen, haalden we het nieuws. Mensen waren geïnteresseerd. Tot ook dat verdween. Niet veel later leek ik te roepen in een donkere leegte.

Weet je wat onze overlevingsstrategie is in tijden van diepe wanhoop? Liever samen onderweg dan alleen de eindmeet halen.

Mijn werk verwachtte dat ik opnieuw begon, vrienden dat ik opnieuw buiten kwam. Een week hysterisch huilen op je tapijt is blijkbaar het maximum nadat je familie bijna is opgeblazen en je leven is ingestort.

De enigen die nu nog bezig lijken te zijn met de situatie in Libanon, zijn de Libanezen zelf. Wij snappen wat een vrouw drijft om een bank te overvallen, enkel en alleen om aan haar eigen spaargeld te kunnen zodat ze de kankerbehandeling van haar zus kan betalen. Wij weten wat er schuilt achter het bericht ‘Libanezen stappen nu ook in bootjes richting Europa’.

We halen de nieuwsflashes al lang niet meer, maar nog elke dag verschijnt een nieuw soort crisis. Brood dat onbetaalbaar wordt, geneesmiddelen die niet meer beschikbaar zijn, een totaal gebrek aan babyvoeding en noem maar op. En toch gaat het leven door. Wordt er argileh gerookt, trouwt mijn zus eindelijk — maar dan zonder feest of franjes — en wordt er meegezongen met Fairuz.

2,5 jaar anders kijken

Hier sta ik dan, aan de andere kant van de medaille. Jarenlang zelf meegedraaid in een nieuwscarrousel waarin de grote rampen enkel op het moment zelf in clickbait worden gegoten, daarna mag het enkel nog komen piepen bij herdenkingen. Ik leerde ten volle en aan den lijve dat achter die nieuwsflashes soms donkerte schuilt die niet wegtrekt. Families, verscheurde dromen, Kilimanjaro’s van pijn.

Tweeënhalf jaar in deze miserie, mijn schoon Libanon.

Tweeënhalf jaar dat ik nu anders kijk.

Ik nam ontslag, ben vandaag een andere journaliste, een andere zus, andere dochter, ander mens geworden. Ik besef maar al te goed hoe snel de bubbel van ons comfortabele leven kan ontploffen, hoe snel we in armoede kunnen verzeilen. Allemaal ontiegelijk veel sneller dan de snelheid waarmee Bezos de ruimte in vliegt.

Libanon is in vrije val, nog altijd.

Weet je wat onze overlevingsstrategie was, en is, in tijden van schaarste en diepe wanhoop? De wetenschap dat je de krater samen probeert uit te klauteren. Liever samen onderweg dan alleen de eindmeet halen.

Soms is elkaar het enige dat je nog hebt om door te gaan. Want niet alles gaat voorbij. Soms is het nog elke dag 4 augustus 2020, ook in januari 2023.