Olijven, dadels en een bezetting

Column

Olijven, dadels en een bezetting

Olijven, dadels en een bezetting
Olijven, dadels en een bezetting

Deze bijdrage is voor wie overtuigd is dat Palestijnen ook rechtvaardigheid verdienen. En voor wie binnenkort een maand lang dadels op tafel zet.

Ik dacht eraan me tot deze mensen te richten toen we thuis nieuwe olijven nodig hadden. Mijn zus vroeg of ik die na het werk kon kopen. Ik wilde geen olijven kopen bij de winkel die ze voorstelde. Dat had te maken met de vorige zomer.

Tijdens die zomer lanceerden een paar vriendinnen een campagne voor Palestina. Ze liepen verschillende winkels binnen met een boodschap over een boycot. De boodschap was om geen dadels uit bezet Palestijns gebied te verkopen.

Helaas waren de reacties meestal  teleurstellend. ‘Ach dan mogen we bijna niks meer verkopen.’ Of meestal: ‘Maar het zijn de klanten die naar die dikke dadels blijven vragen.’

Dit jaar liggen opnieuw allerlei winkels vol met dadels uit Israël. Mijn onbegrip is groter bij winkeleigenaars met Marokkaanse of Turkse roots. Want een groot deel van hun klanten vloekt bij het tv-journaal als het over Israël gaat. En een deel roept soms iets over een boycot. Maar toch breken ze bij de heilige maand het vasten met bezettingsdadels.

Overtuiging

Het kan zijn dat ik overkom als iemand die verbitterd over anderen oordeelt. Ik probeer negativiteit te vermijden. Maar sta me toe om mijn teleurstelling uit te leggen.

Als verklaring voor de negatieve reacties op de campagne dacht ik dat het met onwetendheid te maken had. Meer info verspreiden zou dan de houding tegenover de boycot veranderen. De reacties van vorige zomer tonen dat het ook ligt aan onverschilligheid over Palestina. En aan een gebrek aan overtuiging.

Onverschillig zijn zij die het niet eens erg vinden. Deze tekst is dan eigenlijk niet voor hen. Laat voor hen het vasten dan enkel een dieet zijn.

Niet overtuigd zijn zij die wél iets willen doen. Enkel zien ze geen “iets” dat effect heeft. Dat kunnen wij hen moeilijk kwalijk nemen. Het “iets” dat de meeste aandacht krijgt, is namelijk ontmoedigend. Zoals de lijsten met meer dan 200 te boycotten merken. Deze lijsten gaan ervan uit dat we alles kunnen vermijden dat indirect met Israël te maken heeft.

Omdat dat onhaalbaar is, hebben Palestijnen een betere strategie uitgewerkt.

Een deel van die strategie is een culturele en academische boycot. Deze boycots beginnen in België krachtiger te worden terwijl een sterke consumentenboycot ontbreekt. We kunnen werken aan een consumentenboycot. Zonder hoax-verhalen over barcodes op producten die niets zeggen over de herkomst. En zonder onbetrouwbare boycot-apps. Zo’n boycot wil niet zeggen dat we niks meer mogen kopen of verkopen.

Een consumentenboycot kan beginnen met een afgesproken selectie van merken. Merken die in bezet Palestijns gebied geproduceerd worden, die werken met gestolen water van Palestijnen of die een verpakking met de woorden “product of Israel” hebben. Dat laatste is erg makkelijk te herkennen.

Herinnering

Het kan zijn dat ik overkom alsof ik de juiste aanpak voor België ken. Dat is niet zo. Deze tekst is eerder een uitnodiging om die samen te zoeken.

Deze tekst is ook gewoon een herinnering aan mezelf. Want ook ik mag hopelijk binnenkort elke dag dadels op tafel zetten. Het liefst van de winkel waar ook de beste olijven zijn, maar enkel als die winkel dit jaar geen bezettingsproducten verkoopt. Dat kan als voldoende klanten die niet meer kopen.