Tussen de duivel en de diepe blauwe zee

Column

Tussen de duivel en de diepe blauwe zee

Tussen de duivel en de diepe blauwe zee
Tussen de duivel en de diepe blauwe zee

Op 28 maart 2015, na zes weken uitstel, gaan de Nigerianen stemmen. ‘Het is toch  erg dat in 2015, we enkel kunnen kiezen  tussen Buhari en Jonathan’, zei Nkechi, een vriendin pas tegen me. We kwamen net buiten uit Selma, de film over Martin Luther King en zoals het vaak gebeurt na het bekijken van zo een heroïsche film waren we allebei introspectief. ‘Waarom hebben we geen leiders zoals MLK? Of figuren  zoals Azikiwe of Balewa die 50 jaar geleden bereid waren om voor Nigeria te sterven? Waarom zien we zulke figuren niet meer?’, vroeg Nkechi terecht.

Bij de stembusgang komen er 14 partijen op (o.a. KOWA met de eerste en enige vrouwelijke presidentskandidaat). Toch gaat de verkiezing eigenlijk enkel tussen de twee grootste partijen: de PDP (van de huidige president Goodluck Jonathan) en de APC (met gepensioneerde generaal Muhammadu Buhari als kandidaat).

Van Scylla naar Charybdis

President Goodluck Jonathan wil een derde termijn ondanks zijn belabberde palmares. Een Nigeriaanse komiek grapte dat hij zoals een leerling met een C-attest zijn jaar moet overdoen, president Jonathan ook hoopt dat hij volgende keer eindelijk eens slaagt. Een grap of tot nu toe de enige logisch reden waarom hij zou denken dat het een goed idee is. In een werkende democratie zou PDP en Jonathan aanvaarden dat ze geen kans maken in de verkiezingen van 2015.

Maar Nigeria is een speciaal geval. De enige echte oppositie van PDP is APC, een partij die even erg is als de PDP. Ook de APC heeft een volledige bloedtransfusie nodig. Erger nog, hun kandidaat is Muhammadu Buhari, ex dictator en nu voor de vierde keer presidentskandidaat. Buhari veroorzaakte het post-verkiezingsgeweld van 2011. Dat geweld leidde tot ongeveer 800 doden en resulteerde in de ontheemding van ongeveer 65.000 mensen.

Nu wordt Buhari plots aan ons gepresenteerd als een nieuwe mens, alsof de geschiedenis niet telt.

Zijn rapport als dictator is even pover. Hij werd president op 31 december 1983 na een staatsgreep en bleef president tot in 1985. Zijn regering onderdrukte de persvrijheid. En er is een heel lijvig dossier over de schending van mensenrechten onder zijn regime.

Nu wordt Buhari plots aan ons gepresenteerd als een nieuwe mens, alsof de geschiedenis niet telt. Volgens Buhari is hij een arme, eerlijke mens ondanks zijn verleden als president. Naar eigen zeggen heeft hij slechts 140 koeien en niet meer dan 1 miljoen Nigeriaanse Naira (ongeveer 5000 euro) op zijn bankrekening. Maar zijn kinderen zitten wel op school in Engeland en ik vraag me af of hij hun schoolgeld in koeien betaalt.

Het probleem met Nigeria is dat we een kort geheugen hebben. We vergeven de rijken en de machtigen veel te gemakkelijk. Dat is een giftige combinatie voor een democratie. Onze democratie heeft kiezers met het geheugen van een olifant nodig om te kunnen werken, mensen die vragen om meer dan retorica. Zonder zulk publiek krijgen we situaties zoals nu in Nigeria: een keuze tussen de duivel en de diepe, blauwe zee of een vlucht van Scylla naar Charybdis.