Vluchtelingen in en aan het Brusselse Noordstation: een update

Column

Burgers blijven hulp bieden aan mensen in nood

Vluchtelingen in en aan het Brusselse Noordstation: een update

Vluchtelingen in en aan het Brusselse Noordstation: een update
Vluchtelingen in en aan het Brusselse Noordstation: een update

Samira Atillah denkt er dagelijks aan, hoe het verder moet met de honderden vluchtelingen die dagelijks noodgedwongen hun toevlucht zoeken in en rond het Brusselse Noordstation.  Gelukkig kunnen ze rekenen op heel wat vrijwilligers die zich dagelijks inzetten om onderdak en ondersteuning te organiseren.

© Brecht Goris

Samira Atillah

© Brecht Goris

‘Hello madame, bonjour’, een jongeman kijkt me aan en steekt zijn hand uit. Of ik geen kleingeld voor hem heb. Ik ben gehaast, want ik moet een trein halen. Ik mors koffie op de vloer, want ik heb ook nog twee zware tassen bij en ben verrast door de jongeman die me aanspreekt. ‘Uhm, okay, wait…’ Ik grabbel in mijn jaszakken en haal verlegen wat muntjes boven. ‘Thank you, merci madame’. Vlug haast de man zich weg.

Hun leven staat on hold. Ze overleven door de goodwill van anderen.

Als ik ‘s avonds weer in het station ben, zie ik groepjes mensen op kartonnen borden zitten. Ook vrouwen en kinderen bevinden zich aan de in-en uitgangen van het Noordstation. Ze smeken voor wat geld. De meeste mensen lopen haastig door.

Zo gaat het dag in, dag uit. Dat mensen passeren, aangesproken worden door de vele mensen in het station, soms wat kleingeld boven halen, en hun reis voortzetten. Hun leven gaat door. Maar de mensen in het Noordstation, hun leven staat on hold. Ze overleven door de goodwill van anderen.

Ik denk er dagelijks aan, hoe het verder moet met die mensen. De situatie lijkt anders dan ooit. Er zijn opvallend veel mensen in het station. Kinderen, vrouwen, mannen. Allen bevinden ze zich daar. Ik vind het erg dat ik voor een update moet bellen naar vrijwilligers en niet naar de overheid. Want het zijn grotendeels vrijwilligers die de boel daar runnen. Het zijn grotendeels vrijwilligers die weten wie die mensen zijn en hoe het met ze gaat of hoe het verder zal gaan.

‘Wij hebben nog altijd onze humanitaire hub, samen met Dokters Van de Wereld en Artsen Zonder Grenzen. We voorzien medische hulp, psychologische en materiële hulp, op de eerste verdieping van het station’, zegt Mehdi Kassou van het Burgerplatform. ‘Tijdens de winter heeft men de gelijkvloerse verdieping van het station geopend voor dakloze mensen, om zo een antwoord te kunnen bieden op de situatie. Zo’n zeventig tot honderd mensen vinden onderdak daar. Maar daar komen dus ook daklozen bij van hier. Dat is het logische gevolg van het niet managen van de situatie door de overheid’, vindt Mehdi.

Men heeft wel beslist om het gelijkvloers van het station nu 24 uur, 7 dagen op 7 open te houden, maar zonder ondersteuning dus, met alle gevolgen van dien.

Op het gelijkvloers van het station is er al meer dan een jaar geen ondersteuning meer van de overheid. Men heeft wel beslist om die verdieping nu 24 uur, zeven dagen op zeven open te houden, maar zonder ondersteuning dus, met alle gevolgen van dien: ‘Daklozen en mensen op de vlucht vertoeven daar samen met allerlei profielen. Er sluiten soms mensen met slechte bedoelingen aan. Kleine criminelen die zien dat mensen het moeilijk hebben en kwetsbaar zijn. Er wordt bijvoorbeeld drugs verkocht, er is alcoholmisbruik, het is er vaak een puinhoop’, aldus Mehdi, die deze situatie ook regelmatig aanklaagt bij de bevoegde ministers.

Het burgerplatform voor mensen op de vlucht zelf, organiseert zich dagelijks opnieuw. ‘Er worden nog elke dag 250 mensen opgevangen door gastvrije Belgische gezinnen en families. Zij hoeven niet te slapen in het station of in een park en hoeven dus ook geen gastgezinnen meer te zoeken. Op maandag- en vrijdagavond organiseren wij ons in twee shiften om nieuwe mensen en gastgezinnen te ondersteunen. Ook hebben we nog steeds het opvangcentrum, La Porte d’Ulysse, dat we uitbaten in Haren. Daar zijn ongeveer 350 bedden.’

Zo’n 50-70 mensen heeft men kunnen onderbrengen in een collectieve opvang, vrijgegeven door de lokale autoriteiten aan het platform. ‘Op dagelijkse basis doen we een ronde aan en in het station en rond het Maximiliaanpark om nieuwe mensen op te zoeken, te registreren voor een gastgezin of een plekje in Haaren én we hebben kunnen regelen dat een bus mensen dagelijks ophaalt en naar een plek brengt waar ze kunnen douchen. Er zijn daar ook wasplaatsen voor hun kleren voorzien.’

Dagelijks bereikt het platform dus een 600 mensen; om ze op te vangen, ergens te laten slapen, te voorzien van informatie en hulp. ‘Jammer genoeg zijn er nog een honderdtal mensen die we moeten achterlaten in de straten.’

‘Het is heel moeilijk om in Belgïe minder menselijk te zijn dan Theo Francken.’

Het Burgerplatform blijft positief nadat Maggie De Block staatssecretaris werd van Asiel en Migratie: ‘We hebben haar en het kabinet al ontmoet en hadden een heel open gesprek. We zijn vragende partij voor een open oriëntatie- en onthaalcentrum. Die gesprekken verlopen heel open, dat is heel anders dan bij Theo Francken. Het was onmogelijk om met die man in gesprek te gaan. Deze nieuwe verwikkeling is enerzijds best positief, maar we moeten nog wachten tot na de verkiezingen om te bekijken wat we nu effectief al dan niet samen kunnen doen. Het is heel moeilijk om in België minder menselijk te zijn dan Theo Francken. Maggie heeft een goede positie, met andere woorden. We hebben contact over de toekomst, we hebben het over de echte problemen rond migratie, over Dublin en de mogelijkheden en kansen voor de toekomst, maar we moeten dus afwachten’, besluit Mehdi.

Elke dag lopen veel mensen in dat station. Ze beseffen misschien niet dat er zoveel mensen, burgers hun handen uit de mouwen steken voor deze mensen. Dat er mensen zijn, die samenzitten met ministers en kabinetten om de situatie van deze mensen aan te klagen. Ze beseffen misschien niet altijd dat er wel mensen zijn, die omkijken naar deze mensen en ze opvangen, verwelkomen in hun huizen.

‘Hello madame, Bonjour’, een jongeman kijkt me aan en steekt zijn hand uit. Ik glimlach. Misschien wordt hij straks wel opgevangen door een warm gastgezin, bedenk ik. Ik denk ondertussen ook aan de stille werkmieren van het Burgerplatform en aan zij die zich elke dag zo inzetten voor deze mensen. Ze kennen deze mensen bij naam, ze kennen hun verhaal en hun situatie.

Ze verdienen al ons respect.