Waarom je beter niet van de trap valt

Marijke Vermeulen

20 oktober 2023
Column

Schrijfwedstrijd 20 jaar MO*

Waarom je beter niet van de trap valt

Waarom je beter niet van de trap valt
Waarom je beter niet van de trap valt

Handicap maakt vaak geen deel uit van de conversatie over diversiteit. Daarom: een roep om inclusie, om gezien en gehoord en gewaardeerd te worden, om je vertegenwoordigd te zien op school, in de media en in de taal. ‘Een beperking is pas een handicap als de maatschappij ontoegankelijk is.’

TransIphis (CC BY-SA 4.0)

Een lbgtqi+-vlag mét het symbool van de vlag voor rechten van mensen met een handicap (het goud-zilver-bronzen vlak). ‘1 op de 5 een handicap. Vernoem en integreer hen dan ook in de samenleving.’

TransIphis (CC BY-SA 4.0)

Handicap maakt vaak geen deel uit van de conversatie over diversiteit. Daarom: een roep om inclusie, om gezien en gehoord en gewaardeerd te worden, om je vertegenwoordigd te zien op school, in de media en in de taal. ‘Een beperking is pas een handicap als de maatschappij ontoegankelijk is.’

Barsten media nog genoeg uit hun eigen bubbel? Weten journalisten nog wat mensen écht bezighoudt? Dat was de vraag bij de schrijfwedstrijd voor de 20ste verjaardag van MO*. Meer dan 40 jongeren beantwoordden die opdracht met een column, een professionele jury koos er de beste teksten uit. Dit is de inzending van Marijke Vermeulen (29), die de derde plaats behaalde.  Zij kreeg een boekenpakket van uitgeverij Epo als prijs.

Het spreekt voor zich dat je beter niet van de trap valt. Maar stel: je schuift uit over een sok of een stuk speelgoed en een paar tellen later lig je onderaan de trap met blijvende fysieke schade. Na je revalidatie wil je je leven weer opbouwen, maar hoe doe je dat? Hoor je overal weer bij zoals voorheen?

Vanuit mijn ervaring als persoon met een aangeboren handicap kan ik je vertellen dat die kans klein is. Het gekke is dat iederéén van de trap kan vallen, of je nu hetero, transgender of mens van kleur bent. Is inclusie dan een illusie?

Beperking ≠ handicap

Mijn handicap heet cerebrale parese, kortweg CP, en is het gevolg van een hersenbloeding bij vroeggeboorte. In mijn geval betekent dit dat ik minder goed kan stappen, minder evenwicht heb, meer spierspanning en een minder goede fijne motoriek.

Ik spreek over handicap en niet over beperking, want iedereen heeft beperkingen. Een beperking is pas een handicap als de maatschappij ontoegankelijk is. Als er een trap is die ik niet op kan, dan zorgt dat voor een handicap. Als er een leuning is, waardoor ik wel de trap kan nemen, dan is er geen belemmering.

Geen duidelijke termen

Taal speelt dus een belangrijke rol. Er is geen consensus: gehandicapte, mens met een handicap of beperking, andersvalide, mindervalide,… Die wirwar remt inclusie af.

Ook rond discriminatie bestaat er geen breed bekend woord. Je kan spreken over homofobie, transfobie, xenofobie en racisme. Maar discriminatie van mensen met een handicap? Zelfs de termen die MO*columniste Kelia Kaniki Masengo vernoemt, zijn mij totaal onbekend. Hoe kaart je iets aan zonder woorden?

1 op de 5

Die woorden ontbreken of zijn onbekend, omdat als we nu over inclusie spreken, het enkel gaat om mensen met een donkere huidskleur en mensen met een andere seksuele of gendergerelateerde oriëntatie dan de norm.

Nochtans heeft wereldwijd 1 op de 5 een handicap. Vernoem en integreer ze dan ook in de samenleving. Dat is blijkbaar nog een groot taboe, want mensen met een handicap worden systematisch uit de samenleving gehouden: aparte verenigingen, aparte toiletten, en aparte scholen.

Toen ik opgroeide, had je op Ketnet Alida van De Boomhut als een van de weinige schermgezichten van kleur. Ook Yasmine, toen een van de weinige BV’s die uit de kast waren, zong liedjes op de radio. Mensen met een donkere huidskleur en met een andere oriëntatie hadden een voorbeeld, iemand om zich aan te spiegelen. Als kind en jongere is dat belangrijk om te weten dat je een plek hebt in de wereld. Ik had alleen de badkamerspiegel.

Bananen

Ik kan nog het mooiste snoetje hebben, mensen blijven haperen bij mijn handicap. Dat komt omdat het iets onbekends is waarvoor hun hersenen geen verklaring hebben. Hersenen hebben bijvoorbeeld geen probleem met het herkennen of verklaren van een banaan: in de supermarkt, in reclame, op T-shirts, in kunst, als speelgoed, in het oor van Bert, bananen genoeg om ze te kunnen herkennen. Bananen zijn zichtbaar.

Mensen met een handicap verdienen dus meer zichtbaarheid in onze samenleving.

Ik kan nog het mooiste snoetje hebben, mensen blijven haperen bij mijn handicap.

Natuurlijk zal vanaf morgen niet elk station in België toegankelijk zijn en elke vereniging de deuren openzwaaien omdat ik dit schrijf. Op termijn kan er wél iets veranderen, zeker in het onderwijs. Als er namelijk mensen met een handicap aanwezig zijn in scholen of in de media, dan zijn ze zichtbaar en leren mensen zonder handicap dat iedereen goed is zoals die is.

Zo leren de leerlingen zonder handicap op school van jongs af aan dat iedereen talenten heeft. Als ze later volwassen zijn, zullen ze ook geen schroom voelen om mensen met een handicap te helpen, aan te werven of simpelweg contact met hen te maken. Zo creëer je duurzame inclusie en hoef je je enkel nog zorgen te maken over die revalidatie als je van de trap valt.

Meer jong talent lezen?

Dit zijn de columns van de winnaars van de MO*schrijfwedstrijd EyesWriteOpen: