Wanneer wordt iemand zoals ik Vlaming?

Column

Wanneer wordt iemand zoals ik Vlaming?

Wanneer wordt iemand zoals ik Vlaming?
Wanneer wordt iemand zoals ik Vlaming?

‘De dood van Ramzi Mohammed Kaddouri liet mij, net zoals vele anderen, niet onberoerd’, zegt columniste Nozizwe Dube. ‘Naast de schok van sommige reacties op zijn dood, heeft het voor mij een andere vraag weer in het vizier gebracht die ik anders probeer te vermijden. Vlaming: wanneer wordt iemand zoals ik dat?’

Ik ben met deze vraag meermaals geconfronteerd. Zoals toen ik op een conferentie, als ervaringsdeskundige, mijn mening over integratie mocht gaan vertellen. Na afloop van de conferentie spraken meerdere mensen mij aan. Dat ze heel blij waren dat ik een eerlijk relaas wilde doen over integratie en dat mijn verhaal hen de ogen opende.

‘Maar,’ vroegen ze, ‘waarom noemde jij jezelf geen Vlaming? Jij sprak consequent alsof jij nog geen deel van de Vlamingen uitmaakt.’
‘Jij bent weliswaar een nieuwe Vlaming, maar wel degelijk Vlaming,’ zei iemand anders nog tegen mij.

Toen viel het mij op. Ik voelde mij inderdaad niet altijd Vlaming.

Het wordt mij soms niet gegund

Wat zorgt ervoor dat mensen voelen dat ze tot een groep behoren? Een gemeenschappelijke taal? Een gedeeld normen- en waardenkader? Cultuur? Dit zijn maar een paar van de vele “voorwaarden” die ik vaak hoor terugkomen bij dit soort debatten over gedeeld burgerschap. Maar ik merkte dat het feit dat ik mij niet altijd Vlaming voelde niet kwam doordat ik het niet wilde, maar dat het mij door een significant deel van Vlamingen niet gegund wordt. Want om Vlaming of Belg te zijn, hoort voor velen nog een andere voorwaarde: een blanke huidskleur hebben.

Om Vlaming of Belg te zijn, hoort voor velen nog een andere voorwaarde: een blanke huidskleur hebben.

Ik voldoe daar niet aan, en ik zal daar nooit aan voldoen.

Ik voel me uiteraard Vlaming als ik namens de kinderen en jongeren in Vlaanderen mag gaan spreken op een conferentie. Ik voel me ook Belg als ik mee met anderen op de Oude Markt luidkeels juich wanneer Kevin De Bruyne een goal scoort tijdens een voetbalwedstrijd. Of wanneer Nafissatou Thiam een gouden medaille haalt op de zevenkamp tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Datzelfde enthousiasme verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer ik mensen apengeluiden hoor maken als Romelu Lukaku op het voetbalveld staat. Ik voel me echter geen Vlaming als ik racistische uitspraken hoor die aan mij gericht zijn. Of wanneer ik ze ergens online lees. Een echt continuüm.

Zelfgeproclameerde Vlaamse identiteit?

Soms vraag ik me af of ik die Vlaamse identiteit dan zelf moet opeisen. Ik bekijk het zoals mijn ervaring met integratie. Zoals mijn moeder mij vaak heeft meegegeven toen ik met haar herenigd kon worden in België: integratie is iets dat van twee kanten moet komen. Ik doe de moeite om de nieuwe taal te leren, maar dit werkt enkel als de autochtonen ervoor open staan om met mij in gesprek te gaan en het nodige geduld hebben. Zoals iemand het heel netjes uitlegde: het is evident dat men de taal leert, maar het is niet evident om een vreemde taal te leren.

Het debat over gedeeld burgerschap moet oog hebben voor meervoudige identiteiten. Dat is nu eenmaal de realiteit van vandaag.

Op dezelfde manier bekijk ik ook de Vlaamse identiteit. Ik zal mij uiteraard altijd Vlaming voelen als ik merk dat het mij ook gegund wordt door andere autochtone Vlamingen. Die erkenning is nodig om je volwaardig Vlaming te kunnen voelen en zijn. Ik heb geen zin om er telkens voor te moeten vechten.

Kortom, die discussie over de Vlaamse en Belgische identiteit moet gevoerd worden, zowel bij autochtonen als bij mensen met een andere etnisch-culturele achtergrond. Het debat over gedeeld burgerschap moet oog hebben voor meervoudige identiteiten. Dat is nu eenmaal de realiteit van vandaag. En het is ook belangrijk dat anderen, zowel allochtoon als autochtoon, hun identiteit niet laten bepalen door geografische landgrenzen. Voor anderen is dit debat al een gepasseerd station.

Onze samenleving is vandaag diverser dan pakweg vijftig jaar geleden. De Vlaamse kinderen en jongeren van vandaag moeten zich voor deze realiteit toch niet telkens rechtvaardigen?