‘Wat is een orgasme?’

Column

De maand van Saskia Van Nieuwenhove

‘Wat is een orgasme?’

‘Wat is een orgasme?’
‘Wat is een orgasme?’

Minderjarige slachtoffers van mensenhandel wachten na een strafzaak nog jaren op schadevergoedingen, als ze die al toegewezen krijgen. MO*columniste Saskia Van Nieuwenhove, die met Klaprozen vzw slachtoffers van mensenhandel opvangt, ziet hoe deze meisjes jarenlang in de wacht blijven staan.

© Konstantinos Tsanakas

Saskia Van Nieuwenhove: ‘Ze was piepjong en toch durft een advocaat opperen dat de chronische soa die ze opliep niet veroorzaakt is door wat haar is aangedaan.’

© Konstantinos Tsanakas

Minderjarige slachtoffers van mensenhandel moeten na een strafzaak nog jaren op schadevergoedingen wachten. Áls ze die al toegewezen krijgen. MO*columniste Saskia Van Nieuwenhove, die met de vzw Klaprozen slachtoffers van mensenhandel opvangt, ziet hoe justitie nog véél werk heeft om haar werk dichter bij de getroffen burger te brengen.

Ik nam enkele weken de tijd om haar uit te leggen hoe het zou gaan. Dat die oudere meneer een dokter is, aangesteld door de rechtbank. Dat hij via een gesprek en vragenlijsten zal meten wat de schade is van wat haar is aangedaan door die — excuseer me — rotzakken. Dat ze opgeroepen is en in een zaal zal zitten waar nog andere mensen aan andere tafeltjes zullen zitten.

Dat er niet zal worden gesproken en dat iedereen in stilte een lijst met 300 vragen moet beantwoorden. Dat ik in haar buurt zou blijven, in een andere ruimte dichtbij, achter glas.

De nacht voordien slaapt ze niet. Niets. Ze rookt de ene sigaret na de andere. IJsbeert door alle ruimtes.

‘Kan die dokter dan zien hoeveel klanten ik moest doen?’, vraagt ze met trillende handen, terwijl ze een volgende sigaret opsteekt. Ook eten doet ze al enkele dagen met moeite.

‘Nee, dat kan hij niet zien’, antwoord ik. ‘Aan de hand van de vragen maakt hij een verslag voor de rechtbank. Hij meet ook de schade die dit nog steeds in je leven veroorzaakt’, ga ik verder.

Ik neem verder de tijd om uit te leggen wat deze dokter, ofwel de gerechtspsychiater, precies doet. Ze begrijpt het niet goed.

‘Soms weet ik dat nog. Soms weet ik niets meer. Soms heb ik nachtmerries. Soms voel ik weer een klant op me, als ik een sleutelbos hoor.’

Ze zwijgt even. ‘Ik haat sleutelbossen. Elke sleutel hou ik apart. Mijn fietssleutel doe ik nooit bij die van mijn schoolkastje’, praat ze dan maar door. ‘Ik wil het geluid van sleutels die tegen elkaar komen niet meer horen.’

Manke vragenlijsten

Dan rijden we naar de gerechtspsychiater. Daar aangekomen krijgt ze een eerste vragenlijst. Enkele oudere mensen zitten vragenlijsten in te vullen aan andere tafels dan de hare.

Ik zeg haar dat ze om het uur een korte pauze kan nemen en dat ik in een zaaltje naast deze zaal wacht. Een vrouw legt haar nogmaals uit dat niemand haar kan bijstaan bij het invullen van de vragen en dat ze die alleen moet invullen. ‘Om het onderzoek niet te beïnvloeden.’

Vijf minuten zit ik te wachten. Of nog niet eens. Amper drie minuten en ik hoor mijn naam. ‘Waarom staan hier zoveel moeilijke woorden? Ik begrijp dat allemaal niet. Wat is penetratie?’, vraagt ze terwijl ze het woord met moeite uitspreekt. ‘Wat is concentreren? Wat is orgasme? Wat is voorspel?’

‘Wat is concentreren? Wat is orgasme? Wat is voorspel?’

We houden meteen een pauze en ik benadruk nogmaals dat er niet mag gesproken worden in die zaal. Ik leg uit wat de begrippen betekenen die ze niet begrijpt. Ik herhaal nog een keer dat ik in de buurt blijf. Dat ik niet wegga.

Het is belangrijk dat ze die vragenlijst invult. Het verslag is noodzakelijk om centen, een schadevergoeding, te kunnen vragen aan de daders.

Ik geef haar een zoveelste knuffel voor ze weer naar binnen gaat. Ze gaat weer zitten. Wanneer ze na een uur opnieuw pauzeert, heeft ze 15 van de 300 vragen ingevuld. Elke lijn leest ze af met behulp van haar vinger. Traag en woord per woord.

Bij de volgende pauze, blijkt ze plots alles te hebben ingevuld. ‘Ik duidde bij de vragen met drie vakjes altijd maar een vakje aan. Dat heb ik niet meer gelezen. En bij stippellijnen schreef ik dat ik het niet weet.’

Ik zucht.

Minderjarige slachtoffers van mensenhandel krijgen vragenlijsten voorgeschoteld die al tientallen jaren meegaan. Justitie dichter bij de burger brengen? Dat telt hier niet. Er is geen pedagogisch klimaat of geen onderzoek met vragen in jongerentaal. Na rondvraag blijkt dat niet eens te bestaan.

In zo’n zaal kunnen bovendien ook daders zitten. Op hetzelfde moment. Dat vertelde ik haar bewust niet.

Geen informatie over de rechtszaak

Ze was vijftien toen ze in een hotel bevrijd werd door de politie. Enkele van haar tanden waren stuk. En ze had een polsbreuk opgelopen door geweld van een van de daders. Om de pijn te verzachten had ze met een doekje een tandenborstel vastgemaakt aan haar pols, van haar handpalm tot haar arm.

Ze weet niet meer hoeveel klanten ze had. Ze weet wel nog dat ze moest blijven doorwerken, van ‘s morgens tot ‘s avonds. Als ze anaal of zonder condoom weigerde, kreeg ze slaag. Ze moest wel, want die zaken brachten meer op.

De feiten dateren uit 2015. In 2016 werden de daders tot een effectieve celstraf van acht jaar veroordeeld. Daarvan zaten ze exact twee jaar en acht maanden vast. Na een derde van de straf kwamen ze al vrij.

Het meisje verbleef na haar bevrijding drie jaar in een beveiligde opvang, tot haar achttiende verjaardag. Het meisje zat dus langer “vast” dan haar daders. In zo’n opvang is wel wel begeleiding voorzien, maar je mag er zelden of nooit naar buiten. In de beleving van jongeren is dat pure opsluiting.

Mensenhandelaars kunnen de crème de la crème van de advocatuur aannemen. Die lezen elke letter van het dossier en werpen steeds twijfel op.

In die drie jaar volgde amper informatie over de strafprocedure tegen de daders. Ze wist niet welke de strafmaat was, en wist ook niet dat de daders al vrij waren toen zij zelf uit de beveiligde opvang mocht.

Er waren wel betrokken begeleiders. Maar de oproepbrief om naar de gerechtspsychiater te komen, kwam pas veel later met de post. Op dat moment woonde ze gelukkig al bij ons, bij Klaprozen vzw, en niet op haar eentje in een studio.

Wanneer hij aankomt, is het snel duidelijk dat de brief haar zaak betreft. Ze trilt, met de brief in haar handen. Daarin staat geen extra informatie. Geen infonummer van Slachtofferhulp, het CAW of een Zorgcentrum na Seksueel Geweld.

Wat na het strafproces volgt

Ze wordt wel opgeroepen om haar belangen te verdedigen in de rechtbank. Daarbij is geen enkele dader aanwezig, wel een resem topadvocaten. Mensenhandelaars kunnen de crème de la crème van de advocatuur aannemen. Die lezen elke letter van het dossier en werpen steeds twijfel op over wat precies gelinkt kan worden aan het delict waarvoor ze veroordeeld werden.

Ze was piepjong en toch durft een advocaat opperen dat de chronische soa die ze opliep niet veroorzaakt is door wat haar is aangedaan. Dat zijn bikkelharde pleidooien. En zelfs nadat de definitieve straffen zijn gegeven, wordt nog twijfel gezaaid. Zoals over die polsbreuk, en ‘of ze die niet heeft opgelopen door tegen een kast te lopen’.

Bij dergelijke behandelingen over schadevergoedingen aan slachtoffers is geen pers meer te zien. Dan blijft de publieke verontwaardiging uit.

Meisjes blijven in wacht staan. Tot ze een vragenlijst mogen gaan invullen met veel te moeilijke woorden, bij mannen die ze niet kennen, om dan opnieuw te moeten wachten.

Ook beleidsmakers zijn niet meer bezig met de periode die volgt na het strafproces. Dan komt een slachtoffer, zodra ze achttien wordt, op een wachtlijst te staan voor een psycholoog. Ze moet zich opnieuw aanmelden, terwijl het Riziv (instelling voor sociale zekerheid, red.) geen rekening meer houdt met haar slachtofferschap. Tien beurten bij de psycholoog worden terugbetaald, de rest moet je zelf betalen. Uitkering of niet.

En dan kreeg dit meisje al een oproepbrief voor de zaak over de schadevergoedingen. Tientallen andere meisjes wachten nog steeds of worden niet eens opgeroepen. De aangestelde gerechtspsychiaters geven niet thuis. Justitie betaalt ons niet, klinkt het daar.

Die meisjes blijven zo in wacht staan. Tot ze een vragenlijst mogen gaan invullen met veel te moeilijke woorden. Bij oudere mannen die ze niet kennen. Om dan opnieuw opgeroepen te worden voor de rechtbank en dan wéér te moeten wachten.

In het geval van dit meisje volgde uiteindelijk een uitspraak. Er werd haar een aanzienlijk bedrag aan schadevergoeding toegezegd. Maar het vermogensonderzoek van de daders laat op zich wachten. Justitie kan twee van de daders ondertussen niet meer vinden.

En zelfs als het vermogensonderzoek afgerond wordt, zal het nog jaren duren voor dit meisje één cent zal zien via de hulpkas voor slachtoffers van ernstige geweldsdelicten, de dienst ‘Slachtoffers van opzettelijke gewelddaden’ van de federale overheidsdienst Justitie. Daar mag je al van geluk spreken als je zaak binnen de twee jaar wordt behandeld. Nog eens extra wachttijd.

We hopen bij Klaprozen vzw, in naam van alle piepjonge slachtoffers van mensenhandel, dat de commissie Mensenhandel en Mensensmokkel ook deze pijnpunten aanpakt.