Wit privilege is niet alleen maar wit

Column

Wit privilege is niet alleen maar wit

Wit privilege is niet alleen maar wit
Wit privilege is niet alleen maar wit

‘Hoewel zovelen in Vlaanderen de kerk achter zich hebben gelaten, heeft de kerk hen niet verlaten’, zegt Anya Topolski. Katholicisme in Vlaanderen is even cultureel als religieus. En dat wordt duidelijk als het gaat over “white privilege”.

Als academicus word ik gevraagd deel te nemen aan debatten, lezingen en workshops. De belangrijkste factor die ik overweeg voor ik ja of nee zeg, is welke rol ik gevraagd wordt te vertegenwoordigen en tegenover wie. Recentelijk werd ik gevraagd voor een panel over Islam in Europa met twee van mijn “favoriete” filosofen: Boudry en Cliteur (met filosofen als zij begrijp ik volledig waarom mijn intellectuele idool Hannah Arendt weigerde zich een filosoof te noemen).

Toen ik vroeg of er ook moslims in het panel zaten kwam er geen reactie. Ik vroeg: ‘is spreken over islam zonder moslims niet hetzelfde als alleen mannen vragen voor een gesprek over feminisme?’ Ze waren duidelijk niet op zoek naar een echt debat. Ik accepteer zulke uitnodigingen niet, een keuze die zeker politiek omstreden is.

Met veel plezier accepteerde ik echter een uitnodiging om afgelopen zondag, 15 oktober, te spreken bij een workshop van Karamah EU (samen met KifKif, Hand in Hand, Hart boven Hard en Movement X) over post-kolonialisme en Islamofobie. Het onderwerp alleen al, twee taboeonderwerpen in Vlaanderen samen, was veelbelovend. Na de ochtendseminarie over kolonialisme, antisemitisme en Islamofobie, waren er ‘s middags kleine groepsdiscussies over privilege (gebaseerd op het privilege walk model). Mijn column van deze maand heeft veel te danken aan de andere leden van mijn kleine discussiegroep. Zij deelden inzichten die mij de ogen hebben geopend.

Ik heb me vaak afgevraagd, na de discussies over white privilege in Vlaanderen, waarom mensen zo persoonlijk en emotioneel reageren – mensen die in de meeste andere contexten “rationeel” kunnen nadenken over macht en politieke structuren. Begrijp me niet verkeerd, ik denk dat er behoefte is aan meer embodiment en betrokkenheid in de politiek – maar niet van de persoonlijke soort. Politiek moet gaan over onze gedeelde wereld, waarvoor we samen de verantwoordelijkheid dragen.

Waarom lijkt het debat over “White privilege” in Vlaanderen zoveel persoonlijker en pijnlijker te zijn?

Als we politiek, zoals politieke partijen doen, reduceren tot het nastreven wat het beste is voor onszelf als individu, dan zijn we niet langer bezig met politiek, maar met eigenbelang – precies wat Hobbes wilde. Politiek handelen betekent samen denken en handelen. Wat mij als buitenstaander telkens opvalt, is hoe anders dezelfde debatten over privileges zijn in verschillende nationale contexten: Nederland, waar ik werk, Vlaanderen, waar ik woon, Canada, waar ik geboren ben, en Polen, waar mijn wortels liggen. Waarom lijkt het debat in Vlaanderen zoveel persoonlijker en pijnlijker te zijn?

Dankzij de openheid en eerlijkheid van verschillende Vlaamse deelnemers in mijn discussiegroep afgelopen zondag, denk ik hierin meer inzicht te hebben gekregen. En het christendom speelt er een cruciale, maar verborgen, rol in.

Naar mijn mening is ‘white privilege’ niet de juiste term voor privilege in Vlaanderen en in West-Europa als geheel. Al gaat het langzaam, de debatten over mannelijk privilege zijn eindelijk begonnen en ik hoop oprecht dat de #metoo-campagne tot structurele veranderingen leidt. Het is belangrijk dat deze structurele verandering alle verschillende vormen van privilege tegelijkertijd aanpakt. Privilege werkt namelijk intersectioneel: waar verschillende dimensies van machtsstructuren (zoals racisme en seksisme) elkaar kruisen, ontstaat er een nieuwe dynamiek. We moeten dan ook niet zozeer het witte privilege uitdagen, maar het witte, het mannelijke, het klasse- én het christelijke privilege.

De illusie dat Vlaanderen seculier (of laïque), atheïstisch, agnostisch of post-christelijk is, vormt een serieuze blinde vlek voor politieke debatten over privilege.

Deze laatste vorm van privilege, van christelijk zijn en dan meer bepaald katholiek, wordt vaak vergeten in Vlaanderen, en in West-Europa in het algemeen. De illusie dat Vlaanderen seculier (of laïque), atheïstisch, agnostisch of post-christelijk is, vormt een serieuze blinde vlek voor politieke debatten over privilege.

We moeten ons in Vlaanderen en in Europa als geheel gaan realiseren hoeveel privilege gepaard gaat met christelijk zijn (zelfs in haar postmoderne vormen). Zolang we niet erkennen dat white privilege intrinsiek verbonden is met katholiek privilege, kunnen we geen van beiden echt aanpakken.

Waarom het zo moeilijk is om dit te erkennen, leerde ik van de witte vrouwelijke “post-katholieken” in mijn discussiegroep. Hoewel ze het idee van white privilege rationeel gezien heel goed kunnen bevatten, raakt het hen op een diep, onderdrukt emotioneel niveau. Het idee van wit privilege speelt in op hun vroege kindertijd, waarin hen keer op keer verteld werd dat ze persoonlijk schuldig waren aan zo vele zonden.

Ik werd diep geraakt door de manier waarop een van de deelnemers sprak over de preken van haar dorpspriester, veelvuldig herhaald door haar ouders, over hoe zij persoonlijk schuld droeg voor de misstanden in de wereld. Als kind had ze zich machteloos gevoeld dit te veranderen, en het constante schuldgevoel had een zware stempel gedrukt op haar kindertijd. Dat gevoel blijft tot de dag van vandaag. De vrouwen die ik sprak voelen zich persoonlijk schuldig over hun white privilege, maar kunnen er niets aan doen. Ze kunnen niet ophouden wit te zijn of al hun voordelen opgeven. Er is enorm veel schuldgevoel, gecombineerd met een gevoel van machteloosheid.

Nu ik deze verhalen heb gehoord, begrijp ik veel beter waarom het meest voorkomende antwoord op mijn opmerkingen over katholicisme in Vlaanderen is: ‘Maar ik ben niet katholiek’, of ‘Ik praktiseer niet’, of ‘Ik heb de kerk de rug toe gekeerd’. Dit is niet genoeg. Hoewel zovelen in Vlaanderen de kerk achter zich hebben gelaten, heeft de kerk hen niet verlaten. Katholicisme in Vlaanderen is even cultureel als religieus. Zelfs voor wie niet katholiek is opgevoed, is het een deel van het collectieve erfgoed en geheugen, of in dit geval, collectieve vergeetachtigheid.

Voor de niet-christenen in Vlaanderen, zoals ik, is het opvallend hoe katholiek Vlaanderen nog steeds is (en hoe protestants “seculier” Nederland is). Om expres te provoceren: als je je afvraagt wie ik als niet-christelijk zou beschouwen, gebruik dan bijvoorbeeld (zoals Israël doet), de Nuremberg criteria: een christen is iedereen met minstens één christelijke grootouder. Het feit alleen al dat zo weinig mensen in Vlaanderen volgens dit criterium tellen als niet-christelijk, is deel van het structurele probleem van wit en christelijk privilege. Vlaanderen blijft sterk homogeen en gesegregeerd. De mannelijke en witte dimensies van privilege worden publiekelijk genoemd. De “katholieke” zuil, vermomd door het discours van secularisme, blijft verborgen, wat het veel moeilijker maakt om te bestrijden.

Diegenen zonder wit, mannelijk en “christelijk” privilege zijn, in tegenstelling tot het probleem, verre van onzichtbaar. Voor hen behoort christelijk privilege allesbehalve tot het verleden. Moslima’s, vooral wanneer ze een hoofddoek dragen, zijn zichtbaar en worden tot een probleem gemaakt in Europa. Het echte probleem ligt echter niet bij deze vrouwen, maar bij Europa zelf, dat vormgegeven is door mensen met wit, mannelijk “christelijk” klasseprivilege ten gunste van mensen met wit, mannelijk “christelijk” klasseprivilege.

Wanneer we spreken over macht en privileges, moet het doel zijn om het probleem bloot te leggen – niet om individuen de schuld te geven. Debatten over privilege moeten intersectionele en structurele vormen van macht en uitsluiting identificeren. Hoewel bepaalde individuen en groepen hier – bewust en onbewust – van profiteren, moeten debatten over privilege niet worden opgevat als persoonlijke beschuldigingen. Helaas lijken maar weinigen in Vlaanderen te begrijpen dat het gaat om een structureel, niet een persoonlijk, probleem.

Debatten over privileges worden nog vaak geïnterpreteerd binnen het (onderdrukte) raamwerk van katholicisme, waardoor een collectief en structureel probleem verandert in een persoonlijk, emotioneel probleem.

Zoals ik afgelopen zondag heb gehoord, worden debatten over privileges nog vaak geïnterpreteerd binnen het (onderdrukte) raamwerk van katholicisme – en dan met name de personalistische vorm die in de jaren ’70 en ’80 dominant was in Vlaanderen. Hiermee wordt een collectief en structureel probleem veranderd in een persoonlijk, emotioneel probleem. Dit is problematisch als we onrechtvaardigheden willen aanpakken, omdat het structurele privileges alleen maar verder maskeert.

Wat kunnen we dan doen? Laten we beginnen met de aandacht te vestigen op de stille aanwezigheid van de katholieke cultuur in Vlaanderen. In Vlaanderen, het land met de meeste missionarissen, waren van de ene generatie op de andere opeens de kerkbanken leeg. Het leek alsof het christendom had afgedaan. Waarom de religie in Vlaanderen zo snel verworpen werd, heeft ook te maken heeft met de banden van het christendom met – onder andere – zigeunerhaat, antisemitisme en kolonialisme.

Vlaanderen kon zichzelf zo als seculier definiëren, een nieuwe identiteit die ook van pas kwam om het gebrek aan tolerantie ten opzichte van de religieuze praktijken van moslims te rechtvaardigen. Secularisme is een christelijk project, geen joods of islamitisch project. Dit betekent niet dat er geen seculiere joden of moslims zijn. Het betekent wel dat het verbannen van religie eerst uit de private sfeer (à la protestantisme), en vervolgens in het algemeen, onderdeel was van een politieke strijd binnen christelijk Europa.

Laten we ten tweede samenwerken om christelijk, wit, mannelijk privilege zichtbaar te maken en aan te pakken. Dit is niet enkel een gedachte-experiment. Privileges zijn structureel ingebed in bijvoorbeeld onze onderwijssystemen, onze politiek en onze arbeidsmarkt. Er is een strijd nodig op vele fronten, met veel verschillende bondgenoten. En ja, ook witte, welgestelde en seculier christelijke mannen kunnen bondgenoten zijn (net als witte vrouwelijke christenen, of in mijn geval, witte vrouwelijke joden).

Activiteiten die ons van privilege bewust moeten maken, kunnen hierbij helpen – in de eerste plaats voor degenen die zich nog niet hebben gerealiseerd hoe uitsluitend het systeem is, vooral omdat zij er niet door werden uitgesloten. Na dit soort activiteiten is de volgende stap te erkennen dat degenen met het meeste privilege ook de meeste macht hebben om het te veranderen – zelfs als dat soms betekent dat je je macht moet gebruiken om anderen de ruimte te geven. Soms moeten we onszelf wat minder zichtbaar maken, zodat zij die gedwongen in de schaduw leefden, eindelijk gezien en gehoord kunnen worden.

Dit betekent, ten derde, dat degenen die seksisme, racisme – gericht op zowel kleur als religie – en klassenverschillen willen bestrijden, bondgenoten moeten zijn. Ze hoeven het niet over alles eens te zijn, behalve over wat ze willen afbreken: het systeem dat privileges in stand houdt. Om af te sluiten: er is een sprankje hoop. Gezien de aard van politiek en macht, liggen privileges nooit vast. Ze zijn geconstrueerd en dus kunnen ze vernield worden. Waar wachten we op?