Het minste wat we minderjarige vluchtelingen kunnen bieden, is zekerheid

Nozizwe Dube

Nozizwe Dube

24 juni 2016
Column

Het minste wat we minderjarige vluchtelingen kunnen bieden, is zekerheid

Het minste wat we minderjarige vluchtelingen kunnen bieden, is zekerheid
Het minste wat we minderjarige vluchtelingen kunnen bieden, is zekerheid

In 2010 leerde Nozizwe Dube als nieuwe inwoonster van dit land haar eerste woordjes Nederlands. Als “ervaringsdeskundige” maakt ze zich vandaag zorgen over de toekomst van de nieuwe jonge vluchtelingen. Ze vraagt zich af wat Theo Francken bezielt om opvangcentra te sluiten en niet-begeleide jongeren, die vooral nood hebben aan stabiliteit, van hot naar her te sturen.

Ik herinner het mij nog alsof het gisteren was. Het was een koude ochtend in januari 2010 toen mijn moeder en ik in het donker onze weg naar de ingang van de school zochten. Het had veel gesneeuwd de nacht ervoor. Ik vond het nog steeds vreemd om naar school te gaan in het donker, en die sneeuw ging toch wel lang duren om eraan te wennen.

Maar de sneeuw en de duisternis waren op dat moment het minste van mijn zorgen. Het was mijn eerste dag in een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers, ook gekend als OKAN. Eindelijk kon ik Nederlands beginnen leren, die taal die ik de voorbije twee weken sinds mijn aankomst in België overal om mij heen hoorde en waar ik nog niets van verstond.

Er zaten niet veel leerlingen in mijn klas, maar zowat elke continent was vertegenwoordigd.

Er zaten niet veel leerlingen in mijn klas, maar zowat elk continent was vertegenwoordigd. De twee jongens van Nepal die elkaar nog maar net hadden ontmoet, begonnen een gesprek. Het Spaanse meisje maakte met een nerveuze glimlach plaats voor mij naast zich. De Braziliaanse jongen keek naar buiten op de speelplaats waar de andere jongeren nog stonden te wachten op de bel die het begin van de lessen signaleert.

Onze leerkracht kwam binnen. Zij begon meteen in het Nederlands te spreken tegen ons, ze gebruikte desnoods gebaren als we het niet begrepen. En zo begonnen wij, met ons kleine OKAN-klasje, langzaam maar zeker het Nederlands onder de knie te krijgen. Wat een vreugde toen we een paar weken later onze eerste volledige zinnen in het Nederlands konden samenstellen. Het waren die kleine, intrinsieke ervaringen die ons stimuleerden om gretig de taal te leren. En zo, in dat kleine klasje, werden de eerste vrienden in een nieuw land gemaakt.

Een nieuwe thuis

We schrijven 20 juni 2016, het is Wereldvluchtelingendag. Maanden na het begin van de vluchtelingencrisis en al meer dan 10.000 kinderen op de vlucht zijn vermist. Dat deze kinderen in een kwetsbare situatie zijn, moet ik alvast niet uitleggen. Ze lopen gevaar om door mensensmokkelaars uitgebuit te worden. Ze kunnen worden gedwongen in een leven waar geen kind of jongere deel van hoort uit te maken: werken als seksslaven, in criminele bendes. Het klinkt huiveringwekkend, maar het gebeurt effectief met sommige van hen.

De Nederlandse taal leren is hun enige houvast in het land dat ze hun nieuwe thuis noemen.

Dan zijn er andere kinderen en jongeren die wel een veilige haven kunnen vinden. Zo zijn er hier in Vlaanderen al een aantal. Sommigen komen hier aan met hun familie, maar nog velen moeten het op hun eentje doen.

Sommigen van hen zijn, net zoals ik destijds, ook Nederlands beginnen leren nadat ze aan een asielcentrum zijn toegewezen. Kinderen en jongeren die alles hebben moeten achterlaten, voelen zich eindelijk ergens thuis. De eerste contacten maken zij met mensen die ze ontmoeten in asielcentra, mensen van overal ter wereld die toch wel een beetje hun familie worden. In OKAN krijgen ze de kans om aan hun toekomst te werken door de Nederlandse taal te leren. Hun enige houvast in het land dat ze hun nieuwe thuis noemen.

Zorgenloos kind mogen zijn

Theo Francken, staatssecretaris van Asiel en Migratie, besliste onlangs om een aantal opvangcentra voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers te sluiten. Nog straffer: het is niet duidelijk waar deze jongeren naartoe moeten. En blijkbaar is het niet uit te sluiten dat sommigen van deze jongeren naar Franstalig gebied moeten verhuizen.

Hoe kan een niet-begeleide minderjarige vluchteling in Vlaanderen die van hot naar her door België gestuurd wordt dan zorgeloos naar school gaan en Nederlands leren? Het is toch niet moeilijk om te begrijpen dat een niet-begeleide minderjarige vluchteling vooral nood heeft aan stabiliteit? Staat bij onze staatssecretaris het belang van het kind nog centraal?

Mogen niet-begeleide minderjarige asielzoekers geen gewoon kind of jongere meer zijn?

Zekerheid bieden

Dat de kinderen en jongeren in kwestie van de hand Gods geslagen zijn als ze het nieuws krijgen dat ze (opnieuw) moeten verhuizen, begrijp ik volledig. Een nieuwe taal leren is alles behalve eenvoudig, dat weet ik zes jaar later nog heel goed. Maar ik kan iedereen verzekeren dat er in OKAN-klassen met veel ijver en motivatie door die leerlingen gewerkt wordt. Om een goede toekomst voor zichzelf te kunnen bouwen, ondanks de vaak moeilijke herinneringen aan vroeger. Het laatste wat men moet doen, is onduidelijke en vage antwoorden geven op vragen over hun toekomst.

Het is wel duidelijk waar de prioriteiten van Theo Francken liggen.

Dat Theo Francken geen duidelijkheid biedt over deze zaak , vind ik verontrustend. Hij kan ons wel kleurrijke en gedetailleerde infographics over de evolutie van de aantal gedeporteerden geven, maar hij heeft geen enkel antwoord op vragen over de toekomst van jonge asielzoekers. Het is wel duidelijk waar zijn prioriteiten liggen.

Het minste wat we minderjarige vluchtelingen kunnen bieden, is zekerheid. Zekerheid dat ze morgen naar school kunnen gaan. Zekerheid dat ze gewoon kind of jongere mogen zijn. Zij hebben al zoveel meegemaakt.