‘Pro-Europa zijn, betekent helemaal niet dat je aan de kant staat van de Brusselse elite!’

Essay

Noodzakelijke debatten over Europa

‘Pro-Europa zijn, betekent helemaal niet dat je aan de kant staat van de Brusselse elite!’

‘Pro-Europa zijn, betekent helemaal niet dat je aan de kant staat van de Brusselse elite!’
‘Pro-Europa zijn, betekent helemaal niet dat je aan de kant staat van de Brusselse elite!’

De Europese parlementsverkiezingen van mei 2019 beloven cruciaal te worden voor de toekomst van de EU. Maar op dit moment beperkt het debat over Europa zich tot een pingpongspelletje tussen de neoliberale status quo in Brussel en rechtse nationalisten. Verschillende beweging werken ondertussen vanuit Berlijn aan een derde stem. ‘Pro-Europa zijn betekent helemaal niet dat je aan de kant staat van de Brusselse elite!’

Randy Colas (CC0)

Randy Colas (CC0)​

Het is een nog zomerse dinsdagavond in de Berlijnse wijk Moabit. Een dertigtal jongeren is samengekomen in een klein kantoortje op de eerste verdieping van een hoekhuis tegenover de kerk. Hier zetelt het European Democracy Lab (EuDemLab). Vanavond vindt de eerste in een reeks van lezingen plaats om te filosoferen over hoe het Europese eenwordingsproject in vredesnaam nog te redden uit de klauwen van de nationalisten. De (Amerikaanse) spreker vanavond hangt een theorie op over hoe een internationaal (in dit geval: Europees) minimumloon de excessen van de vrije markt zou kunnen beteugelen. Aanwezigen knikken instemmend en stellen kritische vragen.

Na afloop van de ruim drie uur durende bijeenkomst staan er – naar goed Berlijns gebruik – goedkope halve liters bier van de nachtwinkel klaar. Enkele aanwezigen zetten de discussie, zittend op een stoeprandje, tot aan het ochtendgloren voort.

EuDemLab heeft niet veel geld, verontschuldigt oprichtster en drijvende kracht Ulrike Guérot zich. Maar ach, revolutionaire ideeën gedijen volgens de Duitse politica en filosofe sowieso beter in achterafkamertjes waar mensen vrijuit kunnen spreken dan in het centrum van de macht.

Om tegenwicht te kunnen bieden aan een Brusselse machtsbubbel die steeds meer gecorrumpeerd is geraakt door het grote geld, is er in Berlijn een alternatieve bubbel ontstaan

Om tegenwicht te kunnen bieden aan een Brusselse machtsbubbel die steeds meer gecorrumpeerd is geraakt door het grote geld, is er in Berlijn een alternatieve bubbel ontstaan. ‘Duitsland is het machtigste land van Europa. De hoofdstad van dat machtigste land is natuurlijk een volkomen logische plek waar tegenmacht kan groeien’, constateert Guérot. ‘Europa heeft een interne markt en een eigen eenheidsmunt. Kapitaal is gelijkgeschakeld en goederen kunnen vrijuit over het hele continent rondgereden worden. Maar we hebben nagelaten om Europa ook democratisch te maken. Europese burgers zoals jij en ik zijn niet gelijk voor de wet en worden niet direct vertegenwoordigd in Brussel. We moeten het Europese project voltooien naar de klassieke definitie van Cicero: alle Europese burgers juridisch gelijkschakelen en de Europese Republiek uitroepen. Als we dat niet doen laten we het Europese project aan de nationalisten.’

© EuDemLab

Vriespunt

De EU ligt onder vuur als nooit tevoren. Brexit, een migratiecrisis, vingerwijzende nationale politici en jarenlange economische onzekerheid hebben hun tol geëist. Begrotingsdiscipline is heilig verklaard, Griekenland op het offerblok gelegd om het bancaire systeem te kunnen redden, welvaartsverschillen tussen regio’s, landen en mensen steeds groter geworden. Van de ooit zo geprezen solidariteit tussen de lidstaten is weinig nog te merken.

Nationalisme en anti-Europeanisme vreten wild om zich heen en het vertrouwen van burgers in een gezamenlijke Europese toekomst lijkt tot onder het vriespunt gedaald

Brussel lijkt ondertussen niet in staat om een antwoord te formuleren op alle op elkaar volgende crises en verliest de controle over Oost-Europese lidstaten die steeds vaker ronduit weigeren om de Brusselse lijn te volgen. Nationalisme en anti-Europeanisme vreten wild om zich heen in Italië, Duitsland, België, Nederland, Oostenrijk, Frankrijk en het vertrouwen van burgers in een gezamenlijke Europese toekomst lijkt tot onder het vriespunt gedaald.

Voor de meeste Europese burgers is het Europese besluitvormingsproces een soort mysterieuze zwarte doos. De Europese Unie is economisch, monetair en cultureel dan wel in elkaar geschoven, maar wie daarover welke beslissingen neemt, is vaak volkomen onduidelijk. Nationale en Europese politici (die zelf ook gewoon uit de lidstaten komen) houden trilogen, er worden allerlei belanghebbenden geconsulteerd, overlegsessies gehouden in dure hotels en er wordt met grote sommen geld op en neer geschoven.

Europese en nationale belangen staan vaak recht tegenover elkaar. Als Eurocommissaris Margrethe Vestager (Competitie) in de nasleep van de scandaleuze Dieselgate-affaire een onderzoek instelt naar de frauderende Duitse automakers, strijkt ze daarmee recht tegen de haren van Volkswagen, Daimler en dus het Duitse Transportministerie in.

Voorgestelde maatregelen tegen belastingontduiking leiden tot verontwaardigde commentaren uit ‘belastingparadijzen’ als Luxemburg en Nederland en als het Europese Parlement in 2009 eindelijk een nieuwe brandstoffenrichtlijn aanneemt die vervuilende teerzandolie als aparte emissiecategorie opvoert, leidt dat in de Europese Raad tot verzet van de Nederlandse, Britse en Franse regeringen.

Bondsdaglid Franziska Brantner is Europawoordvoerder voor de Duitse parlementsfractie B90/Grünen. Hervorming van de Europese Unie begint volgens haar juist bij nationale politici. Zij zijn immers vaak degenen die vanuit hun nationale kokers de Europese besluitvorming blokkeren. ‘Er worden enorm veel domme beslissingen genomen in Brussel. Maar die beslissingen worden uiteindelijk genomen door de politici die wij kiezen’, vertelt Brantner al wandelend door het immense Bondsdagcomplex aan de Spree in hartje Berlijn. ‘De ministers uit de lidstaten zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het beleid. Als je Europa wil veranderen moet je progressieve meerderheden smeden in de parlementen van Duitsland, België of Polen. Voor die tijd heeft het niet zoveel zin je hoofd te breken over een Europese Republiek.’

Hartenkreet

Link

Content…

Ook in Brussel begint de ernst van de situatie langzaamaan door te dringen. Frans president Emmanuel Macron probeert in Parijs een platform te creëren dat ‘progressieve’ Europeanen moet samenbrengen. In september 2018 schrijft een groep Europese centrumpolitici pur sang (onder meer de Belgische liberaal Guy Verhofstadt, Alexander Pechtold uit Nederland, voormalig Roemeens eurocommissaris Dacian Ciolos en ex-premier van Italië Matteo Renzi) een hartenkreet in The Guardian om op te roepen het Europese project te verdedigen: ‘It is not simply a question of overcoming the divisions that have led tot he present impasse. Nor is it a question of continually reminding people that the Orbáns, Le Pens and Salvinis of Europe have nothing to offer beyond blaming the EU for all their evils. We must offer solutions.

‘Er was geen belang bij om Europa echt democratisch te organiseren. Wel een interne markt hebben maar geen centrale Europese besluitvorming kwam veel grote bedrijven prima uit’

Maar die oplossingen komen zelden uit het politieke centrum, benadrukt Ulrike Guérot. De Duitse weet waar ze haar politieke pappenheimers vandaan haalt. Twintig jaar lang werkte ze in Bonn, Parijs en Berlijn als parlementair assistente, voor politieke denktanks, maar ook voor grote lobbyclubs. In Brussel werkte ze direct onder Eurocommissaris Jacques Delors. Voor Europese oervaders als Jean Monnet was de idee dat economische integratie vooraf moest gaan aan politieke eenwording onbetwistbaar.

Ook de Europese Commissie benadrukt in een whitepaper uit 1985 nog eens hoe belangrijk de Europese interne markt en invoering van de euro zijn voor een gezamenlijke Europese toekomst (en gaat vervolgens aan het werk om zowel interne markt als euro te realiseren). ‘Daarna kwam er een gigantische kink in de kabel. Verschillende machtige lieden in Brussel hadden er geen enkel belang bij om Europa ook echt democratisch te organiseren’, foetert Guérot. ‘Wel een interne markt hebben maar geen centrale Europese besluitvorming kwam veel grote bedrijven eigenlijk wel prima uit.’

©Butzmann

Ulrike Guérot

©Butzmann​

Europese Republiek

Van 1995 tot 1997 was Guérot directeur Communicatie bij de Association for the Monetary Union of Europe (AMUE) – een in 2002 opgeheven lobbyclub met als (enige) doel de Europese eenheidsmunt promoten. Leden waren onder meer Siemens, Deutsche Bank en Philips. Guérot: ‘De euro is jarenlang gepusht door het Europese bedrijfsleven. Maar democratie komt met een prijskaartje en dat wisten ze. Dus is de politieke integratie die nodig was om de euro en de binnenmarkt te controleren nooit van de grond gekomen. Dan hadden die bedrijven namelijk gewoon moeten meebetalen aan een Europees werkloosheidsplan of was er een continentaal minimumloon ingesteld. Dan hadden we nu ook geen problemen gehad met Roemenen die in West-Europa onder het minimumloon komen werken.’

Verbijsterd over het gebrek aan politieke wil om Europa echt democratisch te organiseren besluit Guérot na het uitbreken van de crisis uit de politieke mallemolen te stappen en te gaan bouwen aan haar eigen radicale utopie: de Europese Republiek. Democratisering van de Europese besluitvorming kan volgens Guérot alleen door de natiestaat (die vaak primair de eigen (economische) belangen behartigt) uit het besluitvormingsproces te halen op de gebieden waarover Europese besluiten genomen moeten worden.

Volgens Guérot zou dat bijvoorbeeld kunnen via een Europese Republiek met een parlementaire directe vertegenwoordiging op regiobasis: ‘In een Europese Republiek die ik voor me zie stemmen burgers direct voor een parlement met afgevaardigden uit Vlaanderen, Lombardije of Schotland in plaats van Duitsland of België. Dat is directe democratie en zo kunnen we voorkomen dat allerlei nationale belangen de Europese besluitvorming blijven verlammen. Ik vind dat helemaal geen radicaal idee. Het is in elk geval niet radicaler dan het optuigen van de euro als eenheidsmunt.’

Varoufakis

Niet alleen Guérot en haar republikeinse denktank zijn vanuit Berlijn bezig het Europese project te redden uit de klauwen van een starre status quo en zijn nationalistische antithese. Afgelopen september is er onder de naam European May een campagne gestart om progressieve bewegingen uit heel Europa samen te brengen.

De politieke federalisten van Europa Union Berlin willen mensen trainen om in de wijken van Berlijn in gesprek te gaan over de toekomst van Europa. De liberale jongerenbeweging Volt werkt (mede) vanuit Berlijn aan haar doelstelling om vanuit minstens zeven verschillende EU-lidstaten mee te kunnen gaan doen aan de Europese verkiezingen in 2019. De in het Berlijnse Volksbühne Theater gelanceerde transnationale politieke beweging DiEM25 (Democracy in Europe Movement 2025) van voormalig Grieks minister van Financiën Yanis Varoufakis wil eigenlijk hetzelfde. DiEM25 schrijft via allerlei thematische burgergroepen in noodvaart aan een verkiezingsprogramma om nog op tijd te zijn voor de verkiezingscampagne in de aanloop naar 2019.

Daphne Büllesbach nipt van een biertje in een kleine kroeg in de Berlijnse wijk Kreuzberg. Buiten dendert de klassieke gele metro voorbij. Ook buiten Berlijn gebeurt er vanalles in heel Europa, benadrukt ze. In Spanje is Podemos een factor van formaat geworden en de Europese Commissie moest alle zeilen bijzetten om de linkse revolte van Syriza in Griekenland in te dammen.

Voor Noord-Europa is de Berlijnse bubbel bij uitstek het centrumpunt voor Europees vernieuwingsdenken. De Duitse hoofdstad trekt geld en macht aan, maar ligt ver genoeg van Brussel om een eigen dynamiek te hebben. Berlijn is ongekend populair bij jongeren, maar is voor een hoofdstad ook extreem arm. De stad ademt rebellie. Met regelmaat worden er huizen gekraakt uit verzet tegen de snelle gentrificatie en demonstraties trekken er in de regel duizenden mensen aan.

‘Ondertussen werken steeds meer mensen aan een derde stem. Want pro-Europa zijn betekent helemaal niet dat aan de kant staat van de status quo’

Büllesbach werkt voor de Berlijnse tak van de stichting European Alternatives – een ngo die in 2007 in Londen werd opgericht door twee Italiaanse activisten: ‘Europa is zoveel meer dan alleen de EU. European Alternatives probeert een transnationaal debat te stimuleren over wat Europa is en zou moeten zijn. Op dit moment wordt het debat over Europa gedomineerd door een neoliberale status quo in Brussel en de rechtse nationalisten. Maar er werken ondertussen steeds meer mensen aan een derde stem. Want pro-Europa zijn betekent helemaal niet dat aan de kant staat van de status quo.’

Vanuit de Duitse hoofdstad organiseert European Alternatives congressen, publiceert Europese literatuur, lobbyt in de Bondsdag en reist af naar Brussel om in het Europese Parlement presentaties te geven. Ook promoot de stichting transnationale politieke organisatievormen om de traditionele impasse tussen EU en lidstaten te omzeilen. Büllesbach: ‘Een transnationale beweging als DiEM25 kan een heel belangrijke rol spelen. Ze profileren zich immers als pro-Europees, maar ook als sociaal, progressief en anti-establishment. Die stem ontbreekt nou totaal in het debat.’

Duitse Bondsdag

De Duitse Bondsdag is een gigantisch complex. Verschillende gebouwen rondom de historische Reichstag zitten via allerlei loopbruggen en ondergrondse gangstelsels met elkaar verknoopt. In de plenaire zaal van het Duitse parlement hangt boven het hoofd van de voorzitter een enorme adelaar. Bondsdaglid Franziska Brantner is druk. Ze heeft haar hele werkdag doorgebracht in de parlementaire overlegcommissie over Frans-Duitse verhoudingen. Van 2009 tot 2013 zat ze zelf in het Europese Parlement in Brussel. ‘In tegenstelling tot wat veel mensen denken is het Europarlement extreem transparant, zeker in vergelijking met de Bondsdag’, benadrukt ze lachend. ‘De meeste parlementaire vergaderingen in Brussel zijn gewoon online te volgen. Hier in Berlijn is het al lastig om een officieel aangemelde bezoeker een vergadersessie binnen te loodsen.’

Buitenparlementaire initiatieven als European Alternatives, EuDemLab of European May zwengelen de noodzakelijke debatten aan over Europa, denkt ze. Desondanks vindt ze als beroepspolitica het ouderwetse politieke handwerk belangrijker: ‘Veel kiezers hebben geen interesse in theoretische discussies over welke institutie wat doet in Brussel. Als ze het vertrouwen kwijt zijn willen mensen een positief verhaal horen over wat Europa dan wél voor ze kan doen. Als ik bijvoorbeeld uitleg hoe we onafhankelijk kunnen worden van gas uit Rusland of Arabische olie is dat voor mijn stemmers belangrijker dan de hervorming van de Europese Raad. We moeten onze eisen op nationaal politiek niveau formuleren als we willen dat Europa luistert.’

Burgerclubs

Toch moet er volgens Daphne Büllesbach precies om die reden niet nagelaten worden kritisch te kijken naar hoe de Brusselse instituties zulke nationale beleidsinitiatieven juist blokkeren. Nationale belangen, machtsconcentratie, bedrijfslobby en schimmige dealtjes in achterkamers zijn immers wel degelijk aan de orde. Ze geeft een voorbeeld: ‘Een tijd terug legde een Duitse SPD-parlementariër een voorstel op tafel om een Europees fonds aan te leggen waaruit steden of regionale overheden geld krijgen als hun inwoners ervoor zouden kiezen wél vluchtelingen op te vangen. Een briljante manier om de impasse over Europese vluchtelingenquota te omzeilen. De Europese Raad weigerde het voorstel in behandeling te nemen omdat het de macht van nationale politici te zeer zou bedreigen.’

Transnationale burgerclubs zouden in zulke gevallen een belangrijke rol kunnen spelen omdat zij bij uitstek wél in staat zijn zich grensoverschrijdend uit te spreken op manieren die voor traditionele politieke partijen (gebonden aan stemmers en achterban in lidstaten) niet mogelijk is. Een vluchtelingenfonds zou op die manier wel degelijk geagendeerd kunnen worden, meent Büllesbach: ‘Dat fonds is maar een voorbeeld van een reden waarom we heel kritisch moeten gaan kijken naar hoe de EU is ingericht. De aankomende verkiezingen worden een sleutelmoment om Europa terug in onze eigen handen te pakken.’