Activiste Hala Al-Karib: ‘Vrouwen in Soedan zijn meer dan ooit gebrand op verandering’

Interview

Twee jaar na de Soedanese revolutie vechten vrouwen nog altijd voor gelijke rechten

Activiste Hala Al-Karib: ‘Vrouwen in Soedan zijn meer dan ooit gebrand op verandering’

Activiste Hala Al-Karib: ‘Vrouwen in Soedan zijn meer dan ooit gebrand op verandering’
Activiste Hala Al-Karib: ‘Vrouwen in Soedan zijn meer dan ooit gebrand op verandering’

De Soedanese activiste Hala Al-Karib laat zich door niemand de mond snoeren. ‘Soedanese machthebbers begrepen heel goed dat als je vrouwen meer ruimte geeft, dit zou leiden tot een vrijere, meer verlichte samenleving.’

‘De kogel doodt niet. Wat doodt, is de stilte van het volk’, vuurde Alaa Salah de menigte aan tijdens protesten in Soedan in 2019.

Duncan c (CC BY-NC 2.0)

Ze werd al bedreigd, geïntimideerd en overvallen, de Soedanese activiste Hala Al-Karib. Maar ze blijft strijden voor gelijke rechten voor vrouwen. Na de val van president Omar al-Bashir twee jaar geleden leek er een opening, tot de machtsposities in de nieuwe regering verdeeld werden. ‘We weigeren nog langer buitengesloten te worden. Dat besef is eindelijk neergedaald.’

Net voor de avond valt over de Soedanese hoofdstad Khartoem klimt architectuurstudente Alaa Salah, tot dan toe volstrekt onbekend, op het dak van een auto. Met geheven hand zet ze een protestlied in. ‘De kogel doodt niet. Wat doodt, is de stilte van het volk’, vuurt ze de menigte aan.

Het gebeurde op 8 april 2019. Al maanden trokken de Soedanezen massaal de straat op om het ontslag te eisen van president Omar al-Bashir en zijn corrupte entourage. Ze werden verantwoordelijk gehouden voor de schrijnende armoede, de ongelijkheid en de gewelddadige conflicten die grote delen van het land in hun greep houden.

Lange tijd bleven de volksprotesten onopgemerkt buiten Soedan. Pas toen een foto van de demonstrerende Alaa Salah (zie graffiti bovenaan dit artikel, red.) de wereld rondging, werd ook de aandacht van de internationale media eindelijk gewekt. De jonge studente, getooid in een onberispelijk witte tuniek en met opzienbarende gouden oorbellen, werd hét symbool van de Soedanese revolutie, en van vrouwen in de frontlinie.

Verraad van de vrouwen

Van de euforie van 2019 blijft vandaag weinig over in Soedan. Ja, de gehate president Omar al-Bashir is aan de kant geschoven na een schrikbewind van bijna dertig jaar. Een overgangsregering van burgers en militairen moet het land naar democratische verkiezingen loodsen. Maar ook nu dreigen vrouwen andermaal met lege handen achter te blijven.

Amper 2 vrouwen wisten een zitje te bemachtigen in de 14-koppige Soevereine Raad, de hoogste macht van het land. Maar: één van hen, Aisha Musa el-Said, nam onlangs ontslag. Daarnaast gingen ook van de ministerposten slechts 4 van de 26 naar een vrouw.

‘Bedankt voor jullie inzet. Ga nu maar terug naar waar je vandaan komt.’

‘Natuurlijk zijn we verraden’, zegt activiste Hala Al-Karib (foto hieronder) onomwonden aan de telefoon vanuit Khartoem. ‘Tijdens de revolutie vertegenwoordigden vrouwen meer dan 60% van de demonstranten. Ze werden geprezen als kandakas, Nubische koninginnen. Maar als het op een eerlijke verdeling van de macht aankomt, klinkt plots een heel ander deuntje. “Bedankt voor jullie inzet. Ga nu maar terug naar waar je vandaan komt.”’

Hala Al-Karib

Hala Al-Karib: ‘Tijdens de revolutie vertegenwoordigden vrouwen meer dan zestig procent van de demonstranten. Nu klinkt het: ga maar terug naar waar jullie vandaan komen.’

Hala Al-Karib

Al-Karib praat zacht en lacht na elke volzin, maar als ze het heeft over vrouwenrechten klinkt ze ernstig en strijdvaardig. Als geen ander weet ze waarover ze praat. Met haar organisatie Strategic Initiative for Women in the Horn of Africa (SIHA) kwam ze meermaals in conflict met de autoriteiten.

‘Soedanese machthebbers waren zich altijd zeer bewust van de cruciale rol die vrouwen spelen in de democratisering van het land’, zegt ze. ‘Ze begrepen heel goed dat als je vrouwen meer ruimte geeft, dit zou leiden tot een vrijere, meer verlichte samenleving.’

Dus probeerden ze vrouwen systematisch de mond te snoeren. ‘Het regime van Omar al-Bashir duurde bijna drie decennia. Dat gaf hem ruimschoots de tijd om wetten uit te dokteren die pasten bij zijn islamistische ideologie. Zo is hij erin geslaagd om de hele samenleving onder de duim te houden.’

Strenge familiewetten

De huidige overgangsregering in Soedan laat evenwel niet alles bij het oude. Met een reeks sociale hervormingen wil ze zichtbaar breken met het regime-al-Bashir.

In 2019 schrapte ze de omstreden ‘wet op de openbare orde’. Die bepaalde hoe vrouwen zich horen te gedragen in de publieke ruimte, hoe ze zich moeten kleden of met wie ze mogen omgaan. Vorig jaar volgde een verbod op genitale verminking, een onverhoedse beslissing die door heel wat vrouwenrechtenactivisten op applaus werd onthaald.

‘Campagnes op sociale media roepen op om vrouwen in het openbaar te geselen.’

Toch ziet Al-Karib geen significante vooruitgang. ‘Ja, de activiteiten van de morele politie, die toeziet op zeden en gewoonten, zijn hier en daar stopgezet. Maar Soedan kampt momenteel met massaal geweld tegen vrouwen, zowel op straat als in de eigen woonkamer. De sfeer wordt steeds giftiger. Campagnes op sociale media roepen op om vrouwen in het openbaar te geselenid. Filmpjes van groepsverkrachtingen doen de ronde.’

Het probleem volgens Al-Karib is dat duidelijke wetten ontbreken die vrouwen beschermen. ‘Seksueel geweld is niet strafbaar. Soedan heeft nog steeds een van de strengste familiewetten ter wereld. Meisjes kunnen vanaf hun tiende trouwen. Ook bestaat er zoiets als wilayah en qiwamah, voogdijwetten. Die geven mannelijke familieleden autoriteit over vrouwen. Een zestienjarige jongen kan mij daardoor controleren, ondanks mijn leeftijd, kennis en ervaring.’

Dat het niet gemakkelijk wordt om die vastgeroeste wetten uit de Soedanese samenleving te bannen, beseft de activiste maar al te goed. ‘Nog steeds hebben aanhangers van het vorige regime de touwtjes van de rechterlijke macht stevig in handen.’

Soedan is een van de drie landen die het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) niet hebben geratificeerd. Het ministeriële kabinet kant zich tegen gelijke rechten op het vlak van huwelijk, scheiding en ouderschap.

Mag het verbazen dat Al-Karib weinig optimistisch is? ‘Er is weinig bereidheid om échte verandering door te voeren. Gaat de overgangsregering dat verdrag werkelijk ratificeren? Of worden vrouwenrechten gebruikt om de internationale gemeenschap te behagen?’

Vrouwenbeweging in Soedan

Ook voor de internationale gemeenschap zijn vrouwenrechten momenteel niet de grootste zorg wat Soedan betreft. De economie van het land zit al jaren in het slop. De prijzen van levensmiddelen zijn bijzonder hoog en heel wat Soedanezen kunnen maar met moeite rondkomen.

Maar door die eenzijdige focus op het economische herstel dreigen vrouwenrechten op het achterplan te raken.

Al-Karib hoorde het elke keer opnieuw: dit is niet het moment om het over vrouwenrechten te hebben, jullie moeten maar wachten. ‘Zelfs onze premier Abdallah Hamdok zei in een interview: “Ik heb belangrijker zaken aan mijn hoofd, ik moet een economische crisis bezweren.”’

Daarom besloot Al-Karib het heft zelf in handen te nemen. Met haar collega’s van vrouwenorganisatie SIHA lanceerde ze het initiatief Sudan Women Protest: campagnes en protestmarsen waarmee ze vrouwen bewust wil maken van hun rechten.

Zelf noemt ze het een platform. ‘De vrouwenbeweging heeft vele gezichten. Juist daarom is het belangrijk dat vrouwen hun organisatievorm zelf kunnen kiezen, zodat ze zich ermee kunnen identificeren.’

Die aanpak loont, zo blijkt. ‘We slagen erin een groot aantal vrouwen te verenigen, ongeacht hun afkomst of politieke overtuiging. We hebben aandacht voor hun specifieke agenda en respecteren de manier waarop ze betrokken willen zijn bij de vrouwenbeweging.

Zo kwamen begin in april bijvoorbeeld honderden vrouwen op straat in de hoofdstad Khartoem, om te protesteren tegen de discriminerende wetten en het geweld tegen vrouwen:

Er is ook verzet tegen deze emancipatorische beweging. Zowel vanuit de samenleving als van politieke facties die het werk van SIHA in diskrediet proberen te brengen. Enkele dagen na ons interview stuurt Al-Karib me een screenshot door van berichten op sociale media aan een collega die er hardhandig verbaal wordt aangepakt. ‘Karaktermoord is een groot probleem’, zegt ze. ‘Net zoals bedreigingen en fysiek geweld.’

Hoe snel dat kan ontsporen werd pijnlijk duidelijk tijdens de laatste mars van Sudan Women Protest. Enkele demonstranten kregen rake klappen van mannen die niet opgezet waren met hun aanwezigheid. Een vrachtwagenchauffeur probeerde zelfs in te rijden op een groepje vrouwen.

‘Vrouwen weigeren nog langer buitengesloten worden. Dat besef is eindelijk neergedaald.’

‘Op dit moment staan we een aantal van hen bij in hun rechtszaak. Jammer genoeg heeft ook de vrachtwagenchauffeur klacht neergelegd. Zogezegd omdat ook hij het slachtoffer werd van agressie. Kun je dat geloven? Dit gaat over een man die met zijn vrachtwagen op een groep vrouwen inreed en een vrouw zo hard raakte dat ze naar het ziekenhuis moest worden gebracht!’

Toch gloort er hoop, zegt Al-Karib. ‘Vrouwen in Soedan zijn meer dan ooit gebrand op verandering.’ Niet alleen in de hoofdstad Khartoem, maar ook – en zelfs vooral – op het platteland en in de door conflict getroffen regio’s Darfur, Blauwe Nijl of Nuba-gebergte. ‘Deze vrouwen hebben de wreedheid van het regime-al-Bashir het sterkst ervaren. Nog meer dan hun stadsgenoten beseffen ze dat verandering nodig is.’

Tweede revolutie

Of ook de mannelijke geesten rijp zijn voor verandering? Voor het eerst tijdens ons gesprek aarzelt Al-Karib. ‘Bij jonge mannen zie ik vooral verwarring’, zegt ze dan. ‘Enerzijds zijn er jongeren die bijzonder solidair zijn. Ze nemen deel aan onze protesten en steunen onze acties. Anderen voelen zich bedreigd door de toegenomen aanwezigheid van vrouwen in de publieke ruimte.’

Bij de val van president Omar al-Bashir was de inzet van vrouwen allesbepalend.

Ondanks alle tegenkantingen wanhoopt de activiste niet. ‘Onze samenleving is volop in verandering. Een revolutie gaat niet over één nacht ijs.’ Haar grootste zorg is dat het geweld tegen vrouwen nog zal toenemen, maar voorlopig gaat de strijd onverminderd verder.

Bij de val van president Omar al-Bashir was de inzet van vrouwen allesbepalend. Ze liepen onversaagd in de vuurlinie. Twee jaar later wachten ze nog steeds op hun momentum. Alsof ze, zoals de Egyptisch-Amerikaanse feministe Mona Eltahawy het fraai formuleerde, ‘altijd twee revoluties moeten voeren. Eén samen met de mannen tegen regimes die iedereen onderdrukken, en een tweede tegen de vrouwenhaat die overal in de regio heerst’.

Die tweede revolutie is ingezet. ‘We hebben een groot kantoor in Khartoem, we uiten openlijk kritiek op de regering en organiseren marsen en conferenties. Vrouwen weigeren nog langer buitengesloten te worden, dat besef is eindelijk neergedaald. Dat is wat ons beschermt en ons in staat stelt om ons werk te blijven doen.’