Schrijfster Joke J. Hermsen: ‘Als ik kijk naar de huidige politieke komedie, denk ik: zo gaan we niets veranderen’

Interview

Nieuwe theaterdialoog brengt Rosa Luxemburg en Hannah Arendt samen

Schrijfster Joke J. Hermsen: ‘Als ik kijk naar de huidige politieke komedie, denk ik: zo gaan we niets veranderen’

Schrijfster Joke J. Hermsen: ‘Als ik kijk naar de huidige politieke komedie, denk ik: zo gaan we niets veranderen’
Schrijfster Joke J. Hermsen: ‘Als ik kijk naar de huidige politieke komedie, denk ik: zo gaan we niets veranderen’

Kunnen we de democratie vernieuwen? En wie nemen we dan als gids? Die vragen staan centraal in haar nieuwe theaterdialoog. Daarin kijken Rosa Luxemburg en Hannah Arendt, twee bekende politiek denksters, naar de wereld van vandaag met de kennis van het verleden.

© Brecht Goris

‘Het kapitalisme heeft constant groei nodig, ook in geografisch opzicht. Dat laat Rosa zo prachtig zien.’

© Brecht Goris

Kunnen we de democratie vernieuwen? En wie nemen we dan als gids? Die vragen staan centraal in de nieuwe theaterdialoog van schrijfster en filosofe Joke J. Hermsen: Rosa & Hannah, de (on)mogelijke revolutie. Daarin voeren de politiek bevlogen denksters Rosa Luxemburg en Hannah Arendt een pittige discussie over vrijheid en rechtvaardigheid, over politiek en geweld. ‘Ik wou op zoek gaan naar de complexiteit binnen het progressieve, linkse kamp.’

In de gloednieuwe theaterdialoog van Joke J. Hermsen ontmoeten de Joodse denksters Rosa Luxemburg en Hannah Arendt elkaar in het hiernamaals. Ze gaan met elkaar in gesprek over hun eigen turbulente tijdperk en buigen zich over de wereld van vandaag.

Het uitgangspunt mag dan wel een beetje gek klinken, maar dat is het niet. Want ook in het echte leven hebben Rosa en Hannah elkaar waarschijnlijk ontmoet – weliswaar zonder elkaar te spreken.

De Joodse Rosa Luxemburg (1871-1919) werd op haar vijftiende lid van de Poolse Revolutionaire Partij en moest drie jaar later haar geboorteland Polen ontvluchten. Enkele jaren later werd ze in Berlijn een vooraanstaand lid van de Sociaaldemocratische Partij (SPD). Tegen de meerderheid van de partij in riep Rosa op tot verzet tegen de Eerste Wereldoorlog. Dat zorgde voor een breuk met de SPD.

Samen met Karl Liebknecht werd ze een van de leidende figuren van de communistisch-marxistisch georiënteerde Spartacusbond. Rosa – die jaren in de gevangenis heeft doorgebracht – werd in de nacht van 14 januari 1919 door extreemrechtse hulptroepen gewelddadig vermoord. Enkele dagen voor die fatale nacht vond in Königsberg een demonstratie plaats van de spartakisten. Rosa liep voorop.

De toen twaalfjarige Hannah Arendt (1906-1975) woonde op dat moment met haar moeder in Königsberg. (Haar vader was in 1913 overleden). Hannahs moeder, ook een spartakist, nam haar tienerdochter mee naar de optocht. Hannahs tweede man, Heinrich Blücher, was ooit lid van de Spartacusbond. En dat is lang niet het enige wat Rosa en Hannah met elkaar gemeen hebben, zo zal blijken.

Spontaneïteit

Ik ontmoet Joke J. Hermsen in het Middelheimpark in Antwerpen. Ze is op de terugweg van Frankrijk naar haar thuisland Nederland. De schrijfster en filosofe is nog in vakantiestemming. De sfeer is gemoedelijk, nu ze haar nieuwe theaterdialoog klaar heeft.

In Rosa & Hannah, De (on)mogelijke revolutie blikken de twee hoofdpersonages terug op hun leven en het belang van politiek engagement. Hannah, getekend door het kwaad van totalitaire regimes, wil de wereld begrijpen. Rosa, een marxistisch denkster doordrongen van het sociaaldemocratische gedachtegoed en het begrip rechtvaardigheid, wil de wereld veranderen.

Vanwaar haar fascinatie voor deze twee vrouwen?, vraag ik Hermsen. Het is immers niet de eerste keer dat ze de twee bij elkaar brengt. Eerder deed ze dat al in Het tij keren, met Rosa Luxemburg en Hannah Arendt, dat ze schreef tijdens de opstand van de gele hesjes in Frankrijk.

‘Toen in Frankrijk de volksopstand van de gele hesjes uitbrak, was ik in Bourgondië Hannah Arendts boek Men in Dark Times aan lezen. Daarin wijdt ze een essay aan Rosa Luxemburg’, onthult Hermsen. ‘Dat essay heeft geleid tot de politiek-filosofische rehabilitatie van Rosa.’

‘Voorheen werd ze zowel door links als door rechts weggezet als communiste. Arendt heeft eigenlijk meer van Rosa overgenomen dan ze wil toegeven. Bijvoorbeeld het idee van burgerraden, gebaseerd op Rosa’s voorliefde voor een volksradenrepubliek. Of ook het idee van spontaneïteit.’

Voor de beide vrouwen is spontaneïteit een sleutelbegrip. ‘Een volksopstand is nauwelijks te plannen of van bovenaf te organiseren. Op een zeker moment groeit er bij de bevolking zoveel ongenoegen en kritisch bewustzijn dat het tij keert en mensen de straat opgaan. In haar boek over totalitaire regimes merkt Arendt op dat een van de eerste maatregelen die alle totalitaire heersers nemen, zowel links als rechts, het kapotmaken is van die spontaneïteit. Dat doen ze door angst te zaaien.’

Opstaan en neen zeggen, daar begint het mee. Hermsen: ‘Dat is wat Hannah “nataliteit” noemt en Rosa “een nieuw begin”. Maar beide vrouwen benadrukken dat dit gepaard moet gaan met een kritische analyse van de status quo, gekoppeld aan het besef dat verandering noodzakelijk is. En dat leidt dan tot een spontane opstand.’

© Brecht Goris

‘De vraag is in welke mate je bij voorbaat elke vorm van geweld kunt afzweren wanneer je fundamentele wijzigingen wil.’

© Brecht Goris

Kairos

‘Uw dood is het waard iedere keer opnieuw verteld te worden. U heeft uw leven voor de politiek geofferd, dat is een moedige daad’, zegt Hannah aan Rosa.

Die antwoordt: ‘Ik weet niet of het moedig was. Moed heeft te maken met de bereidheid het ongekend nieuwe te omarmen, en wij werden vooral in de maalstroom van de gebeurtenissen meegesleurd.’

Waarop Hannah zegt: ‘U had kunnen vluchten.’ (Wat Hannah uiteindelijk gedaan heeft.)

Rosa: ‘Een heel leven heb ik gestreden voor een betere en rechtvaardige wereld en dan zou ik, als het er echt op aankomt, de benen nemen om mijn eigen huid te redden? Neen, dat was ondenkbaar. Het kostte me mijn idealen en het kostte me mijn leven, net als dat van vele anderen.’

Voor elke omwenteling is het van cruciaal belang de actuele situatie te beoordelen en het juiste moment te kiezen. Dat noemt Hermsen kairos, wat Grieks is voor ‘het gunstige ogenblik’.

Volgens Hermsen leven we misschien wel in zo’n kairos-moment. Alleen moeten we dat doorzien en er wat mee doen. Vervolgens moeten we dat nieuwe begin goed voorbereiden. De geschiedenis leert ons dat net dát vaak het grootste probleem is.

Hannah was bijvoorbeeld vol bewondering voor de Amerikaanse revolutie maar ontgoocheld door de Franse, die was ontaard in extreem geweld.

En dat blijkt een heikel punt bij elke revolutie: geweld. In die context haalt Arendt de achttiende-eeuwse Franse revolutionair Pierre Vergniaud aan: ‘De revolutie is als Saturnus, die zijn eigen kinderen verslindt.’

‘Zowel Rosa als Hannah hebben een afkeer van geweld,’ merkt Hermsen op. ‘De vraag is in welke mate je bij voorbaat elke vorm van geweld kunt afzweren wanneer je fundamentele wijzigingen wil.’

‘Het kapitalisme heeft constant groei nodig, ook in geografisch opzicht. Dat laat Rosa zo prachtig zien.’

Rosa haalt in het stuk een sterk argument aan: hoeveel geweld vindt er op dit moment plaats? Tegen kinderen die dagen moeten doorwerken zonder te rusten? Hoeveel geweld en onrecht in naam van het huidige politieke en neoliberale economische bestel?’

‘Hoeveel destructie wordt er niet op de natuur en de mens gepleegd? Hoeveel mensenlevens eist de vluchtelingencrisis? Je kunt wel tegen geweld zijn, maar dan moet je ook oog hebben voor het geweld dat wereldwijd op grote schaal door dat systeem wordt uitgeoefend.’

Nieuwe Internationale

‘Als auteur aarzel ik tussen de positie van Rosa en die van Hannah’, bekent Hermsen. Voor Arendt betekent geweld het einde van de politiek. Rosa was vanuit haar ervaring met de Duitse sociaaldemocraten – die mee hadden ingestemd met WO I – dan net weer teleurgesteld in de reikwijdte van de politiek.

‘Rosa en haar beweging hadden jarenlang gewerkt om de Internationale van de grond te krijgen’, legt Hermsen uit. ‘Ze werkte samen met Pieter Jelles Troelstra in Nederland, met Jean Jaurès in Frankrijk, met Vlaamse sociaaldemocraten en zelfs met Amerikaanse en Japanse politici. Om de zoveel jaar organiseerden ze een congres.’

‘Rosa begreep toen al dat alleen internationaal verenigde sociaaldemocratische krachten in staat zouden zijn om het mondiale kapitalisme te veranderen. Een aparte natiestaat kon dat niet voor elkaar krijgen.’

‘Binnen de Internationale hadden ze de handen ineengeslagen en nu wilde dezelfde partij dat ze elkaar naar de keel zouden vliegen, tegenover elkaar in de loopgraven zouden staan! We weten hoeveel slachtoffers dat heeft gevraagd. We weten dat de meeste jongens uit het proletariaat kwamen, de achterban van hun beweging. Een groter verraad van haar partij was niet mogelijk. Ze kampte toen met een ernstige depressie, zo blijkt uit brieven aan Clara Zetkin (Duits vrouwenrechtenactiviste, red.).’

Nieuwe Internationale

Wanneer ze vanuit het hiernamaals naar de wereld kijkt, gelooft Rosa dat alleen een nieuwe Internationale de wereld kan redden. ‘Ik laat Rosa dat zeggen,’ lacht Hermsen. ‘Als ik kijk naar de politieke komedie in Den Haag, denk ik: zo gaan we niets veranderen aan de nefaste invloed van het neoliberalisme. Recente cijfers wijzen uit dat de rijkste Amerikanen en multimiljardairs er tijdens de coronacrisis alleen maar rijker op zijn geworden.’

Hoe dat anders kan? We moeten alle krachten bundelen en over alle kleine verschillen heen stappen. Ook als het gaat over wat de progressieve, linkse beweging verdeelt, meent Hermsen. ‘Want ook kissebissen in de eigen linkse tent doen we maar al te graag. En we moeten over de grenzen kijken. Daarom laat ik met enig genoegen Rosa oproepen tot een nieuwe Internationale.’

‘De ontgoocheling in de partijpolitiek is haar allergrootste pijn geweest. Ze sprak in 1904 in het Concertgebouw van Amsterdam, de hele Internationale toe. Ze was begin twintig, iedereen was ontroerd en onder de indruk.’

‘Mochten de westerse mogendheden niet voor het kapitalistische gewin hadden gekozen, voor de verdeling van de koloniale gronden, dan zag het er hoopvol uit. Het kapitalisme heeft constant groei nodig, ook in geografisch opzicht. Dat laat Rosa zo prachtig zien.’

Terug naar Marx?

In de derde scène van de theaterdialoog ontvouwt zich een pittige discussie over het marxisme. In Hannah Arendts basiswerk De Menselijke Conditie spaart ze haar kritiek op het marxisme niet.

Rosa merkt dan ook op: ‘we komen er als socialisten in uw werk wel karig van af. Niet alleen ik, maar ook Marx et toute notre bande. U heeft blijkbaar weinig sympathie voor onze politieke opvattingen.’ Waarop de twee dames in het hiernamaals een flesje whisky bovenhalen om de heikele discussie aan te vatten.

Hannah legt uit: ‘Ik wil het politieke domein nieuw leven inblazen door het uit de handen van de economie en de technocratie te redden. En ik ben van mening dat Marx te weinig oog had voor deze vrije politieke ruimte, met zijn eenzijdige focus op zaken als werk en geld.’

En wat later: ‘Ik vind dat Marx van de politiek te veel een economische kwestie heeft gemaakt.’ Om tot slot samen te vatten: ‘Marxisme en kapitalisme zijn in zekere zin tweelingbroers, alleen met een andere hoed op.’

‘Ook Rosa had tijdens haar leven heel wat kritiek op het marxisme. Daarom werd ze na haar dood ook vanuit linkse hoek scherp bekritiseerd.’

Het maakt Rosa woest. ‘Dat kunt u niet serieus menen!’ Even verderop: ‘Hoe kun je het gedachtegoed van iemand veroordelen op grond van de misdaden die zijn zogenaamde opvolgers hebben gepleegd? … En laten we alstublieft ook niet vergeten dat het nog geen enkel land gelukt is om een kapitalistische heilstaat zonder geweld en onrecht op grote schaal te realiseren.’

‘Dat is waar’, reageert Hannah, waarop ze klinken met hun whisky.

Hermsen: ‘Ik wou in deze dialoog ook op zoek gaan naar de complexiteit binnen het progressieve kamp. Rosa heeft een punt met haar kritiek op het kapitalisme. Een kritiek die ze overigens deelde met Hannahs eerste man Günther Stern, met Walter Benjamin en de vooroorlogse progressieve politieke elite in Berlijn.’

‘Hebben we een terugkeer naar Marx nodig, weliswaar in een eigentijdse variant, of een terugkeer naar Rosa? Of zal elke vorm van marxistisch denken onvermijdelijk uitmonden in een totalitair regime?’

Arendts punt: de machtsovername door het proletariaat, zoals gedroomd door Marx, is er nooit gekomen. De filosofe heeft ook een afkeer van ideologieën en doctrines, omdat de geschiedenis nooit verloopt volgens een blauwdruk.

Hermsen: ‘Ook Rosa had tijdens haar leven heel wat kritiek op het marxisme. Daarom werd ze na haar dood ook vanuit linkse hoek scherp bekritiseerd.’

‘Haar kritiek betrof dan vooral de afschaffing van het meerpartijensysteem, de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van vereniging. In haar hoofdwerk, De accumulatie van kapitaal, heeft ze inderdaad veel meer oog voor het imperialisme en de kolonialistische aspecten van het kapitalisme. Dat systeem heeft groei nodig en moet daarom steeds meer gebieden in bezit nemen.’

‘Rosa heeft het over slavenhandel, over zwaar onderbetaalde arbeid in Afrika, over de plantages en noem maar op. Dat was haar aanvulling op het marxistische denken. Ik denk dat ze een sociaaldemocraat in hart en ziel was.’

© Brecht Goris

‘Als auteur aarzel ik tussen de positie van Rosa en die van Hannah.’

© Brecht Goris

Rechtvaardigheid versus vrijheid

Waar het in Rosa’s denken vooral gaat om sociale rechtvaardigheid, ligt het accent bij Hannah op vrijheid. ‘Ik denk dat dit met hun levensloop te maken heeft’, zegt Hermsen.

‘Ze waren allebei Joods, vrouw en politiek geëngageerd. Beiden waren bijzonder verstandige kritische denksters. Maar ze namen een andere historische positie in. Voor Rosa speelden economische kwesties zo’n belangrijke rol, omdat zij de onrechtvaardigheid om zich heen zo scherp zag.’

‘Voor Arendt was de vrijheid zo belangrijk omdat ze tot twee keer toe gevangen zat. Ze heeft aan den lijve ondervonden wat het betekent om geen vrijheid meer te hebben, maar ook nog om op grond van één aspect van je identiteit (de Joodse, red.) te kunnen worden opgesloten zonder enige vorm van proces. Om vervolgd en vermoord te kunnen worden. Die vrijheid legde voor Arendt werkelijk het meeste gewicht in de schaal.’

Vanuit dat historische perspectief koppelt Hermsen terug naar vandaag. ‘Mij lijkt het nu zo interessant om die twee samen te brengen. Ik denk dat we aan die twee perspectieven nood hebben om een doorbraak te kunnen realiseren. Rosa slaat een meer pragmatische weg in, met haar nadruk op het economische en de rechtvaardigheid. Met haar klemtoon op de politiek slaat Arendt dan weer aan andere weg in, voorbij de bekommernis om de behoeftebevrediging en de verdediging van de eigen clan.

De revolutie en het geweten

De vijfde scène is verrassend. ‘Als we er nu eens een derde bij zouden halen,’ oppert Hannah. Rosa merkt op: ‘Misschien is het beter als we iemand zouden spreken die we nog niet kennen. Iemand die sterk genoeg is om ons de mond te snoeren, maar ons ook kan inspireren. Iemand met wie we een nieuwe Internationale zouden willen oprichten.’

Waarop Hannah: ‘U wilt postuum nog een politieke beweging beginnen? Dat is absurd.’ Rosa: ‘We kunnen nog enig gewicht in de schaal leggen, zei u zelf. Worden we niet elke keer tot leven gewekt als mensen een boek van ons openslaan?’

‘Behalve Rosa en Hannah wilde ik er graag een derde gast bij brengen, omdat drie het begin is van een politieke partij.’

De zoektocht naar de derde komt uit bij de Frans-Joodse filosofe en politiek activiste Simone Weil (1909-1943). Rosa en Arendt hebben haar nooit ontmoet, maar die laatste vernoemt haar wel in De Menselijke Conditie.

Weil was een christelijke mystica, maar ook een radicale guerrillera die actief was in het verzet tegen de nazi’s in Frankrijk en meestreed in de Spaanse burgeroorlog.

Vanwaar de keuze voor Weil? Hermsen: ‘Haar werk heeft zowel raakvlakken met dat van Luxemburg als van Arendt. Bovendien schrijft ze filosofische aforismen in de traditie van filosofen Blaise Pascal en Alain. Die aforismen hebben een diepgang die vergelijkbaar is met Arendt in The life of the Mind.’

‘Tegelijkertijd was Weil revolutionair, gaf ze haar baan op om in de fabrieken van Renault te gaan werken. Ze wilde ervaren wat het met een mens doet om elke dag opnieuw zulk geestdodend en onderbetaald bandwerk te moeten doen. Ze was een marxiste, maar verbonden aan een bijna mythisch diepzinnige manier van denken.’

Pittig detail: Weil bood Trotski onderdak toen die op de vlucht was voor Stalin. Trotski beweerde dat de plannen voor de Vierde Internationale in haar huis zijn ontstaan. Hermsen: ‘Behalve de twee denksporen van Rosa en Hannah wilde ik er graag een derde gast bij brengen, omdat drie het begin is van een politieke partij.’

En dat mystieke element? ‘We hebben toch ook een beetje verticale spanning nodig!’, lacht de schrijfster.

‘Onze armen uitstrekken naar wat we ons niet kunnen voorstellen, naar wat het mysterie van het leven is. Weil geeft daar heel mooie antwoorden op. In haar werk toont ze ons dat wij als mens zowel de horizontale as van de noodzakelijkheid hebben als de verticale as, waarbij we op een bijna poëtische wijze proberen een onzegbare waarheid over de mens neer te schrijven en spreken over wat ons inspireert. Het is dat vonkje in de ziel.’

Rosa & Hannah, de (on)mogelijke revolutie door Joke J. Hermsen is verschenen bij Bebuquin, 69 bladzijden, 9789075175905.