Ook Bolivia brandt: ‘Een miljoen hectare bos afgebrand als gevolg van beleid Evo Morales’

Interview

Miguel Crespo van de Boliviaanse biodiversiteit-ngo Probioma

Ook Bolivia brandt: ‘Een miljoen hectare bos afgebrand als gevolg van beleid Evo Morales’

Ook Bolivia brandt: ‘Een miljoen hectare bos afgebrand als gevolg van beleid Evo Morales’
Ook Bolivia brandt: ‘Een miljoen hectare bos afgebrand als gevolg van beleid Evo Morales’

Net als in 2019 krijgt ook dit jaar het Zuid-Amerikaanse Amazonewoud te kampen met verwoestende, ongecontroleerde bosbranden. Maar ook in Bolivia gaan deze maanden alweer waardevolle ecosystemen in de vlammen op.

Reuters / David Mercado

In Bolivia zijn de afgelopen maand meer dan een miljoen hectare afgebrand. Vooral het departement Santa Cruz (foto: Santa Rosa de Tucavaca) is zwaar getroffen.

Reuters / David Mercado

De bosbranden in het Braziliaanse Amazonewoud stuitten internationaal op diepe verontwaardiging, net als de schaamteloze reactie hierop van de extreemrechtse president Bolsonaro. Maar ook in buurland Bolivia brandde meer dan een miljoen hectare woud af, met goedkeuring van de linkse president Evo Morales. En dat allemaal voor ggo-soja en -maïs, bestemd voor “biobrandstoffen”.

Update 22 september 2020

De voorbije maanden gingen er in Bolivia opnieuw waardevolle ecosystemen in vlammen op. De schade van de branden van deze zomer bedraagt bijna een miljoen hectare, vooral in inheemse territoria en beschermde natuurgebieden. Je leest er meer over onderaan dit artikel.

‘De impact van deze tragedie reikt ver buiten de nationale grenzen, maar ook de verantwoordelijkheid voor deze praktijken is internationaal’ stelt Miguel Crespo, directeur van de milieu-ngo Probioma en partner van Broederlijk Delen en van BOS+.

Het Amazonegebied stopt niet bij de landsgrenzen

GRID-Arendal (CC BY-NC-SA 2.0)

GRID-Arendal (CC BY-NC-SA 2.0)

Naast Brazilië dragen ook Bolivia, Colombia, Ecuador, Guyana, Peru, Suriname en Venezuela verantwoordelijkheid voor het Amazonegebied.

Maar Bolivia en buurlanden kennen ook andere, bijzonder waardevolle ecosystemen: het unieke Chiquitano-woud, de Cerrado-savanne en een bijzonder drasgebied dat Pantanal heet.

Internationaal is er grote verontwaardiging en bezorgdheid om de gigantische branden in het Braziliaanse Amazonewoud. Maar ook in Bolivia staan de bossen in brand. Hoe is de situatie daar?

Miguel Crespo: In Bolivia is de afgelopen maand meer dan een miljoen hectare afgebrand. Vooral het departement Santa Cruz is zwaar getroffen, maar ook Beni en intussen ook Tarija zijn aangetast.

In die regio van Zuidoost-Bolivia is het geen Amazonewoud meer. Om welk ecosysteem gaat het?

Miguel Crespo: Het is droog Chiquitano-woud, een ecosysteem dat uniek is in de wereld. Het bevindt zich tussen de stroomgebieden van de Amazone en van de Rio de la Plata. Dit droge Chiquitano-woud is deel van de Cerrado, het savannegebied dat zich tot in Brazilië uitstrekt. Je hebt daar ook het moerassige Pantanal-gebied.

Zowel de Cerrado als de Pantanal zijn overgangsgebieden met een bijzonder rijke biodiversiteit. De soorten migreren er van het ene stroomgebied migreren naar het andere. Als het droge Chiquitano-woud wordt aangetast, worden dus ook de aangrenzende ecosystemen aangetast. Het is een heel kwetsbaar gebied dat van vitaal belang is voor de beide stroomgebieden.

Is dit gebied bewoond?

Miguel Crespo: Er bevinden zich inheemse gemeenschappen van vooral Chiquitanos en Ayoreos. Meer naar het zuiden in de Chaco wonen de Guaraní. Daar liggen ook beschermde natuurgebieden en nationale parken die uitgeroepen zijn tot patrimonium van de mensheid, zoals het Nationaal Park Noel Kempff, aan de grens met Brazilië, dat zich uitstrekt over een miljoen hectare.

Voor een deel gaat het ook om erkende territoria van inheemse gemeenschappen. De huidige branden overstijgen het lokale niveau, de impact is regionaal en internationaal omwille van de hele samenhang van het ecosysteem in Zuid-Amerika.

Bolsonaro minimaliseert het vuur in het Amazonewoud en zegt dat het een jaarlijkse gewoonte is om af te branden, om terrein te openen voor het zaaien. Maar de omvang overtreft alle vroegere praktijken.

Miguel Crespo: Ook zijn Boliviaanse collega Evo Morales stelt dat het om een traditionele praktijk gaat en dat er dus niets speciaals aan de hand is. Bolsonaro wakkerde in zekere zin deze gigantische branden met zijn beleid aan, maar dat geldt zo mogelijk nog meer voor Evo Morales. Je kan een verantwoordelijkheid hebben door nalatigheid, maar ook door met voorbedachten rade processen te stimuleren. In het geval van Evo Morales gaat het duidelijk om een bewust beleid.

‘Onmiddellijk na het uitvaardigen van de nieuwe wet is de ontbossing met 200 procent toegenomen’

In 2013 heeft Morales wetten en decreten uitgevaardigd die de ontbossing in de streek stimuleren. Wet 337 bijvoorbeeld legaliseert illegale houtkap: overtredingen blijven niet alleen onbestraft, ze worden niet langer als overtreding beschouwd. De wet zorgt ook voor een flexibilisering van de ontbossingsplannen, wat betekent dat er minder administratie nodig is om te mogen ingrijpen in het ecosysteem.

Het gevolg is dat de mensen aan een nog hoger tempo gaan kappen. Het Agentschap voor Bos en Gronden stelde vast dat onmiddellijk na het uitvaardigen van die wet de ontbossing met 200 procent toenam.’

Wie veroorzaakt die bosbranden?

Miguel Crespo: Daar zijn verschillende actoren en factoren bij betrokken. Er is de klimaatverstoring zelf: er bestaat inderdaad een traditionele praktijk bij de inheemsen om af te branden, voor het zaaien van maniok en maïs, maar dat deden ze nooit voor gebieden groter dan een hectare. Bovendien gebeurde dat in de periode wanneer de eerste regens begonnen te vallen, vlak voor het regenseizoen, zodat er geen gevaar bestond voor zulke branden.

‘Men ziet het woud niet als een bondgenoot maar als een obstakel dat uit de weg geruimd moet worden’

Met de klimaatverandering en de oprukkende ontbossing, om de landbouwgrens voortdurend op te schuiven voor het zaaien van genetisch gemodificeerde soja, is ook het regenseizoen veranderd. Enkele decennia geleden begonnen de boeren met het afbranden van hun akkers vanaf 30 augustus. Vandaag komt de eerste regenval pas in november.

Daarnaast begon de regering, vanuit politiek proselitisme (bekeringsijver, red.), sinds een jaar met het verlenen van toestemming voor woonzones in deze gebieden. Niet voor de inheemsen van de streek, maar voor de mensen die vanuit de bergen komen. Om dat te kunnen onderbouwen, vraagt de regering aan het Instituut voor Landhervorming om deze woongebieden een andere bestemming te geven, namelijk het vervullen van een socio-economische functie. Dit is een volkomen “andinocentrische” visie: men ziet het woud niet als een bondgenoot maar als een obstakel dat uit de weg geruimd moet worden.

Daarnaast vaardigde de regering recent ook een decreet uit dat stelt dat ook gebieden groter dan vijf hectare mogen worden afgebrand. Vijf hectare was vroeger de limiet, nu is die opgeschoven naar twintig hectare. Dat nieuwe decreet vaardigde Morales uit een maand voor de bosbranden begonnen, wetende dat er tegenwoordig geen regen meer valt in deze periode. We worden geplaagd door een vreselijke droogte. Als elke familie twintig hectare in brand gaat steken, krijg je natuurlijk een gigantische impact.

Twintig jaar geleden werd een plan opgesteld volgens technische criteria, voor het gebruik van de bodem in dit droge Chiquitano-woud. De gronden in dit gebied zijn bosgronden, niet geschikt voor landbouw of veeteelt.

De president en de vicepresident stellen als doel om per jaar een miljoen hectare vrij te maken voor de agro-industrie, voor de productie van ggo-soja voor biodiesel en suikerriet en ggo-maïs voor ethanol. Al die verschillende decreten om de landbouwgrens op te schuiven, zijn daarop gericht.

We hebben hier te maken met een hele grote ramp die het gevolg is van een bewust gekozen beleid. Ik weet niet of deze onverantwoorde houding voortkomt uit opzettelijke beslissingen – alles wijst wel in die richting – of uit onwetendheid. Maar de toestand is zonder meer dramatisch.

Worden die beleidsopties ingegeven onder druk van de agro-industrie?

Miguel Crespo: De afgelopen vijf jaar zette de agro-industrie de president systematisch onder druk om de landbouwgrens op te schuiven, om de export van ggo-soja, het verbouwen van ggo-maïs en -katoen toe te laten, en om het areaal voor suikerriet voor ethanol uit te breiden.

‘We moeten zelfs tarwe invoeren om brood te kunnen eten’

De agro-industrie is enkel uit op winst en is helemaal niet begaan met de voedselzekerheid van de Bolivianen zelf. Bolivia importeerde in 2018 voedsel voor een waarde van 632 miljoen euro. We moeten zelfs tarwe invoeren om brood te kunnen eten. Er is toch een grote contradictie tussen wat de regering publiek verkondigt en wat er in de praktijk gebeurt.

**Evo Morales stelde zich internationaal altijd op als een verdediger van de rechten van Moeder Aarde. Hij organiseerde alternatieve klimaatconferenties, omdat hij zoveel kritiek had op de VN-bijeenkomsten. Hoe kan hij dit profiel rijmen met zo’n verwoestend economisch beleid?

Miguel Crespo:** De regering van Evo Morales maakte zich helemaal ondergeschikt aan de belangen van de agro-industrie en de ontginningseconomie van mijnbouw en petroleum. Ze gaat daarmee ook in tegen de grondwet en tegen concrete wetten. Wet 300 over Moeder Aarde verbiedt het gebruik van biobrandstoffen. De grondwet, en andere wetten over economische productie, verbieden ook het telen van ggo-gewassen.

De regering leeft dus niet alleen de wetten niet na, maar met haar decreten gaat ze regelrecht tegen die wetten in om tegemoet te komen aan de wil van zo’n machtige sector als de agro-industrie.

Is de Boliviaanse bevolking zich bewust van dit tegenstrijdige beleid? Morales is herhaaldelijk herkozen als president.

Miguel Crespo: De bevolking ziet de incoherentie wel degelijk en is verontwaardigd! Bovendien deed deze sociale en ecologische ramp alle maskers vallen. Ze toont het ware gezicht van Morales en de prioriteiten van deze regering.

‘Morales kondigde net een “ecologische pauze” aan, waarin even geen nieuwe concessies worden toegestaan’

Morales weigert ook deze branden uit te roepen tot een nationale ramp. Hij zegt dat de maatregelen die nu genomen worden, volstaan om de brand te bestrijden, wat totaal niet het geval is. Een brand blussen van meer dan een miljoen hectare, verspreid over verschillende plaatsen, met meer dan 20.000 vuurhaarden, daar zijn bepaalde strategieën, gespecialiseerde teams en extra economische en humanitaire middelen voor nodig. De regering is niet bij machte om dit te organiseren. Op dit ogenblik zijn 2000 mensen aan de slag om te blussen, allemaal vrijwilligers: jongeren, studenten, dokters. De regering stuurde het leger, maar er zijn specialisten nodig.

Had de president deze brand uitgeroepen tot een nationale ramp, dan hadden we internationale hulp kunnen krijgen. Chili, Argentinië, Peru, Duitsland hebben gespecialiseerde teams aangeboden. Maar de hoogmoed en de overmoed hebben de bovenhand gehaald om de hulp af te wijzen.

Het enige wat Morales uiteindelijk gedaan heeft, is een vliegtuig gehuurd, een “supertank”. Dat vliegtuig kan drie tot vier sproeibeurten per dag uitvoeren. Maar ook zo één vliegtuig is ontoereikend. Het helpt, maar het is geen strategie. Bovendien kost de huur van dit vliegtuig geld van de staat, van ons dus, de Bolivianen. Als Morales de brand had uitgeroepen tot nationale ramp, had de internationale hulp dit betaald.

Intussen kondigde Morales een “ecologische pauze” aan. Dat betekent dat ze voor even geen nieuwe concessies toestaan. Geen autorisatie meer om nog af te branden. Maar pas nadat een miljoen hectare bos zijn verdwenen! Dat is alsof je, nadat je huis is afgebrand, gaat zeggen: en nu mag niemand nog lucifers gebruiken. Dat is compleet nutteloos. Grondspeculanten zullen nu op die afgebrande stukken afkomen. Daarom zijn mensen gefrustreerd en verontwaardigd.

In oktober zijn er presidentsverkiezingen. Denkt Evo Morales niet dat dit beleid zijn imago schaadt?

Miguel Crespo: Ik denk het eigenlijk wel, maar ik weet het niet. Ik weet niet wat zijn politiek strategen en adviseurs hem influisteren. Deze week verschenen er in de kranten foto’s van Morales met minister Quintana, die met stokken het vuur aan het blussen waren. Ze stuurden een kabinet van ministers naar de zone om daar te vergaderen. Ze noemen dat een “milieukabinet” maar het is pure show, een theater. Er wordt door dat kabinet geen enkel probleem opgelost.

‘Het volk voelt zich machteloos tegenover deze bedreiging’

Intussen wordt er geld uitgegeven voor politieke propaganda en filmpjes op tv waarin ze zeggen dat ze hun verantwoordelijkheid opnemen, dat ze het milieu en de biodiversiteit ernstig nemen. Maar de mensen geloven hen niet langer.

De decreten die deze regering uitvaardigde en het beleid dat regelrecht ingaat tegen bestaande wetten, tonen heel duidelijk dat deze regering niet begaan is met de planeet maar ze eerder vernietigt. Het imago van Evo Morales als beschermer van Moeder Aarde is met deze brand ook volledig in vlammen opgegaan.

Ik hoop dat deze regering afgestraft zal worden, maar ook hier kampen we met het probleem van een oppositie die niet werkt. Geen enkel parlementslid is in staat geweest om harde taal te spreken en de dingen bij hun naam te noemen. Er zijn immers grote belangen in het spel. En het volk voelt zich machteloos tegenover deze bedreiging.

© IAFN / RIFA

Miguel Crespo: ‘Enkele maanden geleden zei onze vicepresident dat de nationale parken en de beschermde natuurgebieden ‘een uitvinding zijn van de gringo’s’ en dat het niet nodig is om daar rekening mee te houden

© IAFN / RIFA

Terug naar de internationale betrokkenheid. Een aantal Europese landen beloofden op de G7 hulp aan Brazilië. Bolsonaro wees die hulp af als “kolonialistisch”. Ziet u dit ook zo: is dit een kolonialistische reactie?

Miguel Crespo: Elk land en elk volk heeft zelfbeschikkingsrecht maar ik vind het aanbod van die externe hulp geen kolonialistische houding. Die internationale betrokkenheid is op zijn plaats. Beide presidenten, Bolsonaro en Morales, gaven een foute interpretatie aan dit gebaar.

Enkele maanden geleden zei onze vicepresident dat de nationale parken en de beschermde natuurgebieden ‘een uitvinding zijn van de gringos’ en dat ze het niet nodig vinden om daar rekening mee te houden. Dit is extreme domheid. Want beschermde natuurgebieden en nationale parken zijn niet uitgeroepen om aan bepaalde, internationale, politieke belangen tegemoet te treden, maar omwille van het belang van de biodiversiteit en van de ecosysteemdiensten die door deze bossen worden geleverd: voedsel en medicijnen, het regelen van de waterhuishouding en het klimaat.

‘Europese consumenten moeten eisen dat soja niet afkomstig mag zijn van de verwoeste Amazone of andere waardevolle ecologische gebieden’

Die betrokkenheid “kolonialistisch” noemen is stupide. Het is een manier om een bepaalde vorm van nationalisme te tonen als reactie op een drama dat niet alleen een impact heeft op het eigen land, maar op de hele regio en de planeet.

Wanneer je ziet dat deze branden uiteindelijk veroorzaakt worden door de druk van de agro-industrie voor export, zijn wij, Europeanen, dan niet mee verantwoordelijk voor de ramp?

Miguel Crespo: In zekere zin wel. Niet de doorsnee Europese burger, maar wel de bedrijven. Als je de oppervlakte die nu in vlammen opgaat in Brazilië, Bolivia en Paraguay, zelfs ook Argentinië, vergelijkt met het opschuiven van de landbouwgrens, dan valt die samen met het oprukken van de sojateelt. Daar ligt duidelijk een gedeelde verantwoordelijkheid.

De Europese consumenten zouden moeten eisen dat de soja of wat er ingevoerd wordt vanuit de landen van de Mercosur niet afkomstig mag zijn van de verwoesting van de Amazone, Chiquitanía, Pantanal, Chaco, Cerrado of de Mata Atlántica, niet van ggo-teelten, niet met hoog gebruik van pesticiden of uitbuiting van vrouwen en kinderen, van het verjagen van woongemeenschappen…

Er moeten duidelijke criteria opgesteld worden die vermijden dat de landen die soja produceren dit doen onder de condities van totale uitbuiting van mens en natuur. De Europese bevolking zou zich hier heel sterk en heel beslist over moeten uitspreken. En het handelsakkoord met Brazilië en Argentinië, inclusief met Paraguay en Bolivia, zouden ze moeten blokkeren zolang die landen geen beleid voeren dat het evenwicht met de natuur respecteert.’

Men kan certifiëren, maar ligt het probleem niet veeleer bij het feit dat heel ons consumptiemodel gebaseerd is op een uitputtingseconomie waarvoor de bevolking in het Zuiden een steeds hogere prijs betaalt?

Miguel Crespo: Dat is uiteraard zo en dat geldt ook voor de mijnbouw. Jammer genoeg blijven wij, Bolivia, Peru en andere landen in de regio, producenten van grondstoffen. We zijn dus ook uitermate kwetsbaar voor wat er in de internationale handel gebeurt.

Maar wat Bolivia betreft: ons land behoort bij de negen rijkste landen op het vlak van biodiversiteit. Wij zijn geen land dat spitstechnologie gaat produceren. Maar we kunnen wel bijdragen met technologische specialiteiten op het vlak van de biodiversiteit die in die bossen aanwezig is en waarvan we de voordelen kunnen plukken zonder de bossen te vernielen. Hier ligt precies de kern van hoe wij onze ontwikkeling zien en welk soort ontwikkeling wij willen.

**In november gaat de volgende klimaatconferentie door. Niet in Brazilië, want dat land bedankte voor de gelegenheid, maar in Chili. Heeft het nog zin internationaal samen te komen?

Miguel Crespo:** Ik denk van wel. Het gaat vooral om de sociale druk die moet uitgeoefend worden op de politici. Zowel op die van links als op die van rechts, want in Bolivia gaat het om een linkse regering. Nu nog meer dan vroeger. Europa heeft te kampen met ernstige hittegolven. De civiele samenleving moet maatregelen eisen en druk uitoefenen op de klimaattop van Chili, om meer concrete maatregelen af te dwingen.

Het is intussen wel duidelijk dat de klimaatverstoring geen grenzen respecteert. De branden die we nu hier kennen, zullen een impact hebben op het hele ecosysteem van onze planeet. En op de productie van voedsel dat we hier in Latijns-Amerika produceren en exporteren. Er is een gemeenschappelijke impact en een gedeelde verantwoordelijkheid.

Update 22 september 2020: Bolivia brandt opnieuw

Interim-presidente Jeanine Añez had beloofd om het bewuste decreet in te trekken, dat Evo Morales vorig jaar had uitgevaardigd en dat eigenaars toeliet om 20 in plaats van 5 hectare af te branden. Toch is haar regering niet minder verantwoordelijk voor de ramp dan de regering-Morales. Añez wordt immers mee in het zadel gehouden door de grote spelers van de agro-industrie, exporteurs van soja en rundvlees, in hoofdzaak bestemd voor de Chinese markt.

Het Ontwikkelingsplan voor Landbouw en Veeteelt 2020-2030 heeft als streefdoel om de oppervlakte voor veeteelt uit te breiden van 13 tot 20 miljoen hectare, en aan dat plan wordt voorlopig niet getornd.

Behalve in de Chiquitanía dreigt er ook een ware natuurramp in de Pantanal, een moerasgebied dat zich uitstrekt over Bolivia, Brazilië en Paraguay. Het ecosysteem is uitermate waardevol voor het klimaat en de biodiversiteit. In de voorbije 47 jaar is het er nooit zo droog geweest als nu. Tussen 2000 en 2019 werden er jaarlijks 1,8 miljoen hectare door bosbranden verteerd. Tussen januari en juli dit jaar gingen hier maar liefst 767.000 hectare in vlammen op.