Elif Shafak: ‘Turkije lijdt aan geheugenverlies’

Interview

Elif Shafak: ‘Turkije lijdt aan geheugenverlies’

Elif Shafak: ‘Turkije lijdt aan geheugenverlies’
Elif Shafak: ‘Turkije lijdt aan geheugenverlies’

Een jaar geleden stond Istanboel op zijn kop, vandaag is het opnieuw een toeristische topbestemming. Het is de rol van de schrijver, zegt de Turkse schrijfster Elif Shafak, om de samenleving haar herinnering terug te geven en stem te geven aan de verstomden. Of dat nu met of tegen de zin van de staat is. 'Een Turkse auteur heeft immers niet de luxe om apolitiek te zijn.'

© Zeynel Abidin

”Gezond omgaan met het verleden heb je nodig om een volwassen en bevrijde samenleving te worden die haar verantwoordelijkheid op zich neemt.’

© Zeynel Abidin

Haar wortels groeien in de lucht, ze willen niet aarden in de grond. Het nomadische hart van Elif Shafak ligt in minstens twee thuizen. Er is Londen, de stad die ze bemint vanwege haar kosmopolitische, multiculturele en open karakter. En er is Istanboel, de stad van mystiek, energie en verhalen, van conflicten en complexen. Een kwetsbaar geschenk, dat ze zeer koestert en dat haar tegelijk vermoeit.

Aan de Bosporus werd ze groot en ontdekte ze de drang om te vertellen. De Theems biedt haar vandaag, tussen het schrijven en de vele lezingen in Europa door, een veilige haven.

Identikit Elif Shafak

Geboren in Frankrijk, opgegroeid in Istanboel, woont in Londen
Diplomatendochter
Heeft dertien titels op haar naam, waaronder negen romans, vertaald in meer dan veertig talen (De bastaard van Istanboel, Veertig regels over liefde, Eer, Zwarte melk)
Politiek commentator in onder meer The Guardian, The New York Times, Die Zeit, La Repubblica en The IndependentIn haar verhalen geeft ze een stem aan vrouwen, minderheden, subculturen, immigranten en mondiale zielen. Ze bevecht clichés en taboes, doorbreekt culturele grenzen en heeft een zwak voor geschiedenis, filosofie, cultuur, mystiek en gendergelijkheid.

Elif Shafak was enig kind en vaak alleen. ‘Ik was noodgedwongen bookish. Boeken werden mijn beste vrienden.’ Ze werd opgevoed door een alleenstaande, werkende moeder. ‘Het was midden in de jaren 1970. Grote patriarchale familiestructuren waren de norm in Turkije. Onze gezinssituatie week daar van af. Toen mijn moeder na haar scheiding – met de baby die ik was – uit Frankrijk terugkeerde naar Turkije, had ze geen baan, geen geld, geen diploma. In zo’n situatie was het gebruikelijk om zo snel mogelijk een nieuw huwelijk te arrangeren.’

Elif Shafaks wortels groeien in de lucht, ze willen niet aarden in de grond.

‘Met haar profiel – gescheiden, geen maagd meer – had ze niet veel waarde op de huwelijksmarkt en zou ze het moeten doen met een oudere man. Terwijl de hele omgeving op zoek was naar een geschikte kandidaat, stond mijn grootmoeder op. Ze liet haar dochter weten dat zij voor mij zou zorgen, en dat mijn moeder haar studie zou afmaken, een carrière zou beginnen en haar eigen geld verdienen. “Je zal zelf een keuze maken”, had ze beslist. Uiteraard had die beslissing een grote impact op ons leven.’

Wat haar grootmoeder deed, toch veeleer een traditionele huisvrouw, was opmerkelijk. Maar het was niet uitzonderlijk, vindt Shafak, die weigert mensen in hokjes te stoppen. Tradities, culturen en ideologieën hebben voor haar geen deksel, het zijn geen geschriften waar je een streep onder trekt. ‘Waar begint het Oosten, waar eindigt het Westen? Tussen de verste hoeken liggen gemeenschappelijke plekken die groter en talrijker zijn dan we denken. Mijn grootmoeder was traditioneler dan mijn moeder, ze was wantrouwiger, minder geschoold, minder westers. Maar ze geloofde steevast dat haar dochter een volwaardige opleiding moest volgen.’

© Zeynel Abidin

‘Of het nu kemalisten zijn of Gülen-aanhangers of Erdogan zelf, geen politieke groep mag te lang domineren.’

© Zeynel Abidin

Tussen Kemal en soefisme

In het huis waar Elif Shafak opgroeide kreeg Atatürk, de stichter van de Turkse republiek, de ereplaats, niet de koran. ‘Zijn foto’s hingen overal in het huis. Mijn moeder was, zoals veel Turkse vrouwen, overtuigd kemalist. Los van de doctrine van het kemalisme geloof ik nog altijd in het secularisme. Ik ben van mening dat godsdienst niet betrokken kan worden bij de vormgeving van een staat. Ik sta sowieso heel kritisch tegenover alle vormen van georganiseerde godsdienst. Ik geloof niet in de dualiteit die dat oproept, het idee van de beteren – “wij”, tegenover de minderen – “zij”.’

Shafak vindt meer antwoorden op levensvragen in de mystieke filosofieën, waar de persoonlijke en innerlijke ontwikkeling en gelijkheid centraal staan. Tijdens haar universiteitsjaren ontdekte ze al lezend het soefisme. Die fascinatie voor de mystiek verwarde haar deels, leek haaks te staan op de adjectieven die haar identiteit vormgaven: seculier, links, groen, feministisch, ‘anarcho-pacifistisch’. Mysticisme was ook een onbespreekbaar onderwerp in de kringen waarin ze vertoefde.

‘De mystici – in de ogen van de samenleving aanhangers van een dwaalleer – zijn altijd al, en overigens in alle drie de monotheïstische godsdiensten, verdrongen naar een perifere plek. In het modernistische denken behoorde praten over God of “het hogere” tot een achterlijke cultuur. In de jaren 1920 werden veel mystieke bewegingen gebannen in Turkije, de Turken vergaten hun soeficultuur. Die top-downbenadering was een vergissing. Het drukt het individu weg. Door het bannen van een gedrag of overtuiging lok je een extremere terugslag uit.’

‘Zonder Atatürk zouden Turkse vrouwen zoals de Saoedische vrouwen geweest zijn, weggestopt onder een patriarchaal seksisme’, zei Shafaks moeder.

Haar moeder herinnerde Elif Shafak er bijna dagelijks aan hoe erkentelijk ze “de stichter van de moderne Turkse natie” moest zijn. ‘Mijn moeder was overtuigd dat de Turkse vrouwenrechten de pure verdienste van Atatürk waren. “Zonder hem zouden we zoals de Saoedische vrouwen geweest zijn, weggestopt onder een patriarchaal seksisme”, zei ze dan. Heel veel Turkse vrouwen dachten er zo over.’

Shafak vindt dat op twee manieren problematisch. Ten eerste drukte dit idee vrouwen in een passieve houding: ze hebben zich láten bevrijden door Atatürk. ‘Afro-Amerikaanse vrouwen spreken van verworven rechten, Turkse vrouwen over gekregen rechten. Dat is een groot verschil.’

Ten tweede, zegt Shafak, zijn vrouwen zoals haar moeder ervan overtuigd dat vóór Atatürk, in de Ottomaanse tijd, vrouwen stem, rechten noch identiteit hadden. ‘Ze vergeten dat er al in het late Ottomaanse rijk een bloeiende vrouwenbeweging was. Die vrouwen waren zeer goed op de hoogte van het reilen en zeilen van Emmeline Pankhurst en andere suffragettes. Ze hadden hun eigen magazines en discussiegroepen over vrouwenrechten, die de genderpatronen ter discussie stelden.’ Dat Turkse vrouwenbewegingen in pre-kemalistische tijden een actieve rol speelden, moest Shafak in boeken ontdekken.

Geheugenverlies

De Turkse samenleving lijdt aan geheugenverlies, zegt de schrijfster. Turkije herinnert zich niet meer het Ottomaanse verleden of de beginjaren van Atatürk, de jaren 1930. Alweer zo’n lastig feit, aldus Shafak, want het staat zelfkritiek en loutering in de weg. ‘Gezond omgaan met het verleden heb je nodig om een volwassen en bevrijde samenleving te worden die haar verantwoordelijkheid op zich neemt. We praten nog altijd niet over de gruweldaden tegen de Armeniërs in 1915. We willen ook niets weten over de opstanden in de jaren 1930 en 1940 die zeer bloedig onderdrukt werden. Het lijkt alsof de Koerdische Dersim-opstand nooit bestaan heeft.’

Honderden en honderden woorden werden uit onze taal geschrapt omdat ze uit het Arabisch of Perzisch stamden. Ik wil ze terug.

Elif Shafak wil in haar boeken niet alleen het sociale en politieke geheugen van de Turken voeden, ze wekt ook weggestopte woorden opnieuw op. Toen ze haar eerste roman uitbracht, verwarde ze de culturele elite met haar stijlmix van oude en nieuwe woorden. De oude taal paste eerder bij een oudere, conservatieve Turk dan bij een linkse vierentwintigjarige. ‘Het moderne Turkse woordenboek is de helft van het oude Ottomaans woordenboek. Honderden en honderden woorden werden uit onze taal geschrapt omdat ze uit het Arabisch of Perzisch stamden. Ik wil ze terug. We denken nu eenmaal in woorden. Door te knippen in de woordenschat, knip je in de verbeelding en de nuances.’

Terwijl op de internationale uitgeversmarkt het grote aanbod snel verdampt, blijven boeken in Turkije veel langer circuleren. ‘Eén boek wordt ook gemiddeld door vijf, zes mensen gelezen. Een boek blijft langer voorwerp van discussie, gesprek en emotie. Het is ironisch én symbolisch als je bedenkt hoe de Turkse staat omgaat met woorden.’

Wat ons naadloos bij de Turkse vrijheid van meningsuiting brengt. In 2013 zakte Turkije in de Wereldindex Persvrijheid van Reporters zonder Grenzen zes plaatsen, naar nummer 154. Elif Shafak zelf kwam in 2006 via het controversiële artikel 301 van de Turkse strafwet in aanvaring met de Turkse staat. Dat artikel stelt het beledigen van de Turkse republiek, van de Turksheid en van regeringsinstituten strafbaar.

‘Niemand weet precies wat die belediging inhoudt. Het artikel is vaag en laat te veel ruimte voor interpretatie. De Turkse staat heeft wel stappen gezet om mensen beter te beschermen tegen willekeurige vervolging aan de hand van dat artikel. Is dat een stap vooruit? Ja. Is het genoeg? Nee. Het artikel zou gewoon geschrapt moeten worden, net als andere artikels die het democratische karakter van Turkije doorstrepen.’

Boze mannelijke politici

Het ontbreken van vrije ruimte wakkert bijna onzichtbaar zelfcensuur aan: in boeken, op het podium, op het doek. Tegelijk is Istanboel zichtbaar een hotspot in de internationale hedendaagse kunstscene, een onuitputtelijke inspiratiebron en dynamische werkplaats. Best verwarrend voor buitenstaanders, toch? ‘Ik ga dat niet ontkennen’, reageert Shafak.

Turkije is een samenleving die er niet in slaagt de cultuur van de democratie te internaliseren. De macht van de meerderheid gaat voor op het respect voor de ander en voor diversiteit.

‘We zijn een jonge samenleving die sterk verbonden is met de geglobaliseerde wereld. De beeldende kunst in Turkije, vooral in Istanboel, beleefde de laatste jaren een enorme opgang. Tegelijk zijn we een samenleving die er niet in slaagt de cultuur van de democratie te internaliseren. Bij ons tellen collectieve identiteiten. De macht van de meerderheid gaat voor op het respect voor de ander en voor diversiteit. Dat wordt ook zichtbaar in de politieke houding tegenover kunst en creativiteit: die mag niet te autonoom of individualistisch zijn.’

Turkije heeft zeker de gave om snel en toekomstgericht te bewegen en te veranderen, maar het Turkse politieke bestel is niet in staat om te volgen. Shafak is bijzonder kritisch over het profiel van de Turkse politiek, dat al decennia onveranderd blijft: agressief, masculien, polariserend en boos.

‘Of het nu kemalisten zijn of Gülen-aanhangers of Erdogan zelf, geen politieke groep mag te lang domineren. We zijn de boze mannelijke politici beu en hebben meer vrouwen nodig. Quota zouden helpen, maar daar heeft de AKP (de huidige regeringspartij van premier Erdoagan, nvdr.) geen oren naar. Integendeel, Erdogans beleid wat betreft vrouwenrechten is heel problematisch. Hij beging een grote vergissing door te stellen dat elke abortus een Uludere is (In het Koerdische Uludere werden in 2011 33 burgers gedood door Turkse gevechtsvliegtuigen die hen als PKK-strijders beschouwden, nvdr.). In een land als Turkije, waar zoveel incest, verkrachting, huishoudelijk geweld en eremoorden voorkomen, kun je abortus niet bannen.’

© Zeynel Abidin

‘We praten, discussiëren, ruzieën de hele tijd over politiek. Dat leidt niet noodzakelijk tot meer begrip of een groter politiek bewustzijn.’

© Zeynel Abidin

Alles is politiek

Politiek is overal in Turkije, zegt Shafak. Ze heeft de samenleving gepolariseerd. ‘We praten, discussiëren, ruzieën de hele tijd over politiek. Dat leidt niet noodzakelijk tot meer begrip of een groter politiek bewustzijn. Als er een positieve politieke evolutie is in Turkije, zou ik als individu in staat moeten zijn om dat te zeggen. De hang naar collectieve identiteiten in Turkije belet dat echter. Toen de premier onlangs zei dat hij de pijn van de Armeniërs deelt, was dat een kleine maar heel belangrijke stap. Voor de eerste keer erkent een Turkse politicus de gruweldaden van 1915.’

Je hoort bij de ene of bij de andere groep, je haat de regering of je bent ervoor.

‘Het moment echter dat je daarover je waardering uitspreekt, krijg je de oppositie over je heen die je ervan verdenkt onvoorwaardelijk regeringsgetrouw te zijn. Voeg ik meteen kritiek toe op de restrictieve houding van de regering tegenover het vrije woord, dan ben ik een regeringshater. Je hoort bij de ene of bij de andere groep, je haat de regering of je bent ervoor.’ Shafak, die zich geen deel voelt van enige collectieve identiteit, zit vaak tussen beide polen in en krijgt van beide kanten kritiek. Of ze dat een eerbare zaak vindt, weet ze niet, ‘het is vooral heel eenzaam’.

Premier Erdogan en zijn AKP staan voor de grootste uitdaging ooit na elf jaar regeringsmacht, schreef Elif Shafak in The Guardian. Hoezo? Bij de jongste gemeenteraadsverkiezingen werd duidelijk dat de helft van de Turken hun stem aan hem geven. ‘Dat is inderdaad veel. Maar je moet daarbij weten dat de andere helft van de bevolking bijzonder kritisch tegenover hem staat. In het verleden herhaalde Erdogan geregeld dat hij de premier van iedereen was, ongeacht of mensen op hem hadden gestemd of niet. Nu spreekt hij soms alsof de helft van de samenleving hem koud laat.’

De Gezi-protesten symboliseren voor de een de groeiende ontevredenheid van een deel van de Turkse bevolking, de ander vond ze overschat en een irrationeel inbeuken op de AKP en Erdogan.

‘Werd Gezi overschat? Misschien door een paar media, maar veel erger was de bijzonder trage reactie van de Turkse media om het sociale belang ervan juist te onderschrijven. Terwijl jongeren massaal protesteerden, toonden tv-zenders documentaires over andere, triviale dingen. Gezi was een belangrijke uitlaatklep, een gebeurtenis en een grote sociale beweging die ernstig, rustig en onafhankelijk moet worden geanalyseerd. De regering heeft dat niet gedaan, die noemde de jongeren “terroristen” en gebruikte onevenredig geweld. Maar we moeten begrijpen waarom Turkse jongeren zo ontevreden en ongelukkig zijn.’

Dit interview verscheen oorspronkelijk in het Lentenummer 2014 van MO*