‘Er is geen tijd meer voor verdeeldheid over het klimaat’

Interview

‘Er is geen tijd meer voor verdeeldheid over het klimaat’

‘Er is geen tijd meer voor verdeeldheid over het klimaat’
‘Er is geen tijd meer voor verdeeldheid over het klimaat’

De wereld van de 21ste eeuw dient zich aan als een steeds complexer kluwen van interacties. Voor een aantal problemen van planetaire omvang is er geen andere uitweg dan leren samenwerken. MO* sprak met Connie Hedegaard, Klimaatcommissaris in de vorige Europese Commissie, over het klimaatprobleem en het moeizame onderhandelingsproces.

Connie Hedegaard was de eerste Europese Commissaris voor Klimaatactie. Ze kreeg die functie toebedeeld in 2010, na de nachtmerrie van de geflopte klimaattop van Kopenhagen, die zij als Deense klimaatminister voorzat. Die top had tot een akkoord moeten leiden voor de opvolging van het Kyotoprotocol, maar tot op heden is dat er niet. Het is afwachten nu of Parijs het gewenste sluitstuk oplevert.

‘Die klimaatconferenties zijn een ware nachtmerrie. Dagen en nachten vergaderen in de hoop toch een stap verder te raken. Ik heb het nooit prettig gevonden,’ blikt Hedegaard terug. Toch is haar gedrevenheid er niet op verminderd. Momenteel is ze voorzitster van de Deense KR-Foundation, een stichting die projecten ondersteunt die de wortels van klimaatverandering en milieudegradatie aanpakken en gedragsverandering stimuleren. Het bestuur van de Stichting deelt ze met onder meer Tim Jackson, auteur van Welvaart zonder groei, en Johan Rockström, directeur van het Stockholm Resilience Centre.

Even recapituleren. Dacht u aan de vooravond van de klimaattop van Kopenhagen (2009) dat die bijeenkomst zou worden besloten met een akkoord?

De blikken van de hele wereld waren op ons gericht. Toch liep het mis.

Connie Hedegaard: Iederéén dacht dat toen. Iedereen. In de maand vooraf heerste er het gevoel: dat gaat ons lukken. In mijn openingsspeech zei ik toen: ‘We balanceren in deze uren tussen mislukking en succes.’ Nadien kwamen mensen me vragen waarom ik dat op die manier geformuleerd had. Dat was de dinsdagmiddag van de tweede week, toen iedereen verwachtte dat de conferentie die vrijdag zou eindigen met een akkoord. Men hield het niet voor mogelijk dat dat er niet zou zijn. De blikken van de hele wereld waren op ons gericht. Toch liep het mis.

Waarom?

Connie Hedegaard: De regeringsleiders hadden onvoldoende politieke wil meegebracht. Toen de Chinezen en de Amerikanen vaststelden dat de andere landen geen nieuwe elementen op tafel legden, verstarden zij in hun houding. Uiteindelijk heeft het Akkoord van Kopenhagenakkoord er nog wel voor gezorgd dat 90 landen beloften voor klimaatbeleid ingediend hebben en hefet men zich ertoe verbonden om de opwarming onder de 2°C te houden. Het grote verschil in de aanloop naar Parijs nu is dat de VS en China wel al duidelijke klimaatdoelstellingen voor hun beleid op tafel gelegd hebben. We kunnen erover discussiëren of die ambitieus genoeg zijn, maar het zijn wel substantiële engagementen.

© Dieter Telemans

© Dieter Telemans

De Braziliaanse president Lula vergeleek toen de lange onderhandelingsnacht in Kopenhagen met een marktplaats waar iedereen tegen elkaar op schreeuwt om het profijtelijkste akkoord in de wacht te slepen. Het gaat niet over het klimaat, het gaat over geld.

Connie Hedegaard: Dat is ook de essentie van deze onderhandelingen: het gaat over economie. Maar uiteindelijk hangen we allemaal van elkaar af. De toekomst van de wereld hangt af van wat jij doet, wat ik doe, en de cruciale vraag is of die gezamenlijke inspanningen genoeg zijn. Het gaat dus ook over wat we niet doen.

Vanuit de ervaring van Kopenhagen heeft men de landen nu gevraagd hun verbintenissen vroeg genoeg in het jaar in te dienen bij de Klimaatconventie, zodat ze goed voorbereid naar de top komen. Het probleem is dat er twee benaderingen worden gevolgd. Europa houdt heel sterk de doelstelling voor ogen dat de opwarming onder de 2°C gehouden moet worden en plant in overeenstemming daarmee de nodige inspanningen.

Een aantal landen houdt vast aan een _bottom-up-_aanpak en formuleert wat ze bereid zijn te doen. De vraag is dan of die opgetelde inspanningen voldoende zijn om de opwarming onder de 2°C te houden. De conferentie van Parijs zal pas geslaagd zijn als er een verbintenis uit de bus komt die garandeert dat de beloofde klimaatinspanningen die 2°C-grens garanderen.

Volgens sommigen is het al lang mooi als er een akkoord is, de ambities kunnen later opgekrikt worden. U pleit echter voor een ambitieus akkoord?

We mogen de lat toch niet te laag leggen. Het proces duurt al 22 jaar.

Connie Hedegaard: Er leeft inderdaad de vrees te hoge verwachtingen te creëren omdat men bang is dat de top die niet waar zal maken. Maar we mogen de lat toch niet te laag leggen. Het proces duurt al 22 jaar. Ontelbare mensen voelen vandaag al de gevolgen van de veel te trage vorderingen. Het ambitieniveau afzwakken is geen optie. Mijn ervaring in de politiek heeft me geleerd dat je zelden ambitieuze resultaten bereikt als er geen hoge verwachtingen zijn.

Wat we verwachten is dat het akkoord een beleid uitstippelt dat ons op het pad brengt om het probleem onder controle te krijgen. De grote uitdaging voor Parijs is om dit juist te kalibreren met alle landen van de wereld. De burgers en het middenveld moeten regeringen dwingen hun verantwoordelijkheid op te nemen.

Dat kalibreren is nu juist de struikelsteen. Op de conferentie in Lima reageerde de groep van Gelijkgestemde Landen, een cluster van landen uit het Zuiden, met: ‘Voorzitter, wij leven in twee verschillende werelden: wij zijn de gekoloniseerden, u bent de kolonisator.’ Met zo’n mentaliteit is er geen akkoord in het verschiet.

Connie Hedegaard: Dat soort retoriek in de publieke ruimte maakt deze conferenties zo frustrerend. Nog meer van dat zal van Parijs geen succes maken. Daarom is het werk tussen twee klimaatvergaderingen in zo belangrijk. Het is niet zo verschillend van hoe de zaken lopen in de gewone politiek. De camera’s staan op het gebeuren gericht, maar als je echt resultaat wil boeken, moet je andere manieren zoeken. Iedereen moet zich nu inzetten om de posities naar elkaar toe te laten buigen en ervoor zorgen dat er niet te veel onopgeloste zaken op tafel blijven liggen.

De civiele samenleving moet de regeringen tot beslissingen dwingen. Ze moeten de moed aan de dag leggen om het kortetermijndenken te overstijgen.

Samenwerken is belangrijk, maar door de context van concurrentie verliest men uit het oog dat we tegen een collectieve vijand vechten, de opwarming.

Connie Hedegaard: Ik denk dat de houding van China een echte game changer is. Ook India wil zich inzetten. Niet dat alle meningsverschillen opgelost zijn, maar men erkent steeds meer dat men het klimaatprobleem niet kan aanpakken zonder een wezenlijke inzet van de groeilanden. Het is tijd om tot een gezamenlijke visie te komen, de tijd voor verdeeldheid is verstreken. We komen steeds dichter bij de drempelwaarden van de opwarming en die verantwoordelijkheid ligt op de schouders van iedereen die in het onderhandelingsproces naar Parijs zit.

De civiele samenleving moet de regeringen tot beslissingen dwingen. Ze moeten de moed aan de dag leggen om het kortetermijndenken te overstijgen. Dat mogen we toch verwachten van leiders.

Europa heeft zich altijd opgeworpen als leider, maar de jongste jaren verschuilt het zich achter het feit dat het nog slechts 11 procent van de emissies vertegenwoordigt.

Connie Hedegaard: Europa heeft een belangrijke rol te spelen. Er is tenminste nog een Parijs-top! Na Kopenhagen hebben we er heel hard aan getrokken om het proces weer op de sporen te krijgen. Anders zou het weggezakt zijn en alle relevantie verloren hebben. Voor mij was het daarbij heel duidelijk dat Europa dit niet alleen kon.

Maar door allianties aan te gaan kun je wel iets bereiken, allianties met de kwetsbaarste en de minst ontwikkelde landen, die het ook niet alleen kunnen. Dat is in Durban gebeurd, waar China, India en de VS niet echt gemotiveerd waren om een traject tot Parijs te hebben en naar een wettelijk bindend akkoord toe te werken.

Europa vertegenwoordigt ook iets door zijn eigen voorbeeld. De voorbije decennia hebben we aangetoond dat je de economie kunt laten groeien zonder hogere emissies. We hebben de energie-efficiëntie verbeterd, we hebben technologie om de wereld aan te bieden.

Europa is geloofwaardig als het over het klimaat gaat. Ook de 2030-doelstellingen zijn ambitieus: wij willen onze uitstoot met minstens 40 procent reduceren door interne inspanningen. Dat is een domein waar Europa echt wel zijn soft power kan uitoefenen.

© Dieter Telemans

© Dieter Telemans

De economische crisis maakt het niet makkelijk om klimaat hoog op de politieke agenda te houden. Bovendien worstelt Europa met een gebrek aan interne cohesie.

Connie Hedegaard: Dat is de realiteit van Europa, zo zit de Unie in elkaar. Wij hebben in ons klimaatbeleid in zekere zin de crisis gebruikt om ons punt te maken door de thematiek van klimaat, energie-onafhankelijkheid, macro-economie en banen te combineren als een unieke opportuniteit.

We besteden jaarlijks miljarden aan de import van fossiele brandstoffen. Energie-onafhankelijkheid is duidelijk een belangrijk punt. Het probleem met deze transitie van A naar B is dat er in een geglobaliseerde wereld met globale concurrentie altijd winnaars en verliezers zijn.

Daarom is het zo belangrijk dat er naast een Europees klimaatbeleid ook een internationaal raamakkoord komt. Onze concurrenten in Azië, Latijns-Amerika en elders moeten zich ook aan de regels houden.

Over concurrentie gesproken. Business Europe is niet echt een stimulerende speler voor een ambitieus klimaatbeleid. U bent meermaals met de federatie in aanvaring gekomen.

Het klopt niet dat we competitiviteit verliezen door ambitieuze standaarden te introduceren, onze auto-industrie bewijst dat.

Connie Hedegaard (reageert met een sarcastisch lachje): Markten werken op de korte termijn, maar het is de taak van politici om het denken en handelen te richten op de langere termijn. Het zou een heel gevaarlijke strategie zijn om ons enkel te laten leiden door de boodschappen van de bedrijfswereld en hun neiging tot business as usual.

Het klopt niet dat we competitiviteit verliezen door ambitieuze standaarden te introduceren, onze auto-industrie bewijst dat. China is ook het duidelijke voorbeeld dat eerst groeien en dan de vervuiling opruimen niet werkt. Groei en het voorkomen van uitstoot moeten hand in hand gaan. Er moeten groenere voertuigen komen, groenere tankstations, nieuwe technologieën.

Europa is wat dat betreft goed opgetuigd: in de jaren 70, 80, 90 hebben we een kader opgezet dat onze industrie verplicht om zich aan die regelgeving te houden en innovatief te werken.

Instanties als Business Europe moeten niet alleen de bedrijven van gisteren vertegenwoordigen en ervoor zorgen dat alles bij het oude blijft. We moeten ons focussen op het vorm geven van de economie van de 21ste eeuw. Het Internationaal Muntfonds, de Wereldbank en de OESO pleiten voor een circulaire economie en voor energie- en grondstoffenefficiëntie. Als je vandaag niet in dit soort economie investeert, maak je de slechte keuzes, want dan investeer je in het verleden.

De lage olieprijs stimuleert niet echt om af te kicken van fossiele brandstoffen.

© Dieter Telemans

© Dieter Telemans

Connie Hedegaard: Ik denk niet dat mensen zo simpel van geest zijn. Er is een groeiend bewustzijn dat klimaatverandering geen theorie is maar een realiteit die zich aan het voltrekken is, er is een paradigmawisseling aan de gang. Kijk naar de deel- en de diensteneconomie: veel jonge mensen hebben niet langer de mentaliteit dat ze alles zelf moeten bezitten. Misschien heeft de crisis ook duidelijk gemaakt dat meer bezitten niet per se gelukkiger maakt.

Er ontstaan nieuwe waarden. Unilever is bij de vijf succesvolste bedrijven omdat ze uitpakken met een groen imago en hun consumenten op een nieuwe manier prikkelen. De omslag is ingezet. Elke burgemeester zal vandaag zijn klimaatstrategie kunnen uitleggen. Dat was tien jaar geleden niet zo.

Al veel te lang wacht de een op de ander: de politici op de bedrijven, de burgers op de politici. Iedereen moet zijn of haar eigen verantwoordelijkheid op zich nemen. Het is tijd dat Parijs de langverwachte doorbraak realiseert.

2015 is overigens niet alleen het jaar van het klimaatakkoord. In september worden de duurzame ontwikkelingsdoelen gelanceerd, als opvolging van de millenniumdoelen, en in juni is er de VN-top over de financiering van ontwikkeling in Addis Abeba. Het is dus een jaar waarin er belangrijke globale prioriteiten worden vastgelegd voor de komende jaren. En juist nu is Europa sterk met zichzelf bezig.

De keuzes die er op mondiaal vlak gemaakt zullen worden, zijn beslissend voor de stabiliteit van de wereld de komende jaren. Klimaatverandering is niet alleen een bedreiging op zich, het is een bedreiging die andere bedreigingen uitlokt en erger maakt. We leven ook in een wereld waarin we steeds meer van elkaar afhankelijk zijn. Hoewel elk van de Europese landen met zijn eigen problemen worstelt, mogen we toch niet te veel opgeslorpt worden door die nationale context, want de knopen die we moeten doorhakken gaan over de grote lijnen die we voor de toekomst willen uitzetten.

Dit artikel verscheen eerder in een andere versie in het zomernummer van MO*magazine. Een jaarbonnemment neemt u hier voor €20.