‘In Syrië wordt bevolking verdreven om het lege land te controleren’

Interview

Syrië-experte Marjolein Wijninckx over gedwongen verhuizingen als oorlogswapen

‘In Syrië wordt bevolking verdreven om het lege land te controleren’

‘In Syrië wordt bevolking verdreven om het lege land te controleren’
‘In Syrië wordt bevolking verdreven om het lege land te controleren’

De groene bussen in Syrië zijn berucht: ze staan symbool voor het opruimbeleid van belegeren, uithongeren en gedwongen verplaatsen. Verschillende partijen in het Syrische conflict voeren een strategisch demografisch oorlogsbeleid, vooral het regime van president Assad. MO* sprak erover met de Nederlandse Syrië-experte Marjolein Wijninckx.

© Reuters / Abdalrhman Ismail

De bekende groene bussen in Syrië kregen in 2014 een nieuwe bestemming: deportatievervoer voor honderdduizenden Syriërs.

© Reuters / Abdalrhman Ismail

In het Syrische conflict voeren de verschillende partijen een strategisch demografisch oorlogsbeleid. Vooral het regime van president Assad realiseert een uitgekiende omvolking, met een strategie van belegeren, mensen uithongeren, doden en gedwongen verplaatsen. MO* sprak erover met de Nederlandse Syrië-experte Marjolein Wijninckx, die Syrië al 25 jaar van nabij volgt.

De groene bussen zijn berucht in Syrië. Ze werden voor het eerst ingezet in Homs. Vóór 2011 waren het nog gewone lijnbussen, die de Syriërs naar hun werk, school, familie brachten. In 2014 kregen ze een herbestemming: deportatievervoer voor honderdduizenden Syriërs. Tussen februari en mei van dat jaar werden meer dan 3000 oppositiestrijders en burgers van de oude stad in Homs weggevoerd, naar de buitenwijk al-Waer en het noordelijke platteland van Homs. Andere deportaties zouden volgen: vanuit Darraya, Aleppo, Oost-Ghouta, toch opnieuw weg uit al-Waer, en andere.

Na negen jaar Syrisch conflict staan de groene bussen symbool voor het opruimbeleid van het Assad-regime. Opstandige steden en wijken werden met geweld leeggemaakt. Het kadert in een ingewikkeld demografisch schaakspel op basis van etnische achtergrond, religie, trouw of ontrouw aan de regering en sociale klasse.

Voor ngo en vredesorganisatie PAX is het duidelijk: wat zich in Syrië afspeelt valt helemaal onder demographic engineering (zie kader). Vooral de regering van Bashar al-Assad voert een demografisch oorlogsbeleid, dat zich richt op het strategisch belegeren, uithongeren, doden en gedwongen verplaatsen van mensen uit steden en buurten in Syrië.

‘De Syriërs kwamen in 2011 in opstand tegen de onderdrukkende dictatuur, tegen het gebrek aan vrijheid en economische kansen’, zegt Wijninckx. ‘Het was geen sektarische opstand van soennieten tegen alevieten, zoals het Assad-regime in zijn oorlogspropaganda ging beweren. Maar er was natuurlijk wel een zeker historisch onevenwicht. Toen de alevitische Assad-familie in 1970 aan de macht kwam, ging ze de alevitische minderheid bevoordelen tegenover de soennitische meerderheid.’

‘In heel het land werden op strategische plekken wijken gebouwd voor alevieten. Er bestond dus vóór de oorlog al een strategische bevolkingsplanning langs etnische lijnen. Het is geen toeval dat de opstand ontstond in armere buurten, en dat het vooral soennitische buurten waren.’‘In de eerste plaats worden opposanten en opstandige plaatsen geviseerd voor gedwongen evacuatie’, zegt Marjolein Wijninckx, die voor PAX Nederland programmadirecteur voor Syrië is. ‘Maar ook etniciteit en sociale klasse spelen een rol.’

Wat is “demographic engineering”?

Je kan van demographic engineering spreken als conflictgroepen demografie gebruiken om hun positie te versterken tegenover de tegenpartij, zo beschrijft de Engelse demograaf Paul Morland het. Hij onderscheidt twee soorten: een harde en een zachte. De harde variant betekent zoveel als het veranderen van de bevolking door demografische factoren: het bewust manipuleren van geboorte, migratie, sterfte. In zijn meest extreme vorm, zegt Morland, kan het zelfs over genocide gaan.

Demographic engineering is internationaal geen bestaande juridische term. Hij kan daardoor dus niet in strijd zijn met het internationaal recht. Maar strategieën die kunnen gebruikt worden voor demographic engineering (zoals uithongering en gedwongen verplaatsingen van groepen mensen) zijn dat wel.

‘Wie Syrië volgt, ziet hoe de Syrische regering ook altijd met een zekere minachting naar bepaalde landelijke gebieden heeft gekeken: Raqqa, Idlib, Deir-as-Zor, de oostelijke voorsteden van Damascus… Dat zijn plekken die altijd een gespannen relatie hadden met het regime.’

‘“Terreur” is voor het Assad-regime een containerbegrip. Iedereen die tot de politieke oppositie behoort of tot civiele activistengroepen, wordt als terrorist beschouwd.’

Plekken waar vaak ook de groene bussen langskwamen…

Marjolein Wijninckx: In de loop van het conflict ging het regime geregeld over tot belegeringen van opstandige buurten of steden, wat vaak eindigde in gedwongen overgave. Grote delen van de bevolking werden gedeporteerd naar het noordwesten van het land. Die deportatie was, voor alle duidelijkheid, geen keuze voor de betrokken mensen. Ze waren ingesloten door het regime, konden geen kant op. Hun keuze was: de bus op, of gedood of gevangengenomen worden.

Ik denk dat het regime heel goed wist dat het deze mensen niet zomaar kon controleren. Dus koos de Syrische regering ervoor om hen te verdrijven en vervolgens het heroverde lege land te controleren. Vandaag zien we hoe er ook talloze juridische obstakels zijn om terug te keren of om onroerend goed terug te claimen, naast intimidaties en geweld.

Wat bedoelt u met juridische obstakels?

Marjolein Wijninckx: Het Assad-regime introduceerde tijdens de conflictjaren een hele reeks wetten die het Syrische vluchtelingen, zowel in Syrië als daarbuiten, heel moeilijk maakt om de eigendomsrechten te claimen van hun verwoeste of verlaten woningen of grond. De regering installeerde ook wetten, gekoppeld aan terreurbestrijding, die het mogelijk maken om eigendommen van opposanten te onteigenen.

En “terreur” is voor het regime een containerbegrip. Iedereen die tot de politieke oppositie behoort of tot civiele activistengroepen, wordt als terrorist beschouwd. Maar er zijn ook voorbeelden van gedeporteerde Syriërs die het slachtoffer werden van milities, zoals in de oude stad van Homs. Ze vervalsten er eigendomspapieren, verkochten vervolgens het goed en formaliseerden door die verkoop de overdracht naar een nieuwe eigenaar.

In Damascus bijvoorbeeld plant het regime nieuwe wijken, zelfs een hele nieuwe stad. Is stadsvernieuwing ook een ideaal instrument om groepen systematisch uit te sluiten?

Marjolein Wijninckx: Ja. Daarbij zie je opnieuw hoe klassendenken bovendrijft. De meeste prestigieuze bouwprojecten zullen plaatsvinden in de armere wijken die niet langer toegankelijk zijn voor de lagere klassen. Die projecten zijn gericht op het aantrekken en paaien van een loyale, door het regime rijk geworden, bovenlaag.

Tot nu is het enige concrete project Marota, in zuidwest-Damascus. We horen ook geruchten dat er ontwikkelingsplannen klaarliggen voor het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmouk. Dat is, met 160.000 inwoners, al decennialang het grootste Palestijnse kamp in de hele Arabische regio. In de plannen zou het oude deel van het kamp wel worden behouden voor de Palestijnen. Maar er is veel onduidelijkheid over, vermits de onderhandelingen achter gesloten deuren plaatsvinden.

In Yarmouk moeten oorspronkelijke bewoners die willen checken of hun huis er nog staat, een veiligheidstoestemming vragen. Pas dan kunnen ze hun woonzone, vaak na betaling, betreden. Dat geldt overigens ook in vroegere oppositiewijken zoals Darraya. Turkije, dat het Syrische grensgebied wil arabiseren, doet net hetzelfde. In Afrin, niet ver van de Turkse grens, is een heel groot deel van de Koerdische bevolking verdreven. De terugkeer voor Koerden is onmogelijk gemaakt door het geweld.

Een recent rapport van PAX stelt dat net ook de Koerden en Palestijnen zeer kwetsbaar zijn voor gedwongen migratie of ingekrompen eigendomsrechten. Hoe komt dat?

Marjolein Wijninckx: Die groepen hadden nog voor 2011 (het beginjaar van het conflict in Syrië, red.) een zwakkere juridische positie, en daardoor zijn ze nu extra hard getroffen. Palestijnen in Syrië bijvoorbeeld mogen maar één onroerend goed bezitten als ze een gezin hebben. Wonen ze in een vluchtelingenkamp, dan is hun situatie nog complexer. Kampbewoners bezitten immers niet het land waarop ze hun woning hebben gebouwd.

‘Bij PAX zijn we heel bang dat Turkije en Rusland achter gesloten deuren akkoorden zullen sluiten over grond en groepen mensen. Dat hebben ze eerder al gedaan.’

Neem nu Yarmouk, het Palestijnse vluchtelingenkamp. 140.000 bewoners zijn gevlucht, de rest werd in 2013 belegerd en uitgehongerd. De rechtbank waar heel veel van de Palestijnse eigendomsaktes lagen, werd aangevallen en verwoest, waardoor die aktes verloren zijn gegaan. Omdat niemand hen vertegenwoordigt, is hun situatie zeer complex.

Ook Syrische vrouwen hebben minder rechten. Binnen het Syrische familierecht hebben ze bijvoorbeeld beperkte erfenisrechten. De Koerden hebben dan weer nooit in het plaatje gepast in Syrië. Pas in 2018 gaf de Syrische regering burgerschap aan een groep Syrische Koerden die heel lang staatloos bleef. Het was een wel heel late poging om de Koerden aan regeringskant te krijgen, en desondanks bleven in 2018 nog 45.000 Syrische Koerden verstoken van officieel burgerschap.

© Mohammed Abdallah / Families for Freedom

Marjolein Wijninckx (hier op een actie voor Syrische activisten): ‘Het regime van Assad maakt het vluchtelingen al jaren moeilijk om hun verwoeste of verlaten woningen te claimen.’

© Mohammed Abdallah / Families for Freedom

In Noordwest-Syrië kwamen er sinds het laatste Turkse offensief bijna één miljoen ontheemden bij. Wat zal dit op lange termijn betekenen?

Marjolein Wijninckx: In totaal gaat het over bijna twee miljoen ontheemde mensen in die regio. Bij PAX zijn we heel bang dat Turkije en Rusland achter gesloten deuren akkoorden zullen sluiten over grond en groepen mensen. Dat hebben ze eerder al gedaan, over controlegebied en volksverplaatsingen. Bij de overgave van Ghouta werden tienduizenden mensen gedeporteerd naar het noordwesten van Syrië.

Net op dat moment viel Turkije Afrin binnen. Je ziet daar nu, en ook in het oostelijke gebied Ras al-Ain, hoe Syrische milities huurlingen zijn van Turkije en zich ook schuldig maken aan het verdrijven van de Koerden.

Verenigde Naties medeplichtig?

De Verenigde Naties faciliteerden in 2014 de gedwongen evacuatie van opposanten en burgers uit de Syrische stad Homs. De VN hebben zich in Syrië een machteloze rol aangemeten, zegt Syrië-experte Marjolein Wijninckx. Ze gingen als het ware aan de leiband van het regime lopen. ‘De VN faciliteerden deportaties. Het argument was dat ze “enkel actie konden ondernemen als alle partijen daarmee instemden”. Ja, dan houdt het natuurlijk op. Je creëert problemen als je maar één interventieprogramma hebt, namelijk samenwerken met de “gastregering”. Dit is een dictoriaal regime. En heus niet het eerste waar de VN mee te maken krijgen. Denk maar aan Srebrenica in Bosnië, of aan Sri Lanka.’

‘Ook bij projecten voor rehabilitatie of heropbouw schikken de VN zich wat het Syrische regime dicteert. Gevolg: die projecten gingen enkel door in wijken die werden voorgedragen door de regering. Het behoeft geen tekening dat er in oppositiewijken geen waterleidingen werden hersteld of scholen gebouwd.’

PAX stelt dat alle partijen in het Syrische conflict zich schuldig maken aan een vorm van demographic engineering.

Marjolein Wijninckx: Het gebeurde op een veel kleinere schaal, maar ook de Koerden verhinderden dat Arabische bevolkingsgroepen konden terugkeren naar bepaalde plaatsen. Ook Iran hanteert, in samenspraak met het regime van Assad, een beleid om bepaalde strategische gebieden in Syrië onder controle te houden. Iran deed dat overigens al vóór 2011, in het gebied rond Sayyeda Zainab, onder Damascus, waar een belangrijk heiligdom is voor de sjiieten. Dat gebied zie je uitbreiden.

Kan je binnen die diepgaande volksverschuivingen en na het enorme geweld nog hopen op de terugkeer van een Syrische samenleving?

Marjolein Wijninckx: Was er überhaupt sprake van een samenleving voor 2011? De Syrische dictatuur, met inlichtingendiensten die nog getraind waren door de Stasi in de voormalige DDR, maakte de sociale cohesie kapot. Mensen vertrouwden hun eigen buurman of soms hun eigen broer niet. Het regime pakte jongeren al op als ze een gezamenlijke straatveegactie organiseerden.

De oorlog maakt die sociale cohesie ook nog eens fysiek kapot. Neem Darraya: die buitenwijk van Damascus werd volledig ontvolkt, en het werd mensen onmogelijk gemaakt om terug te keren. Dat is geen toeval. Darraya heeft een sterk verbonden gemeenschap, een krachtige geweldloze beweging, en was een bedreiging voor het Assad-regime.

Toen de revolutie begon, was het maatschappelijke bewustzijn en de solidariteit onder de mensen zeer groot. Het regime probeerde de mensen uit elkaar te spelen, maar de samenleving ging daar niet op in. Ze heeft dat verbazend lang volgehouden. De laatste jaren knakte die hoop. Door het onophoudelijke geweld, de lange oorlog, de politieke inmengingen, de tussenkomsten van lokale en internationale actoren. De spanningen tussen etnische groepen gingen dieper snijden.

Wat me het meest raakt, is dat de mensen zo beschadigd zijn. Er is zoveel geweld geweest. Dat collectieve trauma zit in elke kier, in elk gezin. Iedereen, werkelijk iedereen is getroffen. Wat doet dat met een samenleving en met de weerbaarheid van mensen?

Dit artikel werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.