Cumhuriyetjournalist Ahmet Şık: ‘Ik ben geen held, ik doe gewoon mijn job.’

Interview

‘Fascistische omstandigheden’ in Turkije

Cumhuriyetjournalist Ahmet Şık: ‘Ik ben geen held, ik doe gewoon mijn job.’

Cumhuriyetjournalist Ahmet Şık: ‘Ik ben geen held, ik doe gewoon mijn job.’
Cumhuriyetjournalist Ahmet Şık: ‘Ik ben geen held, ik doe gewoon mijn job.’

MO* was op uitnodiging van PEN-Vlaanderen aanwezig bij de uitspraak in het proces tegen de regeringskritische Turkse krant Cumhuriyet. We spraken er met een van de 17 vervolgde medewerkers: Ahmet Şık, een kritische onderzoeksjournalist die begin maart, na meer dan een jaar in voorhechtenis, vrijkwam.

© Murat Başol

Ahmet Şık in de rechtzaal

© Murat Başol​

MO* was op uitnodiging van PEN-Vlaanderen aanwezig bij de uitspraak in het proces tegen de regeringskritische Turkse krant Cumhuriyet. We spraken er met een van de 17 vervolgde medewerkers: Ahmet Şık, een kritische onderzoeksjournalist die begin maart, na meer dan een jaar in voorhechtenis, vrijkwam.

Ahmet Şıks journalistieke stokpaardje is corruptie, een gevaarlijk thema in Turkije. Het was dan ook de tweede keer dat Şık in de cel belandde. In 2011 zat hij een jaar vast in het Ergekenonproces, een proces tegen de vermeende Ergekenonorganisatie die de staat omver zou willen werpen. Şık werd destijds aangeklaagd nadat hij een boek schreef over de verreikende invloed van de religieuze beweging van Fetüllah Gülen in het staatsapparaat, de ordediensten en het rechtssysteem. Vandaag wordt hij onder andere vervolgd voor medeplichtigheid aan diezelfde Gülenorganisatie die hij toen sterk bekritiseerde.

We treffen Şık op 25 april op een terras op het domein van de zwaarbewaakte Silivrigevangenis. De verdediging heeft net het laatste woord gehad en de rechter heeft aangekondigd dat er om 20u30, een drietal uur later, een uitspraak gedaan zal worden in de zaak tegen Cumhuriyet.

Binnen enkele uren krijgen jullie het vonnis te horen. Dit moet toch wel een spannend moment zijn voor u?

Ahmet Şık: Toch niet. Ik ben allesbehalve zenuwachtig, want noch mijn aanhouding noch wat ik heb doorgemaakt, was een verrassing voor mij. Voor Europeanen lijkt het misschien een traumatische en verrassende gebeurtenis, maar als je hier leeft, lijkt alles mogelijk. Bovendien weet ik toch wat het resultaat zal zijn: we zullen veroordeeld worden.

Wat is de officiële aanklacht tegen u en wat is volgens u de echte reden dat u terechtstaat?

Ahmet Şık: Officieel word ik beschuldigd van medeplichtigheid aan drie verschillende terreurorganisaties met een totaal verschillende achtergrond en identiteit, maar in mijn ogen is het mijn journalistieke activiteit die in deze zaak terechtstaat.

Je bracht de afgelopen zes jaar achtentwintig maanden in de cel door. Wat gaf je na je eerste periode in gevangenschap de motivatie en de moed om toch verder te werken?

Ahmet Şık: Dit is nu eenmaal de manier waarop je aan journalistiek doet in Turkije. Op momenten waarop ik ga wanhopen over journalistiek, bekijk ik films die me inspireren. Mijn favoriete is Citizenfour over Edward Snowden. Snowden is geen journalist, maar een burger met een geweten, die zich verantwoordelijk voelt om feiten te delen met het grote publiek omdat hij ze toegang moeten hebben tot die kennis. Daarom wordt hij geconfronteerd met een verschrikkelijke schending van zijn rechten.

In een land als Turkije waar onwettige praktijken wijdverbreid zijn, is het concept van staatsgeheim een magische noemer waar alles onder valt.

Het debat is gelijkaardig aan dat in ons proces: Snowden wordt ervan beschuldigd dat hij staatsgeheimen aan de oppervlakte bracht en verraad pleegde. In een land als Turkije waar onwettige praktijken, zeker binnen de staat, wijdverbreid zijn, is het concept van staatsgeheim een magische noemer waar alles onder valt. Het is een globale machtsstrijd die over de grote belangen van het kapitaal gaat. Zelfs als ook maar één iemands rechten geschonden werden, dan moet een journalist het staatsgeheim niet meer respecteren, vind ik.

© Zeynep Özatalay

Ahmet Şık met collega’s Günseli Özaltay (links) en Kadri Gürsel (rechts)

© Zeynep Özatalay​

Je bent van plan verder te blijven werken zoals voorheen, maar naast een journalist, ben je ook een man met een gezin. Denk je tegenwoordig twee keer na voor je iets schrijft?

Ahmet Şık: Het ergert me dat ik als een held behandeld word. Ik word soms op straat aangeklampt door mensen die me zeggen dat ik een held ben. Dan zeg ik: ‘Nee, ik heb geen kostuum of cape.’ Het is eigenlijk heel simpel: ik probeer gewoon mijn job te doen. Zolang ik de realiteit op een feitelijke, objectieve manier kan weerspiegelen en het publieke belang daarmee kan dienen, zal ik mijn werk blijven doen. Hoewel dat nu niet makkelijk is, want niemand van de overheidsinstellingen wil nog met mij spreken. Ze beantwoorden mijn telefoons en berichten niet. Ik hoop dat dat maar een fase is.

Dit gezegd zijnde, heb ik uiteraard ook zorgen en angsten. Ik geef om mijn familie en om andere mensen dus ik stel me zodanig op dat hun veiligheid niet in het gedrang komt. Soms is mijn gezin niet blij met de manier waarop ik dingen doe en dan zoeken we een compromis. Tenslotte is het net voor mijn dochter en voor de kinderen van anderen dat we de strijd voortzetten. Moed hebben betekent voor mij dat je je bewust bent van de risico’s die verbonden zijn aan wat je doet en de verliezen die je zou kunnen lijden, maar toch de kracht en de sterkte voelt om wat je doet verder te zetten.

Ik krijg al twintig jaar aanhoudend doodsbedreigingen. Twintig jaar geleden hadden we een andere staatsstructuur, maar de mechanismen waren hetzelfde.

Dit alles is ook niet nieuw voor mij: ik krijg al twintig jaar aanhoudend doodsbedreigingen. Twintig jaar geleden hadden we een andere staatsstructuur, maar de mechanismen waren hetzelfde. Drie jaar geleden wilden de autoriteiten me een beveiligingsteam toewijzen omdat ik ernstige doodsbedreigingen kreeg. Dat heb ik toen geweigerd, want ik zou mezelf niet meer in de spiegel kunnen kijken, mocht iemand van dat team iets overkomen.

In welke mate passen jullie je als krant aan aan dit repressieve klimaat?

Ahmet Şık: We zijn er momenteel uiterst aandachtig voor onze bronnen te beschermen. Ik werk aan onderwerpen waarvan ik weet dat ze tegen de haren van de regering in zullen strijken dus ik let erop dat ik mijn bronnen onherkenbaar maak en als ik over straat wandel controleer ik geregeld mijn tas om onaangename verrassingen te vermijden.

Hoe zie je de toekomst van Cumhuriyet en de vrijheid van meningsuiting in Turkije?

Het is ontzettend moeilijk. We hebben de meest fascistische overheid ooit in de geschiedenis van de Turkse republiek. Als ik de term fascisme gebruik, ergeren Europese lezers zich, want jammer genoeg denken Europeanen ten onrechte dat het fascisme eindigde met de val van Hitler. Toch zijn de omstandigheden in Turkije nu fascistisch. Zo lang de huidige overheid aan de macht blijft, zie ik geen sprankel hoop voor de voorstanders van democratie en vrijheid van meningsuiting en voor de toekomst van het land.

In Turkije is strijden voor democratie als een gat proberen te graven met een speld.

Ik ben daar erg pessimistisch over, maar paradoxaal genoeg ben ik toch ook hoopvol. De beroemde schrijver Yaşar Kemal heeft daar een prachtige uitspraak over gedaan: ‘De mens is degene die hoop ademt uit hopeloosheid.’ We hebben nu een kwaadaardige overheid, maar ik geloof niet dat die aan de macht zal blijven. We kunnen vooruit geraken als iedereen die gelooft in universele rechten, universele waarden en het belang de toepassing van de wet, hoop verspreidt in de maatschappij. Het is een strijd om democratie, maar in Turkije is strijden voor democratie als een gat proberen te graven met een speld.

Toen we elkaar vorige maand zagen, was u erg teleurgesteld in het Europees Hof voor de Rechten van de mens dat Turkije uitstel gunde in de uitspraak over uw zaak en die van negen andere vervolgde journalisten.

Ahmet Şık: Inderdaad, er moet gesproken worden over de hypocrisie van de EU en het Europees Hof. Iedereen die gelooft in de de kracht van de wet en in vrijheid van meningsuiting is het erover eens dat het rechtsapparaat in Turkije naar de pijpen van de politiek danst. Dat klopt volledig en het toont aan dat het Turkse rechtsapparaat geen respect verdient. In mijn ogen is de eerbiedwaardigheid van het Europees Hof naar eenzelfde niveau gezakt, want over mensenlevens valt niet te onderhandelen. Toch zitten ze constant samen met een overheid die chantagepraktijken bovenhaalt en geven ze toe aan de druk van die overheid.

Zware straffen voor journalisten

Ahmet Kemal Aydoğdu alias Jeansbiri: de meest eenzame man in Turkije?
Terwijl alle ogen tijdens het proces op medewerkers van Cumhuriyet gericht waren, is degene die de zwaarste straf kreeg, iemand die niets met de krant te maken heeft. Ahmet Kemal Aydoğdu was leraar in Gaziantep en de beheerder van het populaire Twitteraccount jeansbiri.

Volgens de aanklacht is zijn Twitteraccount gelinkt aan de Gülenbeweging. De wegen van het Turkse gerecht zijn ondoorgrondelijk, want waarom Aydoğdu’s zaak aan het Cumhuriyetproces werd toegevoegd, weet niemand. Terwijl de medewerkers van Cumhuriyet allemaal onder voorwaarden vrijkwamen, bleef Aydoğdu verweesd achter in de Silivrigevangenis met een gevangenisstraf van tien jaar.

Hoewel Şık net als de meeste aanwezigen op het proces verwachtte dat de straffen overeen zouden komen met de tijd die de beschuldigden al in voorhechtenis doorbrachten, bleken de straffen veel zwaarder te zijn. Volgens waarnemers zijn de hoge straffen een duidelijke waarschuwing, bedoeld om onafhankelijke journalisten te muilkorven.

Veertien medewerkers van de krant werden veroordeeld. Voorlopig zijn ze allemaal vrij onder voorwaarden, ook verantwoordelijke uitgever Akın Atalay kwam op 25 april vrij, maar er hangt hen nog een gevangenisstraf boven het hoofd.

Als het Turkse Hooggerechtshof de beslissing van de rechtbank ratificeert, zullen degenen die de zwaarste straffen kregen nog voor een vijftal jaar opnieuw in de gevangenis terechtkomen. Şık is een van hen. De hogere straffen verbazen hem niet: ‘Het zijn allemaal politieke beslissingen. Van een rechtssysteem waarvan de meerderheid trouw gezworen heeft aan de politieke autoriteit en de rest voor hen buigt, kan je geen andere beslissing verwachten’, zegt Şık.

Het kan makkelijk twee jaar duren voor het Hooggerechtshof een uitspraak doet en gedurende die periode mogen de beklaagden het land niet verlaten. Mooi meegenomen voor de overheid die kritische stemmen liever geen lezingen ziet geven in het buitenland.

Of de beslissing al dan niet geratificeerd zal worden, blijft onzeker: ‘De uitspraken zijn niet legaal, maar het is moeilijk om de beslissingen van Turkse rechtbanken uit te leggen op basis van wettelijke normen. De komende verkiezingen zijn het meest kritieke punt. Afhankelijk van de uitkomst van de verkiezingen, kunnen de uitspraken van het rechtsapparaat beter of slechter worden. Het valt af te wachten wat er na de verkiezingen zal gebeuren met deze beslissingen die het Hooggerechtshof normaal gezien zou terugdraaien’, liet Şık ons nog weten.