Nieuwe voorzitter VN-klimaatpanel: ‘Het belangrijkste is dat we niet verlamd raken door wanhoop’

Interview

Hoe ziet Jim Skea de toekomst van het IPCC?

Nieuwe voorzitter VN-klimaatpanel: ‘Het belangrijkste is dat we niet verlamd raken door wanhoop’

Nieuwe voorzitter VN-klimaatpanel: ‘Het belangrijkste is dat we niet verlamd raken door wanhoop’
Nieuwe voorzitter VN-klimaatpanel: ‘Het belangrijkste is dat we niet verlamd raken door wanhoop’

EDUARDO ROBAINA (CLIMÁTICA / COVERING CLIMATE NOW) VERTALING: MAARTEN LUYTEN

29 juli 2023

James Ferguson Skea, beter bekend als Jim Skea, is sinds 26 juni de nieuwe voorzitter van het VN-klimaatpanel (IPCC). De Schotse wetenschapper wijdde veertig jaar van zijn carrière aan klimatologie. ‘De mensheid heeft zeggenschap over haar toekomst en die van de planeet.’

James Ferguson Skea, beter bekend als Jim Skea, is sinds 26 juni de nieuwe voorzitter van het VN-klimaatpanel (IPCC). De Schotse wetenschapper, die op het punt staat zeventig jaar te worden, wijdde veertig jaar van zijn carrière aan klimatologie. In de aanloop naar de verkiezingen lichtte hij zijn visie op de toekomst van het klimaatpanel toe, en op de uitdagingen waar we voor staan. ‘De mensheid heeft zeggenschap over haar toekomst en die van de planeet.’

Jim Skea’s samenwerking met het IPCC begon kort na de oprichting ervan, in de jaren ‘90. Sinds 2008 bekleedde hij leidinggevende functies binnen de organisatie, eerst als vicevoorzitter en vanaf 2015 als covoorzitter van Werkgroep III, de werkgroep die de klimaatverandering tegengaat.

In de loop van de jaren heeft hij meegewerkt aan het baanbrekende 1,5°C-rapport over de opwarming van de aarde, het rapport Climate Change and Land en het rapport uit 2022 over de mitigatie van de klimaatverandering. Hij was ook coauteur van het zesde evaluatierapport, het meest recente IPCC-rapport.

‘Ik haal mijn kick uit het feit dat wetenschappelijk bewijs wordt gebruikt door beleidsmakers.’

Skea is ook voorzitter van het Schotse Just Transition Commission en was een van de oprichters van het UK Committee on Climate Change. Eerder bekleedde hij leidinggevende functies bij verschillende instellingen, waaronder het UK Energy Research Centre, het Energy Institute en het Institute for Policy Studies.

Jim Skea is twee keer onderscheiden met de Orde van het Britse Rijk voor zijn werk over duurzaam transport en duurzame energie.

Waarom heeft u besloten om mee te doen aan deze verkiezingen?

Jim Skea: Ondanks alle uitdagingen en frustraties krijg ik maar niet genoeg van het IPCC! Ik zit nu al bijna acht jaar in de machinekamer van het IPCC als medevoorzitter van een werkgroep. Daar wordt het zware werk gedaan — verkennende rapporten opmaken, auteurs selecteren, de productie van rapporten beheren en goedkeuringssessies met regeringen voorzitten.

Vanuit die positie zag ik welke mogelijkheden het volgende niveau bood: een hele IPCC-cyclus vormgeven, het IPCC vertegenwoordigen in de rest van de wereld en IPCC-bevindingen ingang doen vinden in beleidsprocessen.

Sommige wetenschappers halen hun kick uit het laatste artikel in Nature. Ik haal mijn kick uit het feit dat wetenschappelijk bewijs effectief wordt gebruikt door beleidsmakers. Ik ken geen betere baan in de klimaatwereld.

Waarom zou u de volgende moeten zijn die het IPCC leidt?

Jim Skea: Ik denk dat ik het IPCC van onder tot boven begrijp, in die volgorde. Eerder in mijn carrière was ik coördinerend hoofdauteur, hoofdauteur en redacteur-revisor. Ik begon in Werkgroep II, die ging over de gevolgen van en aanpassing aan de klimaatcrisis — in tegenstelling tot mitigatie (maatregelen bedoeld om de omvang of snelheid van de opwarming te beperken, nvdr.) waar ik nu mee bezig ben. Ik heb het proces geleid op het niveau van de werkgroepen, waar de rapporten worden geproduceerd.

‘Het IPCC staat voor veel uitdagingen. Dat zal niet allemaal worden opgelost in de 7e cyclus.’

Het IPCC is een orgaan dat zich bezighoudt met wetenschap en beleid. Ik heb sterke banden met het beleid, zowel internationaal via het UNFCCC (het United Nations Framework Convention on Climate Change, nvdr.) als nationaal via mijn lidmaatschap van de Britse commissie over de klimaatverandering.

In Schotland ben ik voorzitter van het Just Transition Commission, dat me er voortdurend aan herinnert dat klimaatactie over echte mensen en hun levens gaat en meer is dan een wetenschappelijke abstractie.

Ik weet hoe ik dingen gedaan kan krijgen. Ik was betrokken bij de ontwikkeling van het IPCC-beleid over belangenvermenging en de procedures voor publicaties en vertalingen. Tot slot heb ik een visie en manieren om dingen voor elkaar te krijgen.

Welke stappen zou u willen zetten als volgende voorzitter van het IPCC?

Jim Skea: Laten we eerst en vooral bescheiden zijn over wat een voorzitter kan doen. De ‘I’ in IPCC staat voor ‘intergouvernementeel’ en het Panel is oppermachtig. De machinekamer van het IPCC bevindt zich op het niveau van de werkgroepen. Wat een voorzitter kan doen is agenda’s bepalen, macht uitoefenen om mensen samen te brengen en te overtuigen. Dat zijn essentiële taken.

Wat zou volgens u de rol van het IPCC moeten zijn dit decennium en de volgende decennia?

Jim Skea: De uitdaging voor het IPCC is om relevant te blijven voor het beleid. Dat kan door tijdig een reeks rapporten te produceren die bijvoorbeeld informatie voorzien voor de tweede globale inventarisatie in het kader van de Overeenkomst van Parijs. Dat kan verder ook door gelijkheid, diversiteit en inclusie naar voren te schuiven. En dat kan door wetenschappelijk samen te werken, zowel binnen de IPCC-werkgroepen als met andere afdelingen van de VN. De voorzitter bevindt zich in een leidende positie om consensus te bereiken over deze kwesties.

Het IPCC staat voor veel uitdagingen: de klimaatliteratuur neemt altijd toe en veeleisende processen en procedures leggen hoge eisen op aan auteurs, de leden van het bureau en de technische ondersteuningseenheden. Ook beleidsmakers hebben steeds hogere verwachtingen.

Dat zal niet allemaal worden opgelost tijdens de zevende cyclus. We moeten een proces op gang brengen dat het IPCC daadkrachtig maakt over een langere periode dan deze cyclus. Tegelijkertijd moeten we in de komende vijf jaar een antwoord bieden aan de meest directe eisen.

In het rapport van Werkgroep III dat vorig jaar gepubliceerd werd, zaten onder de auteurs twee werknemers van oliemaatschappijen en een ontkenner van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering. Vindt u het terecht dat zij deel uitmaken van de IPCC-rapporten? Kan hun aanwezigheid de geloofwaardigheid van het panel niet aantasten?

Jim Skea: De teams van IPCC-auteurs zijn zo samengesteld dat ze verschillende achtergronden en kennisbronnen weerspiegelen. Individuele auteurs worden geselecteerd omwille van hun wetenschappelijk palmares.

‘We moeten meer aandacht besteden aan het evenwicht binnen regio’s om een overwicht van een klein aantal landen te vermijden.’

Door diverse teams samen te stellen kunnen we eventuele vooringenomenheid tegengaan. Alle auteurs worden onderworpen aan het beleid over belangenvermenging. Iemands belangen worden gemeld, beoordeeld en meegedeeld aan collega-auteurs.

Door diverse auteurs uit het bedrijfsleven aan te trekken, zijn de rapporten naar mijn mening enkel verbeterd. En ik zie geen bewijs dat dit de rapporten heeft ondermijnd, noch hun ontvangst in de beleidswereld.

Het punt van de klimaatontkenners heeft denk ik betrekking op een heel specifiek geval. De IPCC-rapporten hebben een brede reikwijdte en ik ken geen enkel individu dat een bijdrage heeft geleverd aan een onderdeel dat buiten zijn of haar competentie valt.

Een van de belangrijkste punten van kritiek op het IPCC is het gebrek aan genderdiversiteit en nationale diversiteit onder de auteurs. Deelt u deze mening? Wat moet er volgens u veranderen om het panel op beide vlakken te verbeteren?

Jim Skea: Ik ben het ermee eens dat dit een probleem is. Wat gender betreft, lijkt het erop dat we een plafond hebben bereikt. Vrouwen maken ongeveer 30% uit van de auteurs en nominaties voor het Bureau door regeringen. Wanneer het Bureau auteurs selecteert, kan het dat percentage met een paar punten verhogen en dat heeft het ook gedaan.

‘Er is geen eenvoudig antwoord op het vraagstuk van gelijkheid en diversiteit.’

Het is de taak van de volgende voorzitter om regeringen en waarnemers te overhalen om met een evenwichtiger aantal nominaties te komen. Ook in de vergadercultuur kan meer aandacht worden besteed aan werktijden, wat enorme gevolgen zou hebben voor mensen die verantwoordelijk zijn voor de zorg van kinderen.

Wat regionale diversiteit betreft, hebben we grote vooruitgang geboekt. Zo kwam een meerderheid van de bijdragers aan het Land Report uit ontwikkelingslanden. Er is nog steeds ruimte voor verbetering. Zo kunnen we vooral meer jonge wetenschappers uit ontwikkelingslanden naar voren schuiven, bijvoorbeeld door hen een rol te geven als hoofdstukwetenschapper. We moeten ook meer aandacht besteden aan het evenwicht binnen regio’s om een overwicht van een klein aantal landen te vermijden.

Gelijkheid binnen bijeenkomsten is een probleem voor zowel vrouwen als auteurs uit ontwikkelingslanden. Te vaak domineert een klein aantal stemmen de discussies. Dit moet op verschillende fronten worden aangepakt.

We moeten trainingen organiseren in de eerste en latere auteursvergaderingen om inclusie en respect te waarborgen. We moeten aandacht schenken aan de timing en het verloop van vergaderingen zodat mensen die zorg dragen over kinderen niet worden uitgesloten. We moeten nadenken over het gebruik van fysieke, virtuele of hybride vergaderingen en we moeten meer aandacht geven aan het genderbeleid van het IPCC.

Er is geen eenvoudig antwoord op het vraagstuk van gelijkheid en diversiteit. We moeten het probleem in stukjes opdelen en zo op meerdere fronten aanpakken.

Een ander punt van kritiek dat het IPCC vaak krijgt, is dat de rapporten in de samenvattingen voor beleidsmakers afgezwakte taal gebruiken omdat ze het resultaat zijn van onderhandelingen met landen. Ziet u dit als een voordeel of een nadeel?

Jim Skea: In mijn ogen is het noch een voordeel noch een nadeel. Het unieke karakter en de kracht van IPCC-rapporten komen voort uit het feit dat ze via consensus zijn overeengekomen tussen regeringen en wetenschappers. Dat betekent dat er niet kan worden teruggekomen op de conclusies van IPCC-rapporten. Vanuit regeringsoogpunt is dat cruciaal als het gaat over klimaatonderhandelingen.

‘Het is onze taak om de resultaten te presenteren aan beleidsmakers zodat zij een keuze kunnen maken.’

Het is ook essentieel dat de voorzitters van IPCC-goedkeuringssessies controleren of elke verklaring volgens hun auteurs in lijn is met de onderliggende wetenschap. Natuurlijk kunnen auteurs verkiezen om sommige verklaringen aan te scherpen, verklaringen toe te voegen of weg te laten. Maar dit is wat consensus is: de impact is het belangrijkste.

De klimaatcrisis en het verlies aan biodiversiteit zijn de twee grootste milieucrises van onze tijd en vereisen gezamenlijke actie. Een paar jaar geleden publiceerden het IPCC en het IPBES een gezamenlijk rapport. Vindt u dat de samenwerking tussen deze twee verder moet worden versterkt?

Jim Skea: Ik zou nog verder willen gaan. We moeten ook de samenwerking versterken met andere actoren binnen de Verenigde Naties, zoals het International Resources Panel, omdat de behoefte aan essentiële mineralen toeneemt voor de revolutie naar duurzame energie.

IPCC/Flickr

We moeten vooruitgang boeken, maar dat is niet eenvoudig. Elke beoordeling heeft zijn eigen cultuur, zijn eigen leden (140 in IPBES, 195 in IPCC) en een verschillende vertegenwoordiging vanuit overheidssystemen. Gezamenlijke rapporten goedkeuren is niet mogelijk binnen de huidige procedures. Die zouden moeten veranderen.

Het gezamenlijke workshopverslag van IPBES en IPCC is niet goedgekeurd door het International Rescources Panel. Wel kunnen we enkele eenvoudigere stappen nemen. We kunnen bijvoorbeeld werken aan gemeenschappelijke woordenlijsten zodat we niet naast elkaar praten. We kunnen mogelijk gemeenschappelijke toekomstscenario’s gebruiken, we kunnen gezamenlijke rapporten schrijven en meer gezamenlijke workshopactiviteiten uitvoeren.

Ik wil graag weten wat uw standpunten zijn over bepaalde technologieën, zoals kernenergie, afvang en opslag van koolstofdioxide, hernieuwbare waterstof en elektrische voertuigen. En wat is uw mening over vlees, altijd een controversieel onderwerp?

Jim Skea: Ik ben blij dat je die vraag stelt, het geeft me de kans om uit te leggen hoe het IPCC specifieke technologieën benadert — hoewel vlees geen technologie is.

‘Elke fractie van een graad maakt een verschil. Dat moeten we onthouden.’

Het korte antwoord is dat we niet pleiten voor of tegen specifieke technologieën. Al deze technologieën worden nu toegepast of staan in de steigers in verschillende delen van de wereld. Het is niet onze taak om te zeggen of dat goed of fout is. Het is onze taak om op basis van de onderliggende literatuur de technologieën te beoordelen en de resultaten te presenteren aan beleidsmakers zodat zij een keuze kunnen maken.

In de hoofdstukken over energie en transport in het rapport van Werkgroep III worden deze technologieën bijvoorbeeld beoordeeld op basis van prestaties, kosten, technologische rijpheid en de milieu- en sociaaleconomische gevolgen van hun toepassing.

In het rapport over de klimaatverandering en de bodem werden de klimaatgevolgen van verschillende diëten bekeken, maar werd niet het ene of het andere dieet aanbevolen. Die benadering staat centraal in de missie en geloofwaardigheid van het IPCC en dat moet zo blijven.

Tot slot, beschouwt u zichzelf als optimistisch in de huidige context van klimaat- en biodiversiteitscrisis?

Jim Skea: Optimisme zit in mijn genen. De uitdagingen zijn enorm maar het belangrijkste is dat we niet verlamd raken door een gevoel van wanhoop. De mensheid heeft zeggenschap over haar toekomst en die van de planeet. Volgens de huidige ambities heeft elk vermeden klimaateffect een grotere impact dan de kost die met mitigatie gepaard gaat.

We hebben al benadrukt dat elke fractie van een graad een verschil maakt. Dat moeten we onthouden.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd door CLIMÁTICA en werd door MO* in een vertaalde versie gepubliceerd via het globale journalistieke samenwerkingsverband Covering Climate Now.

De inleiding werd aangepast naar aanleiding van de bekendmaking van Skea’s voorzitterschap van het IPCC.