Niemat Ahmadi: ‘We hebben de genocide in Darfoer te lang aanvaard’

Interview

Soedanese activiste en voorvechtster van vrouwenrechten

Niemat Ahmadi: ‘We hebben de genocide in Darfoer te lang aanvaard’

Niemat Ahmadi: ‘We hebben de genocide in Darfoer te lang aanvaard’
Niemat Ahmadi: ‘We hebben de genocide in Darfoer te lang aanvaard’

Activiste Niemat Ahmadi, de drijvende kracht achter de Darfur Women Action Group (DWAG), ziet geen stabiel Soedan zonder gerechtigheid voor Darfoer. ‘Het bloedbad van Khartoem krijgt terecht veel aandacht, maar dezelfde schurken begaan elders al jaren gruweldaden. Waarom praat niemand daarover?’

UN Photo/Albert Gonzalez Farran (CC BY-NC-ND 2.0)

UN Photo/Albert Gonzalez Farran (CC BY-NC-ND 2.0)

Toen het conflict in Darfoer voor het eerst aan de oppervlakte kwam, in 2003, duurde het een tijdje voordat de media het oppikten. Ze hadden hun handen meer dan vol met de burgeroorlog tussen het noorden en het zuiden, die na jaren van bloedvergieten eindelijk leek af te stevenen op een vredesakkoord. Pas nadat de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken Colin Powell de situatie in Darfoer vergeleek met de genocide in Rwanda, schoot de wereld wakker. Aangemoedigd door mediafiguren als George Clooney trokken miljoenen verontwaardigde Amerikanen en Europeanen de straat op. Never again zou de wereld nog een genocide dulden.

Never again? Ondanks alle aandacht en inspanningen was het activistische momentum al enkele jaren later grotendeels voorbij. En nu alle ogen gericht zijn op de chaos in Khartoem, lijkt Darfoer opnieuw te worden vergeten.

Het geweld is er nochtans nooit echt gestopt. Uit een recent verslag van Amnesty International blijkt dat in het afgelopen jaar ‘ten minste vijfenveertig dorpen volledig of gedeeltelijk werden vernietigd’. Daarnaast zegt de organisatie te beschikken over ‘nieuwe bewijzen van buitengerechtelijke executies en militairen die zich schuldig maken aan seksueel geweld’.

Volgens de meest conservatieve schattingen eiste het aanslepende conflict in Darfoer ongeveer 300.000 levens. Daarnaast zijn er nog steeds miljoenen Internally Displaced Persons (IDP), jargon voor ontheemden. Ze leven in kampen en kunnen niet meer naar huis, simpelweg omdat het er te gevaarlijk is.

Niemat Ahmadi was ooit een van hen. Zij was voor 2003 al actief als voorvechtster van vrouwenrechten, en toen het geweld escaleerde, ontvluchtte ze haar dorp in Noord-Darfoer. Ze belandde in Washington DC, waar ze samen met een aantal gelijkgestemde vrouwen de Darfur Women Action Group (DWAG) oprichtte. ‘In Darfoer kwamen vrouwen lang geleden al in opstand, maar niemand praatte erover’, vertelt Ahmadi via Skype. ‘We hebben jaren gevochten om onze landgenoten op alle mogelijke manieren te waarschuwen voor het politieke clubje in Khartoem.’

Wat doet de Darfur Women Action Group?
DWAG is een door vrouwen geleide organisatie, gevestigd in Washington DC. Ze ontstond als antwoord op de wreedheden van de genocide in Darfoer en zet zich vooral in voor vrouwen die het slachtoffer werden van seksueel geweld.

De organisatie is actief in verschillende domeinen: ze legt contacten met o.a. de Amerikaanse overheid, de Europese Unie, de veiligheidsraad van de Verenigde Naties of de Afrikaanse Unie; organiseert fora en bijeenkomsten waar slachtoffers hun verhalen vertellen; en brengt mensenrechtenorganisaties ter plaatse in contact met externe organisaties en donoren om fondsen te werven.

DWAG richtte ook het allereerste symposium op over vrouwen in de genocide. Dit jaar wordt het voor de tiende keer georganiseerd.

Stoelendans in Khartoem

Dat clubje is intussen grondig herschikt, maar voor Darfoer is er niet meteen beterschap in zicht. De militaire overgangsraad die begin april president Omar al-Bashir afzette en die nu weigert de macht uit handen te geven, wordt geleid door dezelfde generaals die de afgelopen vijftien jaar moordden, verkrachtten en plunderden in Darfoer.

Een van hen is luitenant-generaal Mohamed Hamdan “Hemeti” Dagalo, vicevoorzitter van de militaire overgangsraad.

‘Hemeti was een typische bandiet uit Darfoer’, vertelt Ahmadi. ‘Hij overviel onschuldige burgers als ze naar de markt gingen en vluchtte dan weg. In 2003 sloot hij zich aan bij lokale gewapende milities – de beruchte Janjaweed: meedogenloze krijgers op paarden, veelal geworven onder nomadische stammen. De kamelen die ze tijdens hun rooftochten buitmaakten, verkochten ze in Tsjaad of Libië voor wapens. Hemeti verdiende veel respect in Khartoem: niet omdat hij vergevingsgezind was, maar omdat hij zoveel mensen vermoordde.’

Abdel Fattah al-Burhan, de voorzitter van de militaire overgangsraad, ‘is in geen enkel opzicht minder een bandiet dan Hemeti’.

Als dank voor zijn wreedheden zette al-Bashir hem aan het hoofd van de Rapid Support Forces (RSF), een paramilitaire groep die in 2013 werd opgericht om rebellen te onderdrukken in de staten Darfoer, Blauwe Nijl en Zuid-Kordofan.

Ahmadi laat er geen twijfel over bestaan: Abdel Fattah al-Burhan, de voorzitter van de militaire overgangsraad, ‘is in geen enkel opzicht minder een bandiet dan Hemeti. Hij opereerde vooral in West- en Centraal-Darfoer, waar hij verschrikkelijk huishield in de regio Jebel Marra en Zalingei. Uit verschillende rapporten blijkt dat hij verkrachting van minderjarigen gebruikte als oorlogswapen, en zijn troepen opdroeg om dorpen aan te vallen en plat te branden. ‘

‘Al-Burhan coördineerde en leidde ook de recente samenwerking met de Saudische alliantie in Jemen, om er te vechten tegen Houthi-rebellen. Daarvoor rekruteerde hij soldaten, onder wie veel kinderen, uit veelal Arabische milities in Darfoer, Tsjaad, de Centraal-Afrikaanse Republiek, en zelfs in Mali of Niger. Ze werden getraind in Darfoer en verscheept naar Jemen.’

UNAMID: wie beschermt de beschermers?

Sinds 2007 opereert in Darfoer een hybride vredesmissie van de Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties. UNAMID staat in voor de veiligheid van de door hongersnood en terreur geplaagde burgers, en geldt bovendien als een belangrijk informatiekanaal in de geïsoleerde regio. Maar hoelang nog? De militaire overgangsraad onder leiding van al-Burhan en Hemeti vaardigde op 13 mei een decreet uit waarin hij eist dat UNAMID al haar bases en voorzieningen overdraagt.

Hamid Abdulsalam, UNAMID.(CC BY-NC-ND 2.0)

UNAMID deed niets: hun troepen vertrokken met het vliegtuig naar Khartoem en lieten alles en iedereen achter.

Hamid Abdulsalam, UNAMID.(CC BY-NC-ND 2.0)

De aanwezigheid van de VN in de regio is in de afgelopen jaren sowieso al fors getaand: van de oorspronkelijke 16.000 soldaten blijven er vandaag nog maar 4000 over. Het grootste deel van de UNAMID-bases is al ontruimd. Die inkrimping kaderde in een breder plan, op aandringen van de regering-Trump, om fors te korten op het budget voor ‘vredeshandhaving van de VN’. Ondanks het aanhoudende geweld in Darfoer, overwegen de Afrikaanse Unie en de VN om de UNAMID-troepen in juni 2020 volledig terug te trekken.

Hoewel UNAMID terecht veel kritiek krijgt vanwege haar weinig doortastende optreden en gebrekkige rapportering, zorgt ze er wel degelijk voor dat het geweld niet nog erger wordt en de verkrachtingen en plunderingen niet nog grootschaliger zijn.

Niemat Ahmadi: Dat klopt, een ingrijpende vermindering van het aantal UNAMID-troepen zou een ramp zijn voor Darfoer. Het vacuüm zou wellicht worden ingevuld door de RSF, de troepen van Hemeti, wat hen een vrijgeleide geeft om de honderdduizenden overgebleven burgers uit te roeien.

UNAMID deed niets: hun troepen vertrokken met het vliegtuig naar Khartoem en lieten alles en iedereen achter. Kort daarna, op 3 juni, vond in de hoofdstad het bloedbad plaats.

Onlangs werd op vraag van de militaire overgangsraad een van de laatste bases van UNAMID overgedragen. Officieel was dat om ze te gebruiken voor “civiele doeleinden”. Maar meteen werd ze bezet door soldaten van de RSF, die ook al het aanwezige materiaal confisqueerden.

Hoe reageerde UNAMID?

Ahmadi: UNAMID deed niets: hun troepen vertrokken met het vliegtuig naar Khartoem en lieten alles en iedereen achter. Kort daarna, op 3 juni, vond in de hoofdstad het bloedbad plaats. Dat nieuws overschaduwde wat er met de basis gebeurde, waardoor de bezetting ontsnapte aan de internationale aandacht.

UNAMID moet het aantal troepen opvoeren, niet afbouwen. Er zijn nog 4000 vredestroepen aanwezig, maar Darfoer is erg groot (de regio beslaat ruwweg een oppervlakte zo groot als Frankrijk, n.v.d.r.). Er zijn minstens 122 vluchtelingenkampen en de soldaten kunnen de plunderingen niet in toom houden. Darfoer is nu helemaal omsingeld door de RSF.

Toch lijkt het bloedbad van Khartoem een en ander te doen bewegen. De Afrikaanse Unie schorste tijdelijk de samenwerking met Soedan. Ze eist de oprichting van een door burgers geleid overgangsorgaan, en verlengt het mandaat van UNAMID met twaalf maanden.

Ahmadi: ‘De internationale gemeenschap, en in het bijzonder de Verenigde Naties, ziet eindelijk in dat de militaire overgangsraad erg gevaarlijk is. Maar het probleem is dat de VN altijd maar aan één kwestie aandacht schenken. Op dit moment is dat het overleg met de militaire overgangsraad om de macht over te dragen aan de burgers.

Eigenlijk zou dat overleg hand in hand moeten gaan met een diepe focus op wat er in de rest van het land gebeurt. De internationale gemeenschap moet beseffen dat de mensen in Darfoer afhankelijk zijn van bescherming en noodhulp om te overleven. En zij moeten nu worden geholpen! Toch lijkt dat nu geen prioriteit te zijn.’

De situatie is niet langer houdbaar, ook niet voor hulpverleners. De veiligheid in Khartoem en Darfoer kan niet worden gegarandeerd.

Zijn er nog humanitaire hulpverleners aanwezig?

Ahmadi: ‘De hulpverleners zitten vooral in de grote steden, niet in Darfoer. Een paar dagen geleden had ik een vergadering met USAID (het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling, n.v.d.r.). Ik sprak met het personeel dat net was geëvacueerd uit Khartoem. Dat doet mij vermoeden dat de meeste hulpverleners uit andere landen wellicht ook zijn vertrokken.

De situatie is niet langer houdbaar, ook niet voor hulpverleners. De veiligheid in Khartoem en Darfoer kan niet worden gegarandeerd omdat er wordt geschoten, communicatie is niet meer mogelijk omdat het interimregime het internet platlegt, en niemand kan je helpen … Tja, dan moet je vertrekken. Maar zo gaat het altijd: de hulpverleners kunnen de mensen in nood niet bereiken.

Geef eens een voorbeeld.

Ahmadi: ‘In de regio Jebel Marra zijn de aanvallen nooit gestopt. Maar hoeveel hulpverleners bezochten die plek? Vorig jaar mocht UNAMID er van de Soedanese regering één of twee keer naartoe, en dat gebeurde steevast met veel toeters en bellen. Maar hoe kunnen hulpverleners écht helpen als ze niet ter plaatse blijven? Er is geen medische bijstand, geen drinkbaar water en geen behandeling tegen ziektes. Mensen sterven van de honger omdat soldaten de voorraden keer op keer verbranden. Op drie boombladeren kun je misschien wel even kauwen, maar je kunt er niet op overleven.’

Enough Project / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Enough Project / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

“We are all Darfur”

Ondanks de diepgewortelde identiteitscrisis lijkt Soedan zich steeds meer bewust te worden van wie de echte vijand is. En dat had president Omar al-Bashir aanvankelijk onderschat. Begin dit jaar schilderde hij, toen nog met steun van zijn generaals Hemeti en Al-Burhan, de demonstranten in Khartoem af als ‘rebellen uit Darfoer die in Israël getraind waren’.

Kort daarna vielen soldaten de slaapzalen van Darfuri-studenten in de hoofdstad binnen. Meer dan vijftig studenten werden gearresteerd en overgebracht naar onbekende locaties, waar ze naar verluidt werden gemarteld. Maar ondanks de brutaliteit van die acties was de tactiek weinig succesvol. Ook in de straten van Khartoem weerklonk plots de kreet ‘we are all Darfur’ en uiteindelijk werd al-Bashir alsnog naar de uitgang gedreven.

‘De Darfuri behoren al van bij het begin tot de vurigste voorvechters van de revolutie’, legt Ahmadi uit. ‘In verschillende grotere steden en kampen organiseerden ze sit-ins om hun steun te betuigen aan de demonstranten in Khartoem. Maar terwijl het regime zulke acties in de hoofdstad nog een tijdje tolereerde, werden ze in Darfoer al heel snel opgebroken.

Daarbij zijn veel slachtoffers gevallen, maar de media keken vooral naar wat er zich in Khartoem afspeelde. Als je het vuur opent in de hoofdstad weet je dat de wereld meekijkt, maar in Darfoer komen de soldaten er vlot mee weg. Een voorbeeld: amper twee weken geleden vielen bij een aanslag in Deleij, een dorp in Centraal-Darfoer, zeker 18 doden en 15 gewonden. Maar wie heeft dat opgemerkt?

Hoe kunnen we daar verandering in brengen?

Ahmadi: We moeten nog meer inzetten op ngo’s die worden geleid door Darfuri. In de afgelopen vijftien jaar ging het leeuwendeel van de fondsen naar ngo’s in Khartoem. Ik wil niet beweren dat die gelinkt zijn aan de regering, maar ze zijn wel gevestigd in de hoofdstad, en hun medewerkers zullen nooit naar Darfoer komen.

Een lichtpunt is dat alle burgers zich er eindelijk van bewust zijn dat Soedan kampt met een ernstig probleem.

Bovendien kunnen hulpverleners van die ngo’s het land verlaten. Dat kunnen die van Darfoer niet. Daarvoor moet je immers een paspoort hebben. Dat is ongelooflijk moeilijk te verkrijgen, zelfs vrijwel onmogelijk voor iemand van Darfoer. Als je getuigschriften in rook opgingen bij een aanval, kun je het helemaal vergeten. Dan besta je niet en in de meeste gevallen beschouwen ze jou als een rebel en kom je in de problemen. Dus de meeste Darfuri proberen dat zelfs niet eens, hoewel we vele ngo’s hebben. Ze geven de mensen hoop en redden levens. Maar ze genieten geen internationale steun.

Wat zijn de slaagkansen van de Soedanese revolutie?

Ahmadi: Een lichtpunt is dat alle burgers zich er eindelijk van bewust zijn dat Soedan kampt met een ernstig probleem. Op dit moment woedt er in Soedan en onder de Soedanese diaspora een debat: mensen voelen zich schuldig omdat ze het nooit hebben opgenomen voor Darfoer. Dat bittere gevoel moeten we nu proberen om te buigen naar een positief verhaal waarin gemeenschappen samen nadenken over welke richting we met ons land uit willen.

Dat wordt niet gemakkelijk na bijna dertig jaar onder een dictator en genocidair die verdeeldheid heeft gecreëerd: in het maatschappelijk leven, de economie of het onderwijs. Maar als we de wil tonen, kunnen we misschien ooit de verandering forceren waarvan zoveel mensen dromen.

Maar dan moet de internationale gemeenschap ook kleur bekennen?

Ahmadi: Niet veel mensen praten over genocide. Wat nu gebeurt in Soedan, was alleen maar mogelijk omdat we de neiging hebben om genocide te normaliseren. Dat geldt in het bijzonder voor de internationale gemeenschap.

Als je ziet hoe de Europese Unie samenwerkte met al-Bashir, hoe de VS de banden met al-Bashir aanhaalden, of hoe vijandig de Afrikaanse landen staan tegenover het Internationaal Strafhof in Den Haag,… dat heeft ertoe geleid dat we met genocide hebben leren leven en het ook hebben getolereerd.

Het bloedbad in Khartoem kon voor een stuk plaatsvinden door de inmenging van de buurlanden. De militaire overgangsraad was aan het onderhandelen en wou concessies doen, maar plots ontving hij 3 miljoen dollar van Saudi-Arabië. Waar zouden Al-Burhan en Hemeti zich dan nog druk om maken? Ze hebben het geld en de wapens!

Maar let op, Soedan grenst aan acht landen, en als het instort zullen landen als Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte mee de gevolgen dragen.