Stefaan Declercq (Oxfam-Solidariteit): De details van het verleden zijn veel minder belangrijk dan de lessen voor de toekomst

Interview

De Oxfam Affaire

Stefaan Declercq (Oxfam-Solidariteit): De details van het verleden zijn veel minder belangrijk dan de lessen voor de toekomst

Stefaan Declercq (Oxfam-Solidariteit): De details van het verleden zijn veel minder belangrijk dan de lessen voor de toekomst
Stefaan Declercq (Oxfam-Solidariteit): De details van het verleden zijn veel minder belangrijk dan de lessen voor de toekomst

In een uitgebreid gesprek met de Belgische directeur van Oxfam-Solidariteit, Stefaan Declercq, vroegen we naar zijn lezing van de feiten die vorige week uitgebreid in de media beschreven werden. En we peilden naar de lessen die Oxfam en andere ngo’s uit de feiten en de publieke verontwaardiging moeten trekken.

Het interne Oxfam GB-onderzoek naar ongepast gedrag, vermoeden van fraude en pesterijen in Haïti, dat op 4 augustus 2011 aangekondigd en een maand later afgeleverd werd, was de aanleiding van de mediastorm die als een donderslag bij heldere hemel losbarstte op 9 februari. ‘De Britse Charities Commission vond het rapport van dat interne onderzoek voldoende om het vertrouwen in Oxfam te behouden’, zegt Declercq. ‘Daarom is er daarna ook niet veel meer mee gebeurd.’

[Op het moment dat we dit gesprek hadden, vrijdag 16 februari, was dat rapport nog confidentieel. Op het moment dat ik de tekst aan het afwerken was, zondagavond 18 februari, publiceerde Oxfam een geredigeerde versie van het rapport. Ik heb het interview niet aangepast aan dat bijkomende element.]

The Times kwam vorige week met aantijgingen die verder gaan, namelijk: seksfeestjes, systematisch gebruik van betaalde seks, mogelijke betrokkenheid van minderjarige prostituees, vermoeden van misbruik van middelen… Van Hauwermeiren zegt in zijn open brief aan VTM dat er geen sprake geweest is van seksfeesten of misbruik van middelen. Zegt het rapport van Oxfam daar iets over?

Stefaan Declercq: Ik veronderstel van wel. Maar vind je het uitpluizen van deze mogelijke verschillen nu werkelijk belangrijk?

Het is belangrijk om te weten welke omvang en welke aard het wangedrag had, want dat maakt ook uit hoe groot de verantwoordelijkheid van Oxfam was.

Ik zit toch met enkele vragen: waarom wordt dit schandaal nu uitgebracht en zo uitvergroot? Welke agenda zit daar achter?

Stefaan Declercq: Het eerste en belangrijkste dat ik zeg, is dat we ons verontschuldigen voor dit totaal ontoelaatbaar gedrag. Het staat volledig haaks op onze waarden en missie. Het tweede is dat ik toch met enkele vragen zit: waarom wordt dit schandaal nu uitgebracht en zo uitvergroot? Welke agenda zit daar achter? Is er een verband met de hetze tegen de 0,7 procent in het VK, met het feit dat Murdoch de macht achter de Times is?

Wat is de versie van de feiten van Oxfam: waren er seksfeesten in de villa? Waren er minderjarigen betrokken?

Stefaan Declercq: Ik weet dat niet, ik vermoed dat het in het rapport staat. Maar ik heb wel wat anders te doen gehad de voorbije dagen dan me te vermeien in de details van wat er toen in Haïti heeft plaatsgevonden. Ik wil me vandaag vooral bezighouden met de maatregelen die we intussen hebben geïmplementeerd, ter preventie van dit soort gebeurtenissen, en om dit soort voorvallen op tijd te kunnen ontdekken, en er een gepaste behandeling aan te geven.

De gedragscode voor medewerkers van Oxfam is sinds 2017 strenger geworden, waardoor betaalde seks niet alleen verboden wordt met “begunstigden”, maar in het algemeen. Maar seks met minderjarigen of misbruik van fondsen voor het kopen van seks, dat was ook voor 2017 verboden.

Stefaan Declercq: Dat klopt. En voor beide aantijgingen bestaat er naar mijn weten geen grond in de zaak van Haïti of Tsjaad. Er is volgens Oxfam geen bewijs dat er minderjarigen betrokken waren noch dat er geld van de organisatie gebruikt zou zijn.

Zegt het rapport van het interne onderzoek in 2011 daar iets over?

Stefaan Declercq: Dat weet ik niet, ik heb dat rapport nog niet gelezen.

Het is toch ondenkbaar dat de directeur van Oxfam - Solidariteit dat rapport een week na het uitbreken van het schandaal niet gelezen heeft.

Stefaan Declercq: Ik vind het lezen van de details van dit rapport niet belangrijk, echt niet. Ik ken echter wel de grote lijnen, en ik heb daarover ook transparant gecommuniceerd in de afgelopen week. Wij hebben er als Oxfam België formeel niets mee te maken. Als directeur van Oxfam België ben ik verantwoordelijk voor wat er gebeurt in België, en voor de Oxfam operaties in Laos en in de Westelijke Sahara. De rest is de verantwoordelijkheid van anderen. Maar natuurlijk ondervinden wij ook de gevolgen van deze nefaste gedragingen in onze Belgische organisatie. Niettemin zeg ik duidelijk dat ik wat er gebeurd is onaanvaardbaar vind, en dat ik er mij in naam van de organisatie en alle betrokkenen voor wil verontschuldigen.

Wat mij echt interesseert, is wat we eruit kunnen leren. Wat kunnen we doen om dit soort zaken te voorkomen, en als ze voorvallen, beter en sneller aan te pakken, rekening houdend met het gegeven dat het om een internationale organisatie met 10.000 medewerkers en 53.000 vrijwilligers gaat. De mogelijkheid dat er grensoverschrijdend gedrag gesteld wordt, of dat er gestolen of gefraudeerd wordt, bestaat altijd. Het is kwestie om dat zoveel mogelijk te voorkomen én er zo snel en efficiënt mogelijk op te reageren.

Wat is er intussen op dat vlak gebeurd?

Stefaan Declercq: Na 2011 zijn er meer meldpunten en een beter preventieplan gekomen. In 2017 is de gedragscode aangepast, enerzijds als reactie op #MeToo, anderzijds als antwoord op de nieuwe normen die het Inter Agency Standing Committee van de VN naar voor schoof. Die VN-normen zijn belangrijk natuurlijk, want als je daaraan niet voldoet, word je niet meer toegelaten als uitvoerder van humanitaire hulpverlening. De verantwoordelijke van elk Oxfam-team moet nu met elke medewerker een gesprek hebben om het belang van de gedragscode uit te leggen -wat zowel te maken heeft met de coherentie tussen onze waarden en missie, als met de zorg voor de reputatie.

In 2011 verbood de gedragscode expliciet het betalen voor seks met “begunstigden”, of dat nu met geld, diensten of goederen was. In 2017 is dat aangepast en uitgebreid, door het weglaten van “begunstigde”. Nu staat er heel duidelijk: ‘Ik zal geen geld, goederen of diensten aanbieden in ruil voor seks of andere vormen van vernederend, onwaardig of uitbuitend gedrag.’

Over die aanpassing is stevig gediscussieerd op de ondernemingsraad van Oxfam België, want wettelijk is zo’n verbod op betaalde seks in België niet geldig. Prostitutie is niet illegaal, en dus zou een ontslag omwille van prostitutiebezoek wellicht de toetsing met de Arbeidsrechtbank niet doorstaan. Dat klopt wellicht, maar dat belet niet dat je als organisatie de normen hoger kan leggen dan de wet. Daardoor wordt het meer een morele dan een legale code. Dat zou anders zijn in Haïti, want daar is prostitutie wel illegaal.

Hoe bent u zelf in die 22 jaar dat je directeur bent van Oxfam België omgegaan met de gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag in je eigen organisatie?

Stefaan Declercq: We hebben nu de lijst opgemaakt van alle meldingen van het voorbije decennium, en doorgegeven aan Oxfam International. Dat levert ons zes gevallen op, al durf ik niet beweren dat alle gevallen van de voorbije tien jaar daarmee geregistreerd zijn. In al die gevallen ging het om intern grensoverschrijdend gedrag, tussen collega’s. Ongepaste berichten en foto’s via sms of dat soort zaken. We hebben telkens de dader aangesproken op de voorvallen, we hebben ook aparte gesprekken gehad met de slachtoffers, en gezocht naar gepaste oplossingen. Er zijn geen ontslagen gevallen, onder andere omdat de slachtoffers dat ook niet vroegen. Het ongepaste gedrag moest wel ophouden, en er werd een formele verwittiging aan gekoppeld.

Maar u zegt formeel: niemand van Oxfam Solidariteit is de voorbije twintig jaar over de rode lijn gegaan tegenover derden, met name “begunstigden” of andere kwetsbare groepen in het Zuiden?

Stefaan Declercq: Niet dat ik weet, in elk geval.

Is dit schandaal een laat signaal van een toenmalige permissieve cultuur?

Internationaal heeft Oxfam zo’n 10.000 werknemers en 53.000 vrijwilligers. Je kan alleen denken dat binnen zo’n grote groep mensen nooit iets fout loopt als je totaal blind en doof bent voor de realiteit dat je met echte mensen werkt.

Stefaan Declercq: Er is zeker meer aandacht voor grensoverschrijdend gedrag, in de media, de artistieke wereld, de sportwereld, de religieuze wereld en nu duidelijk ook in de ngo-sector. Dat is goed. Wij vragen daarom dat mensen vooralsnog melding maken van onaanvaardbaar gedrag, want ook bij Oxfam België is dat niet uit te sluiten met 13.000 vrijwilligers en 350 werknemers. En internationaal heeft Oxfam zo’n 10.000 werknemers en 53.000 vrijwilligers. Je kan alleen denken dat binnen zo’n grote groep mensen nooit iets fout loopt als je totaal blind en doof bent voor de realiteit dat je met echte mensen werkt. Dat geldt voor alle organisaties. We moeten integendeel uitgaan van de mogelijkheid dat er fouten gemaakt worden, en dus permanent inzetten op sensibilisering voor wat voor Oxfam ontoelaatbaar gedrag is. Als we voortdurend op die nagel kloppen, dan zal ook de sociale controle haar werk wel doen -zeker op missies in het buitenland, waar collega’s veel dichter op elkaar leven.

Met andere woorden: vroeger werd er te weinig gesensibiliseerd en te veel vertrokken van de overtuiging dat goede mensen en goede motivaties volstonden.

Stefaan Declercq: Dat klopt. Sinds 2011 zijn we daar veel beter in geworden. Dat wordt trouwens erkend in een studie van Tufts University in de VS, die vorig jaar gepubliceerd werd en waarin Oxfam als een van de beste organisaties op het vlak van preventie en behandeling van grensoverschrijdend gedrag genoemd wordt. Er wordt veel meer ingezet op preventie en op het creëren van een cultuur waarin grensoverschrijdend gedrag als niet toelaatbaar gezien wordt. Daarvoor is de nieuwe gedragscode een nuttig instrument. We hebben intussen ook betere systemen voor preventie, rapportering en sanctionering, die we nog gaan verbeteren. Oxfam werd binnen de hulpsector zelfs gezien als een van de betere leerlingen van de klas op het vlak van institutionele voorzieningen om seksueel wangedrag te rapporteren en te remediëren. Maar systemen kunnen nooit werken als er geen overtuiging is binnen de organisatie dat ze noodzakelijk en nuttig zijn. We moeten vooral werken aan onze organisatiecultuur.

Er was intern te veel vertrouwen in de eigen motivatie, er was ook de publiekscommunicatie die de ngo-medewerker als een uitzonderlijk individu neerzette, iemand die bereid was zijn of haar comfort of zelfs leven op te geven om de slachtoffers van rampen, uitbuiting of armoede te gaan helpen. Dat beeld steekt schril af tegen de verhalen die nu uit Haïti komen, en daarom is het publiek zo geschokt. Gaan jullie daar ook iets aan doen?

Stefaan Declercq: Het klopt dat bepaalde mythes die bestonden en soms gevoed werden door ngo-communicatie weinig vandoen hadden met de realiteit op het terrein. Als ik iemand rekruteer, wil ik op de eerste plaats top-professionals in de functie die ik zoek. Daarnaast zou ik graag middelen/methodes vinden om wat meer ethische zekerheid in te bouwen, bijvoorbeeld door voor bepaalde functies ook een bewijs van goed gedrag en zeden te vragen. Maar de privacy commissie zegt mij dat dat wettelijk enkel mogelijk is in welbepaalde functies. Dat moeten we verder uitzoeken.