Vlaams minister van Samenleven Bart Somers: ‘Ons wereldbeeld is achterhaald’

Interview

Over de grote uitdagingen voor nieuwkomers, integratiebeleid en gelijke kansen

Vlaams minister van Samenleven Bart Somers: ‘Ons wereldbeeld is achterhaald’

Vlaams minister van Samenleven Bart Somers: ‘Ons wereldbeeld is achterhaald’
Vlaams minister van Samenleven Bart Somers: ‘Ons wereldbeeld is achterhaald’

De communicatiestrateeg Bart Somers omzeilt meesterlijk kritische bedenkingen over zijn coalitiepartners en blijft weg uit kibbelkabinetten. Wat hij als nieuwe Vlaamse minister van Samenleven met het regeerakkoord kan aanvangen, vroegen we hem.

© Natascha Eder

Vijfenvijftig is Bart Somers nu. Hij jaagde de titel van minister niet echt na, was in een vorig leven al partijvoorzitter van Open VLD en eventjes minister-president: been there, done that. Hij was zijn burgemeesterssjerp in zijn geliefde Mechelen nog lang niet beu. Was nog niet klaar met zijn stad.

Maar hij kon niet heen om de duidelijke boodschap die de Vlaamse burger in mei vorig jaar gaf: het lukt niet zo goed om samen te leven. ‘Ik vond het mijn verdomde plicht om de opgebouwde spanningen in de samenleving weer af te bouwen.’ Dus werd de burgemeester een minister. Als Vlaams minister van Samenleven rijfde hij een mondvol bevoegdheden binnen: Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.

Maar bovenal kreeg hij daarbij een moeilijke — ‘maar haalbare’ — opdracht op zijn nieuwe bureau in Brussel. Een van de fouten die hij daarbij niet zal maken, ‘is extra hindernissen en problemen creëren’. De communicatiestrateeg Bart Somers omzeilt meesterlijk kritische bedenkingen over zijn coalitiepartners en blijft weg uit kibbelkabinetten. Of zegt het direct en tout court: ‘Als u mij uitdaagt om commentaar op mijn voorganger te geven, dan ga ik daar niet op in.’

Als de minister over zijn opdracht spreekt, put hij uit zijn expertise als burgemeester. En niet geheel verwonderlijk zijn het de Vlaamse burgemeesters die Somers naar voor schuift als zijn grootste bondgenoten in het samenlevingsmodel dat hij voor ogen heeft.

Bart Somers: ‘Als burgemeester sta je met je voeten op de grond, tussen de mensen, en ben je een praktijkmens. Als Vlaams minister opereer je op een hoger niveau en creëer je kaders voor lokale besturen.’

Nieuwe wegen voor integratie

In haar regeerakkoord belooft de Vlaamse Regering werk te maken van ‘gedeeld burgerschap’ en ‘segregatie tegen te gaan’. Uw opdracht is dus behoorlijk pittig in het huidige gepolariseerde politieke klimaat.

Bart Somers: Fundamenteel staan we voor twee grote uitdagingen die veel te vaak met elkaar worden verward.

De eerste is om nieuwkomers zo snel mogelijk een volwaardige plaats te geven in Vlaanderen. Vlaanderen ontsnapt niet aan de globaliserende wereld waarin migratie een feit is. Jaarlijks komen er 25.000 nieuwkomers bij in Vlaanderen, in het kader van arbeid, huwelijk, volgmigratie, internationale bescherming. We moeten hen de juiste tools aanreiken zodat ze als volwaardige burgers kunnen participeren aan onze samenleving.

De andere uitdaging, die we daarvan moeten loskoppelen en die we in verhitte en polariserende discussies al te vaak uit het oog verliezen, is: hoe organiseren we samenleven in diversiteit beter in Vlaanderen? Hoe voorkomen en doorbreken we dat mensen zich in etnisch-culturele hokjes opsluiten en zich nestelen in een voedingsbodem voor nijd en afgunst?

Het is ook zaak om aan de slag te gaan met de feiten. Die zijn niet rooskleurig: de Vlaamse arbeidsmarkt en ons onderwijs bieden onvoldoende gelijke kansen.

Bart Somers: De schooluitval bij mensen met een migratieachtergrond is inderdaad onaanvaardbaar hoog en de werkzaamheidsgraad is te laag. Daar ligt een dwingende en grote uitdaging.

Tegelijk zie ik hoopvolle ontwikkelingen. Tussen 2009 en 2017 telde de Vlaamse arbeidsmarkt door vergrijzing 54.000 autochtone werkenden minder, ook al nam de werkzaamheidsgraad sterk toe. In dezelfde periode kwamen er op de arbeidsmarkt 92.000 beroepsactieve personen met een niet-Europese migratieachtergrond bij (cijfers Statistiek Vlaanderen, red.). Zij dragen actief bij aan onze pensioenen en onze gezondheidszorg.

We mogen die positieve evoluties niet negeren zonder de noden uit het oog te verliezen. Hans Rosling (auteur van het boek Feitenkennis: 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt, red.) zei dat ons wereldbeeld voortdurend is achterhaald, dat onze feitenkennis achterloopt op de realiteit.

Als we over “de migranten” praten, denken we al snel in achterhaalde clichés: grote gezinnen met werkloze ouders of schoolverlaters die geen job vinden.
Wel, er zijn nog nooit zoveel mensen met een migratieachtergrond afgestudeerd, nog nooit waren er zoveel mensen met een migratieachtergrond die sterke arbeidsposities innemen. Als ik naar de diversiteit in mijn stad kijk, dan zie ik een professor Toegepaste Economische Wetenschappen aan de universiteit van Antwerpen, dan zie ik huisartsen, onderdirecteurs van middelbare scholen, de beste kapperszaken die worden gerund of bemand door mensen met migratieachtergrond, Marokkaanse bakkers die kerststronken serveren in de feestperiode.

We moeten echt nieuwe wegen zoeken, weg van de klassieke links-rechts-tegenstellingen, weg van de clichés.

Aan welke nieuwe wegen had u gedacht?

Bart Somers: In Mechelen loopt een project om kinderen en jongeren met migratieroots naar de scouts of Chiro toe te leiden. Aan diegene die nu roept dat die kinderen geen aansluiting vonden ‘omdat ze anders spelen’, zeg ik: klinkklare nonsens. Het heeft met kennis en vertrouwdheid te maken. Op een jaar tijd sloten veertig kinderen met migratieroots zich zo aan bij een lokale jeugdvereniging, waarvan sommige nu zelfs in leiding staan.

Via het project School in Zicht brachten we ouders samen om hun kinderen — in groep — in concentratiescholen in hun buurt in te schrijven, om isolement te voorkomen en diversiteit in de klas te stimuleren. Op drie jaar tijd hebben we 190 kinderen van school doen veranderen.

De Leuvense burgemeester Mohamed Ridouani zorgt ervoor dat elke persoon in een leerkrachtenopleiding in zijn stad buddy wordt en op die manier één leerling onder de vleugels neemt en begeleidt in een succesvol schooltraject. Dat kunnen we uitrollen in heel Vlaanderen om het samenleven te bevorderen.

Het zijn lokale voorbeelden, en ik hoor u zeggen dat het net daarom behapbaar is. Maar wat behapbaar is in een superdiverse stad als Mechelen of in Leuven moet op veel plaatsen behapbaar zijn.

Méér vragen van nieuwkomers

Politicoloog Dave Sinardet (VUB) zei onlangs nog in De Morgen dat u een serieuze perceptiestrijd moet aangaan met de N-VA, en dat u een programma moet uitvoeren dat — ik citeer — ‘niet helemaal het uwe is’. Klopt dat?

Bart Somers: Ik kan me heel goed vinden in het Vlaams regeerakkoord, anders was ik geen minister geworden. Ik kan hiermee, vanuit mijn eigen perspectief, aan de slag.

Ik ben het er ook mee eens dat we meer vragen van nieuwkomers. Vanuit de vaststelling dat er een groep is die onvoldoende aansluiting vindt bij onze samenleving en dat het gevoerde beleid dus niet effectief is, moet je ageren. We kiezen bewust om mensen, zodra ze binnenkomen in onze samenleving, aanklampender en intensiever instrumenten aan te reiken om in onze samenleving goed te functioneren.

Dat doen we niet om mensen te straffen, maar vanuit emanciperend oogpunt. Leerplicht voor onze kinderen en jongeren is toch ook geen straf?

Er was veel protest tegen de beslissing dat nieuwkomers hun eigen inburgeringscursus zullen moeten betalen.

Bart Somers: Dat is dus een perfect voorbeeld om aan te tonen hoe ik de perceptiestrijd zowel op rechts als op links moet voeren.

Voor de volledigheid: zo’n cursus kost ongeveer 4000 euro, waarvan inburgeraars zelf amper 90 euro betalen. 90 euro! Wanneer mensen in precaire omstandigheden naar hier zijn gekomen bekijken we samen met de lokale besturen hoe de OCMW’s die inschrijvingskosten kunnen opvangen. Maar de bottom line van deze maatregel blijft wel: dit is geen vrijblijvend spel.

Ter info, voor een inburgeringscursus in Nederland — niet georganiseerd door de overheid maar door de private sector — moeten mensen soms duizenden euro’s lenen. Vlaanderen begeleidt nieuwkomers vanaf dag één en leidt elke nieuwkomer binnen de twee maanden naar de VDAB. Dat is ook wat de meeste nieuwkomers willen: zo snel mogelijk een inkomen verwerven.

Kwestie van overeenkomsten vinden

Er was ook heel wat kritiek toen de Vlaamse regering aankondigde dat ze de subsidies zou stopzetten voor etnisch-culturele organisaties als het Minderhedenforum. Maar het Minderhedenforum behoudt die middelen nu toch?

Bart Somers: Dat klopt. Het Minderhedenforum wordt omgevormd tot een netwerkorganisatie die vertrekt vanuit de vraag hoe je discriminatie en achteruitstelling tackelt en gelijke kansen beter organiseert. We zullen andere actoren, zoals universiteiten en het bedrijfsleven, uitnodigen om mee na te denken over superdiversiteit.

We willen dat ook ruimer bekijken dan de etnisch-culturele achtergrond van mensen. Eerlijk, wat is het nut om aparte organisaties in stand te houden als de Federatie voor Marokkaanse Verenigingen of de Turkse Unie (die intussen haar naam veranderde in Unie van Actieve Verenigingen, red.)?

Iemand is Mechelaar, Vlaming, Belg, Europeaan, al dan niet met buitenlandse roots, vader, voetballiefhebber, ondernemer of werkt bij de groendienst. Het is kwestie van de overeenkomsten tussen burgers te vinden zonder aparte hokjes te creëren.

Maar Vlaanderen stapt dus ook uit het Interfederaal Gelijkekansencentrum Unia.

Bart Somers: Ons contract met Unia loopt inderdaad in 2023 af. Conform het Vlaams regeerakkoord, en op vraag van onze collega’s in de regering die de Vlaamse autonomie willen versterken, zullen wij een eigen Vlaamse mensenrechteninstelling oprichten. Die zal voldoen aan de internationale criteria en zich inschakelen in een interfederale samenwerking, en krijgt net als Unia een juridische opdracht om discriminatie en racisme te bestrijden.

Persoonlijk wil ik de volgende jaren echt sterk inzetten op mensenrechten. De kern van onze samenleving zijn onze vrijheden, en die kan je maar garanderen als je ook mensenrechten garandeert.

Daar bevinden zich zeker ook spanningsvelden. In het Vlaamse mensenrechtencentrum zullen we bijvoorbeeld ook gender opnemen. We vinden het belangrijk om accurater te kunnen omgaan met spanningsvelden tussen verschillende mensenrechten en vrijheden, zoals de gelijkheid van man en vrouw versus religieuze vrijheid.

Interreligieuze dialoog en erkende godsdiensten liggen ook in uw ministermand. Ook geen evidente opdracht want we kunnen we niet om de islamofobie, het antisemitisme, verstarring rond religie in onze samenleving heen. Welke uitdagingen ziet u?

Bart Somers: Dat is een heel breed scala. Maar om daarover kort iets te zeggen: de islam is én een realiteit én als erkende godsdienst een wezenlijk onderdeel van Vlaanderen. We hebben ongeveer 400.000 Vlamingen die moslim zijn. Dat zijn evenwaardige burgers die evenveel recht hebben op hun levensbeschouwing als alle andere Vlamingen.

Belangrijk is om te proberen de relatie te normaliseren. Daardoor kan je een systeem krijgen dat eenduidiger is, dat helderheid schept. We willen het kaf van het koren scheiden, moeten ons wapenen tegen mogelijke onaanvaardbare buitenlandse invloeden. Dat is evident en haalbaar, en dat is wat de Vlaamse moslims zelf ook willen.

Toen ik twintig jaar geleden met de Mechelse moskeebestuurders rond de tafel ging zitten, zat ik daar samen met drie, vier oudere mannen. Dat waren zeer beleefde, haast onderdanige mensen die geen woord Nederlands spraken en die me op het hart drukten dat ze zeer loyale stadsburgers waren.

De huidige bestuurders zijn stadsburgers pur sang. Het zijn jongere goed opgeleide mensen, werkzaam in de ICT, bij de VDAB, bij De Lijn, in de horeca. Dat zijn mensen die, zoals het een geëngageerde stadsburger betaamt, weerwoord bieden en waarmee we tegelijk een sterke vertrouwensband hebben en goed samenwerken. Die samenwerking heeft er ook toe geleid dat niemand in Mechelen naar Syrië is vertrokken.

Integreren via internet

De fusie in de Vlaamse integratiesector tot een centraal agentschap zou twintig belangrijke organisaties dichter bij elkaar brengen en in één ruk efficiëntiewinst opleveren. Maar dat is niet goed gelukt. U wil het agentschap laten doorlichten.

Bart Somers: Ik heb heel veel respect voor de mensen die daar werken, stuk voor stuk gemotiveerde personen. Ze werken in een cruciale sector, zitten op de eerste lijn van ons samenlevingsmodel. Maar de professionele omgeving van het Agentschap Integratie en Inburgering is er een van de vorige eeuw.

We huren gebouwen waar we cursussen inrichten voor mensen die Nederlands willen leren. We zetten al die mensen bovendien samen: een Iraanse professor Economie zit daar samen met een laaggeletterde gezinshereniger uit Afghanistan. Maatschappelijke Oriëntatie bieden we aan in de thuistaal van cursisten, wat neerkomt op meer dan 120 talen.

Die lessen zouden we net zo goed via e-learning kunnen aanbieden, via lessenpakketten waarbij je filmpjes, voorbeelden, oefeningen aanbiedt. Waarom niet?

Dat veronderstelt dat iedereen een computer of een iPad moet hebben, en inzicht om zich te bewegen in die e-ruimte.

Bart Somers: Daar zijn oplossingen voor te vinden. In the end zal dat veel kostenefficiënter zijn dan mensen naar bepaalde plaatsen te laten komen, lokalen te huren, voor al die talen lesgevers te vinden. Nu vragen we mensen die nog maar net uit de inburgeringscursus stappen om zelf zo’n les te geven omdat we geen andere taalvaardige kandidaten vinden.

U ziet de lokale besturen als uw bondgenoten. Krijgen die genoeg middelen ter beschikking?

Bart Somers: 420 miljoen hebben we aan de steden en gemeenten gegeven, bovenop het jaarlijkse groeipad van 3,5 procent. Er is geen enkel onderdeel van onze samenleving dat zoveel extra geld kreeg als de lokale besturen.

Dat is nodig. Onze lokale democratie is nog altijd veel kleiner dan pakweg in Nederland of Denemarken, waar steden meer middelen en ruimte krijgen.

Als ik de Vlaming iets toewens, is het meer vertrouwen en positivisme. Dat hebben we nodig om vooruit te gaan.

Wij kunnen hier in Brussel uren discussiëren over een rioleringssysteem, maar als morgen de riolering in Gent stuk is, is het wel de stad die de zaak moet oplossen. Ook als we het hebben over een inclusieve samenleving zijn het de steden die het verschil kunnen maken.

De Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber verwoordde dat perfect in zijn boek If mayors ruled the world: steden staan te dicht bij de burger om zich te verliezen in ideologische discussies. Ik heb ervaring genoeg om te weten dat politieke spelers dichter bij elkaar komen wanneer ze op lokaal bestuur beleid voeren. Je moet samen vooruit.

Nu praat u toch nog als burgemeester van Mechelen.

Bart Somers: Nee hoor, ik praat als minister van Samenleven.

Tegelijk bent u minister in een besparende regering die de vorige besparende regering opvolgt. Lokale straathoekwerkers werden overboord gegooid, eerstelijnsorganisaties moesten enorm snoeien. Dat heeft toch gevolgen voor onze inclusieve samenleving?

Bart Somers: Dat is een heel statische manier om naar de samenleving te kijken. Ik besef dat achter elke gesubsidieerde euro een belang zit, maar je moet beslissingen durven nemen om efficiëntiewinsten te boeken. In Mechelen hebben we achttien jaar bespaard. We hebben minder ambtenaren dan achttien jaar geleden, we hebben subsidies stopgezet en tegelijk nieuwe instrumenten geïnitieerd. Vandaag zijn we een topstad in Vlaanderen en ver daarbuiten.

Om dit gesprek af te sluiten nog deze: wat wenst u de Vlaming aan het begin van 2020 toe?

Bart Somers: Als ik de Vlaming iets toewens, is het meer vertrouwen en positivisme. Dat hebben we nodig om vooruit te gaan. Een half gevuld glas is voller dan we denken.