‘Zimbabwe is één grote gevangenis’

Interview

‘Zimbabwe is één grote gevangenis’

‘Zimbabwe is één grote gevangenis’
‘Zimbabwe is één grote gevangenis’

Stefaan Anrys

13 juli 2015

Afgelopen weekend stierf Chenjerai Hove (59), een van Zimbabwe’s grootste auteurs en meest gerespecteerde denkers, in Noorwegen. Hij leefde er sinds enkele jaren in ballingschap. In 2008 verbleef Hove een tijdje in het Vlaams-Brabantse Vollezele waar MO* de dissidente schrijver interviewde. ‘Eerlijk gezegd denk ik dat de president van ons land inderdaad zot is.’

Hoves roman Bones won in 1989 de prestigieuze Noma-award. In zijn verzen en volzinnen vertolkt hij steevast de stem van de machteloze onderdrukten, eerst onder het koloniale juk, later onder dat van de postkoloniale machthebbers. Plattelandsleerkracht, journalist, dichter, romancier, mentor van schrijvers en uiteindelijk universiteitsdocent in ballingschap, Hove heeft er een bewogen parcours op zitten en de sporen zijn nog merkbaar.

‘Ik schrijf vooral ’s nachts’, zegt hij, terwijl hij zijn studiekamer laat zien in de luxueuze hoeve Villa Hellebosch. ‘Die gewoonte heb ik nog van in Zimbabwe. Ik wilde mijn kinderen de schande besparen hun vader ’s nachts in zijn pyjama uit bed te zien lichten. Zo was ik tenminste gekleed wanneer de politie kwam.’

Terwijl ik zijn in België onvindbare dichtbundel Blind Moon op de glasplaat van het kopieapparaat leg –‘zeg maar dat je mocht van de auteur’– vertelt Hove over zijn vlucht uit Harare. ‘In 2001 ben ik vertrokken , op aanraden van Wole Soyinka (Nobelprijswinnaar Literatuur uit Nigeria, sa) en de Amerikaanse radicale schrijver Russell Banks. Ik schreef toen wekelijks mijn column in de Zimbabwaanse krant The Standard. Daarin grapte ik over Mugabe’s apensnor of beschreef ik zijn voorliefde voor speeltjes. Het werd te gevaarlijk voor mij.’

‘Wist je dat Mugabe’s gevolg 45 limousines telt, met acht motorrijders voor- en achteraan?’, gibbert Hove, terwijl hij zich vrolijk maakt over ‘zotte’ Mugabe en tegelijk een vinger snuiftabak neemt. ‘Er rijdt zelfs een kliniek mee in zijn colonne, voorzien van de laatste technologische snufjes.’

Ik ben geen psychiater, maar eerlijk gezegd denk ik dat de president van ons land inderdaad zot is.

Denkt u echt dat Mugabe gek is?

Chenjerai Hove: Ik ben geen psychiater, maar eerlijk gezegd denk ik dat de president van ons land inderdaad zot is. Allang trouwens. Desmund Tutu noemde Mugabe ooit bonkas, wat zoveel wil zeggen als geschift.

In Martin Merediths biografie wordt Mugabe omschreven als een eenzaat die zich terugtrekt om te lezen en studeren.

Chenjerai Hove: Ik weet van zijn familieleden dat hij nogal op zichzelf was. Hij speelde niet met andere jongens en evenmin met meisjes. Maar zelfs al ben je graag alleen, toch wil je ook contact met anderen, om van ideeën te wisselen. Mugabe niet. Met één van zijn jongere broers ging ik wel eens op café. Ik zat op dezelfde school als hij. Mugabe heeft zich nooit in bars laten zien.

Bent u zelf ooit aanhanger van Mugabe geweest?

Chenjerai Hove: Ik ben nooit echt fan geweest. Tot voor 1960 kende niemand hem trouwens. Hij gaf les in Ghana en verbleef maar korte tijd in Zimbabwe. Omdat zijn Engels heel behoorlijk was, hebben ze hem tot publicity secretary van de partij gebombardeerd. Na de onafhankelijkheid in 1980 heeft hij alle nationalisten een voor een opzij geschoven en gearresteerd. Van het blanke minderheidsregime heeft hij de hele leger- en politietop aan de deur gezet, behalve de folteraars en de beulen. Die heeft hij gehouden.

Heeft u daarom een afkeer van hem gekregen?

Chenjerai Hove: Het was in elke geval een teken aan de wand. Maar ik maakte mij ook zorgen om zijn houding ten opzichte van ons, leerkrachten. Bij de onafhankelijkheid brak een staking uit onder het lerarenkorps. Onder het koloniale bewind verdienden leerkrachten uit scholen voor zwarten maar de helft van wat leraars van blanken en kleurlingen kregen, voor hetzelfde werk, dezelfde handboeken en dezelfde leerplannen. Dus eisten we bij de onafhankelijkheid gelijke lonen. We wilden ook dat de overheid ons zou vergoeden voor de misgelopen salarissen. De verpleegsters staakten mee, want ze zaten in hetzelfde schuitje.

Jullie eisten dat de nieuwe machthebbers jullie achterstallige lonen uitbetaalden?

Chenjerai Hove: Ja! (harde lach) Mugabe was buiten zinnen en voer fel uit tegen ons. Hij verweet ons dat we niks hadden bijgedragen aan de bevrijdingsoorlog en geen recht van spreken hadden. Ik was diep teleurgesteld. De man wist niet waarover hij het had. Tijdens de bevrijdingsoorlog hebben wij –leraars, verpleegsters, landwerkers en kleine zakenlui– de guerrillastrijders het meest gesteund. Ik herinner me dat ik op een dag maar 23 cent overhield van mijn maandloon omdat al de rest was opgegaan aan eten en warme kleren voor de guerrillastrijders die in ons dorp kwamen aankloppen.

Laat u in uw werk die frustraties de vrije loop?

Chenjerai Hove: Literatuur mag niet vervallen in slogans voor of tegen Ian Smith, Mugabe, Che Guevarra of Fidel Castro. Poëzie is de schoonheid van het schrijven. In mijn laatste bundel Blind Moon schrijf ik bijvoorbeeld: ‘Op je weg naar het huis van de macht, liet je lijken achter, en weduwen. Op je weg naar het huis van de macht, liet je ons achter met slechts drie vingers.

Op je weg naar het huis van de macht, liet je gebroken stenen achter, en kapotte hersenen. Op je weg naar het huis van de macht.’ Maar ik vermeld de naam van Mugabe niet. Literatuur is er om te blijven. Overigens hebben zowel racisten als Smith en zwarten zelf duchtig misbruik gemaakt van hun macht. Zwarten zelfs op nog grovere wijze.

Was het geweld na de onafhankelijkheid erger dan onder de Britten of het minderheidsregime van Ian Smith?

Chenjerai Hove: Om eerlijk te zijn: ja. Het geweld is erger geworden na de kolonisatie. Ik kan mij niet herinneren dat ik vroeger een kind of een vrouw in brand heb zien steken. Als de kolonialen het op jou gemunt hadden, lieten ze tenminste je vrouw of kinderen met rust. De guerrillastrijders niet. Die sloten je hele familie op en staken dan het huis in de fik.

Waarom bent u in 2001 uit Zimbabwe gevlucht?

Aanvankelijk heeft het regime nog geprobeerd me in te lijven.

Chenjerai Hove: Soyinka en Banks gaven me een open ticket gegeven van British Airways, met de boodschap: ‘Vertrek voor het te laat is. We willen geen tweede Saro-Wiwa (schrijver die in 1995 werd geëxecuteerd wegens protest tegen de olieontginning in Nigeria, sa)’. Aanvankelijk heeft het regime nog geprobeerd me in te lijven. In 2001 kreeg ik een grote som geld aangeboden om het volgende PEN-congres in Zimbabwe te organiseren.

Ik was –en ben nog steeds– de voorzitter van auteursvereniging PEN Zimbabwe. Het regime wou internationale schrijvers in de watten leggen, hen Victoria Falls en Great Zimbabwe laten zien en hen te slapen leggen in het meest uitgelezen hotel, omdat ze hoopten op die manier goede publiciteit te krijgen. Want het publiek hecht nu eenmaal veel geloof aan wat schrijvers te vertellen hebben.

Maar het draaide anders uit.

Chenjerai Hove: Ik zei dat ik mijn collega’s wel wou uitnodigen, maar dat ik niet kon instaan voor wat ze zouden schrijven. Dus werd het niks. Daarna hebben ze mij een boerderij aangeboden en ook daarvoor heb ik bedankt. Mijn vader was landbouwer en ik weet wat boeren inhoudt: dag en nacht werken, de klok rond. Dus dat pakte niet. Daarna hebben ze mij niet-gepleegde misdrijven in de schoenen proberen schuiven, zoals smokkel van marihuana. Ze hebben ook een auto-ongeval in scène gezet en geprobeerd me te vergiftigen toen ik ziek te bed lag. In Zimbabwe kan je als opposant maar beter niet opgenomen worden in het hospitaal. De kans dat je er levend uitkomt, is klein.

‘In Zimbabwe kan je als opposant maar beter niet opgenomen worden in het hospitaal. De kans dat je er levend uitkomt, is klein.’

In vergelijking met de folteringen die Tsvangirai te verduren kreeg, bent u er nog goed van af gekomen.

Chenjerai Hove: Dat is waar. Ik denk trouwens dat weinigen Tsvangirai zouden nadoen. Hij heeft de strijd nooit opgegeven, ondanks herhaalde folteringen en zelfs moordpogingen. Toch blijft hij de hoop uitdragen voor een ander Zimbabwe en biedt hij de kiezer een alternatief voor de regeringspartij Zanu-PF.

Tsvangirai mag dan al heel moedig zijn. Bij de laatste verkiezingen heeft hij zijn overwinning niet kunnen vertalen in reële macht.

Chenjerai Hove: Tsvangirai kon niet anders dan onderhandelingen starten met Mugabe, al was het maar om de wereld te tonen wat voor onoprechte onderhandelaar Mugabe wel is. Maar nog niets is beslist. Het kamp van Tsvangirai eist dat sleutelministeries zoals veiligheid, politie en leger verdeeld worden. Maar Mugabe wil die voor zich houden en gunt Tsvangirai alleen kleine ministeries, die niets aan het huidige systeem veranderen. Als Tsvangirai hieraan toegeeft, is het gedaan met hem. Want dan blijven de misdadigers die onze zusters of broers vermoord hebben, straffeloos en pocherig rondlopen.

Wat vindt u van de rol die het Westen heeft gespeeld in de jongste onderhandelingen?

Chenjerai Hove: Ik kan maar niet begrijpen hoe bijvoorbeeld de Britse minister van Ontwikkelingssamenwerking in het openbaar verklaart dat er vijf miljoen pond ligt te wachten als de boel in Zimbabwe politiek in orde komt. Hoe kan je met een chequeboekje staan zwaaien voor de oppositie, terwijl je weet dat Mugabe alles aangrijpt om zijn bewering te staven dat Tsvangirai een marionet is van het Westen? Blair had simpelweg moeten zeggen: ‘Ongeacht het verkiezingsresultaat steunen wij de nieuwe regering en de rechtsstaat.’ Of de Britten zijn slecht geïnformeerd, of ze spelen een thuismatch, met als enige boodschap: ‘Kijk naar ons, wij zijn de kampioenen van de democratie!’

Welke zaken zou u als minister in Zimbabwe eerst aanpakken?

Chenjerai Hove: Ieder zijn stiel. Ik ben schrijver en wil geen minister worden. Mijn neef heeft verschillende ministerposten bekleed en me meermaals aangeboden om in de regering te stappen. ‘Er is geen slechtere minister van Onderwijs of Cultuur dan een schrijver-minister’, zei ik hem. ‘Want die kent zijn stiel en denkt dus dat hij alles beter weet. Hij luistert niet meer naar zijn medewerkers.’

Maar stel dat u toch minister moet worden…

Als onderwijsminister zou ik alle schoolboeken laten herschrijven, want die zijn je reinste propaganda.

Chenjerai Hove: Als onderwijsminister zou ik alle schoolboeken laten herschrijven, want die zijn je reinste propaganda. Alsof onze geschiedenis pas begint met de komst van Mugabe. Als minister van Landbouw zou ik de blanken opnieuw laten boeren. Ik zou de racisten onder hen elke week op het matje roepen en hen bijvoorbeeld geen 2000 hectaren voor zich alleen laten houden. Maar ze moeten blijven boeren, want landbouw was de sterkhouder van ons land.

Om komaf te maken met het verleden zal een regeringswissel niet volstaan. Moet er een waarheidscommissie komen zoals in Zuid-Afrika? Volkstribunalen zoals in Rwanda?

Chenjerai Hove: Er zijn in het verleden stemmen opgegaan om over alle wandaden te getuigen. Ik heb dat ook bepleit bij de vertegenwoordigers van de oppositie, maar Mugabe heeft in 1998 nul op het rekest gegeven. Zelf ben ik nog altijd bereid te praten over wat ik gezien heb. Ik weet waar de massagraven liggen. Ik weet waar mijn landgenoten zijn neergeschoten, in een put gegooid en begraven door bulldozers. In 1978 hebben guerrillastrijders in mijn bijzijn een medisch assistent vermoord. Ze hebben zijn neus en armen afgehakt, en daarna geroosterd boven een vuurtje. Ze dwongen de man zijn eigen vlees te eten.

In uw gedicht The Violence of Gokwe schrijft u over uw thuisregio. Hoe was het daar?

Chenjerai Hove: Gokwe was een zeer ingewikkelde regio, omdat er zowel strijders van Zipra, Zanla, bisschop Muzorewa en andere milities actief waren. Als ik mijn buurman niet kon hebben, stapte ik naar een militie en beweerde ik dat hij de anderen ondersteunde. Dan schoten ze hem dood. Gokwe was een bloedbad. Sommige daders zijn achteraf teruggegaan om zich te verzoenen met de familie van hun slachtoffers, anderen zijn gewoon krankzinnig geworden. Vele Zimbabweanen zouden gebaat zijn bij psychische hulp.

Wordt u soms nog wakker, badend in angstzweet?

Chenjerai Hove: Als je iemand voor je ogen in stukjes hebt zien hakken, kan je dat beeld maar moeilijk vergeten. In mijn boek Masimba Avanhu? –Is dit de macht van het volk?– beschrijf ik het graven van een graf. Het boek is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Tijdens de bevrijdingsoorlog ben ik op één dag vijf van mijn studenten verloren, vijf meisjes. De guerrillastrijders kwamen wel vaker de klas binnen om er de mooie meisjes uit te pikken en ze dan tot seks te dwingen in de bush.

Die dag waren ze samen met vijf van mijn leerlingen door Rhodesiërs in een hinderlaag gelokt en afgemaakt. De Rhodesiërs landden met een helikopter vlakbij onze school en kwamen de klas binnen. ‘Mijnheer’, zeiden ze. ‘Wij hebben die terroristische studentes van u neergeschoten. U mag ze gaan ophalen.’ De lichamen lagen in de bergen, helemaal aan flarden geschoten.

Hoelang zal het duren eer Zimbabwe van zijn wonden geneest ?

Zimbabwe is één grote gevangenis, waarin mannen hun vrouwen niet meer vertrouwen en omgekeerd.

Chenjerai Hove: Het is onvoorstelbaar welke impact een oorlog en een dictatuur hebben op de menselijke geest, op familie- en vriendschapsbanden. Ons land wordt beheerst door angst. Zimbabwe is één grote gevangenis, waarin mannen hun vrouwen niet meer vertrouwen en omgekeerd. Mugabe’s regime beschikt over liefst 200.000 officieuze informanten en dus kan zelfs je eigen echtgenoot of zoon een verklikker zijn. Je gaat naar de kerk en je weet niet eens of de priester wel te vertrouwen is. Om kans op slagen te hebben, moet je het hele systeem ontmantelen.

Wil u ooit terug naar Zimbabwe?

Chenjerai Hove: Als het vredesakkoord rond is, wil ik terug, zelfs al moet ik lesgeven in een dorpsschooltje ergens op het platteland. Liever dat dan een lezing geven aan dikke kinderen op Brown University, waar de meesten gewoon een diploma willen behalen. Veel onderwijzers in de diaspora zouden wat graag terugkeren als ze tenminste enige waardering kregen in hun moederland. Maar dan nog liggen de zaken niet zo eenvoudig.

Minstens vier miljoen Zimbabwanen hebben hun land verlaten en elders een nieuw leven opgebouwd, een appartement gekocht, vrienden gemaakt. Zelf weet ik niet hoe mijn vrouw zou reageren als ik na zeven jaar afwezigheid opnieuw voor de deur zou staan. Ze is intussen zeer religieus geworden. Ze vroeg me onlangs zelfs om een boek te schrijven over religie. Ik mag er niet aan denken.

Dit artikel werd een eerste keer gepubliceerd op 29 oktober 2008