Academici storen zich aan 'eed van trouw' aan vorst en vaderland

Nieuws

Academici storen zich aan 'eed van trouw' aan vorst en vaderland

Anil Netto

11 april 2002

De bijna één miljoen ambtenaren in de Maleisische
openbare diensten en openbare universiteiten moeten een eed van loyaliteit
aan de koning, het land en de regering zweren. Sommige academici voelen zich
daar erg ongemakkelijk bij, want de eed veronderstelt gehoorzaamheid aan
alle huidige en toekomstige richtlijnen. Een ambtenaar die ingaat tegen het
beleid van de regering of het bekritiseert zal de integriteit en de
stabiliteit van de openbare dienstverlening ondermijnen, leest een
verklarende nota bij de rondzendbrief van de regering.

De eed heet ‘Aku Janji’ (Ik beloof) en werd intussen ondertekend door de
premier, zijn kabinet en bijna alle ambtenaren. Ook studenten, professoren
en ander academisch personeel zijn verondersteld het document te
ondertekenen, zodat de hele academische wereld trouw aan vorst, vaderland én
regering heeft gezworen tegen het begin van het nieuwe academiejaar in mei.

Een eed aan de regering van dienst is nog iets anders dan een eed aan vorst
en vaderland, vinden vele academici. Een eed van loyaliteit aan de regering
druist in tegen de opdracht van academici om kennis te vergaren op een
vrije, onafhankelijke manier, los van persoonlijke interesses, zegt Rosli
Omar, een academicus aan een openbare universiteit. Ik denk dat er geen
enkele democratie is in de wereld die van zijn academisch personeel
gehoorzaamheid vraagt aan richtlijnen die nog moeten worden opgesteld.

De Vereniging van Academisch personeel aan de Universiteit van Malaya
(PKAUM) riep vorige maand op om het academisch personeel vrij te stellen van
de eed. In een mededeling roept PKAUM op om de eed te herschrijven en
rekening te houden met een aantal essentiële individuele en sociale rechten
en met de academische vrijheid.

We zitten aan het eind van ons Latijn, zegt een gefrustreerde professor
die de eed ondertekend heeft. Ik denk dat we de enige academici zijn ter
wereld die als ambtenaren beschouwd worden.

De universiteiten in Maleisië hebben al af te rekenen met de verstikkende
Wet op de Universiteiten en Hogescholen, die sinds het midden van de jaren
‘70 politieke activiteiten op de campus verbiedt. Volgens de wet mogen
studenten geen functie bekleden in een politieke partij of een vakbond en ze
verbiedt de uitdrukking van steun, sympathie of tegenstand tegen deze
groepen. Vorig jaar ontvingen enkele tientallen professoren reprimandes,
overplaatsingen en sommigen kregen zelfs een ontslagbrief omdat ze zich
zouden inlaten met antiregeringsactiviteiten.

De regering vreest dat de universitaire wereld nogal wat aanhangers van
Anwar Ibrahim telt, de voormalige vice-premier die aan de oorsprong ligt van
de beweging voor hervormingen of ‘reformasi’. Anwar zit nu een
gevangenisstraf van 15 jaar uit, een gevolg van een dubbele veroordeling
voor sodomie en corruptie. Volgens Anwar ging het om twee schijnprocessen,
opgezet door zijn voormalige mentor en politiek tegenstander premier
Mahathir Mohamad. Die schoof Anwar in 1998 opzij, waarop Anwar een
hervormingsbeweging stichtte om komaf te maken met Mahathirs autoritaire
bewindsstijl.

Een deel van de studentenverenigingen zou ook gecontroleerd worden door
aanhangers van de Pan-Maleisische Islamitische Partij (PAS). PAS veroverde
een plaatsje op het politieke toneel tijdens de verkiezingen van 1999 maar
werd sinds 11 september in het fundamentalistische verdomhoekje gedrukt.

De regering zegt dat de onafhankelijkheid van de universiteiten niet wordt
ondermijnd. ‘Aku Janji’ is een pact tussen de universiteiten en de
studenten om zich te concentreren op hun studies, zo stelt professor Hassan
Said, directeur van het departement Hoger Onderwijs op het ministerie van
Onderwijs. Het idee is dat de studenten zich concentreren op hun studies en
niet op onproductieve activiteiten.