Amerikaans-Jordaans vrijhandelsakkoord onder vuur

Nieuws

Amerikaans-Jordaans vrijhandelsakkoord onder vuur

Emad Mekay

30 juni 2003

De Amerikaanse beloning voor de vrede die Jordanië vijf jaar geleden met Israël sloot, is een paard van Troje. Het speciale vrijhandelsregime tussen de VS, Jordanië en Israël leidt tot uitbuiting, zeggen Jordaanse arbeiders die werk hebben gevonden in de fabrieken in de nieuwe vrijhandelszone. De kritiek staat haaks op de lofzang die de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken Colin Powell en de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Robert Zoellick tijdens hun bezoekje aan de regio uitten.

In 1998 bakende Washington de zogenaamde Qualified Industrial Zones(QIZ) af, gebieden in Jordanië van waaruit zonder heffingen of handelsquota mag worden geëxporteerd naar de Amerikaanse markten. De zones vormen voor Jordanië een beloning voor het sluiten van een vredesakkoord met buur Israël. De joodse staat maakt overigens deel uit van de deal: de producten die binnen de QIZ worden gemaakt, moeten voor ministens 8 procent met Israëlische grondstoffen zijn aangemaakt.

Handelsvertegenwoordiger Robert Zoellick, die samen met Amerikaans Buitenlandminister Colin Powell in het kader van de besprekingen over een vrijhandelszone tussen de VS en het Midden-Oosten (MEFTA) afgelopen week de regio bezocht, promoveert de Amerikaans-Israëlisch-Jordaanse deal tot lichtend voorbeeld voor de anderen. Zoellick wil de 20 landen van het Midden-Oosten tot een soortgelijke overeenkomst verleiden, zodat een vrijhandelszone ontstaat zoals de VS die de jongste jaren zowat overal proberen op te richten. Jordanië gaat nu zijn buren en vele andere landen in de wereld voorop, doordat zij handel als hefboom gebruiken voor hun groei, verklaarde Zoellick.

Voorstanders van het systeem wijzen op het gestegen exportvolume die de formule genereert, en op de status van vaste QIZ-klanten als Wal Mart, K-Mart, Sears, Target en JC Penny. Maar de arbeiders die in de QIZ-fabrieken aan de slag zijn, zijn boos. Uit veelvuldige getuigenissen blijkt dat de QIZ een goelag van werkkampen is waar misbruiken schering en inslag zijn.

Door dit werk heb ik geen leven meer, zegt een 28-jarige Jordaanse op het trottoir in de QIZ van al-Tajamuat. Ik ga naar huis met hoofdpijn, zie niemand meer en vergeet zelfs mijn avondgebeden te doen. Ik huil soms, omdat ik me hulpeloos voel, vervolgt Ashgan. Zeven vrouwelijke collega’s knikken instemmend. Ashgan maakt deel uit van de voor 95 procent uit vrouwen bestaande werkbevolking van de QIZ van al-Tajamuat. De vrouwen beginnen hun werkdag om 7 uur en stoppen pas om halfzeven ‘s avonds. Daarmee verdienen ze 85 Jordaanse dinar per maand (120 euro), het Jordaanse minimumloon. Ashgan klaagt dat dat onvoldoende is om haar gezin te voeden, maar heeft naar eigen zeggen geen andere keus. Anderen krijgen een loon uitbetaald dat afhangt van de hoeveelheid goederen die ze hebben gemaakt, waardoor ze een speelbal worden van de willekeur van hun bazen. Fabrieken betalen ook zeer onregelmatig. Nog anderen klagen over de gebrekkige hygiënische omstandigheden. Vooral de textielbedrijfjes zijn berucht.

Jebril Abdulrahman van de textielvakbond bevestigt de klachten van de arbeiders. We hebben weet van talloze problemen. Arbeiders in de QIZ worden na ‘herstructureringen’ ontslagen en komen dan terug in dienst genomen aan het beginsalaris. Abdulrahman wordt bijgetreden door Jordaanse politici van de oppositie. Onafhankelijk onderzoek is echter onmogelijk. Journalisten worden systematisch uit de QIZ geweerd - IPS-journalist Emad Mekay werd weggejaagd door veiligheidsbeambten van de CCKM-fabriek bij zijn poging om vrouwelijke werknemers tijdens hun lunchpauze te interviewen. De gangbare mening onder de arbeiders is dan ook dat de overheid de misbruiken wil verstoppen om de lucratieve vrijhandel te vrijwaren en het akkoord met Israël te vrijwaren.

De Jordaanse ambtenaren verklaren dat ze niet verantwoordelijk zijn voor de werkomstandigheden in de QIZ. Het is onze zaak niet. Wij verschaffen de gebouwen, zorgen voor de infrastructuur en verlenen andere diensten. Maar bij het interne management in de fabrieken zijn we niet betrokken, zegt Zaid N. Marar, ambtenaar van de QIZ van de al-Tajamouat-authoriteit. Andere ambtenaren denken dat de klachten voortspruiten uit de ‘inferieure werkethos’ van de lokale bevolking. Jordaniërs hebben geen echte industriële cultuur. Ze zitten liever thuis dan het minimumloon te verdienen, zegt Amer al-Hadidi, directeur van de dienst voor industriële handel bij het ministerie van Handel.

Terwijl de voorstanders van het systeem argumenteren dat eventuele misbruiken van het QIZ-systeem worden gecompenseerd door de bijkomende werkgelegenheid, becijferde het Internationaal Muntfonds (IMF) dat de werkloosheid in Jordanië tussen 1997 en 2003 met 2,6 procentpunt steeg tot 15,3 procent.