Arabische wereld volhardt in Amerikahaat

Nieuws

Arabische wereld volhardt in Amerikahaat

Jim Lobe

04 december 2005

De inmenging van de VS is funest voor de Arabische wereld, en de Amerikanen zijn voor geen moer te vertrouwen. Volgens een nieuwe opiniepeiling zijn de anti-Amerikaanse gevoelens onder de bevolking van de Arabische landen de voorbije 15 maanden enigszins verminderd, maar het imago van de VS blijft barslecht.

De meeste mensen in de Arabische wereld blijven ervan overtuigd dat de Amerikaanse invasie in Irak in 2003 de regio geen stap dichter bij stabiliteit en democratie heeft gebracht. En de Iraakse bevolking is van de regen in de drup beland. Dat zij in het kort de resultaten van een opiniepeiling die onderzoekers van de Universiteit van Maryland in oktober uitvoerden bij 3.900 mensen uit zes Arabische landen.

De bevraging kadert in een reeks van opinieonderzoeken onder controle van het internationale enquêtebureau Zogby International. In 2003 en 2004 organiseerde Zogby al gelijkaardige onderzoeken. In vergelijking met de vorige enquête van de zomer van 2004 is de haat tegenover alles wat Amerikaans iets verminderd, maar de VS blijven bijzonder impopulair.

Acht op tien van de ondervraagden in Jordanië, Libanon, Marokko, Saudi-Arabië, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten vinden dat de oorlog in Irak voor minder vrede heeft gezorgd in de regio. In 2004 koos nog 92 procent van de steekproef voor die antwoordmogelijkheid. Bijna acht op tien respondenten antwoorden dat de moeder van alle oorlogen geleid heeft tot meer terrorisme, en bijna zes op tien dat het gevolg minder democratie is. Ook op die twee vragen gaf 15 maanden geleden een nog grotere meerderheid antwoorden die negatief uitvielen voor de Amerikanen.

Nog altijd 77 percent van de respondenten in de zes landen oordeelt dat de Irakezen er nu slechter aan toe zijn dan voor de oorlog. Maar zes procent gelooft dat de invasie de levensomstandigheden van de Iraakse bevolking heeft verbeterd.

Ook die cijfers tonen een bescheiden verbetering ten opzichte van 2004, maar dat is geen gevolg van een veranderde appreciatie van het Amerikanse Midden-Oostenbeleid, zegt Shibley Telhami van de Universiteit van Maryland, die de vragen voor de enquête ontwierp. Er is gewoon al meer tijd over de invasie en de gevoelens in dat verband heen gegaan.

De Arabische landen blijven ook erg sceptisch over de bedoelingen van de VS in de regio. Driekwart van de bevraagden gelooft dat de Amerikanen in de eerste plaats hun olietoevoer willen veilig stellen; van de verdere vermeende doelstellingen scoren ook de bescherming van Israël, de dominantie van de regio en de verzwakking van de moslimwereld hoog. Maar een kwart gelooft dat de VS in het Midden-Oosten zijn om het gebruik van massavernietigingswapens te verhinderen; nog veel minder ondervraagden denken dat de VS werk willen maken van vrede en veiligheid en mensenrechten.

De regering van president George W. Bush zegt dat ze de democratie in het Midden-Oosten wil helpen verspreiden, maar gemiddeld twee op drie ondervraagden gelooft daar niets van. De percentages lopen uiteen van 59 procent in Jordanië tot 78 procent in Egypte. Van de mensen die de Amerikaanse regering wel vertrouwen op dit vlak, vinden dan nog eens vier op vijf dat Washington de zaken verkeerd aanpakt.

Het grootste vertrouwen op het internationale toneel hebben de Arabische respondenten in Frankrijk, China, Duitsland en Pakistan. Volgens onderzoeksleider Telhami van de Universiteit van Maryland identificeren veel Arabieren zich sterk met landen die zich afzetten tegen de VS.

Die motivatie blijkt ook uit de antwoorden op de vraag door welk aspect van Al-Qaeda de bevraagden zich het sterkst voelen aangetrokken. Slechts een minderheid ziet iets in de actiemethoden van de groep of het streven om een islamitische staat op te richten. Maar meer dan de helft heeft bewondering voor de manier waarop Al-Qaedaleden het opnemen tegen de VS of zich sterk maken voor moslimbelangen. (PD)