Arandis: De uraniumhoofdstad van de wereld

Nieuws

Arandis: De uraniumhoofdstad van de wereld

Arandis: De uraniumhoofdstad van de wereld
Arandis: De uraniumhoofdstad van de wereld

Victoria Schneider

23 januari 2014

Voormalige werknemers van de uraniummijn in de woestijn van Namibië zeggen ziek te zijn door straling. Het blijkt echter moeilijk dit te bewijzen en mijnbouwbedrijf Rio Tinto stelt zich defensief op.

Ergens middenin de uitgestrekte Namibische woestijn is de nederzetting Arandis te vinden. Het dorp bestaat sinds 1975, toen het Brits-Australische Rio Tinto in de woestijn de Rössing-uraniummijn begon. Er was een plaats nodig om de zwarte werknemers van de mijn te huisvesten.

Bijna veertig jaar later is de glans van het verleden, toen de uraniumprijs hoog was en de concurrentie minimaal, verdwenen. Arandis is nog steeds het thuis van de arbeiders, maar de financiële steun van Tinto Rio aan het dorp is weggevallen. Het lijkt erop dat het gedoemd is tot verval. De stad ligt als een eiland midden tussen eindeloze rotsen, zand en stof. De straten zijn doods en de huizen onderscheiden zich alleen door de kleur verf waarin ze geschilderd zijn.

Er bestaat hier een gezegde: ‘Wie weggaat uit Arandis, gaat dood’. Hoseas Gaomab, die 23 jaar in de mijn gewerkt heeft, herhaalt het gezegde. Hij kent veel mensen die overleden zijn, zonder dat hij precies weet waarom.

Gaomab is 73 jaar oud. Een kwetsbare, oude man. Hij vertrok naar Arandis in 1975, een jaar voordat de mijn, de grootste open mijn ter wereld, operationeel werd. Namibië werd al snel een van de grootste uraniumproducenten ter wereld en exporteerde naar Europa, de Verenigde Staten en Japan.

De vraag is tegen welke prijs dat gebeurde. Veel mannen die vanaf het begin in de mijn werkten, lijden aan ziektes en aandoeningen zoals kanker, hoge bloeddruk en bloedarmoede. Gaomab is ook ziek. Hij heeft al twintig jaar nauwelijks gevoel in zijn handen en voeten. “Ik ben wel bij de dokter geweest omdat ik me zwak voelde”, zegt hij. “Maar ik kreeg altijd te horen dat er niets aan de hand was.” Gaomab kan amper lopen of opstaan uit zijn leunstoel.

Te laat

Lange tijd realiseerde Gaomab zich niet dat zijn klachten te maken konden hebben met zijn werk. Dat besef kwam pas in 1993, toen een student – Reinhard Zaire – naar het dorp kwam om gesprekken te voeren en bloedmonsters te nemen. “Hij vroeg ons hoe lang we voor Rössing gewerkt hadden en wanneer we ziek waren geworden. Vervolgens riep hij ons bijeen om te vertellen dat het door de straling kwam.”

Op dat moment hoorde Gaomab voor het eerst over stralingsgevaar. “Dokters controleerden ons altijd alleen maar op griep”, zegt hij. “Als ik dit geweten had, zou ik gevraagd hebben of ze me ook op straling hadden kunnen onderzoeken.”

Los van de beweringen van Zaire, is er geen bewijs dat Gaomab ziek is geworden door straling. De kans is ook klein dat die bewijzen er ooit zullen komen. Het is niet bekend hoe het werknemers is vergaan die vertrokken zijn uit Arandis. Veel gepensioneerde mannen kozen ervoor terug te keren naar hun vroegere dorp op het Namibische platteland. Zelden hebben ze daar toegang tot goede gezondheidsfaciliteiten. “Tot op heden zijn er geen bewijzen dat mensen zijn overleden aan beroepsziekten”, reageert Penda Kiiyala, woordvoerder van Rio Tinto.

De bevolking van Arandis staat echter zeer sceptisch ten opzichte van Rio Tinto en zijn medische staf. “Het is een groot bedrijf dat iedereen naar zijn hand zet”, zegt Gaomab. “Zij weten wat je mankeert en dat moet je dan maar geloven.” Hoewel wetenschappers de aandoeningen van de werknemers eerder toeschreven aan straling, heeft niemand – met uitzondering van Reinhard Zaire – hier verder onderzoek naar gedaan.

Zaire onderzocht de effecten van langdurige blootstelling aan lage stralingsniveaus, zo die aanwezig zouden zijn in de mijn. Hij concludeerde dat er een verhoogd risico was voor mijnwerkers om kwaadaardige ziekten zoals kanker te ontwikkelen. Kort na publicatie van zijn rapport, werd Zaire ontslagen door het Namibische ministerie van Gezondheid. Ook werd zijn toestemming om onderzoek te doen ingetrokken. Zaire werd ervan beschuldigd dat hij illegaal als arts had opgetreden.

Rio Tinto, dat destijds in Groot-Brittannië was verwikkeld in een rechtszaak, veegde het rapport van tafel. De rechtszaak was aangespannen omdat het bedrijf de gezondheid van een werknemer geschaad zou hebben.

Geen handschoenen

Doug Brugge van Tufts University in de VS, heeft onderzoek gedaan naar de effecten van straling in een ondergrondse uraniummijn bij de Navajo-indianen in Noord-Amerika. Brugge is voorzichtig als het gaat om Arandis en het onderzoek van Zaire. “Je kunt niet alleen praten over lage doses ioniserende straling. Andere factoren, zoals de metaalgiftigheid van uranium, spelen ook een rol. Evenals de manier waarop mensen worden blootgesteld aan straling.”

Gaomab en een voormalige collega van het laboratorium, Petrus Hoaeb, zeggen dat de veiligheidsmaatregelen in de begintijd van de mijn te wensen over lieten. “Om monsters te nemen, zogen we uraniumpoeder op met een pipet. Bij het uitpersen zag je overal stof.” Gaomab: “We gebruikten geen handschoenen. Die dingen kwamen later pas.”

Volgens Rio Tinto werden veiligheidsmaatregelen genomen volgens de internationale standaarden. Ook werden maandelijks urinemonsters genomen om besmetting uit te sluiten, zegt Kiiyala. Anders dan de werknemers beweren, stelt Rio Tinto dat alle werknemers inzage hebben in de resultaten van die testen.

Rössing Uranium, een Namibische dochteronderneming van Rio Tinto, ontkent dat werknemers van de open mijn zijn blootgesteld aan straling. “Het grootste gevaar voor de werknemers is siliciumdioxide in de mijn”, zegt Alwyn Lubbe, communicatiemanager van Rössing. “Het stralingsniveau is erg laag, het is een natuurlijk niveau. Zelfs als uranium verwerkt wordt.”

Lubbe stelt dat er ook geen gif is vrijgekomen van de vuilstortplaatsen naast de mijn. “Alleen verarmd uranium is gevaarlijk voor het menselijk lichaam”, zegt hij, verwijzend naar het afvalproduct dat vrijkomt in kerncentrales.

Volgens Doug Brugge van Tufts, is de grootste bedreiging niet het uranium zelf, maar afvalproducten zoals radon, een gas dat vrijkomt bij uraniumwinning. Vaste stoffen zoals uranium en radium kunnen alleen het menselijk lichaam binnenkomen als ze ingeslikt of ingeademd worden. Als iemand het erts aanraakt, kan dit in het lichaam komen door hand-mond contact. Eenmaal in het systeem, is de straling erg sterk.”

Dat er straling is bij de mijn en dat die gevolgen kan hebben voor de gezondheid, staat buiten kijf, zegt hij. “De vraag is alleen of de manier waarop mensen eraan blootgesteld zijn, kan leiden tot gezondheidsproblemen.”

Ondanks de kleine kans op succes, hebben Gaomab en zijn collega Petrus Hoaeb besloten een rechtszaak aan te spannen tegen het bedrijf. Hoaebs zoon zet zich in voor de zaak van zijn vader. Gebrek aan kennis is het grootste obstakel, zegt hij, thuis bij zijn vader. “Als een onderzoeker tegen je zegt: “dit hebben we gevonden”, kun je daar iets mee. Maar met beperkte kennis is het erg moeilijk.”

Momenteel onderhandelen twee partijen buiten de rechtszaak om over compensatie voor Hoaeb, die twaalf jaar ziek thuis zat voordat hij in 2012 werd ontslagen. Hij slaagde er niet in te bewijzen dat zijn ziekte veroorzaakt was door straling. Hoaeb junior wil naar Windhoek, de hoofdstad van Namibië, reizen om te bespreken waar Rössing toe bereid is. “We doen dit voor een grote groep mensen. Degenen die inmiddels overleden zijn en degenen die ziek zijn.”