Atoomwaakhond voert druk op Iran op

Nieuws

Atoomwaakhond voert druk op Iran op

Atoomwaakhond voert druk op Iran op
Atoomwaakhond voert druk op Iran op

Barbara Slavin

06 oktober 2011

Het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) volgt onder de nieuwe directeur Yukiya Amano een hardere lijn ten opzichte van Iran. Diplomatieke actie is niet uitgesloten als Iraanse nucleaire wetenschappers verder toewerken naar militair gebruik van nucleair materiaal.

Experts inzake het Iraanse nucleaire programma verwachten tijdens de vergadering van het IAEA-bestuur in Wenen op 17 en 18 november nieuwe kritiek op Iran. Mogelijk wordt erop gewezen dat Iran zich niet gehouden heeft aan zijn verplichting om eerlijk te zijn over vermeende nucleaire studies met een militaire dimensie.

Sinds zijn aantreden eind 2009 heeft Amano, een non-proliferatiespecialist en de voormalige Japanse afgevaardigde bij het Atoomagentschap, veel explicieter en indringender dan zijn voorganger, Egyptenaar Mohamed ElBaradei, gesproken over vermeend Iraans onderzoek naar kernkoppen en nucleaire explosies.

Amano zei op 12 september tegen het IAEA-bestuur dat zijn organisatie zich zorgen maakt over de mogelijke geheime nucleaire activiteiten waar militaire organisaties bij betrokken zijn. Het Atoomagentschap zou daarover nieuwe informatie hebben ontvangen. “In de nabije toekomst hoop ik hier gedetailleerde informatie over te kunnen geven en de lidstaten volledig te informeren”, zei Amano.

Sancties

Een westerse diplomaat in Wenen zegt dat de opmerking van Amano heeft geleid tot speculaties over belangrijke nieuwe informatie over Iran, waarover het bestuur mogelijk ingelicht zal worden op 9 november. De diplomaat, die anoniem wil blijven, zegt dat lidstaten, onder leiding van westerse landen, het materiaal zouden kunnen gebruiken om te bewijzen dat Iran zich niet houdt aan zijn verplichtingen onder het Non-proliferatieverdrag.

Een dergelijke conclusie werd voor het eerst getrokken in 2006. Dat resulteerde in zes resoluties tegen Iran door de VN-Veiligheidsraad. In vier resoluties was sprake van specifieke sancties. Een nieuwe resolutie lijkt nu onwaarschijnlijk, gezien de Chinese en Russische weerstand daartegen.

De diplomaat wijst erop dat nieuwe bevindingen wel de druk opvoeren op regeringen om de strafmaatregelen die al genomen zijn, aan te scherpen. Het gaat dan onder meer om een embargo op wapenhandel met Iran en een verbod op export van materialen die Iran kan gebruiken voor zijn nucleaire programma.

Escalatie

“Deze kwestie kenmerkt zich door toenemende escalatie aan alle zijden”, zegt de diplomaat, verwijzend naar zowel de sancties als de geleidelijk expansie van uraniumverrijking en andere technologieën met potentieel militaire toepassingen.

Michael Adler, bestuurskundige aan het Woodrow Wilson International Center for Scholars, zegt dat het IAEA een aanzienlijke hoeveelheid nieuwe informatie heeft gekregen ter ondersteuning van documenten die een paar jaar geleden uit Iran werden gesmokkeld door de vrouw van een Iraniër die voor Duitsland spioneerde.

Iran zegt dat het materiaal vervalst is, maar geeft toe dat een deel van de informatie over vermeende studies correct is. Olli Heinonen, voormalig plaatsvervangend directeur van het IAEA, zegt dat er sinds de zomer van 2008 geen uitgebreide discussies zij gevoerd over de beschuldigingen.

Alder, die over het IAEA schreef toen hij nog verslaggever was voor het Franse persbureau AFP en momenteel werkt aan een boek over het Iraanse nucleaire programma, zei eind september tijdens een bijeenkomst op het Woodrow Wilson Center dat het erop lijkt dat Iran enkele wapenonderzoeksteams uit 2003 ontmanteld heeft. Onderdelen van het onderzoeksprogramma zouden “buiten beeld van de radar” voortgezet zijn, waarbij de nadruk lag op werk dat ook civiele doelen kan dienen.

Hij voegde eraan toe dat “Amano en andere functionarissen zeggen dat er toenemend bewijs is dat Iran na 2003, en in het bijzonder na 2006, het onderzoek naar bewapening hervat heeft.”

Harde bewijzen

Jim Walsch, een non-proliferatie-expert aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), zegt dat het gevaar bestaat dat de IAEA geloofwaardigheid verliest als het zich te hard opstelt tegenover Iran zonder zijn claims met hard bewijzen te onderbouwen.

“Een diplomatieke oplossing kan bemoeilijkt worden als het IAEA gezien wordt als een handlanger van de VS”, zegt Walsch. “Amano zal duidelijk moeten maken waarop hij zich baseert.”

De nieuwe focus op het IAEA komt op een moment waarop andere diplomatieke inspanningen tanen. Verschillende hoge Iraniërs, inclusief president Mahmoud Ahmadinejad, hebben recentelijk aangekondigd bereid zijn te stoppen met het produceren van uranium dat verrijkt is tot een splijtbaar gehalte 20 procent, als het buitenland Iran voorziet van brandstof voor een reactor die isotopen maakt voor medische toepassingen. Iran heeft meer dan 70 kilo vergaard van dit matig verrijkt uranium, dat zeer dicht bij de kwaliteit brandstof voor wapens komt.

Humanitair gebaar

Ali Vaez, directeur van het Iranproject van de Federatie van Amerikaanse Wetenschappers (FAS) en Charles Ferguson, voorzitter van de FAS, schreven onlangs in de International Herald Tribune dat de Verenigde Staten en zijn bondgenoten Ahmadinejad “aan zijn woord moeten houden” en hem 50 kilo brandstof ter beschikking moeten stellen “zonder voorwaarden.”
 
De twee zeggen dat een dergelijke zet een “humanitaire gebaar” is dat Washington krediet geeft bij het Iraanse volk en dat er tegelijkertijd voor zorgt dat de verrijkingsactiviteiten ingeperkt worden. Mogelijk worden de vastgelopen nucleaire onderhandelingen er ook mee uit het slop getrokken.

De regering van president Barack Obama lijkt een dergelijk voorstel echter op voorhand te verwerpen. Victoria Nuland, woordvoerster van het ministerie van Buitenlandse Zaken, verklaarde afgelopen week tegenover journalisten dat “Ahmadinejad veel loze beloften doet.” Zijn laatste aanbod noemde ze “een schijnbeweging die afleidt van de werkelijke kwesties.”