Autoconstructeurs lobbyen tegen verdwijnen van 'all-American car'

Nieuws

Autoconstructeurs lobbyen tegen verdwijnen van 'all-American car'

Danielle Knight

10 maart 2002

De Amerikaanse Senaat staat op het punt om een
plan voor energiebesparing goed te keuren om de VS minder afhankelijk te
maken van de import van olie uit het Midden-Oosten. In het kader van dat
plan kwam een groep van senatoren deze week tot een akkoord om de normen
voor het brandstofverbruik van wagens te verstrengen. Personenwagens en
lichte trucks zouden tegen 2013 15 kilometer per uur moeten kunnen halen met
een liter brandstof. De auto-industrie vreest dat de maatregel de
populairste gezinswagens van ons land zal uitroeien, met name de loodzware
wagens die een groot comfort bieden maar een zware belasting voor het milieu
betekenen.

Ondanks de economische crisis drinken Amerikaanse wagens meer brandstof dan
ooit. De autoconstructeurs en belastingbetalers zijn nauwelijks gebonden
door verbruiksnormen, zoals in Europa en Japan. Een personenwagen moet in de
VS gemiddeld 12 kilometer per liter kunnen doen en voor sportwagens en
lichte trucks geldt negen kilometer per liter. Ter vergelijking: de nieuwste
modellen van Japanse en Europese autoconstructeurs halen 20 kilometer per
liter en meer.

De verkoop van de brandstofverslindende zware gezinswagens en sportwagens
zit de laatste jaren sterk in de lift, net als het aandeel van het
Amerikaanse wagenpark in het algemene brandstofverbruik. Personenwagens en
lichte trucks souperen volgens de officiële statistieken 40 procent van de
Amerikaanse olie op. De import van olie, vooral uit de Golf, is de laatste
tien jaar dan ook sterk gestegen: de VS voeren nu 60 procent van hun olie
in, tegenover 47 procent tien jaar geleden.

Ondanks het feit dat Washington dat als een bedreiging voor de nationale
veiligheid beschouwt, verzet het Republikeinse kamp zich al een decennium
tegen een hogere verbruiksnorm voor wagens. Maar donderdag kwam een groep
van Democratische en Republikeinse Senatoren dan toch tot een consensus.
John Kerry, een Democraat uit Massachusetts en John McCain, een Republikein
uit Arizona, trokken hun partijgenoten over de streep. Het plan verstrengt
het verbruik voor personenwagens en lichte trucks tot gemiddeld 15 kilometer
per uur tegen 2013. De bedoeling is om die nieuwe norm toe te voegen aan het
algemene energieplan, dat de Senaat nog moet goedkeuren.

Een rem op het loodzware Amerikaanse wagenpark is overigens een oude eis van
de Amerikaanse milieubeweging. Het compromis is niet helemaal waar we op
gehoopt hadden maar het is echt een serieuze stap voorwaarts, zegt Carl
Pope, directeur van de nationale milieugroep Sierra Club in een reactie.

De Nationale Vereniging van Autodealers (NADA) lanceerde vorige maand al een
campagne tegen strengere verbruiksnormen. De autoproducenten zullen
lichtere voertuigen moeten maken om te kunnen voldoen aan de nieuwe normen
en dat zal de veiligheid van de passagiers op het spel zetten, argumenteert
NADA-voorzitter Carter Myers.

Deze week schakelde de lobby van de auto-industrie nog een versnelling
hoger. Ford Motor Company verstuurde dinsdag een brief naar zijn werknemers
met een oproep om aan de bel van hun senatoren te gaan hangen. De brief
stelt onomwonden dat de strengere verbruiksnormen de hele productielijn in
gevaar brengen. General Motors (GM), een andere constructeur, organiseerde
meetings bij assemblagebedrijven voor trucks in Ohio, Michigan en Wisconsin
uit protest tegen vermeend banenverlies. Het brandstofbeleid dat de
Amerikaanse Senaat overweegt zou de populairste gezinswagens van ons land
uitroeien en meer dan 100.000 banen op de tocht zetten, zegt Guy Briggs,
algemeen manager van GM.

Voor de milieubeweging zit er waarschijnlijk niet meer in dan een
symbolische overwinning. Als de Senaat het akkoord over de verbruiksnormen
al goedkeurt, zal het waarschijnlijk afgeschoten worden door de regering of
door het door Republikeinen gecontroleerde Huis van Afgevaardigden. De
banden tussen de auto-industrie en de Amerikaanse politiek zijn erg sterk.
Volgens het Centrum voor Verantwoorde Beleidsvoering (CRP) gaf de sector
vorig jaar voor vier miljoen dollar giften aan campagnes van individuele
politici. 79 procent van dat bedrag ging naar Republikeinse kandidaten en
1,3 miljoen ging naar de campagne Bush-Cheney.