Betaalbare pensioenen blijven verre droom voor meeste Brazilianen - analyse

Nieuws

Betaalbare pensioenen blijven verre droom voor meeste Brazilianen - analyse

Mario Osava

24 juni 2003

Het Braziliaanse pensioenstelsel is met een jaarlijks tekort van 16,5 miljard euro stilaan onbetaalbaar geworden. Dat ligt, in tegenstelling tot Europa, niet aan de vergrijzing van de bevolking. De Braziliaanse bevolking is jong en werkt, maar de helft van het actieve deel werkt in de informele sector en maakt geen deel uit van het socialezekerheidsstelsel. De miljoenen Brazilianen in de informele economie verdienen gewoon te weinig om een pensioenbijdrage te betalen. Zolang daar geen oplossing voor gevonden wordt, schiet Lula's hervormingsplan voor het Braziliaanse pensioenstelsel tekort, stellen experts.

De regering van de linkse Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva wil het tekort in de sociale zekerheid oplossen met een reeks ingrijpende maatregelen. Een besparing op de ambtenarenpensioenen is daar de belangrijkste van.

Vakbonden en ngo’s stellen dat het tekort kan opgelost worden als de arbeiders uit de informele economie - een verzamelnaam voor jobs buiten het officiële systeem - in de sociale zekerheid stappen. Volgens officiële cijfers gaat het om zo’n 54,3 procent van de 75,4 miljoen actieve Brazilianen. Zij werken maar betalen geen sociale zekerheid en genieten dus geen rechten. Ze kunnen niet rekenen op uitkeringen in geval van ziekte of werkloosheid en zullen ook geen pensioen krijgen wanneer ze oud zijn.

Net als andere Latijns-Amerikaanse landen heeft Brazilië pogingen gedaan om de informele economie te integreren in de sociale zekerheid door een categorie van autonome of zelfstandige arbeiders te creëren. Ze kunnen een pensioen krijgen als ze een vijfde van hun loon storten. Die drempel is te hoog gebleken: in de praktijk hebben slechts zeer weinig informele arbeiders toegehapt. De meesten verdienen te weinig om twintig procent van hun loon opzij te zetten voor de oude dag. Het is een mechanisme voor de rijken, zegt Guacira de Oliveira, de directeur van de Feministische Centrum voor Studie en Advies, een ngo die ijvert voor gendergelijkheid op de arbeidsmarkt.

Eén van de voorstellen in het debat over de pensioenhervorming is om de bijdrage voor informele arbeiders te verlagen naar tien procent. Zelfs dat is te hoog voor mensen die nauwelijks overleven met wat ze verdienen, zegt Mario Theodoro, een onderzoeker aan het Instituut voor Toegepaste Economie, dat ressorteert onder het ministerie van Planning.

Het wetsontwerp van de regering-Lula wordt nu besproken in het Congres en wordt binnen enkele maanden ter stemming bracht. Lula wil het gat in de begroting stoppen door ambtenaren zeven jaar later met pensioen te sturen - 55 jaar voor vrouwen en 60 jaar voor mannen - en door de pensioenen anders te berekenen - op de hele loopbaan in plaats van op de laatste loonbrief. De ambtenarenvakbond verzet zich mordicus tegen die plannen en heeft een staking van onbeperkte duur afgekondigd, te beginnen vanaf 8 juli.

De regering benadrukt dat de privileges van de Braziliaanse ambtenaren niet meer houdbaar zijn. Een ambtenaar heeft een pensioen dat gemiddeld zeven keer hoger ligt dan een werknemer uit de privé-sector.

Als de regering erin slaagt om meer mensen in het sociale zekerheidsstelsel te krijgen, is het gat in de pensioenbegroting meteen dicht, meent Theodoro van het Instituut voor Toegepaste Economie. In tegenstelling tot de industrielanden zit Brazilië in demografisch opzicht in een uitstekende uitgangspositie. Het grootste deel van de 172 miljoen Brazilianen behoort tot de potentieel actieve bevolking - ouderen maken maar negen procent uit van het totaal. Maar zolang er geen manier gevonden wordt om de informele arbeid in het pensioenstelsel te krijgen, blijft die voordelige demografische curve onbenut.